Raymond Rombout Hebban Recensent

In De vette jaren heeft auteur Chan Koonchung het over de heel nabije toekomst, zeg maar het heden plus een paar jaar. Door middel van hoofdpersonages Lao Chen en Fang Caodi kom je te weten dat in het voorjaar van 2011, bij het ineenstorten van de wereldeconomie er aanvankelijk een tijd van onlust was in China. Op onverklaarbare wijze valt daar tegenwoordig niets meer van terug te vinden. De nieuwe Chinese geschiedschrijving vertelt immers dat vlak na die wereldcrisis de Chinese gouden jaren begonnen. Een periode van voorspoed, waarbij het land ademt onder een opvallende sfeer van weelde en gelukzaligheid.
Fang Caodi herinnert zich nochtans een periode van vier weken overgang, maar vreemd genoeg is Lao Chen, een Taiwanese schrijver die nu in China woont, de eerste die dit vaag wil erkennen. Alle andere Chinezen, en dat zijn er dus veel, verkeren in de mening dat de Nationale Voorspoed begon, daags na de Wereldcrisis. Samen gaan Fang en Lao op zoek naar gelijkgezinden. Fang is daarbij de kritische geest, die de onvermijdelijke these verdedigt, dat er niets mis is met gelukzaligheid en weelde. So what?
Het verhaal is de nauwelijks vermomde metafoor voor het China van vandaag. Sinds de ramp op het Tiananmenplein hulde het Chinese Communisme zich geleidelijk in een andere gedaante. Omdat het doel nu gewijzigd is - het beheersen, zelfs domineren, van de wereldeconomie- moet de thuisbasis gepaaid. Daarom is er tegenwoordig een ongeziene massale brainwashing aan de gang. Alle vroegere dissidenten en intellectuelen worden verleid met overheidsgeld voor onderzoeken, stages, reizen, enz. Het is hen zelfs veroorloofd kritiek te uiten, op voorwaarde - op exclusieve en dwingende voorwaarde - dat kritiek op het Communistisch regime not done is. Van daar is het maar één stap verder naar de nationale verdwazing waarbij iedereen gelukkig is, maar waar nauwgezet elke maatschappijkritiek wordt gecensureerd. Er waren nog nooit zoveel middelen - internet, google, facebook enz - ter beschikking, maar dat éne kleine procent gezeur wordt gefilterd en niet getolereerd. Denk maar aan het conflict tussen Google en China, vorig jaar. Zo blijft Communisme een getalenteerde tactische machine die zand in de ogen strooit. Now you see me, now you don’t.
Is dit boek De vette jaren belangrijk? Heeft het zoveel impact als 1984 van Orwell, waar het te pas en te onpas mee wordt vergeleken? Er zijn parallellen, jazeker. Een maatschappij wordt ontmaskerd en de vraag en daarmee ook de twijfel wordt gesteld: heiligt het doel de middelen? Alleen heeft Koonchung zijn metafoor minder dreigend en daarom minder adempakkend gemaakt dan het veel donkere 1984. Vele passages zijn saaie kost en nergens gaat je hart sneller slaan om wat de hoofdpersonages overkomt. Het leesplezier zit subtiel verstopt in verdoken gedachten of geopperde details. De realiteit schemert voortdurend door het fictieve verhaal, waardoor je nauwelijks voeling krijgt met de verontwaardiging die Lao en Fang drijft. De amoureuze link, die overigens totaal platonisch blijft, voegt evenmin iets toe aan de verdoken maatschappijkritiek.
Maar het aan de kaak stellen an sich is een lovenswaardig initiatief. Daarom is dit boek een must voor wie het China van vandaag wil begrijpen.

Reacties op: Het leesplezier zit subtiel verstopt in verdoken gedachten of geopperde details. Een must voor wie het China van vandaag wil begrijpen.