Rose Leighton Hebban Recensent

Het kiezen van een hokje om De schim van Petra Hammesfahr in te plaatsen, valt nog niet mee. Wanneer je afgaat op de flaptekst, lijkt het om een horrorverhaal te gaan. De eerste pagina’s doen meer denken aan de opmaat van een degelijke crimi en wanneer je wat verder leest, lijkt het allemaal te draaien om bovennatuurlijke zaken en hekserij. Pas wanneer je alle vijfhonderd pagina’s doorgewerkt hebt, blijkt dat psychologische thriller ook nog een toepasselijk label zou kunnen zijn. Een lastig geval dus, dit boek.
Lastig, om te beginnen, omdat het ongeveer de helft te dik is. Vijfhonderd pagina’s is een behoorlijke pil, dus dan moet een auteur behoorlijk wat te melden hebben en de lezer aardig geboeid weten te houden. Dat lukt Hammesfahr niet; ze vervalt in ellenlange beschrijvingen van zaken die niet of slechts zijdelings met het verhaal te maken hebben en heeft er geen moeite mee de gedachtespinsels van haar hoofdpersonen meerdere malen uitgebreid uiteen te zetten.
Die gedachtespinsels zijn ook een lastig punt. Want hoe geloofwaardig is het dat twee politiemensen, een wijkverpleegster en een succesvolle carrièrevrouw allemaal geloven dat een schrijfster bovennatuurlijke krachten heeft? Hoe komen ze tot de overtuiging dat de vrouw die krachten ook met enige regelmaat aanwendt om mensen uit de weg te ruimen die haar in de weg zitten? Dat komt nergens lekker uit de verf.
Waar het om gaat? Stella Heiner heeft geen makkelijke tijd. Ze is ontslagen als filmproducent, en woont in een gehucht waar ze niet weg kan. Zij en haar man wonen in bij zijn moeder, die voortdurend commentaar heeft op de manier waarop Stella voor hun pasgeboren gehandicapte dochtertje probeert te zorgen. Tot overmaat van ramp heeft Stella een drankprobleem, dat misschien zelfs wel voor de handicap van haar kindje heeft gezorgd.
De afgelopen weken heeft Stella geprobeerd de drank te laten staan, maar op een avond gaat het toch weer mis. Midden in de nacht wordt ze stomdronken wakker op de bank, terwijl een stukje van een door haar geproduceerde griezelfilm op tv is. Het lijkt wel of de geest uit de film ineens in de kamer is, en Stella is doodsbang. De volgende ochtend vindt haar man haar na zijn nachtdienst in slaap op de bank. Het kindje is spoorloos verdwenen en boven in de badkamer vindt hij zijn moeder met een ingeslagen schedel.
Waarschijnlijk is het de bedoeling dat je als lezer, zoals in een goed horrorverhaal, wilt geloven dat er schimmen, geesten en andere krachten aan het werk zijn. Maar nergens word je zodanig meegenomen door de spanning of de schrijfstijl dat je dat echt gaat denken. Het overheersende gevoel blijft ‘wat een gedoe, zometeen zal er wel een verklaring komen’. Het duurt weliswaar nogal lang, maar die verklaring komt er uiteindelijk ook. Maar dan ben je al lang afgehaakt.

Reacties op: Bovennatuurlijk gedoe