Rosalie (Roos) is een vrouw die opgroeit in een gezin waar van de moeder psychische problemen heeft. Een KOPP-kind (een kind van een ouder met psychische problemen).
Deze ervaringen neemt ze ongewild mee in haar verdere leven.
Ze is getrouwd met Wim en zij hebben een zoon, Patrick.
Rosalie werkt als vrijwilliger in een vluchtelingencentrum, iets waar haar man laatdunkend over doet.
Ze heeft de moeilijke taak om thuis te vertellen dat er een jongen is die uitgeprocedeerd is en daarom terug moet naar zijn land. Die jongen, Joseph, wil ze in huis nemen omdat hij anders ergens terechtkomt waar het niet goed toeven is en dat wil zij hem niet aandoen.
Joseph wordt niet bepaald met open armen ontvangen door de twee mannen in huis maar al snel heeft hij zich een plaatsje in het gezin veroverd. De sfeer is zelfs verbeterd, merkt Rosalie op.
Het gevolg van het in huis nemen van een vluchteling blijft niet zonder gevolgen. Het blijkt toch haar grootste fout te zijn die zij heeft gemaakt. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op en haar jeugdtrauma’s nemen de overhand. Hoe loopt dit af?

Dit is niet echt een boek om vrolijk van te worden. De ellende druipt er van af maar het is een verhaal wat waargebeurd had kunnen zijn. De karakters zijn goed neergezet waardoor je een duidelijk beeld krijgt van de hoofdpersonen.
De verhoudingen tussen de familieleden onderling zijn goed voelbaar. Je proeft de sfeer alsof je er zelf bij bent.
Een boeiend verhaal over een vrouw die worstelt met haar rol als echtgenote en als moeder. Haar man en zoon hebben ook hun problemen en dit zorgt niet bepaald voor een gezellig huissfeertje.

Reacties op: Rusteloze benen in een rusteloze familie.