Advertentie

Veertig dagen gaat ze in quarantaine. In zelfanalyse. Haar allesoverweldigende, allesverslindende eerste liefde die zelfs resulteerde in een huwelijk is toch nà tien jaar samenzijn tot een abrupte en definitieve breuk gekomen. Tijd voor reflectie. In haar geval auto-reflectie in fictie, zo bleek. Nogal verwarrend.
Ze neemt mee haar vele dagboeken, haar opschrijfboekjes, haar eerste (fictieve) roman “De Welp“, haar niet op schrift gestelde herinneringen, voldoende euro’s om enkele liefdesplekken nog eens te bezoeken (Pompeii), uiteraard een telefoon en tandenborstel en, niet onbelangrijk, haar literaire talenten zodat er een optimaal boek geschreven kan worden. Een “auto-fictief” verhaal, zo las ik in Trouw, volgens haar eigen uitleg: “het verhaal heeft in grote lijnen echt plaatsgevonden, maar is in het boek vervormd en literair verrijkt.“

In drie delen beschrijft Hofstede dit hele reflectie-proces van veertig dagen van haar hoofdpersoon die verwarrend genoeg ook Bregje heet, net als de schrijfster. Het liefdesverhaal begint als een sprookje, een negatief sprookje weliswaar, want de eerste alinea beschrijft ook meteen het eind. “Er was eens een winternacht. Er was eens een vrouw die haar huis uit wankelde, gekromd onder een veel te zware rugtas. Die vrouw ben ik. Die nacht is nu.“ Zo begint dag 1 van “Drift”, de eerste dag nà haar relatie. In de nacht dus.
Deze eerste liefde, met hun eerste kus, begon tien jaar geleden ook midden in de nacht wanneer Bregje (17 jaar) om drie uur ’s nachts belt naar Luc dat ze voor zijn deur stond. Immers, Luc had gezegd: “Chocola. Voor chocola mag je me altijd wakker maken. Al is het drie uur ’s nachts“. De cirkel is rond, zo lijkt het.
In “Drift” is Bregje nu zesentwintig, ze kent elke vezel van haar geliefde Luc en ze schrijft: “ (…) Mijn tong kent je puntige tanden, die een scheef kluitje vormen in het midden van je wangsplijtende grijns. ”Literaire verrijking?

De schrijfstijl van Bregje Hofstede is verrassend, soms echt mooi, soms ook echt tenenkrommend, zoals bovenstaand voorbeeld. Zij springt heen en weer in de tijd, in schrijfstijl en in typografie. Heel gedetailleerd, té gedetailleerd lezen wij haar verhaal, haar analyse, wat zijzelf als oorzaken ziet. Tijdens die quarantaine heeft zij een muur om zich heen gebouwd, een muur zonder vensters. Ze kijkt niet naar buiten, niemand mag naar binnen kijken. Zij suddert, zwelgt in haar eigen liefdesverdriet. Ze herinnert zich dat Luc zei: “Je maakt jezelf zo superieur”.

Wat zijn haar schrijfsels? Ik lees: “Het is de waarheid min de feiten. De waarheid met extra ruimte voor mij, omdat ik geen plaats hoef te maken voor andermans kijk op de dingen. Dus als je het mij vraagt: echter dan echt.” Gelukkig schrijft zij ook: “Mijn wereld is weliswaar versplinterd maar door de kieren zie ik vergezichten blinken.” Dit beeld vind ik toch weer wat minder geslaagd. “Kunnen splinters kieren hebben?”

Ondanks de vele mooie, creatieve taalvondsten en gedachten, was het totaalplaatje voor mij toch te gekunsteld, te bewerkt proza. Soms zelfs ook een beetje te gewild erudiet. Bij momenten ook té intiem. Een pluspunt, vond ik, haar kennis van de Franse taal. Een verademing. De enige Nederlandse schrijver die geen fouten in het Frans maakt in de boeken (die ik gelezen heb...). Haar studie Frans kwam goed van pas.
Het thema is inderdaad alledaags, zoals de jury al schreef. Bregje probeert met te veel narratologische, verteltechnische hulpmiddelen er een “anders-dan-anders” boek van te maken en dat is zeker gelukt. Maar het is té veel van het goede. De Welp-fragmenten waren heel prettig om te lezen, overigens.

Toch nog een paar citaten die me opvielen:
• “Ik bekeek de standbeelden van Franse koninginnen. Anne d’Autriche had een rood herfstblad gevangen in haar kroon van stekels, bedoeld om de duiven weg te houden. Ze zag er plotseling uit als een hark.” (Anne d’Autriche is de moeder van Lodewijk XIV….)
• Heel subtiel, vond ik, wanneer ze een berichtje van Luc krijgt: “Een vraagteken. Ik kijk er even naar, dat omgekeerde vishaakje.”
• Heel humoristisch: “Haar adem is zo doortrokken van tabakslucht dat het lijkt of er nog een peuk ligt na te smeulen in haar longen.”
• Echt gezocht: “Zolang ik een arm en een been om je heen kon slaan, was ik zo tevreden als een telefoon aan zijn lader.”
• Herkenbaar beeld: “Als kind was ik een tijdlang bang om te verdwijnen in de wereld achter de spiegel. (…) en niet meer terug zou kunnen.”
• “Eelt is een wond zonder spektakel” Tja…
• Mooi: “Tijd is niet zomaar zichtbaar”. En: “Ik moet steeds dromen inslikken, ik ben er misselijk van”.
• Naarmate het boek vordert, wordt haar zelfanalyse steeds beter: “Ik ben doorlopend bezig haarscheuren tot breuklijnen te maken met de koevoet van nu”. Prachtige beeldspraak.
• De grote waarheid: “Hoe heb ik gedacht dat ik dat ware hier kon vinden, op schrift. In weerwil van het onzegbare waaruit een mens bestaat, de witregels waar het eigenlijk gebeurt, de ruimtes waar ik je iets van had willen tonen.”

Zoals eerder gezegd, Hofstede geeft een haarscherpe zelfanalyse!
“Maar een relatie is geen bouwwerk van woorden”.
Een apart boek in een aparte stijl geschreven, van een getalenteerde, creatieve schrijfster die toch wat minder bewust moet stileren, modelleren. DRIE STERREN.

Reacties op: Bregje gaat in quarantaine

134
Drift - Bregje Hofstede
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 25,99 Bestel het e-book € 12,99
E-book prijsvergelijker