Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Brian Staveley: "Ik heb lezers!"

door Sarah de Waard 1 reactie
Het bloed van de keizer is het fantasydebuut van schrijver Brian Staveley. Hij wordt aan de tand gevoeld door Hebbanrecensent Sarah de Waard over fantasy, poëzie, galeislaven, research en oppermachtige hoofdpersonen.

Voor u zich aan de high fantasy waagde, schreef u poëzie en essays. Dat is een hele verandering. Waarom hebt u ervoor gekozen zo radicaal van genre te wisselen?
Brian: "Fantasy was mijn eerste liefde. Ik ben opgegroeid met Le Guin en Eddings en de rest, en zelfs toen ik tot over mijn oren in de poëzie zat, slaagde ik er nog steeds in zo eens in de maand weg te glippen met een fantasyroman. Op een gegeven moment besloot ik dat ik wilde proberen om met schrijven in mijn levensonderhoud te voorzien, en dat is heel, heel moeilijk met poëzie. Sonnetten zijn nou eenmaal niet zo populair als ze ooit waren. Fantasy was een vanzelfsprekende keuze."

Heeft uw ervaring met poëzie invloed op u gehad toen u begon met het schrijven van fantasy?
Brian: "Je kunt niet ontkomen aan kwesties rond vorm en structuur. De specifieke uitdagingen van een sonnet van veertien regels zijn anders dan die van een episch verhaal van zevenhonderd pagina’s, maar je hebt nog steeds te maken met uitdagingen als tempo en transities, je moet de juiste vorm voor een bepaalde gedachte of scène zien te vinden, de juiste vaart voor een serie gebeurtenissen. Ik maak vaak genoeg een aantekening voor mezelf als ik middenin een hoofdstuk zit: ‘HIER MOETEN TWEE ALINEA’S ERGENS OVER KOMEN.’ Op dat moment weet ik nog niet wat daar hoort, maar ik heb het gevoel dat de vorm van het hoofdstuk niet klopt, dat het op de een of andere manier onevenwichtig of te beknopt of gehaast of gezwollen is. Dat gevoel herken ik goed van alle jaren die ik besteed heb aan het schrijven van poëzie."

Is er iets voor u veranderd sinds de publicatie van Het bloed van de keizer?
Brian: "Ik heb lezers! Het is geweldig om met mensen te praten die het boek gelezen hebben. Ik heb e-mails uitgewisseld met artsen die inzicht hadden in de krijgswonden van mijn karakters, en dierenartsen die me hielpen bij het uitwerken van de anatomische details van de speerwers. Dat aspect van het werk vind ik heerlijk."

Is het publiek voor fantasy (en de interactie met dat publiek) anders dan het publiek voor poëzie?
Brian: "Zeker. De online gemeenschap van mensen die fantasy schrijven, erover bloggen of er gewoon over discussiëren is veel levendiger. Poëzie heeft natuurlijk haar eigen gemeenschap, maar die lijkt minder toegankelijk te zijn."

U bent niet alleen een schrijver maar ook een docent. Heeft dat invloed gehad op uw manier van schrijven, of op de manier waarop u met uw lezers communiceert?
Brian: "De tien jaar die ik als docent gewerkt heb, zijn op minstens twee manieren essentieel voor me geweest. Ten eerste, ik heb veel geleerd over zaken die centraal zijn komen te staan in de boeken: allerlei interessante dingen over geschiedenis, religie en filosofie. Ten tweede, nadat ik iedere dag voor een klas heb gestaan, voel ik me op mijn gemak met het spreken voor groepen van allerlei grootten. Met de nadruk op ‘allerlei verschillende grootten’. Ik heb voor grote groepen gesproken, maar ik ben ook geboekt voor lezingen waarbij er drie mensen in het publiek bleken te zitten. Of twee. Of één. Net als bij lesgeven is het nuttig om te kunnen improviseren en dingen op het laatste moment om te kunnen gooien. Niemand wil staan oreren voor een menigte van twee."

Welke auteurs hebben invloed op u gehad?
Brian: "Als het om fantasyschrijvers gaat, zou ik Ursula Le Guin op nummer één moeten zetten. Ik keer steeds opnieuw terug naar haar romans, vooral degene die in Earthsea spelen. Veel schrijvers zijn goed in één of twee dingen – ze scheppen geweldige karakters of zijn heel goed in world building of zetten fantastische actiescènes neer, noem maar op. Le Guin is een van de weinigen die bijna altijd iedere snaar raakt. En haar proza is ongeëvenaard."

Wat is makkelijker om te schrijven – poëzie of high fantasy?
Brian: "Ik vind geen van tweeën bijzonder makkelijk, maar ze kennen wel heel verschillende uitdagingen. Lyrische poëzie schrijven doet me denken aan de tijd dat ik als hobby sieraden maakte. Ieder minuscuul detail is van belang, ieder klankverband, iedere syntactische verschuiving, de keuze van ieder woord. Als de steen niet precies goed gezet is, gaat het effect verloren. En hoewel deze zaken ook meetellen in de epische fantasy, is de grootste uitdaging daar het overeind houden van het hele gigantische bouwwerk. Fantasyschrijven doet me veel meer denken aan grote timmermansprojecten – het bouwen van een schuur of een huis, bijvoorbeeld. Ruw uitgehouwen steunbalken zijn daar niet zo’n probleem, zolang je ze maar op de juiste manier samenvoegt. Eindeloos schuren aan een enkele balk zal daarentegen niet helpen om het huis overeind te houden."

Waar komt het idee voor Het bloed van de keizer vandaan? Was er een specifieke scène of een karakter of een situatie waar u het verhaal omheen gecreëerd hebt?
Brian: "Ik zag een scène voor me, een droombeeld van een jonge monnik die zat te schilderen op een bergrichel terwijl zijn mentor hem afranselde. Geen idee waar dat vandaan kwam, maar het was een begin."

In veel klassieke epische/high fantasy worden liederen en op rijm gezet verhalen gebruikt om achtergrondinformatie te geven, vooral over mythologie e.d. Het viel me op dat u dat helemaal vermeden heeft, ook al heeft u een achtergrond in de poëzie. Waarom was dat?
Brian: "Dat is een goede vraag. In de eerste twee boeken komt maar één lied voor, en dat is het drinklied van de Speerwers in Het bloed van de keizer. Toen ik begon had ik verwacht dat ik dit veel meer zou doen, maar om de een of andere reden sprak die bewuste uitdaging me niet aan. Meer liedteksten schrijven vond ik minder interessant dan experimenteren met alle andere elementen van fictie waar ik nooit eerder over nagedacht had. Misschien was ik onbewust vastbesloten een pauze in te lassen in de het poëzieschrijven. Dat gezegd hebbend, ik geniet meestal van de dichtelementen in andere fantasyromans, en het zou me niets verbazen als ik er in volgende boeken weer meer mee ga doen."

In een van uw blogposten bij Tor schrijft u een dialoog tussen de schrijver en zijn hoofdpersoon. Hebt u het gevoel dat uw karakters het soms overnemen? Of houdt u altijd de controle?
Brian: "Er is een citaat van Nabokov dat me aanspreekt. ‘[…] dat niemendallige fantasietje over karakters die uit de hand lopen; het is zo oud als ganzenveren […] Mijn karakters zijn galleislaven.’ Ik ben geneigd het eens te zijn met Nabokov. Ik probeer de controle op het werk niet af te staan aan de karakters. Dat gezegd hebbende, ik probeer er op ieder kritiek moment rekening mee te houden welke daden, situaties of beslissingen het meest van het karakter in kwestie zullen eisen, wat het moeilijkst voor hem zal zijn. Ik stel mezelf de vraag, ‘Wat kan ik doen om hem of haar werkelijk op de proef te stellen?’ En soms verrast het antwoord op die vraag me."

In diezelfde blogpost schrijft u dat een karakter niet te snel te sterk mag worden. Maar zowel Kaden als Valyn lijken al behoorlijk sterk, zowel fysiek als geestelijk. Hoeveel sterker kunnen ze nog worden zonder in supermensen te veranderen?
Brian: "Het evenwicht bewaren tussen bovenmenselijke vermogens en menselijke zwaktes is een van de grootste beroepsrisico’s van iedere fantasyschrijver. Aan de ene kant is het saai om te lezen over karakters hun wereld compleet onder controle hebben (waar we het hierboven al over gehad hebben). Aan de andere kant, niemand slaat een fantasyboek open omdat hij een verhaal over een luie idioot die niets bijzonders kan wil lezen.
Ik heb geprobeerd om Kaden, Valyn en Adare behoorlijke karakterfouten en zwakke punten te geven, als tegengewicht voor hun aanzienlijke sterke eigenschappen. Kaden heeft bijvoorbeeld bijna geen ervaring in het omgaan met andere mensen, zeker niet met mensen van buiten het klooster. Zijn inzicht in menselijke emoties en verlangens is achtergebleven, wat een uitdaging voor hem zal zijn als hij ooit Annoer wil regeren."

Heeft u een favoriet karakter?
Brian: "Pyrre Lakatur. Zonder twijfel. Ik kan niet veel vertellen zonder spoilers, maar ik heb veel plezier met haar beleefd."

Er lijkt een vrij scherpe scheiding te zijn tussen goed en kwaad in Het bloed van de keizer, ook al is het niet altijd onmiddellijk duidelijk welk karakter aan welke kant staat (en natuurlijk zien we het verhaal alleen vanuit het perspectief van de helden). Denkt en schrijft u ook met plezier over de schurken, en ziet u de gebeurtenissen ook vanuit hun perspectief, of zijn het alleen obstakels in het pad van de helden?
Brian: "Ik weet niet zeker of ik die scheiding even sterk zie als jij, of, wat dat betreft, of sommige karakters dat zo zien. Voor de broers en hun zuster is het bijvoorbeeld vanzelfsprekend dat Annoer een nobel rijk is en dat de Malkeeniërs het horen te regeren. Maar beide aannames zullen op de helling komen te staan. Er zitten natuurlijk volkomen verachtelijke karakters tussen, maar ik heb geprobeerd zelfs hen een innerlijke logica en psychologische drijfveren mee te geven die direct voortkomen uit hun achtergrond en hun omgeving. Lezers die verder gaan met The Providence of Fire (nog geen Nederlandse titel bekend) zullen zien dat het morele landschap heel, heel verwarrend gaat worden."

Op uw blog schrijft u dat u veel research doet, zelfs als het om de kleine dingen gaat. Waarom is dat zo belangrijk in de fantasy, waar de natuurwetten bijna per definitie worden overtreden? En hoe besluit u wanneer u de realiteit negeert en wanneer u de regels van onze wereld volgt?
Brian: "Ik denk dat het in de fantasy nog belangrijker is om de details kloppend te krijgen dan in ‘realistische’ fictie. Als je een of twee natuurwetten gaat overtreden, moet je je uiterste best doen om de rest te respecteren. Een schrijver die onze eigen wereld beschrijft – Parijs in 2015 bijvoorbeeld – kan een feitelijke vergissing maken, maar hij zal nooit het risico lopen dat de lezer het gevoel krijgt dat de funderingen van de wereld wankel zijn. Maar in nieuwe wereld fantasy – fantasy die zich in een volledig verzonnen wereld of universum afspeelt – is de situatie nijpender. Als de lezer barstjes in de illusie ziet, kan het geheel – karakters, rijk, zelfs het land zelf – ineenstorten. Daarom ben ik eindeloos bezig met het controleren van de minuscule details, zoals hoe snel een zeilschip kan varen en hoe zwaar paarden zijn."

Welk advies zou u beginnende auteurs die epische fantasy willen schrijven geven? (Of schrijvers van ieder ander genre, wat dat betreft)?
Brian: "Ken het genre, maar neem ook de tijd om erbuiten te lezen. Het eerste is belangrijk omdat je niet het wiel opnieuw wilt uitvinden. Het tweede is essentieel omdat je stagnatie alleen kunt voorkomen als je je laat inspireren door nieuwe bronnen – niet alles kan gebaseerd zijn op Tolkien. Toen ik poëzie doceerde, raadde ik mijn studenten om diezelfde reden aan om instructiehandboeken te lezen – boeken over lassen, figuren uit heggen snoeien e.d."

Misschien wilt u hier geen antwoord op geven – vanwege spoilers – maar hoe is het afgelopen met Akiil?
Brian: "Er staat een verhaal op mijn website – The Last Abbot of Ashk’lan. Maar lees dat niet voor je Het bloed van de keizer hebt uitgelezen. Er staan grote spoilers in."

Het vervolg op Het bloed van de keizer (The Providence of Fire) is in januari 2015 gepubliceerd. Wanneer kunnen we een Nederlandse vertaling verwachten?
Brian: "Dat weet ik eerlijk gezegd niet, maar ik weet dat er aan gewerkt wordt."

Dank u van uw tijd. Ik heb het boek met veel plezier gelezen, en kijk uit naar het vervolg.
Brian: "Dank je! Dit was een van de meer diepgaande interviews die ik in lange tijd gedaan heb"



Over de auteur

Sarah de Waard

29 volgers
23 boeken
0 favorieten


Reacties op: Brian Staveley: "Ik heb lezers!"

 

Gerelateerd

Over

Brian Staveley

Brian Staveley

Brian is docent geweest op het gebied van literatuur, religie, geschiedenis en f...

Gesponsorde boeken