Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Albert Sánchez Piñol: “Ik wilde niet dat Victus een politiek pamflet zou worden.”

door Lindy de Jong 3 reacties
De Nederlandse vertaling van 'Victus', de nieuwste roman van de Spaanse auteur Albert Sánchez Piñol, was vlak na verschijnen al groot nieuws. Op donderdag 4 september zou een literaire avond plaatsvinden in Spaans cultureel centrum Instituto Cervantes te Utrecht, maar deze werd op last van de Spaanse regering op het laatste moment afgeblazen. De roman zou politiek gevoelig liggen. 'Victus' gaat over de val van Barcelona op 11 september 1714, vandaag precies 300 jaar geleden. Daarmee kwam een einde aan het zelfbestuur van de regio Catalonië. Een dag voor de afgelaste lezing sprak Hebban met de sympathieke, praatgrage schrijver over zijn nieuwste werk, de politieke situatie in Spanje en zijn plan voor de toekomst.

Sánchez Piñol, geboren Catalaan, werd opgeleid tot antropoloog. Hij verbleef lange tijd in Congo voor zijn studie en werk, maar moest het land verlaten toen de burgeroorlog hem verraste. Daarna richtte hij zich meer en meer op de literatuur. ‘Ik heb altijd al geschreven en van alles wat. Romans, essays, scripts, verhalen… Maar Victus is een speciale roman, het is anders dan alles wat ik eerder deed. De romans die ik eerder schreef, hebben allemaal een fantastisch of surrealistisch element in zich en Victus is een historische roman. Ik schep mijn eigen literaire wereld, maar deze roman was er ook altijd al, aan de rand daarvan. Het is een boek dat ik al bijna twintig jaar in mijn hoofd had zitten.’

Overwonnen

Waarom wilde u deze roman schrijven? Wilde u zelf meer weten over het tijdperk?

‘De elfde september is onze Nationale Dag in Catalonië, om de reden die ik in Victus vertel, en tegenwoordig vindt op die datum elk jaar een politieke volksdemonstratie plaats. Ik ben geboren in Barcelona en heb daar altijd gewoond. In de jaren tachtig, toen ik in de twintig was, verzamelde de jeugd zich op die ene dag en zoals alle andere jongeren ging ik elk jaar naar de demonstratie, die altijd eindigde met de politie die achter ons aanzat. Altijd, ieder jaar weer. En één jaar, ik herinner me het nog heel goed, vroeg ik mezelf af: “Maar waarom ren ik?!” De auteur moet er zelf om lachen. ‘Er bestaat de wens bij mensen om het onderwerp te zijn van de geschiedenis, om te weten waarom je dingen doet en wat er in het verleden gebeurde. En vanaf dat moment begon ik met mijn onderzoek. Als historicus, want in Spanje behoren Geschiedenis en Antropologie tot dezelfde studierichting. In eerste instantie wilde ik weten wat er op 11 september 1714 in Barcelona was gebeurd, die laatste dag van de belegering van de stad. Maar natuurlijk, het bestuderen van die dag leidde tot het bestuderen van de belegering, het bestuderen van de belegering tot het onderzoeken van de Spaanse Successieoorlog. Toen wilde ik weten waarom er zo’n belangrijke oorlog in Europa woedde. Het was een fenomeen dat ik onderzocht als geschiedkundige, maar ik las alles met de mentaliteit van een verteller. En ik realiseerde me dat het niets te maken had met het feit dat ik Catalaan ben. Dat wil zeggen, als ik Bulgaar was geweest, of Braziliaan, dan had ik deze roman ook geschreven. Want het is een universeel verhaal dat ik vertel. Ik las die historische documenten en die gaven me het complete verhaal, alles behalve het privéleven van de personages. En ik koos een van de minder belangrijke historische figuren om dat verhaal te vertellen. Het grote probleem was vooral het combineren van de geschiedkundige waarheid met het fictieve plot. Voor de lezer is het een meeslepend verhaal, maar het leverde mij wel veel technische problemen op. Het was erg moeilijk deze roman te schrijven.’

Maar één van de sterkste kanten van het boek is toch de stijl waarin het geschreven is.

‘Ik ben blij dat je dat zegt. Want ik had alles in mijn hoofd zitten, maar ik wist niet hoe ik moest beginnen. Ik kon de toon niet vinden. Ik was wanhopig, want het was heel triest om die last te hebben na bijna tien jaar onderzoek te hebben gedaan. Maar de roman kwam er gewoon niet uit. De narratieve stem was er niet. Tot op een dag… Normaal schrijf ik altijd in het Catalaans.’

Maar in dit geval niet…

‘Het is heel moeilijk te begrijpen hoe ingewikkeld dit in elkaar zit. Dat ik, de meest vertaalde Catalaanse schrijver ooit die ook altijd in het Catalaans schreef, een roman schrijf over het heiligste onderwerp voor de Catalanen, in het Castiliaans!’

Was dat een bewuste keuze?

‘Nee, nee. Ik heb altijd gezegd dat er irrationele factoren meespelen in de menselijke creativiteit en in de literatuur zelfs nog meer. Ik denk dat een schrijver zich moet laten meevoeren, de creativiteit niet moet proberen te controleren. Als je dat niet doet, omdat je in de hand wilt hebben wat de mensen ervan zullen zeggen, wat zal er dan van overblijven? Nee, daarvan heb ik me weten te distantiëren. Als antropoloog weet ik precies dat wat ik nu beschrijf een sjamanistisch proces is. Dus op een dag schreef ik de eerste pagina van mijn roman in het Spaans en het werkte. Vraag me niet waarom, want er is geen rationele verklaring voor. Maar het was precies wat ik nodig had. Voor de Catalanen is 11 september heilig. Vertel dat op de minst heilige manier die er is en je vernietigt het niet! Integendeel, je versterkt het alleen maar.’

Hoe was de reactie van de Catalanen?

‘Catalonië is een tolerant land. En ze gaven het boek een kans, het werd een groot succes. Het verhaal is dan wel in het Spaans verteld, maar het is een Catalaans verhaal. En het vertellen van een Catalaans verhaal in een andere taal gaf me de afstand die ik nodig had. Als ik een Catalaanse geschiedenis in het Catalaans aan een Catalaans publiek had verteld, zou niemand daarbuiten er weet van hebben gehad. En ik wilde het niet alleen uitleggen aan de mensen die het verhaal al kenden. Maar ze hebben me niet bekritiseerd, nee. Integendeel, Ik dacht altijd dat het beste wat je kan overkomen als je een boek schrijft, is dat de lezers je ermee feliciteren. Maar met dit boek heb ik ontdekt dat er iets nog mooiers bestaat, en dat is dat de mensen je niet feliciteren met het schrijven van een boek, maar dat ze je dankbaar zijn! Dat ontroert me. Op straat bedanken mensen me ervoor. Daarnaast zijn er Catalanen die geen Catalaans spreken, en op deze manier voelen ze dat dit ook hún verhaal is. En dat is ook zo.’

Referendum  

‘Het verschil met mijn andere romans is dat Victus voortkwam uit mijn eigen wens om te leren. Mensen wisten niet wat er gebeurde in 1714. Net zoals ik, die naar de demonstraties ging, vluchtte voor de politie en niet eens wist waarom. Het is belachelijk, maar ook menselijk. Mensen zeggen me nu: “Voor ik Victus las, dacht ik dat Villarroel [de grote militaire leider van de Catalanen, red.] gewoon een straatnaam was”’, vertelt Piñol lachend. ‘Ik denk dat het me nu pas opgevallen is, eerder wist ik dat niet, dat de literatuur een instrument van de gemeenschap is. Er wordt misschien zelfs een film gemaakt in Hollywood, moet je nagaan wat het voor de Catalanen betekent dat Obama die ziet en begint te begrijpen wat er in Catalonië aan de hand is. Het is een politiek en sociaal proces dat heel erg interessant is, denk ik. Dat had ik ook gevonden als ik niet Catalaans was geweest, het is op alle niveaus interessant. Maar je moet het wel uitleggen aan de wereld. Maar er zijn mensen die zeggen dat alles wat ik vertel gelogen is. Ze geven belachelijke argumenten. Er wordt ook wel gezegd dat wie het verleden controleert, ook de toekomst in handen heeft. Door te zeggen dat het leugens zijn proberen ze de toekomst te veranderen. Want het boek zou een toekomst kunnen legitimeren. Literatuur is een levend instrument, een boek zoals dit bemiddelt in het proces dat op dit moment gaande is in Catalonië. De Spaanse president zei zelfs dat hij het boek las, wat ik betwijfel, maar moet je nagaan hoe ver de literatuur kan reiken.’

Catalonië is van plan in november een referendum over mogelijke onafhankelijkheid te houden onder haar inwoners. Wat denkt u daarvan?

‘Ik weet het niet… De Spaanse regering zegt dat ze het gaat verbieden, en ze kúnnen het verbieden… Ik begrijp alleen niet hoe je kunt zeggen dat stemmen anti-democratisch is, want dat is wat ze zeggen. Spanje is een surrealistisch land! Stemmen is illegaal, blijkbaar. Maar wat voor alternatief is er? Het is heel raar. Maar omdat er nu druk is vanuit het volk moet de regering wel iets doen en ik denk niet dat ze veel opties hebben. Hun houding op dit moment is dat een referendum illegaal is, maar het is niet iets dat door vier gekken georganiseerd wordt. Aan de laatste demonstratie deden een miljoen Catalanen mee. En we zijn met zeven miljoen! Stel je voor dat je een manifestatie moet organiseren waaraan twee miljoen Nederlanders deelnemen. Dat zou heel moeilijk zijn. Het zou moeten gaan om iets waarin de maatschappij werkelijk geïnteresseerd is. Dat kan elke politicus zien, daar kun je niet tegen regeren. Politiek bestaat uit het treffen van maatregelen bij onenigheid. Een democratische houding bestaat, denk ik, uit het oplossen van onenigheid via de stembus. Maar de Spaanse regering zegt van niet. Maar ze geven geen enkel argument. Hun redenering is gebaseerd op angst. Spanje kent nog steeds een machtsstructuur die heel ondemocratisch is. Dat komt omdat er geen duidelijke breuk was met de dictatuur. Mussolini en Hitler stierven een gewelddadige dood en bij Franco was dat niet het geval. Degenen die nu de macht hebben, zijn Franco’s ideologische nakomelingen. Zij hebben de dictatuur nooit veroordeeld. Ik wilde niet dat het boek een politiek pamflet zou worden, absoluut niet. Ik wilde geen demagogie bedrijven, dat is ook niet nodig. Als je het verleden kent, ken je het heden ook een beetje. De verliezers van de geschiedenis hebben altijd minder stem, die komt altijd van de overwinnaars. Maar goed, het is een boek waarbij ik nog maar weinig over het literaire gedeelte heb kunnen spreken, omdat het zo aansluit op de Catalaanse realiteit. De literaire waarde ligt in het feit dat het een verhaal is dat in elk deel van de wereld werkt. Anders zouden er niet al zoveel vertalingen zijn.’

De verteller van Victus, Martí Zuviría, zegt ook dat Spanje in feite niet bestaat. Het is geen ‘geografische realiteit’. Is dat vandaag de dag nog steeds zo?

‘Spanje had in de 18e eeuw twee heel verschillende politieke modellen, en dat is nog steeds het geval. Het zijn twee tegengestelde mentaliteiten. In de achttiende eeuw, in Castilië, laten we daar duidelijk over zijn, kon de politieke filosofie in één zin worden samengevat: ‘het woord van de koning is wet’. Punt. De koning domineerde het beeld. In Catalonië, zeggen geschiedkundigen, was het politieke systeem een monarchistisch republicanisme, wat wil zeggen dat de koning ondergeschikt was aan de Catalaanse regeringsinstellingen. Dat was heel belangrijk en betekende een enorme politieke kloof. Spanje was een soort confederale staat. Het enige dat Castilië en Catalonië met elkaar gemeen hadden, was de koning. Ze beschouwden elkaar als buitenlanders. Het was bijvoorbeeld onmogelijk dat een Catalaan uitvoerend ambtenaar zou zijn in Castilië en andersom. Dus stel je voor: opeens komt er een Franse koning die het absolute koningsmodel van Frankrijk hanteert. De Catalanen weten al wat hun te wachten staat en dat kunnen ze niet tolereren. Want het enige dat de twee delen van Spanje gemeen hadden was hun religie, al had het Catalaanse katholicisme zelfs niets te maken met het Castiliaanse. En vandaag de dag bestaat nog steeds die wens zich te onderscheiden. Noem één Europese staat met een miljoen manifestanten op straat. Het kost mij, terwijl ik er woon, zelfs moeite om te begrijpen dat de Spaanse regering zegt: “Het is verboden”. Want het gaat niet om een stelletje terroristen. Het is geen nationalisme dat is gebaseerd op ras of andere flauwekul, maar op cultuur. Niemand kan dat ontkennen. Nou ja, de Spaanse staat wel… Niemand weet wat er zal gebeuren. Houd het nieuws deze herfst in de gaten, want het zal heel interessant zijn wat er gebeurt.’

Maar Victus maakt tegelijkertijd duidelijk dat de Spaanse Successieoorlog geen strijd was tussen ‘de goeden’ en ‘de slechten’.

‘Natuurlijk, we hebben in Catalonië literatuur en geschiedenisboeken die vertellen wat er destijds gebeurde, maar het is waar dat die vaak een romantisch beeld geven. Dat wilde ik niet, ik wilde niet dat deze roman een politiek pamflet werd. Maar ik wist ook dat het een controversieel boek zou kunnen zijn, daarom raadpleegde ik veel historici om geen enkele fout te maken. Het is geen verhaal over goede Catalanen tegen slechte Castilianen. In de roman is meer kritiek op de Catalanen dan op de Castilianen! Feitelijk vermaakt Martí Zuviría zich prima met de mensen in Madrid. Het is typisch, want het was wél een strijd tussen Castilië en Catalonië, maar niet tussen Castilianen en Catalanen. Het was geen etnische oorlog, maar een politieke oorlog. Wat er op het spel stond was een politiek model. De grote militaire leider van de Catalanen, Villarroel, was zelfs Castiliaans. Het is ongelooflijk, maar alles wat verteld wordt – dat hij de laatste dag van de belegering de kans had om Barcelona te verlaten, en toch bleef – is waar.’

Succes

Martí refereert in Victus aan heel veel dingen die later in zijn leven gebeurden. Komt er nog een boek waarin hij de hoofdrol speelt?

‘Mijn oorspronkelijke plan was dat Martí de hele achttiende eeuw zou schetsen. Altijd met 1714 in zijn herinnering. Maar ik heb de tweede roman inmiddels af en ik ben er heel tevreden mee. Het verschijnt volgend jaar.

De filmrechten van Victus zijn ook verkocht.

‘Ik ben al twee keer naar New York geweest om erover te praten en het project is al in gang gezet. Ik weet niet hoe het zal aflopen. Ik heb al wat ervaring met de filmindustrie en iemand zei me eens: “Hollywood is een industrie die leeft van het níet maken van films.” En dat is waar, ik zweer het je. Er zijn heel veel mensen die leven van het schuiven met geld, het maken van contracten en uiteindelijk wordt er misschien een film gemaakt, maar ik kan het niet garanderen. Maar het ziet er op het moment goed uit en ik vind het leuk.’ De schrijver moet weer lachen als hij zegt: ‘Ik heb het script geschreven, dus het is zeker dat dat goed zit.’

Bent u al met een ander boek bezig?

‘Ik ben met veel dingen bezig. Ik doe altijd heel veel dingen tegelijkertijd. Dat is een voordeel, maar ook een probleem. Ik wil graag terugkeren naar mijn fantasy, om het zo te zeggen, naar het fantastische element. Ik gebruik monsters en surrealistische gebeurtenissen, omdat ze voor mij een katapult vormen om over andere waarden te kunnen praten, over dingen die belangrijker zijn dat het monster. Ik zou ook graag een theaterstuk willen schrijven, iets wat ik nog nooit gedaan heb. Nee, ik ben een geluksvogel, het is me goed gegaan.’

Honderdduizenden verkochte exemplaren, vele vertalingen, voorbereidingen in Hollywood… Op de vraag of de antropologie aan de basis ligt van zijn succes antwoordt de schrijver:

‘Ik denk dat de antropologie mij de wereld heeft gegeven, en dat het heel handig is voor het schrijven van verhalen en fictie. Op de eerste dag van mijn studie zei de docent ons: “Jullie moeten weten: de antropologie is nergens goed voor.” Ik denk dat hij zich vergiste. Het is overal goed voor, dat bewijs ik. Je kunt de realiteit overschrijden, je kunt het leven op veel verschillende manieren beleven, het geeft je de vrijheid de wereld te begrijpen en het kan niet anders dan dat die vrijheid literair is. Ik heb veel geluk gehad, maar ook voor het geluk moet je werken. Een roman schrijven is ontzettend veel werk. Daarom bekritiseer ik een schrijver nooit, het is werk dat risico met zich meebrengt: het kan goed of slecht aflopen. Ik stond voor een uitdaging, ik wilde dat het boek iedereen zou bereiken. Ik schrijf niet voor mijn volk, ik wil universele dingen maken. Als je dit verhaal goed vertelt, dan kan de hele wereld het begrijpen en ik denk dat het gelukt is. Anders zouden er niet zoveel vertalingen zijn, of een project in Hollywood. Bovendien was ik heel blij met de Nederlandse uitgeefster. Ze heeft veel moeite gedaan om het boek te publiceren omdat ze het zo mooi vond en dat geeft veel bevrediging. Het is veel waarschijnlijker dat een Catalaan het mooi vindt dan een buitenlander die er niets van afweet. Nee, ik ben heel tevreden.’

Door: Lindy de Jong.

Lees ook de recensie van Victus en maak kans op een gesigneerd exemplaar van deze roman!



Over de auteur

Lindy de Jong

688 volgers
328 boeken
6 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Albert Sánchez Piñol: “Ik wilde niet dat Victus een politiek pamflet zou worden.”

 

Gerelateerd

Over

Albert Sánchez Piñol

Albert Sánchez Piñol

Albert Sánchez Piñol (1965) is antropoloog en schrijver. Hij is me...