Advertentie

Pen Stewart won in 2013 de Feniksprijs met haar verhaal “Nanokanaries en Olifantenhersenen”. Nu heeft zij haar tweede boek getiteld ‘Tijd M.A.N. Chine’ gelanceerd. Dat zal zeker en vast geen prijs winnen. De verhalenbundel bestaat uit een novelle genaamd ‘V&M’ en zes korte verhalen. De kwaliteit is zeer wisselend. De novelle kent flink veel vaart maar komt ongeloofwaardig over. De verhalen kennen hetzelfde euvel. Alleen het verhaal TijdM.A.N.Chine steekt hier bovenuit. Noem het rustig een tof titelverhaal.
Het titelverhaal is bijzonder mooi. Een eenzame ster aan het firmament van dit boek. De spanningsboog is goed opgebouwd want je raakt steeds nieuwsgieriger naar wat er speelt. En wanneer je uitvindt wat er met de 500-jarige Melvin aan de hand is en waarom hij in de Eerste Wereldoorlog meevecht, voelt dat heel natuurlijk aan. Ook de emoties van de hoofdpersoon zijn goed beschreven. Hij lijdt zo vreselijk, je hebt het werkelijk met hem te doen. Het einde is dan weer onverwacht en leidt tot een verrassend inzicht bij hemzelf en bij de lezer.
Hoe anders is de novelle. Manon woont met haar streng gelovige vader in Rotterdam. Ze heeft een lesbische relatie met haar klasgenote Anne. Tijdens een avondje stappen worden ze aangerand door een groep jongens. Twee mysterieuze vrouwen, Velma en Elmire schieten hun te hulp. Hierdoor raken Manon en Anne betrokken bij een conflict tussen de bovennatuurlijke families van hun redders.
Door de snelle plotwendingen zoals de plotselinge schietpartij op de school, krijgt de novelle vaart. Af en toe zijn deze onverwachte wendingen erg ongeloofwaardig. Zo vermoordt Elmire haar broer omdat ze hem verdenkt van verraad. Deze verdenking komt zo plots, dat de moord niet logisch overkomt. Ook haar tranen achteraf zijn onverklaarbaar. Waar huilt ze nu om? Het zogenaamde verraad dat nog moet gebeuren? Dat ze hem vermoord heeft?
Het taalgebruik is veelvuldig Vlaams. Zo gebruikt de schrijfster het woord ‘woonst’ in plaats van ‘huis’. Kelen worden overgebeten in plaats van opengebeten. Dit werkt afleidend. Bij een verhaal dat zich afspeelt in Nederland verwacht je Nederlands taalgebruik. Rotterdamse meisjes spreken Rotterdams en geen Belgisch.
Tevens spreken de hoofdpersonen op een hoogdravende toon. ‘Bloed dat heeft onze vete vergoten, en in nog meer bloed zal ik haar verdrinken’. Van de al eeuwenoude Velma en Elmire is dat misschien nog te verwachten hoewel ze ook kunnen hacken en duidelijk aangepast zijn aan deze tijd. Uit de monden van Anne en Manon klinkt dit taalgebruik zeer onnatuurlijk. ‘En laat mijn ogen voor een laatste maal misschien zich verwonderen door je aanblik’, is niet iets wat een tienermeisje zegt.
Het Vlaams dat af en toe opduikt in de overige zes verhalen is niet storend. Helaas komen ook hier de beweegredenen die de hoofdpersoon tot actie aanzetten uit de lucht vallen. Zo is hoofdpersoon Nebo uit het eerste verhaal een ‘pestkop’ die zonder duidelijke redenen plotseling tot ”inzicht” komt en vredesbemiddelaar wordt tussen twee strijdende partijen. Ook de andere verhalen kennen zulke slordigheidjes. Zoals de manen in verhaal vier die eerst Axen en daarna Axchon genoemd worden. De magie van de verhalen raken hierdoor jammer genoeg verloren.
Al met al is het jammer dat de novelle en de overige verhalen niet hetzelfde niveau en dezelfde goede uitwerking kennen als het titelverhaal, dat met kop en schouders boven de rest uitsteekt.

Reacties op: Tijd M.A.N. Chine: Matige Verhalenbundel met Tof Titelverhaal