Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Boekmakers #4 / Paul Brandt

door Jet Steinz 2 reacties
‘Laten we afspreken in Café Thijssen,’ mailt Paul Brandt mij wanneer ik hem vraag of hij wil meewerken aan Boekmakers. ‘Mijn "bedrijfskantine".’ En dus zie ik hem op een herfstige dag waarop je nog net buiten kunt zitten — alhoewel we aan het eind van het gesprek toch naar binnen verkassen — op het terras van Thijssen, een bekend café in de Amsterdamse Jordaan, niet ver van waar Brandt zelf woont.

Brandt (1963) staat sinds 2014 aan het hoofd van de door hemzelf opgerichte Uitgeverij Brandt, een kleine, onafhankelijke uitgeverij van literaire fictie en non-fictie. Daarvoor werkte hij als redacteur bij Schuyt & Co, Thomas Rap en (als hoofdredacteur) bij Nijgh & Van Ditmar, waar hij verantwoordelijk was voor het succes van Robert Vuijsjes Alleen maar nette mensen (2008).

Dit is wel een ander soort werkplek dan het pand aan het Spui, waar Nijgh & Van Ditmar gevestigd is.

‘Ja, maar dat is bewust. Ik heb geen echt kantoor en werk dus veel vanuit huis, alhoewel ik wel een ruimte huur in een oud schoolgebouw aan de Lindengracht. Dat klaslokaal functioneert voor mij vooral als een plek waar ik alle boeken kwijt kan, want zelf woon ik driehoog achter in de Jordaan. Thijssen is de perfecte plek om af te spreken met schrijvers en andere contacten: het is dichtbij, het zit op een A-locatie en ik hoef niet zelf voor koffie te zorgen — die wordt gebracht. Bovendien vind ik het een heel prettige setting om gesprekken te voeren. Er hangt niet zo’n advocatenkantoorsfeer die bij sommige uitgeverijen aanwezig is.’

Waarom ben je weggegaan bij Nijgh?

‘Ik werd ontslagen. Dat zag ik eigenlijk wel aankomen: ik was hoofdredacteur, een functie die gecreëerd was toen ik vanuit Thomas Rap de overstap maakte naar Nijgh. Toen binnen de uitgeverij een reorganisatie plaatsvond en Elik Lettinga benoemd werd tot uitgever bleek mijn rol niet meer te passen.’

 



Was het moeilijk toen je te horen kreeg dat je weg moest?

‘Natuurlijk was het niet leuk, maar al vrij snel na de eerste schrik dacht ik: als het zo is, moet het maar zo zijn. Wat ook meespeelde, was het feit dat ik al snel wist dat ik een eigen uitgeverij wilde beginnen, en daar had ik precies de goede leeftijd voor: toen ik 40 was had ik het niet gedurfd, en als je 60 bent heeft het ook geen zin meer.’

Waarom had je het niet gedurfd op je 40e?

‘Uitgeven is een complex vak waarin het gaat om ervaring, een netwerk en de vaardigheid om op het juiste moment aan de juiste touwtjes te trekken. Alles wat bij het uitgeven hoort is niet moeilijk, maar je moet wel het hele totaalbeeld kunnen overzien. Nu staan bijvoorbeeld de boeken uit het najaar volop in de belangstelling, maar ik ben ook al bezig met de boeken voor 2016. Dat zijn op zichzelf geen moeilijke processen, maar je moet ze wel heel goed in acht nemen. Nu, op mijn 52e, ben ik daartoe beter in staat dan vroeger.’

‘Werken in een uitgeverij is geen baan, maar a way of life,’ zei je in een interview uit 2013. Dat geldt, neem ik aan, nog meer als je een eigen uitgeverij hebt.

‘Zeker. Ik ben dag en nacht met mijn werk bezig. En hoewel ook ik een team van mensen heb dat mij ondersteunt, zoals in de verkoop en de publiciteit, ben ik bij nagenoeg alle onderdelen betrokken: van acquireren tot redactie en van verkoop tot vormgeving. Dat ik maar weinig kan delegeren is soms een nadeel, maar het heeft ook zijn charme. Als redacteur was ik steeds bezig het stokje over te geven, maar nu ik alles in eigen hand heb weet ik zeker dat het niet valt.’

Waarin onderscheidt Uitgeverij Brandt zich van Nijgh, en van andere uitgeverijen?

‘Uitgeverij Brandt verschilt, qua profiel, niet eens zozeer van Nijgh. Het was natuurlijk niet voor niets dat ik daar terecht ben gekomen; het profiel van die uitgeverij paste mij goed, beter dan bijvoorbeeld een meer deftige uitgeverij als De Bezige Bij of Querido. Ik houd namelijk van boeken die niet beantwoorden aan het traditionele, maar juist nieuwe grenzen opzoeken, waarbij ik kernwoorden voor ogen houd als vrije geest, originaliteit en humor. Ik kan me moeilijk verplaatsen in mensen die alleen op serieuze manieren hun boodschap kunnen overbrengen; dan laat je, in mijn optiek, veel liggen. Een goed voorbeeld is het boek Pil van Mike Boddé, waarin hij schrijft over zijn depressie. Als hij dat ernstig en vol zelfmedelijden had opgeschreven was het voor de lezer veel moeilijker geweest om in het verhaal mee te gaan; maar door de humor die erin zit ontroert het, en is het spannend.’

 



Is humor een vast element in de boeken die jij uitgeeft?

‘Niet per definitie, maar humor is wel een van de pijlers waarop Uitgeverij Brandt steunt — omdat dat is waar ik zelf van hou. Ik ben van mening dat je, als uitgever, de boeken heel dicht bij jezelf moet houden; je moet enthousiasme kunnen opbrengen voor het project waar je mee bezig bent. Ik ga het liefst voor boeken die zich op het spanningsveld bevinden tussen high en low culture; daar sprankelt het het meest, vind ik. Bij Nijgh zeiden we: je moet lichte onderwerpen zwaar brengen, en zware onderwerpen licht. Een goed voorbeeld is 1974. Wij waren de besten van Auke Kok, over de verloren WK-finale in 1974: op zichzelf een licht onderwerp — voetbal — maar door Koks aanpak geeft het boek ook een mooi beeld van de generatie die opgroeide vanaf de jaren vijftig. Naar zulke verhalen zoek ik.’

Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje, over een jongen die zich afzet tegen zijn Oud-Zuid- milieu en in de Bijlmer op zoek gaat naar een ‘intellectuele negerin’, is ook zo’n boek dat high en low culture met elkaar verbindt.

‘Toen ik het manuscript van Alleen maar nette mensen in handen kreeg, was ik net in dienst bij Nijgh; ik had nog niet zoveel op mijn bord liggen, en had er dus alle aandacht voor. Om negen uur ’s ochtends begon ik met lezen, en om twaalf uur wist ik: dit is een heel origineel en bijzonder boek. Niet alleen omdat het schopt tegen heilige huisjes en de elite belachelijk maakt — de Oud-Zuid-bewoners bespreken sigaren rokend de toestand in de wereld, maar hebben geen idee wat er in hun eigen stad, vijf kilometer verderop, gebeurt — maar ook vanwege het taalgebruik. Alles is heel droog beschreven, en hoe pijnlijk sommige passages ook zijn, er zit altijd humor in — die er, ook in deze roman, voor zorgt dat andere zaken heftiger worden. Bij het lezen van Alleen maar nette mensen zat ik te lachen, te walgen, me kwaad te maken — prachtig als literatuur dat kan oproepen.’

Van het boek zijn 200.000 exemplaren verkocht. Had je dat verwacht?

‘Nee. En andere uitgevers ook niet, blijkbaar, want literair agent Paul Sebes liep al een tijdje met het manuscript op zak. Ik had aanvankelijk redenen om er niets mee te doen: destijds zat ik nog bij Thomas Rap, waar ik redacteur was van Bert Vuijsje — de vader van Robert. Bovendien dacht ik dat het een boek was waarin de zoon de vuile was buiten hing. Maar toen Bert mij verzekerde dat dat niet het geval was en ik de overstap maakte naar Nijgh, ging ik het lezen en besloot ik al vrij snel om het uit te geven. Overigens duurde het toen nog een tijd voordat het écht ging lopen: het eerste jaar werden er 4000 exemplaren verkocht. Toch zag je dat het boek de nodige aandacht kreeg en voortdurend weer ergens opdook, en vervolgens werd het genomineerd voor de Librisprijs en won het de Gouden Uil. Het juryrapport stond vol met lekker politiek incorrecte formuleringen, zoals de Belgen dat kunnen, waardoor Alleen maar nette mensen nog meer in de belangstelling kwam te staan. Na het debat in Pakhuis de Zwijger van Women Inc. — waar woedende zwarte vrouwen Vuijsje verweten de negerin af te schilderen als leeghoofd en lustobject — en Vuijsjes optreden bij Pauw en Witteman sprak iedereen erover. En toen stond de teller ineens op 32 000 exemplaren — in één maand.’

Heeft het succes van Vuijsje voor jou, als uitgever, iets veranderd?

‘Niet echt, maar het werkte voor mij wel als een soort bevestiging. Ik heb namelijk geschiedenis gestudeerd en niet Nederlands, in tegenstelling tot veel andere uitgevers en redacteuren; daarom had ik soms het gevoel dat ik een achterstand had, ik was bang dat ik niet genoeg had gelezen. Later ben ik gaan inzien dat het feit dat ik vanuit een andere hoek kom juist een voordeel is: mijn visie verschilt van die van anderen, en dat ben ik gaan koesteren. Ik houd me totaal niet bezig met de vraag of mijn smaak gedeeld wordt door de literaire goegemeente — mijn uitgangspunt is: waar word ik zelf door geraakt?’

Heb je het gevoel dat de uitgeverswereld, juist doordat iedereen hetzelfde heeft gestudeerd en gedaan, een beetje is vastgeroest?

‘Het is meer een constatering; ik hang er geen oordeel aan. Hoe het eraan toe gaat bij andere uitgeverijen is prima — daar komen ook goede boeken uit voort. Ik probeer me niet af te zetten tegen wat anderen lezen en doen, ik probeer vooral mijn eigen profiel te ontwikkelen. Voor mij is het van belang dat ik werk vanuit creativiteit en positieve energie. Je zult zien dat daar de mooiste dingen uit voortkomen.’

Eerder in Boekmakers:



Over de auteur

Jet Steinz

622 volgers
295 boeken
3 favoriet
Auteur


Reacties op: Boekmakers #4 / Paul Brandt

 

Gerelateerd