Een beetje vreemd…

op 22 december 2018 door

...maar wel lekker. Dat was jaren geleden de reclamekreet van de wat vreemde frisdrank Rivella. Dankzij die campagne stonden ze ineens weer op de kaart, en was het niet meer suf of alleen voorbehouden aan diabetespatiënten om Rivella te bestellen. Een collega van me zei laatst dat ze wel van ‘mensen met een rafelrandje’ hield. Ze bedoelde mannen, maar het lijkt me ook wel geldig voor vrouwen en kinderen. Ik hou ook wel van mensen met rafelrandjes. Gewoon is maar gewoon en al snel saai. En wat is gewoon eigenlijk? Daarom ben ik zo blij met Nicolien Mizee. Die heeft echt wel een rafelrandje, en is een beetje vreemd, en daardoor schrijft ze prachtige boeken. De titels spreken boekdelen: zo debuteerde ze in 2000 met ‘Voor God en de Sociale Dienst’, haar tweede roman heette ‘Toen kwam moeder met een mes’. Een onaangepast mens, met een gekke familie-achtergrond, die zich met pijn en moeite kan handhaven in deze ingewikkelde wereld. Ik was meteen bevangen door haar eerlijke en onthutsende blik op het leven en de dagelijkse gang van zaken. Eigenlijk had ik me nooit zo gerealiseerd hoe moeilijk het leven kan zijn, ook al heb je de hersens wel om die wereld te begrijpen. En sinds vorig jaar is het mogelijk om helemaal in haar geest en gedachtenwereld kunnen duiken, met de fantastische ‘faxen aan Ger’. Hier zijn inmiddels twee delen van verschenen, het eerste deel: ‘De kennismaking’ en het tweede deel ‘De porseleinkast’. Nicolien heeft in 1994 een aantal lessen scenarioschrijven gevolgd bij Ger Beukenkamp. Ze ziet al snel haar Meester in hem (een beetje vreemd, he), en besluit vervolgens hem te bestoken met faxen. In die faxen legt ze haar ziel en zaligheid bloot, geeft kond van al haar angsten, bezigheden en aarzelingen, en verlangt nauwelijks een antwoord van hem. Dat heb je denk ik ook niet nodig als iemand een Meester voor je is. Ger antwoordt vrijwel nooit, waarschijnlijk denkt hij dat hij door te antwoorden alleen maar nog meer faxen kan verwachten, maar dat weerhoudt Nicolien niet om gewoon door te fax-emmeren over haar leven, haar relatiegedoe, haar geldgebrek, haar gedoe met de Sociale Dienst, en gelukkig ook over haar vreugden in het leven. Ger-die-nooit-antwoordt-op-haar-faxen is, zo lijkt het, ook wel een van die vreugden.

Deel 1 was al een groot genot om te lezen, maar deel 2 vind ik nóg mooier. Nicolien is inmiddels een beetje geland in het leven-met-een-uitkering en het leven-als-een-beetje-vreemde. ‘Gewoon doorleven. Zoiets is geen kwestie van drie keer om de tafel rennen en een half uur op je kop gaan staan’. Je ziet en merkt voortdurend hoeveel moeite het kost om aan de kant van een beetje vreemd te blijven, in plaats van totaal los van de wereld. Dat probeert ze voortdurend, ze beschrijft tot in detail wat ze voelt, waar ze over aarzelt, wat ze wil, en ook wat er allemaal misloopt in haar ogen. En ja, dan blijkt wel dat ze een rafelrandje heeft, maar er blijkt ook dat ze zo goed is in het beschrijven van wat dat rafelrandje aanricht, hoe ze zich verhoudt tot de wereld, en waarom dingen in haar leven lopen zoals ze lopen. Als schrijfster heeft ze voor mij een gouden randje. Lees haar ‘faxen aan Ger’ en je wordt vanzelf jaloers op die Ger. Geef mij zo'n stalkster.

Maarten Biesheuvel is ook zo’n ‘beetje-vreemd-schrijver’. Een stuk vreemder dan Nicolien Mizee, al jong erkend als gek. Regelmatig opgenomen in een psychiatrische inrichting, lijdend aan psychoses en depressies, ongeschikt verklaard voor werken, maar desondanks (of misschien dankzij) een begenadigd schrijver. Zijn klassieke verhaal, ‘Brommer op zee’uit 1972, is Gogolwaardig. Lees dit! In zijn nieuwe bundel ‘Verhalen uit het gekkenhuis’, waarin een aantal oude en nieuwe verhalen staan over gekte, en over zijn leven met gekte, schrijft hij de gekte van zich af. Je leeft mee in zijn wanen, zijn denkbeelden. Ze kloppen niet, dat weet je, maar ze zouden zomaar wel kunnen kloppen. Daarmee stap je over in zijn angsten, en zijn beleving van de wereld. Aan het eind ben je blij dat je weer terug kunt gaan naar je normale wereld, maar je weet ook weer dat de grens tussen normaal en gek maar een dunne grens is. ‘Ooit een normaal mens ontmoet? … en beviel ‘t?’ stond in de jaren zeventig op een spiegelposter van de stichting Pandora, een stichting voor mensen met psychische problemen. Misschien is het niet zo gek om die niet-normale mensen via hun boeken te ontmoeten.

 

Nicolien Mizee: De kennismaking. Uitgeverij: Van Oorschot. Amsterdam, 2017

Nicolien Mizee: De porseleinkast. Uitgeverij: Van Oorschot. Amsterdam, 2018

Maarten Biesheuvel: Verhalen uit het gekkenhuis. Uitgeverij: Brooklyn. Leiden, 2018.

 



Reacties op: Een beetje vreemd…

Meer informatie