Advertentie

Poëzie in Torenhoog en mijlen breed: ‘Polonaise’ en ‘Travel’

op 05 oktober 2017 door

In sommige verhalen spelen gedichten of andere vertellingen een belangrijke rol. Reden genoeg om daar eens dieper op in te gaan. De titel van Tonke Dragts jeugdboek Torenhoog en mijlen breed is ontleend aan het gedicht Travel’. Hoewel er slechts twee regels van dit gedicht in het boek staan, speelt het een belangrijke rol in het verhaal. Het Nederlandse vers ‘Polonaise’ staat wel helemaal in het boek. Er wordt meerdere keren naar verwezen. Wat hebben beide gedichten met het verhaal te maken?


Wat zou Edu teleurgesteld zijn geweest. De hoofdpersoon van Tonke Dragts toekomstroman Torenhoog en mijlen breed droomt als kind al over wouden. Hij heeft een oude robot die gedichten opzegt en die hem zo vertelt van de planeten, van Venus. Eindeloos laat hij hem twee dichtregels opzeggen:

Waar wouden zijn, als vuur zo heet
Torenhoog en mijlen breed


Edu verlangt naar de wouden. Naar de groene, frisse bossen die er vroeger op aarde waren, die inmiddels verdwenen zijn. Naar de rode, vurige bomen, de gevaarlijke bossen op Venus, die niemand mag betreden. Deze dichtregels wakkeren zijn verlangen naar de wouden alleen maar aan. De rest van het gedicht kent hij niet; de robot kan enkel eindeloos deze twee regels opzeggen. Edu vraagt zich af hoe het gedicht verder zal gaan. Waarschijnlijk heel anders dan hij gehoopt had.

Gedichten spelen zowel in Torenhoog en mijlen breed als in het vervolg Ogen van tijgers een belangrijke rol. Als het over het eerste boek gaat dan krijgt vooral een gedicht van Paul van Ostaijen, waarvan de eerste strofe meerdere keren geciteerd wordt, veel aandacht:

Polonaise

Ik zag Cecilia komen
op een zomernacht
twee oren om te horen
twee ogen om te zien
twee handen om te grijpen
en verre vingers tien

Een aardig gedicht dat duidelijk een belangrijke rol speelt in het boek. Edu droomt niet van een Cecilia, maar van Petra, de psychologe van de Dienst Algemeen Welzijn op Venus. Kon hij maar met haar op een zomernacht in de wouden lopen…
Hij denkt niet echt na over de rest van het gedicht. De betekenis daarvan vindt hij ontzettend helder: “Twee oren om te horen / twee ogen om te zien. Duidelijker kan toch haast niet? Als Edu in de wouden van Venus de gedachtenlezende Afroini ontmoet krijgt het gedicht ineens veel meer betekenis. Hoeveel hoor je eigenlijk als je alleen maar je oren gebruikt? Mensen roepen je misschien in gedachten, maar daar ben je doof voor als je zelf geen gedachten kunt lezen. En als je dat wel kan: zie je de wereld om je heen dan niet heel anders? En hoe zien anderen jou als ze dat weten?

Tonke Dragt zou Tonke Dragt niet zijn als dat de enige reden was waarom ze uitgerekend dit gedicht heeft gekozen. In een latere strofe blijkt het gedicht ook nog de ruimte te beschrijven: 

Hansje met zijn rozekransje
Grietje met haar vergeet-mij-nietje
zijn langs de sterren gegaan
Venus is van koper
de andere zijn goedkoper
de andere zijn van blik
en van safraan
is Janneke-maan

Mooier kan toch bijna niet? Zeker niet als je weet dat Venus in dit boek juist de planeet is die zo wordt verafschuwd vanwege de wilde wouden die gevaarlijk zouden zijn. Voor Edu is Venus echter de mooiste planeet.

ef7707b0f100db5a9ea246f3f63de4ec.jpg

Als het over poëzie in Torenhoog en mijlen breed gaat, dan gaat het vanzelfsprekend meestal over het voor de hand liggende gedicht: Polonaise. Dat is heel logisch, want het is geschreven door een bekende Nederlandse dichter en het wordt volledig geciteerd in het boek. Ook de titel wordt vermeld. In het boek staan echter nog veel belangrijkere dichtregels waar gek genoeg heel weinig aandacht voor is:

Waar wouden zijn, als vuur zo heet
Torenhoog en mijlen breed 

Nota bene de dichtregels waar alles mee begint en waaraan het boek zijn naam ontleend. Wellicht worden deze dichtregels vaak genegeerd omdat er zo veel andere dingen over het boek te zeggen zijn, omdat ze vanzelfsprekend lijken of omdat hierbij veel minder duidelijk is dat het om regels uit een echt gedicht gaat. De titel van het gedicht en de naam van de dichter worden immers nergens genoemd. Het zijn ook nog eens sprookjesachtige regels die zo goed bij het boek passen dat je bijna zou denken dat Tonke Dragt ze wel verzonnen moet hebben. Schijn bedriegt echter.

Het is de vraag of iemand dat ooit ontdekt zou hebben als Tonke Dragt dat niet zelf geschreven zou hebben in het voorwoord van een nieuwe druk van Torenhoog en mijlen breed uit 2010. Ze blijkt de regels vertaald te hebben uit het Engels, uit een gedicht van de bekende en veelzijdige Schotse auteur Robert Louis Stevenson. Dat deed ze al lang voordat ze aan dit boek begon. Net als Edu droomde ze weg bij de beschrijving van de wouden, die haar aan de tropische wouden in Indië herinnerden, waar ze opgroeide. De titel van het gedicht noemt ze in dit voorwoord niet.

bce2013b37dc24755968410903851446.png

Er is behoorlijk wat speurwerk nodig om het gedicht te vinden. In geen enkel online gepubliceerd artikel over het boek dat ik kon vinden werd er iets over geschreven. Ook in beschrijvingen van Robert Louis Stevenson en zijn werk is nergens terug te vinden dat twee dichtregels uit een van zijn gedichten wellicht de inspiratie hebben gevormd voor een Nederlands jeugdboek, dat later op zijn beurt weer vertaald is in het Engels onder de titel Miles high and wide as the sky. Zoeken op de naam van de auteur in combinatie met de titels of met woorden die vermoedelijk in het gedicht moeten voorkomen levert ook niets op. Gelukkig staan alle gedichten van Stevenson online. Er is flink wat zoekwerk in al zijn gedichten met titels die op het oog in aanmerking voor komen voor nodig, maar zo vind je dan toch de regels die Tonke Dragt zo prachtig vertaald heeft: 

Where are forests hot as fire,
Wide as England, tall as a spire, 

Ze blijken uit het gedicht ‘Travel’ te komen, uit Stevensons verzameling gedichten Penny Whistles uit 1885. Later werd deze collectie gedichten opnieuw uitgegeven in de bundel A Childs Garden of Verses. Het leuke is dat de gedichten net als het verhaal van Tonke Dragt eigenlijk geschreven zijn voor kinderen, maar dat veel volwassenen er ook van genieten.

Het is natuurlijk prachtig dat het gedicht Travel heet, want ook Edu maakt reizen. Niet alleen naar Venus, de planeet die zo ver weg is van huis, maar ook in de wouden op Venus (of Afroi) zelf en misschien wel het belangrijkste: een innerlijke reis.
Als lezer vraag je je toch af of Edu die zo smachtte naar de rest van het gedicht blij zou zijn geweest met hoe het verder gaat:

Full of apes and cocoa-nuts
And the negro hunters huts
Where the knotty crocodile
Lies and blinks in the Nile,
And the red flamingo flies
Hunting fish before his eyes
Where in jungles near and far,
Man-devouring tigers are 

Over de bomen zelf, die Edu zo fascineerden, wordt helaas niets meer gezegd. Dat had hij ongetwijfeld jammer gevonden. De reis door imaginaire werelden gaat echter verder en de dieren die in bossen, jungles en rivieren leven worden wel benoemd. Op aarde zijn die er in de toekomst van Edu niet meer, dus dat had zeker tot zijn verbeelding gesproken.
Bijzonder grappig is natuurlijk de verwijzing naar tijgers. Deze dieren spelen namelijk een belangrijke rol in Ogen van tijgers (de titel maakt dat al duidelijk), het vervolg op Torenhoog en mijlen breed dat ruim tien jaar later uitkwam. Ook daarin komt een prachtig gedicht voor dat zelfs nog meer dan de gedichten in dit boek vervlochten is met het verhaal. Daarover lees je meer in een volgend artikel.



Reacties op: Poëzie in Torenhoog en mijlen breed: ‘Polonaise’ en ‘Travel’

Meer informatie

Gerelateerd

Over

Tonke Dragt

Tonke Dragt

Tonke Dragt is een kinderboekenschrijfster. In 1961 verscheen Verhalen van de tw...

Gesponsorde boeken