De literaire wereldpers zette haar meteen naast Donna Tartt, The New York Times rangschikte Calamiteitenleer voor gevorderden  bij de tien beste boeken van het jaar 2006, en de zeldzame negatieve kritieken − een paar onverlaten vonden het boek maar een goedkope Donna Tartt-pastiche − werden roemloos bedolven onder een lawine van lof. Kortom, met haar debuutroman schreef Marisha Pessl zich linea recta de hoogste sterrenhemel in. Of Tartt en Pessl terecht in één adem mogen worden genoemd is een open vraag, maar de schrijfsters hebben in elk geval dit gemeen: ze debuteerden op hun negenentwintigste, werden op slag wereldberoemd, en het was lang wachten op hun tweede. In het geval van Marisha Pessl bijna acht jaar, maar Nachtfilm  was het lange wachten meer dan waard!

Ze is een wonderkind op de piano, steenrijk en bloedmooi, maar op haar vierentwintigste wordt Ashley Cordova dood aangetroffen in de liftkoker van een verlaten pakhuis in Manhattan. Zelfmoord? Daar gaat iedereen van uit, behalve onderzoeksjournalist Scott McGrath. Waarom, zo vraagt hij zich af, zou iemand als Ashley Cordova helemaal naar Manhattan gaan om op een verlaten bedrijfssite zelfmoord te plegen? Scott wil een antwoord. Hij gaat op zoek naar dé belangrijkste sleutelfiguur in Ashley's leven: haar vader, Stanislas Cordova, de excentrieke, geniale, duivelse regisseur van horrorfilms die zo gruwelijk zijn dat ze uitsluitend in een schimmig undergroundnetwerk circuleren. Cordova is onvindbaar, en toch is hij permanent kortbij, zijn dreigende aanwezigheid is altijd en overal intens voelbaar. Hij dirigeert, manipuleert en intrigeert zonder ooit in beeld te komen. Tussen Scott McGratt en de spookfiguur Stanislas Cordova ontspint zich een kat-en-muisspel dat steeds grimmiger wordt, een paar keer zelfs kijkt de onderzoeksjournalist de dood in de ogen. Waar is Cordova? Dat schijnt niemand te weten...

Het is een kathedraal van een cliché, maar het is nog maar zelden zo waar geweest: Nachtfilm  houdt de lezer van de eerste tot de laatste letter onweerstaanbaar in zijn greep. Het verhaal is, in de eerste plaats, ronduit prachtig geschreven. De zinnen die je keer op keer wilt herlezen omdat ze zo aangrijpend mooi zijn, en de metaforen die je de mond doen openvallen vanwege hun spitsvondige gevatheid, zijn niet te tellen. Pessl schildert haar verhaal met zwierige penseeltrekken en in erg gedetailleerde, fotografische beelden, niet zelden ingewikkelde trompe-l'oeils die de lezer bij de neus nemen.

Daarnaast is Nachtfilm  ook een thriller, en wat voor een. Het verhaal − of misschien is 'verslag' een gepaster woord − van de speurtocht door het New York van luxueuze villa's en achterbuurten, van chique dames, hoeren, pedofielen, drugs, zwarte magie, voodoo, geloof, ongeloof en bijgeloof, waarin Pessl de spanning geregeld zo hoog laat oplopen dat je het boek af en toe moet dichtslaan om op adem te komen.

De personages dragen het verhaal. De échte hoofdrolspeler is de mysterieuze Stanislas Cordova, een "hypnotiseur in de zin van Raspoetin" en laten we hem maar zo raadselachtig houden. Van Ashley Cordova krijgen we een ambigu beeld dat varieert van een lieflijke, sociaal bewogen vrouw tot een mysterieuze engel des doods. Scott McGrath is een sympathieke cynicus die het liefst alleen werkt, maar in de loop van dit onderzoek toch ongewild twee 'assistenten' in zijn kielzog krijgt: Nora, een piepjonge actrice in spe, een "punkkruising tussen Lily Munster en Assepoester", en Hopper, een jeugddelinquent met (een beetje) spijt. Twee ontroerende, daadkrachtige lefgozers, ontwapenend naïef, maar toch waardevol voor het onderzoek én een enkele keer zelfs voor McGrath's leven. Het drietal doet een beetje denken aan het trio Carl-Assad-Rose uit de 'Serie Q' van Jussi Adler-Olsen, maar dan in een ernstigere versie.

Ook qua vormgeving en lay-out is dit boek opmerkelijk. Destijds fleurde Pessl Calamiteitenleer voor gevorderden  op met zelfgemaakte tekeningen die alleen maar illustratief waren en verder weinig aan het verhaal toevoegden. Nachtfilm  heeft ze volgepropt met talloze transcripten van telefoongesprekken, screenprints van websites, krantenknipsels, uittreksels van politierapporten, en ja, zélfs met foto's van haar hoofdpersonages! Wat Pessl hier doet is nieuw, uniek, fris, hip en past perfect in deze tijd van informatiesnelwegen. Natuurlijk is alles fictief, maar in de kantlijn is al die informatie wel aan het verhaal gerelateerd, waardoor het gevoel van echtheid een flinke duw krijgt.

'Scheer je weg uit het land van de literatuur, nietsnutten! Donder op!' schreeuwde de éminence grise van de Nederlandse literatuur Connie Palmen de thrillerschrijvers ooit toe. En 'de thriller leeft bij de gratie van het cliché en is géén literatuur' voegde ze er in al haar wijsheid nog aan toe. Marisha Pessl weerlegt dat allemaal, heel overtuigend en met speels gemak. Nachtfilm  is behalve een topthriller ook topliteratuur!

Reacties op: Een topthriller, én topliteratuur