Pieter van Oudheusden (1957-2013) was een literaire duizendpoot. Hij schreef teksten voor prentenboeken en stripboeken, maar vertaalde ook stripboeken naar het Nederlands. De jacht op de sabeltandtijger is het laatste prentenboek waarvoor hij de tekst verzorgde, het werd postuum in 2014 uitgegeven. Benjamin Leroy nam de illustraties voor zijn rekening. Het resultaat van hun inspanningen is een grappig boek, dat vooral visueel indruk maakt.  

We gaan terug naar vroeger, naar héél vroeger zelfs. Op de platen van Leroy zien we mannen en vrouwen met berenvellen om, die in een natuurgebied voor hun hutten zitten. We bevinden ons in de prehistorie. Mannen zijn ‘jagers en vechters’, vrouwen ‘zoeksters en pluksters’ en kinderen ‘frutselaars en prutsers’. Plotseling dreigt er groot gevaar voor alle jagers, pluksters en frutselaars. De medicijnman voorspelt dat de sabeltandtijger nabij is. De mensen zijn in rep en roer, niemand heeft de sabeltandtijger ooit gezien maar het moet een groot en woest beest zijn. Gelukkig is daar de jonge Olun, hij wil zichzelf bewijzen en dus gaat hij eropuit om de sabeltandtijger te vinden. Hij moet eerst nog het meisje Uma van zich afschudden, zo’n stoere jacht is immers niks voor meisjes. Van de medicijnman krijgt Olun een wit krijtje mee. Wanneer hij ‘s nachts door de sabeltandtijger wordt bedreigd, legt Olun met zijn krijtje het silhouet van het beest vast op een rots. Ziezo, de sabeltandtijger zit vast tussen de lijntjes. De lezer heeft een historisch lesje gekregen over de eerste tekeningen: een theorie over de achtergrond van rotstekeningen is dat de mensen vroeger hun angst voor dieren bezwoeren door ze op de rotsen vast te leggen.  

De tekeningen in het boek zijn een lust voor het oog. Leroy speelt met kleur, lijnen en details, waardoor een komische parade van mensen en dieren ontstaat. ‘Voor stoere pluksters en jagers vanaf vijf jaar’, zo staat op de achterkant van het boek de doelgroep aangegeven. Kinderen vanaf vijf jaar zullen genieten van de illustraties en van de spanning die heerst vanaf het moment dat de dreiging van de sabeltandtijger ontstaat. De theorie achter rotstekeningen wordt op een mooie en fantasievolle manier uitgebeeld, maar zal voor de jonge doelgroep misschien net iets te hoog gegrepen zijn. De sabeltandtijger komt natuurlijk geen moment in beeld en wordt uiteindelijk ‘verslagen’ door enkel een aantal tekenlijntjes. Wat extra uitleg door een volwassen meelezer is hier waarschijnlijk voor de jongere kinderen wel gewenst. Positief hieraan is dat het boek de basis kan vormen voor een geschiedenisles voor de allerkleinsten. De tekst van Van Oudheusden is kort, krachtig en toch ook af en toe een tikkeltje magisch. Hij weet de spanning goed op te bouwen, terwijl een humoristische noot nooit ontbreekt.

Reacties op: Geschiedenis voor de allerkleinsten