Advertentie

"Vertwijfeling" lijkt wel het leidmotief te zijn van deze roman, en die eigenschap associëren we doorgaans niet met het werk van de IJslandse auteur Halldór Laxness. Want zijn de hoofdpersonages in zijn andere romans (1) bijvoorbeeld consequent moedig en weerbaar zoals Jon Hreggvidsson in De klok van IJsland, of consequent vasthoudend zoals Salka Valka uit de gelijknamige roman, of consequent dom en opportunistisch zoals Thorgeir Harvarsson en Thormod Bessason in De gelukkige krijgers, of consequent koppig en optimistisch zoals Bjart van het Zomerhuis in Onafhankelijke mensen, dan ontmoeten we in Het herwonnen paradijs een wispelturig personage waar − cru gezegd − geen peil op te trekken valt...

***
Op de boerderij van Steen van Helling wordt op een dag een fabelachtig mooie schimmel geboren. Steens zoontje en dochtertje zijn in de wolken en dopen het paard Krapi. Naarmate Krapi groeit verspreidt zich ook het nieuws over de sprookjesachtige schoonheid van dit elfenpaard, en heel wat rijkelui − paardenhandelaar Björn van Leem bijvoorbeeld, of de machtige districtsvoorzitter Benediktsen − zijn bereid er veel geld voor neer te tellen, maar Steen weigert koppig. Als koning Christiaan IX van Denemarken IJsland bezoekt (2), reist Steen − zonder er iets over te zeggen tegen vrouw en kinderen − met het paard naar Dingvelden (3) en schenkt het aan de koning. Die wil hem rijkelijk belonen, maar Steen wil er niks voor terug. Koning Christiaan geeft Steen dan maar een open uitnodiging naar Kopenhagen.
Op Dingvelden ontmoet Steen Thjodrek, een bisschop van de Mormoonse Kerk, met wie hij een gesprek heeft. Als Steen jaren later besluit in te gaan op de uitnodiging van de Deense koning en naar Kopenhagen reist, ontmoet hij de bisschop opnieuw en wordt hij nieuwsgierig naar het aards paradijs waarover Thjodrek het zo enthousiast heeft. Hij volgt de bisschop naar de Verenigde Staten, waar de Mormonen in Salt Lake City hun "paradijs" hebben. Aan zijn gezin laat hij − alweer − niets weten.
Als bisschop Thjodrek opnieuw naar IJsland vertrekt, geeft Steen een brief voor zijn vrouw mee, maar die zal haar pas jaren later bereiken. De eens zo mooie boerderij is dan al in verval, en Steens dochter Stena werd door paardenhandelaar Björn van Leem bezwangerd, al weet ze zelf hoegenaamd niet hoe of waar dat is kunnen gebeuren.
Steen − nu omgedoopt tot Stone P. Stanford − laat zijn familie naar Utah overkomen, maar zijn vrouw sterft tijdens de reis. Steens begeestering over de Mormoonse Kerk is dan al afgenomen: de polygamie zint hem niet, dat "paradijs op aarde" vindt hij toch maar een luchtkasteel, de intolerantie van de Mormonen tegenover andere levensbeschouwingen valt hem erg tegen en zijn christelijke achtergrond kan hij niet van zich afschudden. Zijn vertwijfeling neemt stilaan weer de bovenhand, en nadat zijn dochter ook nog de vierde vrouw van bisschop Thjodrek wordt keert hij, alleen, terug naar IJsland. Bij zijn vervallen boerderij krijgt zijn gedesillusioneerdheid vorm. Plots begrijpt hij hoe relatief zijn belevenissen van de voorbije jaren wel waren. Stone P. Stanford wordt met één klap weer Steen van Helling.
'Vervolgens ging boer Steen verder alsof er niets gebeurd was...'

***
Wispelturig? Vertwijfeld? Inconsequent? Ongeloofwaardig? Steen van Helling is het allemaal. Want hoe anders moet je een man omschrijven die bijvoorbeeld jarenlang halsstarrig weigert het paard Krapi te verkopen omdat het zijn kinderen zo intens gelukkig maakt, en het dan plots toch wegschenkt, zonder reden en zonder er een woord over te zeggen tegen zijn gezin? Hoe noem je een man die trots, fier en met hart en ziel voor zijn gezin zorgt, die iedere onvolkomenheid aan zijn boerderij onmiddellijk en met grote zorgzaamheid herstelt, en dan ineens, zonder boe of bah alles achterlaat, wetende dat zijn verlaten gezin de boerderij niet in stand zal kunnen houden?

Zoveel onberekenbaarheid in één personage... we zijn het van Laxness niet gewend. Hij schreef deze roman op een moment dat hij − alweer − volop twijfelde over zijn religie. Vrijwel heel zijn leven lang was Halldór Laxness intensief zoekende naar zowel een religieuze als een maatschappelijke levensvisie waarin hij zich ten volle kon vinden, maar die heeft hij eigenlijk nooit gevonden. Socialisme, communisme, katholicisme, taoïsme, het Mormoonse geloof (hij bezocht Utah in de zomer van 1959 waarna hij Het herwonnen paradijs voltooide)... op een of ander moment in zijn leven heeft Laxness ze allemaal even enthousiast omarmd dan dat hij ze later weer afwees. Een leven van twijfelen en zoeken dus, en daar is Steen van Helling de verpersoonlijking van. Deze keer is niet het hoofdpersonage de drager van het verhaal, maar wel zijn "zoeken naar". In zijn nawoord omschrijft vertaler Marcel Otten het treffend: 'De zoektocht, de 'queeste' als je het zo wilt noemen, is belangrijker dan het eventuele resultaat.'

Mijn verwachtingen − hooggespannen nadat ik eerder al vijf van zijn boeken las en met vier of vijf sterren bekroonde − werden deze keer niet helemaal ingelost: dit is een wat mindere Laxness. Lange, bijna epistelachtige uitweidingen over religie en geloof blijf je alleen maar lezen vanwege Laxness' betoverende taalgebruik, maar schurken toch tegen de grens van het vervelende aan en dat is, nogmaals, erg "on-Laxness". Naar een reden kunnen we alleen maar gissen. Feit is dat Laxness met Het herwonnen paradijs in 1960 de productiefste periode uit zijn lange romanschrijversloopbaan afsloot. Vanaf het midden van de jaren twintig volgden ruim vijftig romans, talloze toneelstukken, artikelen, gedichten, reisverhalen en kortverhalen elkaar in hoog tempo op en schreef Laxness de meesterwerken waarvoor hij in 1955 de Nobelprijs voor literatuur kreeg. Maar na Het herwonnen paradijs daalde zijn tempo. Zijn volgende boek, de absurdistische satire Aan de voet van de gletsjer, verscheen pas acht jaar later, waarna hij nog slechts twee romans zou schrijven. Misschien − en dit is de enige reden die ik kan bedenken voor de mindere kwaliteit van deze roman − had Laxness er goed aan gedaan zijn achtjarige rustpauze net vóór het schrijven van Het herwonnen paradijs in te lassen.

Vergeleken met zijn andere werk is Het herwonnen paradijs een beetje anders, maar het blijft een rasechte Laxness: een zwaarmoedig, soms zelfs pijnlijk verhaal, lichtvoetig en humorvol verteld als een fabel uit de oude IJslandse saga's, en geschreven in een prachtige, vloeiende, rijke taal. En natuurlijk zal de échte Laxnessfan zich door deze recensie niet laten afschrikken om het boek te lezen... Het zou zonde zijn dat niet te doen!

(1) Van Halldór Laxness werden slechts zeven romans vertaald; de vergelijking met "zijn andere romans" slaat dus alleen op de andere zes (waarvan ik er vijf las: mij rest alleen nog Het visconcert).
(2) De Deense Koning Christaan IX regeerde van 1863 tot 1906. IJsland was tot 16 juni 1944 een kolonie van Denemarken.
(3) Dingvelden (Thingvellir, þingvellir) is een rotsachtige vallei op ca. 50 km van Reykjavik. In het jaar 930 werd hier de Alding opgericht, een jaarlijkse bijeenkomst van vooraanstaande IJslanders waar recht werd gesproken en wetten werden uitgevaardigd. De Alding wordt beschouwd als het oudste parlement ter wereld.


Reacties op: Een mindere Laxness, maar nog altijd een Laxness.