Selene Genreclub

Dit boek gaat over een man die terugkijkt op zijn jeugd in een gezin waarvan iedereen behalve hij in Nederlands-Indië de oorlog heeft meegemaakt.

Eerste alinea:
De meisjes wilden de kust zien. Ze hoorden opgewonden stemmen op de gang en een luidspreker galmde over alle dekken: Nederland in zicht. De stoomfluit loeide, voetstappen bonkten op de trap, meeuwen krijsten. De meisjes klommen uit hun kooi en schoven de hutkoffer voor de patrijspoort. De kleinste mocht eerst, haar twee zusters tilden haar op. Ze drukte haar neus tegen het glas en zei: 'Alleen maar golven.' De ruit besloeg.

Verhaal:
Dit verhaal was een stuk spannender/interessanter dan het vorige deel, Nathan Sid. Je kan het wel los lezen (dat had ik de eerste keer gedaan - dit is de tweede keer dat ik dit boek las), maar nu ik deel 1 ook heb gelezen, merk je toch dat de auteur wel naar dat deel verwijst. Na een tijdje werd het toch weer een 'depressief' verhaal... Niet zo vrolijk.
De proloog en epiloog worden verteld vanuit het oogpunt van de moeder, de rest vanuit de jongen (niet bij naam genoemd, maar half Nathan Sid uit boek 1 en half de auteur zelf, volgens mij...). De stukken van de moeder werpen wel weer een ander licht op de personages en hun acties, dus dat was wel interessant. Als de moeder het hele verhaal had verteld, was het vast niet zo depressief geweest?

Analyse (bevat spoilers!):
'Een vader zonder gevoel? Kon begrip haat verdringen?' vraagt de ik zich af.(1)

De hoofdpersoon in Indische Duinen gaat op onderzoek uit naar het verleden van zijn familie nu hij volwassen is. Beetje bij beetje komt hij erachter wat er gebeurd is. Zijn vader (die was gestorven toen hij 11 jaar was) komt hij daarbij vaak tegen en –onwillig– merkt hij dat hij heel veel op zijn vader lijkt. Hij heeft lange tijd zijn vader alleen maar gehaat, ook al waren er momenten waarop zijn vader wel aardig voor hem was. Toch is zijn vader in zijn herinnering achtergebleven als een gehaatte persoon.

Ook al is Indische Duinen geen autobiografie van Adriaan van Dis (...er met nadruk op wijzend dat het een roman is en geen autobiografie.(2)), hij heeft wel een deel uit zijn eigen jeugd en familiegeschiedenis gebruikt. "Ik wist heel weinig van hem. Hij zat jarenlang in een laatje met het etiket 'haat' erop. Maar met haat kom je niet verder. Haat je je vader dan haat je ook een deel van jezelf, te meer als je ook nog erg op hem blijkt te lijken." zegt hij. "Ik ben op zoek gegaan naar een verklaring voor zijn gedrag. Hij bleek zelf heel jong zijn vader hebben verloren, die pleegde zelfmoord voor zijn ogen, en in mijn boek vertel ik mijn vaders geschiedenis zoals die leefde in de hoofden van mijn familie. Ik ben niet op zoek gegaan in archieven maar in de mythologie van een familie." (2)
Ook in het boek heeft de hoofdpersoon een etiket met ‘haat’ op de herinnering van zijn vader geplakt. Maar als zijn zus Ada sterft en wordt begraven, komt hij erachter dat hij eigenlijk om zijn vader rouwt. "Ik besefte dat ik niet om Ada rouwde, maar om mijn vader. Ik dacht dat ik hem goed in bedwang had, vastgestampt onder zoden van cynisme, en nu piepte hij plotseling uit zijn graf. Jaren was mijn haat een houvast, alles wat ik deed of naliet kwam voort uit verzet tegen mijn vader." (3)
Hij gaat dus op zoek in de familiegeschiedenis en komt steeds meer over zijn vader te weten. Met behulp van herinneringen van familieleden, getuigenissen van voormalige oorlogsmakkers, dagboekaantekeningen van Ada, notariële paperassen, brieven en foto's kan de ik langzaam maar zeker de legpuzzel van zijn familie completeren. En met de nieuwe feiten rijpt het begrip voor de tucht van de vader.(1)
Volgens Nico Keuning in het Leidsch Dagblad blijkt deze haat aan het eind van het boek slechts een projectie van de zoon. Het is zelfhaat, omdat hij niet kon beantwoorden aan het beeld van 'de vent' die zijn vader van hem wilde maken, de drilmethode met stokslagen, petsen met de vlakke hand (de 'Japanse slag') en meppen met de liniaal ten spijt.Maar aan het einde slaat de haat om in respect voor een verknipte vader die met zelfopoffering zijn zoon wil harden tegen het leven. (4)

Nadat je het hele verhaal lang de vader door de ogen en de herinneringen van de zoon hebt gezien, is de epiloog (net als de proloog) weer vanuit het oogpunt van de moeder geschreven. Ineens valt er een heel ander licht op de ‘tucht’ van zijn vader, Justin.
Hoe kon die jongen zijn vader haten? Ze waren gek op elkaar, je zag het op die foto, ze straalden allebei! Al die verhalen waar hij iedereen mee lastig viel... het slaan, die stok... Er waren grote fouten gemaakt, zeker, maar wanneer kwam hij daar nou eens van los? Ze zou hem eigenlijk moeten vertellen dat hij na tafel zélf die stok aandroeg: 'Gaan we oefenen, pap?' Hij trok zijn vader mee naar buiten, híj wilde bomen leren klimmen, hoewel zijn vader er veel te ziek voor was. Ze maakte zich vaak zorgen dat al dat gewandel door de duinen slecht was voor zijn hart. Als zij haar zoon ‘s winters met de slee naar buiten nam, stampte hij van drift, hij wilde niet met een vrouw, er ging niemand boven zijn vader. [..] Hij hing zo aan hem. Misschien wees Justin hem daarom af en wist hij zich geen raad met zoveel aanhankelijkheid. (5)

Adriaan van Dis zegt, over zijn eigen ervaringen die ook in het boek verwerkt zijn: "Wat ik er mee bereikt heb? Ik weet nu heel veel van mijn vader te hebben gehouden. Het is verwarrend dat toe te geven, omdat het makkelijker is een hekel aan iemand te hebben. Mijn vader kon mijn aanhankelijkheid niet aan en uitte die onmacht in slaag. Het verlies van de eigen vader en moeder heeft mijn ouders verhard, de hele oorlog heeft ze verhard. Ze leerden niet te veel liefde te 'investeren' in mensen, want dat betekent verdriet als ze wegvallen." (2)

Eigenlijk was Justin dus geen ‘vader zonder gevoel’. Hij hield wel van zijn kinderen, maar liet het niet zo duidelijk merken. De reden dat hij zijn zoon sloeg was omdat hij zich geen raad wist met de aanhankelijkheid van het jongetje.
Na zijn speurtocht door de familiegeschiedenis begrijpt de hoofdpersoon wat er aan de hand is geweest. Hij haat zijn vader niet meer zo erg als in het begin van het verhaal, en dus heeft begrip de haat (voor een groot deel) kunnen verdringen. Waarschijnlijk niet helemaal, want in de laatste zin van het hoofdstuk staat: Ik liep het duin op. Mijn vader steunde op me, en de last werd lichter. De gewonde was een engel die boven mijn rug zweefde. (7) De ‘last’ is de haat tegenover zijn vader, die lichter werd.

(1) De Groene Amsterdammer; 12-10-1994; Xandra Schutte; 'Doorhakken en omspitten, scheur je los'
(2) De Telegraaf; 23-09-1994; Ingrid Hoogervorst; Adriaan van Dis stopt met tv om te schrijven over 'Indische' jeugd : ik heb erg veel van mijn vader gehouden
(3) Trouw; 13-10-1994; Rob Schouten; De jeugd is de chip van je bestaan
(4) Leidsch Dagblad; 20-10-1994; Nico Keuning; Van Dis had meer moeten liegen
(5) uit epiloog van Indische Duinen; Adriaan van Dis; Meulenhoff Amsterdam; “De Indische Boeken” 2002 (1e druk)
(6) uit hoofdstuk 6 “Op herhaling” van Indische Duinen; Adriaan van Dis; Meulenhoff Amsterdam; “De Indische Boeken” 2002 (1e druk)

Schrijfstijl:
Makkelijk leesbaar, maar vooral een beschrijving van herinneringen. Niet echt een standaard verhaal met veel afwisseling tussen beschrijvingen en dialogen, maar vooral veel beschrijvingen van gebeurtenissen.

Conclusie:
Leuker om te lezen dan deel 1, maar nog steeds niet echt een leuk boek.

Reacties op: Niet echt een vrolijk boek.

Steun je favoriete boekhandel

Bestel je boeken op Hebban bij Libris of Blz. en steun een boekhandel bij jou in de buurt. Vanaf €15,- gratis bezorgd.

Bestel het boek bij Libris vanaf 26,50
Bestel het boek bij Blz. vanaf 26,50
bestellen
bestellen
bestellen
Proxisbestellen
Boeken.combestellen

  Klik hier voor een overzicht van alle aanbieders

Bestel dit ebook vanaf  €6,99 bij