Kees Fens wordt wel ‘onze grootste lezer’ genoemd, maar hij was vooral belangrijk omdat hij het niet bij lezen liet. Hij schrééf over wat hij las en werd een van de toonaangevende literaire critici van na de oorlog. De lijst van door hem gepubliceerde boeken beslaat enkele pagina’s. Wiel Kusters schreef over het leven van Fens ‘Mijn versnipperd bestaan’, een prachtig uitgegeven biografie.

Na een arme, roomse jeugd en een gymnasiumopleiding aan het Amsterdamse St. Ignatiuscollege ging Fens in 1948 als redactie-assistent werken bij weekblad De Linie. Daar deed hij vooral administratief werk, pas in 1954 verscheen zijn eerste boekbespreking. Vanaf 1949 studeerde Fens in de avonduren voor leraar Nederlands. Tien jaar later ging hij als docent aan de slag. In 1982 werd hij hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, in 1994 volgde de benoeming tot bijzonder hoogleraar literaire kritiek aan diezelfde universiteit.

Vanaf zijn debuut in De Linie in 1954 publiceerde Kees Fens een onafgebroken stroom van recensies, columns en essays, eerst in De Linie, later in De Tijd en De Volkskrant. Met essaybundels als ‘De eigenzinnigheid van de literatuur’ (1964) en ‘De gevestigde chaos’ (1966) bevestigde hij zijn snel gegroeide reputatie.

Kusters heeft van ‘Mijn versnipperd bestaan’ een boeiend boek gemaakt. Er is wat veel aandacht voor het geloof, maar dat kan bij deze hoofdfiguur nauwelijks anders. Fens was ook de ontdekker van schrijver Jan Wolkers. Zijn positieve besprekingen hebben ervoor gezorgd dat Wolkers erkenning en succes kreeg. Alleen al daarom verdient hij deze biografie.

Reacties op: Het leven van ‘onze grootste lezer’