M.L. Stedman: 'Over dit nieuwe boek heb ik ruim tien jaar gedaan'
Gisteren verscheen Een leven zo ver van M.L. Stedman. Al voor verschijnen stond de roman hoog in de Hebban Rank. Hebban.nl sprak de auteur over haar nieuwste boek waar ze naar eigen zeggen tien jaar over gedaan heeft: over de personages, het verhaal en de setting in het voor haar vertrouwde West-Australië.
Door Wilke Martens
Het is tien jaar geleden dat uw eerste roman, Het licht van de zee, die erg succesvol was, verscheen. Hoe heeft u deze afgelopen tien jaar beleefd? Heeft u er tien jaar over gedaan om dit nieuwe boek te schrijven? En was het makkelijk om een nieuw project te starten, of heeft het succes van de eerste roman de lat erg hoog gelegd?
Het voelt eerder als tien minuten, maar inderdaad, over dit nieuwe boek heb ik ruim tien jaar gedaan. Ik kreeg het opeens heel druk toen Het licht van de zee uitkwam, en het bleef ook druk, vanwege de verfilming ervan. Vervolgens stond, niet lang nadat de film uitkwam, plotseling de hele wereld stil door COVID-19. De kiem voor Een leven zo ver bestond al heel lang: het moeilijkste was de tijd en de ruimte te vinden om me terug te trekken en het verhaal te laten ontstaan.
Een leven zo ver
M.L. StedmanHoe bent u op het idee gekomen voor Een leven zo ver? Hoe is de keuze tot stand gekomen voor de plaats en de tijd waarin het verhaal zich afspeelt? Of bent u begonnen met een specifieke hoofdpersoon of situatie in gedachten?
Volgens mij was de plek waar het zich moest afspelen er het eerste. Ik kom zelf uit West-Australië en ik vind het landschap ongelooflijk indrukwekkend en aantrekkelijk. Het is een omgeving waar mijn fantasie zich op een natuurlijke wijze kan ontplooien. Het verhaal en de personages en hun wereld zijn in de loop der jaren ontstaan. Ik weet nooit van tevoren wat ik ga schrijven, dus toen ik eraan begon had ik geen idee dat het uiteindelijk zo’n groot verhaal zou worden.
Enkele van uw personages sterven al heel vroeg in het verhaal, zelfs al in de eerste hoofdstukken. Vond u het moeilijk om al zo snel afscheid van hen te nemen? Zijn sommige personages gemakkelijker om over te schrijven dan anderen? Voelt u met sommigen een andere band en waarom?
Aangezien ik niet met een vooropgezet plan werkte en niet chronologisch schrijf, had ik geen idee wie er zou blijven leven en wie niet. Dat wist ik pas op het moment dat ze stierven. Ik geloof niet dat ik ooit echt afscheid neem van personages – ze zijn heel echt voor mij en ze blijven altijd in mijn hoofd zitten.
Het is voor mij heel belangrijk de wereld door de ogen van elk personage te zien, om te weten hoe het voelt om die persoon te zíjn. En wanneer je dat innerlijke perspectief eenmaal hebt, ontstaat er vanzelf begrip en compassie, ongeacht wat ze doen. Als zij denken het goede te doen, ook al lijkt dat in de ogen van anderen juist het verkeerde, zullen ze zich verkeerd begrepen voelen. En als ze geloven het verkeerde te hebben gedaan, dan zullen ze met die gedachte moeten leren leven. Wanneer je eenmaal op die manier in hun hoofd zit, wordt het heel natuurlijk om over ze te schrijven. Het kan ook een emotioneel afmattend en pijnlijk proces zijn, want je beleeft alles samen met hen en in hen, maar volgens mij is dat juist goed.
Hoe meer je met een personage bezig bent, hoe sterker de connectie wordt, want gaandeweg vertellen ze je meer over hun achtergrond, hun gedachten en hun beweegredenen. Het heeft bijvoorbeeld lang geduurd voordat ik meer te weten kwam over Myrtles verleden. Aanvankelijk zag ik haar net zoals iedereen in de stad dat deed – ik wist dat zij de vrouw was die altijd ongevraagd kwam opdagen op begrafenissen. Maar uiteindelijk kwam ik erachter dat er meer achter zat en dat ze dat niet zomaar deed. Pete Peachey was wel een van mijn favorieten om over te schrijven. Ik vind hem zo’n vertrouwde, wijze man.
Ik had geen idee wie er zou blijven leven en wie niet.M.L. Stedman
Het verhaal speelt zich af op een schapenfarm in Australië, ver weg van grote steden, scholen, ziekenhuizen en andere faciliteiten. Lijkt dat op het West-Australië waar u zelf bent opgegroeid? Zo niet, hoe hebt u dan onderzoek gedaan naar zulke farms en hoe de mensen daar in de jaren vijftig leefden?
Zelf ben ik in de stad geboren, maar ik kende veel mensen die van het platteland kwamen en ben daar in mijn jeugd ook veel geweest. West-Australië is immens groot en de afstanden tussen plaatsen zijn gigantisch: het gevoel van isolatie is iets vanzelfsprekends, uit welk deel van de staat je ook komt. In de jaren vijftig was ik zelf nog niet geboren, maar veel van mijn familie en vrienden wel en ik heb het geluk gehad veel mensen te kunnen spreken die in die tijd op zulke farms woonden. Tijdens mijn onderzoek voor dit boek heb ik veel rondgereisd door het binnenland van WA. Veel ervan ziet er vandaag de dag nog precies hetzelfde uit als vijftig of honderd of zelfs duizend jaar geleden en dat tijdloze is heel belangrijk voor de context van het verhaal. Ook heb ik veel tijd doorgebracht in archieven, waar ik verslagen heb doorgelezen die dik waren van het rode stof dat erop was neergedaald op de dag waarop ze geschreven waren, waarna ze misschien wel tientallen jaren niet meer waren aangeraakt.
De MacBrides houden hun dagelijks leven bij in logboeken, maar vaak heel erg beknopt. Gebeurde dat veel op dergelijke boerderijen? Vormden zulke logboeken een bron van inspiratie voor dit verhaal?
Zoals Rose al vertelt in het boek, is er een groot verschil tussen een boerderij en een schapenfarm. Terwijl op sommige boerderijen zulke dagboeken wel werden bewaard, vermoed ik dat dit op álle schapenfarms gebeurde. Die verslagen zijn erg gedetailleerd en je hebt veel verschillende soorten – soms werden de weersomstandigheden bijgehouden of de wolopbrengst, alle gegevens over het scheren of de financiën. Het fascinerendste vond ik de dagboeken waarin werd bijgehouden welke werkzaamheden mensen dagelijks deden, wie er zoal kwam en ging, hoe warm of koud het was, wie er werd geboren en wie er was overleden. Ik heb heel veel verschillende logboeken uit verschillende decennia gelezen en heb me op die manier helemaal ondergedompeld in die setting. De mensen die deze logboeken bijhielden, schreven in een soort oneindig heden, terwijl ik natuurlijk hun hele verhaal kon overzien. Het is ongelooflijk ontroerend en ontnuchterend om het bestaan van hele generaties mensen, die complete levens hebben geleefd, samengevat en vastgelegd te zien als een handjevol woorden op een bladzijde.
De kern van dit verhaal is, net als in uw eerste roman, een moreel dilemma. Mensen komen ook nu weer voor een onmogelijke keuze te staan. Het lijkt me zelfs dat de geheimen nog een stap verder gaan dan de spanning in de meeste romans of romanpersonages. Waarom zijn dilemma’s als deze voor u als auteur zo fascinerend?
Ik denk dat ze zo fascinerend zijn omdat ze ons dwingen te rade te gaan bij ons eigen morele kompas. Bij het ontbreken van gemakkelijke antwoorden moeten we terugvallen op de meest fundamentele beginselen. Waarom geloven wij wat we geloven? Wat is de basis voor ons gevoel van goed en kwaad? In het echte leven passen dingen niet altijd in keurige hokjes, en toch lijken we steeds meer terecht te komen in een wereld waarin snel wordt geoordeeld en een dubbele moraal wordt gehanteerd en waarin geen ruimte is voor grijs, geen tolerantie voor tekortkomingen die inherent zijn aan het mens zijn.
De MacBrides krijgen te maken met ongekend tragische gebeurtenissen en toch lijken ze hun vertrouwen in de mensheid niet te verliezen. Met name Matt geeft blijk van veerkracht en vergevingsgezindheid jegens anderen. Is dit verhaal op een bepaalde manier een ode aan de menselijke veerkracht? En wat kunnen wij, als hedendaagse samenleving, volgens u van de MacBrides leren?
Mensen die op die schapenfarms leven staan bekend om hun veerkracht. Je zou daar eenvoudigweg niet kunnen overleven als je je door elke tegenslag uit het veld laat slaan. Om te kunnen leven op een plek als Meredith Downs, moet je ongelooflijk onafhankelijk en zelfredzaam zijn. Je kunt je niet veroorloven bij de pakken neer te gaan zitten, want dan overleef je daar gewoon niet. Dat kan een mens hard maken, of juist flexibel. Door wat Matt is overkomen, heeft hij nooit het gevoel het morele gelijk aan zijn kant te hebben – hij is zich terdege bewust wat lijden een mens kan aandoen. Volgens mij worden de MacBrides door wat zij meemaken juist menselijker en daarom barmhartiger ten opzichte van de mensheid in het algemeen.
Mijn verhalen zijn niet autobiografisch, dus details over mijn leven zullen een lezer niet helpen de woorden op de pagina te begrijpen.M.L. Stedman
In deze roman spelen niet alleen menselijke geheimen een grote rol, maar ook geheimen van de aarde. Tussen die twee soorten geheimen lijkt een parallel te bestaan die de vraag opwerpt of het soms misschien beter is ze te laten voor wat ze zijn.
Er bestaat absoluut een metaforische parallel tussen wat er gaande is onder de oppervlakte – in de aarde en in de levens van mensen. Net zoals wij geen idee hebben wat er diep in de aarde verborgen ligt, in een bodem die in de loop der tijden is verweerd en gevormd door de elementen, weet niemand van ons werkelijk wat zich afspeelt in het leven van degene die naast ons zit in de bus of met wie we in de rij staan voor de kassa in de supermarkt. Soms kan het verstoren van de aarde ons voordeel opleveren: waar zou de mens zijn zonder ijzer, koper, tin? Maar in het geval van andere materialen, zoals asbest, blijkt achteraf dat die voordelen een te hoge prijs vergen. Er bestaat geen enkele regel die overal op van toepassing is.
Mijnbouwbedrijven gaan heel ver om zo veel mogelijk uit de bodem te halen. Had geologie altijd al uw interesse? En is dit deel van het verhaal in zekere zin een kritiek op onze eeuwige zoektocht naar mineralen en andere grondstoffen?
West-Australië beschikt over gigantische minerale reserves en ik denk dat iedereen die er is opgegroeid zich terdege bewust is van het economisch belang daarvan – er tekent zich daar al sinds de negentiende eeuw een patroon af van expansie en krimp. Ik heb altijd belangstelling gehad voor stenen: hun vorm en kleur en hoe ze aanvoelen. Ik ben vooral gefascineerd door de schitterende, transparante kleuren van edelstenen, die, hoe paradoxaal ook, het gevolg zijn van licht, terwijl ze juist diep onder de grond zitten waar hun kleur niet meer dan een hypothetisch begrip is. Ik zou het verhaal geen kritiek willen noemen, maar eerder een herinnering aan het feit dat mijnbouw een prijs heeft en dat wij ervoor moeten zorgen dat het voordeel dat het oplevert op z’n minst evenredig is aan die prijs.
U bent opgegroeid in West-Australië, maar later bent u naar Londen verhuisd. Heeft die afstand u geholpen bij het schrijven over West-Australië?
Ik kom nog steeds vaak in WA en ik heb een groot deel van de research voor het boek en het schrijven zelf daar gedaan. Veel van de sociale aspecten van WA waarover ik in het verhaal schrijf, bestaan daar alleen nog in de herinnering. Ik denk dat de afstand me heeft geholpen in de zin dat het een voordeel is dat die herinneringen niet werden vertroebeld door hoe alles er nu is, wat wellicht wel het geval was geweest als ik er nog had gewoond.
In andere interviews lijkt u niet graag over uw persoonlijke leven of achtergrond te vertellen, omdat dat de lezers zou kunnen beïnvloeden. Denkt u daar nog steeds zo over en kunt u iets meer vertellen over het waarom ervan?
Mijn verhalen zijn niet autobiografisch, dus details over mijn leven zullen een lezer niet helpen de woorden op de pagina te begrijpen. Zodra een boek af is, komt het in handen van de lezer, die het zich eigen maakt en het vult met eigen fantasie en levenservaring, die anders zijn dan de mijne.
Het schrijven van een familiesage zoals deze kost vanzelfsprekend veel tijd en inspanning. Wat is het fijnste aan het schrijven van een verhaal als dit? En wat is het ergste? Werkt u al aan het volgende boek?
Het kost inderdaad tijd en inspanning, maar ik prijs mezelf gelukkig dat ik er de mogelijkheid voor heb. Wat ik het leukste vind zijn de research en het schrijven en het dagdromen – mijn fantasie de vrije loop laten en de personages die zich aandienen leren kennen. Het ergste? De administratie. Bij het uitgeven van een boek komt echt heel veel administratie kijken. Maar het hoort er nu eenmaal bij, dus mij hoor je niet klagen.
En wat betreft een volgend boek: dit boek is nog niet eens verschenen! Eén ding tegelijk…