Advertentie

Peter de Waard is verslaggever en columnist bij De Volkskrant en waagt zich af en toe ook aan literaire non-fictie zoals De meisjes van Schoevers uit 2013, dat hij samen met Petra van den Brink heeft geschreven.  In Schoonheid achter de schermen belicht De Waard het leven van Tineke Strobus, een leven dat bepaald is door de verzetsdaden die zij in de Tweede Wereldoorlog heeft verricht. De ondertitel is dan ook: Een oorlogsgeschiedenis. We weten dus wat ons te wachten staat en dat is ook wat we krijgen: niets meer en niets minder. Een oorlogsgeschiedenis.

Tineke (later Tina) Strobus (1920-2012) is een bijzondere vrouw: heel mooi en heel slim. In de oorlog runt zij samen met haar moeder een B&B in Amsterdam, dat een dekmantel is voor het verzet en dient als doorgangshuis voor wel honderd joden. Tineke en haar moeder zoeken vervolgens een nieuw, veilig adres, leveren de voedselbonnen en vervalste papieren aan en onderhouden het contact met de buitenwereld voor deze mensen. Gevaarlijk werk dat zij vol overtuiging doen en waarvoor zij na de oorlog talrijke onderscheidingen krijgen, waaronder de Righteous Among the Nations Award van Yad Vashem.

Intussen moet er ook nog gestudeerd worden en vlak na de oorlog kan Tineke haar studie geneeskunde afsluiten en haar echtgenoot volgen naar achtereenvolgens Aruba, Londen en de VS, waar ze tot haar dood zal blijven wonen en werken als psychiater. Haar liefdesleven is turbulent, haar vriendschappen zijn hecht, haar ideeën controversieel en hun tijd vaak ver vooruit. Kortom: een prachtige vrouw die een boeiend leven geleid heeft en veel interessante vrienden had.

Waar Geert Mak in zijn literaire geschiedschrijving gebruikmaakt van bijvoorbeeld dialogen waardoor zijn boeken op fictie gaan lijken (New Journalism), beperkt De Waard zich tot beschrijving, opsomming en citaten. De schrijver heeft duidelijk veel bronnen geraadpleegd, met veel personen uit de omgeving van Tineke Strobos gesproken en veel anekdotes gehoord en gelezen. Het probleem voor de lezer is dat die feiten en anekdotes in min of meer chronologische volgorde worden opgedist als ware het een geschiedenisboek. Opmerkingen die Tineke Strobos heeft gemaakt op kleine stukjes papier worden opgenomen, maar gaan niet leven. "Eind 1935 verhuist Tinekes vader naar Den Haag. Aan de ontmoetingen die ze daar met hem heeft, houdt ze positievere gevoelens over. Op 18 oktober 1935 schrijft ze in haar dagboek: ’Gisteren een keer gewandeld met vader. We hadden diepgaande gesprekken over Goethe.  Soms dwaal je helemaal af en kijk je naar de bomen. Wat zijn die in het donker toch prachtig’."

Het laatste deel, dat gaat over het leven in de VS, is uitgebreider en prettiger geschreven. Over die periode heeft de schrijver kunnen spreken met o.a. de kinderen van Tineke en zijn de verhalen levendiger dan de verhalen over de oorlog, waarbij de informatie moest komen uit dagboeken, kattebelletjes en brieven van al overleden personen. Begrijpelijk misschien, maar dat het ook anders kan, bewijst Geert Mak. Dit is een biografie die ook literaire non-fictie had kunnen worden.

Reacties op: Een oorlogsgeschiedenis: niet meer en niet minder