Advertentie

Hij is een racist en een seksist, hij knoeit met declaraties en drukt geld en kostbaarheden achterover tijdens huiszoekingen bij moordslachtoffers. Hij vindt zichzelf geweldig en zijn medewerkers incompetent, terwijl het in werkelijkheid omgekeerd is. We hebben het over de Zweedse hoofdinspecteur Evert Bäckström, de hoofdpersoon in een tot nu toe driedelige thrillerreeks van Leif G.W. Persson. De onsympathiekste speurder ooit.

Leif Persson heeft een lange staat van dienst. Al in 1978 publiceerde deze Zweedse criminoloog zijn eerste thriller: ‘Het varkensfeest’, met in de speurdershoofdrol Lars Martin Johansson. Ruim dertig jaar later komen we Johansson nog steeds tegen. Nu als bijfiguur, want Persson heeft Evert Bäckström, die al in eerder werk figureerde, gepromoveerd tot hoofdpersoon. Na ‘Linda, als in de Linda-moord’ en ‘De man die de draak doodde’ is recent het derde boek in de Bäckström-serie verschenen: ‘Het ware verhaal achter Pinokkio’s neus’.

In ‘Het ware verhaal achter Pinokkio’s neus’ staat de moord op advocaat Thomas Eriksson centraal. Deze vijand van Bäckström, maar wie is dat niet, was betrokken bij een kunsttransactie die een belangrijke rol gaat spelen. Terwijl Bäckström zich probeert te verrijken, lossen zijn medewerkers de zaak op. De eer gaat uiteraard naar hun chef.

Persson is een liefhebber van Sjöwäll en Wahlöö, de grondleggers van de Zweedse thriller, en dat is goed te merken. Zijn schrijfstijl, zijn humor en zijn politieke stellingname doen sterk denken aan hun onvergetelijke serie over Martin Beck. ‘Het ware verhaal achter Pinokkio’s neus’ is een welkome aanvulling op de twee eerdere delen.

Reacties op: De onsympathiekste speurder ooit