Raymond Rombout Hebban Recensent

De Schotse politie-inspecteur Ray Lennox is met zijn verloofde Trudy op vakantie in Miami. Een beetje van moeten. Hijzelf zit nog met zijn rancune van zijn laatste onderzoek, in Edinburgh, iets met een pedofiel en een vermist kind. Het is de bedoeling dat Ray emotioneel bijtankt en tegelijk zijn drank- en cokeverslaving in toom houdt. Trudy hoopt heimelijk dat Lennox haar nu eindelijk ten huwelijk zal vragen.

De volgende dag, na een fikse ruzie met Trudy, ontmoet Lennox Robyn en Starry, twee toogmadeliefjes die hem meetrekken in een nacht vol zuipen en snuiven. Het avondje eindigt op het groezelige appartementje van Robyn, waar Starry erg royaal is met de gratis cocaïne. Plots komen ook twee mannen meefeesten. Hoewel Lennox helemaal van de wereld is, heeft hij toch door dat die mannen er niet zijn voor de coke of de vrouwen, maar voor Tianna, het 10-jarige dochtertje van Robyn. Buiten zichzelf van woede ramt Lennox alles en iedereen in elkaar, voor hij instort. De volgende morgen blijven alleen hij en het meisje over. Vanaf dat moment ontwikkelt het verhaal zich plots tot een bizarre roadie door een stukje Florida, waarbij Lennox zich opwerpt als de beschermer van het meisje. Onderweg vertelt ze hem over het pedofielennetwerk waarin zij en haar moeder in verzeild geraakt zijn.

Ik heb dit rechtlijnige verhaal moeten pulken uit de vloed aan gegevens waarmee Irvine Welsh de lezer opzadelt. Dat is geen kritiek, want dat was van meet af aan zijn stijl, die hij al gebruikte in zijn debuut Trainspotting (1993) dat dankzij de gelijknamige film een echt cultboek geworden is. De wereld van de 'Scottish working class', die zich door de dag zuipt, snuift en roept, is altijd aanwezig in zijn boeken. Meer zelfs, de figuren van Trainspotting maken her en der een cameo. Zo mocht Ray Lennox al meespelen in Filth (1998), weer zo’'n rauwe, subversieve kijk op de maatschappij.
Geheel in de lijn van de verwachtingen worstelt Lennox voortdurend met spoken uit zijn verleden. Zijn laatste onderzoek in Edinburgh verliep niet bepaald vlekkeloos en er speelt ook een jeugdtrauma. Het duurt wat, maar stilaan krijg je zicht op deze verwarde, hondsbrutale, maar authentieke persoonlijkheid. Als politiefunctionaris geniet hij volop van de aardse geneugten, maar voor kindermisbruik moet hij tegen zichzelf worden beschermd. Lennox beschouwt het als een erezaak Tianna veilig af te leveren, maar bezit luciditeit genoeg om te midden van de chaos te informeren naar de uitslagen van zijn favoriete club, Hearts. Lennox is intrigerend, rechtschapen, maar impulsief.

De waardering voor deze plot staat meer onder druk. Spannend is het nergens, een thriller kun je Misdaad niet noemen, eerder sociale fictie met een rauw randje. De cruciale sleutelscène is ondergesneeuwd met zoveel details die je als lezer aanvankelijk niet kunt plaatsen. Het is wel degelijk de bedoeling van Welsh dat je alles retrospectief begrijpt. Dat vergt doorbijten in het begin, vooral omdat de primitieve instincten van Lennox prioriteit krijgen. In de werken van Irvine Welsh wemelt het nu eenmaal van de zielenpoten die met hun innerlijke huishouden te koop lopen. Langzamerhand, gelijk met de groeiende band tussen Lennox en Tianna, krijg je de intrige door. Wie dan nog niet heeft afgehaakt mag rekenen op een discrete loutering. Misdaad is een leesbaar curiosum. Twee royale sterren dus, de derde glibbert net weg in de kots van Lennox.

Reacties op: Sociale fictie met een rauw randje