Raymond Rombout Hebban Recensent

Alweer begint een speurdersverhaal met een gevonden lijk. Doch dit lijk is ongeschonden, gewassen, héél naakt en in de mooie borst van het slachtoffer steken vier ganzenveren. Een seriemoordenaar in spe heeft blijkbaar een rare manier gevonden om met de politie te communiceren. Want raad eens, in het volgende slachtoffer, haast een kopie van het eerste, steken ácht ganzenveren. Het begin van een rekenkundige reeks, waarvoor commissaris Kurt Ruettli van de Zürichse recherche zich in het haar krabt. Het lijk is gewurgd en verplaatst, maar vertoont verder geen enkel forensisch spoor waar Ruettli zich kan aan optrekken. Het slachtoffer blijkt ene Nadia Petrovic te zijn, en haar afwezigheid op het werk wordt al na één dag gerapporteerd (zie je wel dat het vlug kan gaan als het moet). Nadia is een aangespoelde Servische wier appartement - pardon: luxueuze residentiële suite - wijst op een winstgevend bijberoep van lichte allure maar met zware verdiensten. Haar werkgever wordt onder druk gezet. Een collega, tevens vriendin, meldt zich. Kortom, met wat hulp van enkele 'deus ex machina's' stuiven Ruettli en zijn collega Lebrun alle richtingen uit. Eerste man in hun vizier is Oskar Treyer, een van de machtigste bankiers van het land, die een relatie had met het tweede slachtoffer. Hiervoor gaat de hoofdinspecteur, de baas van Ruettli, natuurlijk op het puntje van zijn stoel zitten... 

Ik laat de draad van het verhaal even voor wat hij is. Het boek is niet meer dan een relaas van de zijsporen die Ruettli behandelt, en die allemaal de eigenlijke (ietwat verrassende) moordenaar moeten maskeren. De omhooggevallen industrieel Treyer, de gewelddadige Albanese capo Victor Persha, ze blijken niet meer te zijn dan afleidingsmanoeuvres die over veel te veel bladzijden werden uitgesmeerd. Ook Hannelore Mesic, de vriendin van Nadia, komt onaangekondigd haar grote rol spelen. Met een gezicht als Greta Garbo en een lijf als Scarlett Johansson ligt zij duidelijk in pole position om het hoofd van Reuttli op hol te brengen. Het ligt tevens geheel in de lijn van de verwachtingen dat zo'’n seriemoordenaar binnendringt in het persoonlijke cordon van het hoofdpersonage. De terloopse contacten tussen de commissaris en zijn volleyballende dochter, her en der in het boek, hebben uitsluitend de bedoeling de spanning kunstmatig op te voeren voordat de cruciale finale wordt gespeeld. Letterlijk zelfs.

Wurgend mooi leest vlot en stoort zelden, wat precies het probleem is. De enkele storingen die je wél opmerkt hebben waarschijnlijk te maken met een te rigide redactie, die enkele verklarende feiten over het hoofd moet hebben gezien. Wim Menheer hanteert als vakman alle knepen van het vak, maar weet niet één originele invalshoek te verzinnen. Of het moet het thema van de ganzenveren zijn, waarvoor een nog al groteske reden bestaat. Zelfs de enscenering in Zwitserland heeft weinig 'typisch Zwitsers' te bieden, en had net zo goed in eender welke Nederlandse of Vlaamse stad gesitueerd kunnen worden. Van Zürich kom je trouwens niet meer te weten dan dat je er als toerist al zou ontdekken na één vakantie. Goed, maar niet prima: twee sterren dus.

Reacties op: Goed, maar niet prima