Advertentie

Ksaveri Ignatz is een kersvers spion van de jezuïetenorde, die zijn uiterste best doet om zijn geestelijke achtergrond te verbergen. In afwachting van zijn eerste opdracht woont hij in Wenen, de hoofdstad van wat er op het einde 1913 nog overblijft van het grote Habsburgse Rijk van weleer.
Eindelijk kan hij in actie komen: de Kerk wil weten waarom hun huidige infiltrant in het Habsburgse hof onbetrouwbaar geworden is, maar veel meer informatie krijgt hij niet.. Vol enthousiasme begin hij aan zijn zoektocht, die hem door zowel de hoge kringen als de achterbuurten van Wenen brengen,maar telkens als hij op punt staat een ontdekking te doen, gebeurt er iets onverwachts, waardoor hij zijn deadline in sneltreinvaart dichter ziet komen, zonder dat hij echt vorderingen maakt.

Dit debuut werd in 2004 direct beloond met de Hercule Poirot-prijs: het beste Vlaamse misdaadboek van dat jaar. Dat schept verwachtingen, maar ik kan niet zeggen dat ik onder de indruk ben.
Ik vond het een raar boek. Toen ik het dichtsloeg, vroeg ik mij af wat nu net eigenlijk gelezen had. Na het een beetje te laten bezinken, ben ik er nog niet uit. En ik ben niet alleen, want het leek de hele tijd dat het hoofdpersonage als een kip zonder kop door Wenen loopt, zonder goed te weten waar hij zijn aanknopingspunten moet gaan zoeken.
Ook het einde roept nogal wat vraagtekens op, vind ik, want op zo’n belangrijk moment in de geschiedenis – het begin van de Eerste Wereldoorlog is maar 6 maand later - kan ik de reactie van de kerk op Ksaveri’s bevindingen niet echt begrijpen.
Ook de setting: Wenen in het begin van de 20° eeuw, die absoluut origineel gekozen werd, wordt niet ten volle uitgebaat. Wat dat betreft kan ze nog wat leren van Jacqueline Winspears De witte veer, waar het Londen van net na WO I, bijna als een hoofdpersoon gebruikt wordt.

Volgende keer beter.

Reacties op: