Advertentie

“Zij gaf hem het warme, echtelijke bed, het huiselijke en de kinderen. Van hem kreeg ze zijn wijde-wereld-aureool, zijn avontuurlijke verhalen, de reusachtige vis die hij met een loofbos op zijn rug voorbij zag zwemmen, zoals hij het een keer plagerig beschreef in een van zijn brieven.”

Elisbeth Marain
(1943) neemt ons in haar op autobiografische feiten beruste roman Het is stil waar het niet waait mee naar de wereld van haar ouders: de Vlaamse kust. In de vele korte hoofdstukken van de roman lezen we hoe Gustave en Julia elkaar daar ontmoeten en trouwen. Hun liefdesgeschiedenis beslaat grofweg de eerste helft van de twintigste eeuw, van het einde van de Eerste Wereldoorlog tot de jaren van de wederopbouw.

Marain opent haar roman met een korte beschrijving van de jeugd van Julia en Gustave die bepalend blijkt voor hun latere leven. Julia groeit op in een liefdevol, harmonieus gezin, Gustave in een gewelddadig milieu. Gustave is een binnenvetter en heeft nooit geleerd om op een goede manier om te gaan met conflicten, iets wat hem later problemen zal opleveren in zijn eigen huwelijk. Wat er verder al vroeg in zat, is Gustaves grote liefde voor de zee. Als kleine jongen maakt hij al zijn eigen bootje van een oude tafel en bevaart daarmee de zee, zo lezen we. Wanneer Julia en Gustave elkaar ontmoeten en verliefd worden op elkaar, maakt Gustave direct duidelijk aan zijn meisje dat zij hem altijd zal moeten delen met die zee.

De tijd gaat voorbij en Julia en Gustave krijgen vijf kinderen. Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog heeft Gustave onder druk van Julia de keuze gemaakt voor een leven als zeeloods. Zo kan hij vaker bij zijn gezin zijn. Dit beroep brengt hem in de problemen, want tijdens de oorlog wordt van hem verwacht dat hij voor de Nazi's gaat werken en Duitse schepen de haven van Antwerpen in loodst. Na de bevrijding kan hij de verleiding van de zee niet langer weerstaan en gaat weer aan de slag als zeeman. Door zijn verleden is dat echter geen eenvoudige weg.

Het verhaal van de getroebleerde liefde tussen Julia en Gustave biedt veel aanknopingspunten om een geweldige roman te zijn over de relatie tussen mens en zee, tussen mensen onderling, liefhebben en daarvoor opofferen. Helaas laat Marain het op alle punten afweten. De relaties tussen de personages broeien wel, maar enkel aan de oppervlakte. Er wordt nergens in de roman ingegaan op hoe de personages hun relaties ervaren en hoe zij worstelen met hun gevoelens. De relatie tussen Gustave en zijn moeder bijvoorbeeld is heel interessant, omdat deze lastig is en zij nauwelijks met elkaar spreken. Maar zowel moeder als Gustave blijven daarover stil in de roman. Verder is het taalgebruik clichématig en daardoor saai. De metaforen die Marain gebruikt hebben we allemaal al eerder gelezen, bijvoorbeeld: “Voor Julia betekende geluk een vogel in zijn vlucht grijpen en hem razendsnel opsluiten in een kooitje.”

Een klein lichtpunt vormt een hoofdstuk in het midden van de roman, 'Verslag van een heikele reddingsoperatie'. In dit hoofdstuk beschrijft Marain hoe het schip waar Gustave op vaart in de problemen komt. Het moet door een storm naar de dichtstbijzijnde haven worden gesleept. Dit fragment is gebaseerd op historische gebeurtenissen, waardoor Marain gebruik kan maken van het radioverkeer dat tussen de schepen heeft plaatsgevonden. Tussen het radioverkeer door lezen we hoe Julia meeleeft met deze situatie.

Met Het is stil waar het niet waait heeft Marain een roman afgeleverd die zijn beloftes niet na komt: het is een clichématig verhaal van een getroebleerde liefde.

Reacties op: Clichématig verhaal over een getroebleerde liefde