Advertentie

Al is het maar de helft zo dik, toch doet Voel maar denken aan ‘De blinde passagiers’. Opnieuw plaatst Brokken zijn hoofdpersoon in de besloten wereld van een schip om zichzelf te vinden. “De zee is er voor de twijfelaars, voor de wankelmoedigen die zich van bik- naar bakboord laten smijten zonder zich ertegen te verzetten, omdat ze in hun wensen en verlangens eenzelfde beweging ondergaan. De zee reduceert zekerheden, tot alleen huiver overblijft.” (blz. 119) Nu is het niet een restaurateur die, wegvluchtend uit het Nederland waar Brokken opgroeide, zijn leven probeert te herstellen, maar een rechter die, eveneens wegvluchtend maar nu van het Curaçao waar Brokken de laatste jaren woont, er over oordeelt. Het is deze keer geen vrachtvaarder met slechts een paar passagiers, maar een wereldse cruiseschip vol reizigers. Veel krijgen we van die reizigers trouwens niet te zien, omdat Brokken zich geheel concentreert op de relatie rechter Lucas Saverijn krijgt met de Argentijnse Gabriela, echtgenote van een afstandelijke man en moeder van drie dochters. In deze vrouw vindt hij zijn eerste aanraking met een vrouw terug, het strelen van de haartjes op haar arm, daartoe uitgenodigd met de opmerking “voel maar”. Het wordt daarmee het verhaal van het terugvoelen van een oorspronkelijk gevoel uit de verre jeugd, een terughalen dat verder gaat dan alleen herinneren, dat dieper poogt te gaan dan woorden of herinneringen.
In de loop van het verhaal worden de verledens van Lucas en Gabriela door Brokken gedoseerd ontrafeld. Het komt misschien wat traag op gang, maar uiteindelijk geeft Brokken het verhaal vooral kleur door het schokkende relaas van Gabriela over haar ervaringen gedurende het militaire bewind in Argentinië, een verhaal dat in Nederland door de verloving van Alexander met de Argentijnse Maxima de roman een extra actuele waarde geeft. Het proces dat Lucas doormaakt, door zowel de gebeurtenissen als de herinneringen die deze oproepen, is wat ongrijpbaarder, hetgeen met ‘Voel maar’ als titel niet verrast. In ieder geval is het duidelijk dat een terugkeer naar het gevoel uit de jeugd, de onrust in het bloed, slechts leidt tot gekwetst worden. Bij Lucas zodanig dat hij aan het eind van de roman Zuid- en Midden-Amerika, en zelfs Curaçao, het eiland van zijn jeugd, de rug toekeert.
‘Voel maar’ is niet het meest indrukwekkende boek van Brokken. Voor een roman over een gepassioneerde liefde blijft de toon toch iets te afstandelijk, al is dat wellicht eigen aan een rechter, en de couleur locale blijft door de reling van het westers gekleurde schip begrensd. Of de terugkeer naar Nederland autobiografisch is, zal hopelijk een volgend boeken vertellen. Want het levensverhaal van Jan Brokken, dat hij in wisselende vormen in zijn boeken vastlegt, blijft nog altijd boeien.

Reacties op: Brokken blijft boeien