Hebban vandaag

Column /

De fantastische kracht van kort

door Martijn (Hebban Crew) 10 reacties
Korte verhalen worden vaak gezien als een opstap naar het lange werk: romans en de in fantasy zo geliefde trilogieën. Maar korte verhalen zijn veel meer dan een opstap: ze zijn een kunstvorm op zich, met vele verschijningsvormen.

De belangrijkste indeling van verhalen – na het genre – is natuurlijk de lengte: van zeer kort verhaal (zkv, door A.L. Snijders bekend gemaakt in Nederland) tot novelle. Voor een overzicht van de verschillende lengtematen voor verhalen heeft Hebbanredacteur Carien Touwen een mooi overzicht gemaakt.

In de Engelssprekende wereld hebben korte verhalen een sterke en onafhankelijke status: de Hugo en Nebula Awards die voor de beste verhalen worden uitgedeeld hebben dezelfde grote en vergelijkbare status als die voor de beste roman. In het Engels worden anthologieën en verhalenbundels door reguliere uitgevers gepubliceerd, waar dat in het Nederlands eigenlijk alleen door de kleinere uitgevers nog aangedurfd wordt.

Vraag me niet waarom dat precies is – want korte verhalen lijken zo mooi te passen bij onze huidige ‘zap cultuur’ en er is zelfs een roep om een prijs voor de beste verhalenbundel – maar het feit is daar. Vroeger was dat nog anders. Eén van mijn favoriete verhalen, Stomme Ezels in de verzameling Het kosmisch biljart van Isaac Asimov, werd in 1981 uitgegeven door Bruna in de Zwarte Beertjes-reeks. Dit verhaal is in het Engels te lezen op de site Supernova Condensate.

Dit verhaal is een perfect voorbeeld van hoe een zkv ingezet kan worden om een specifiek idee uit te werken. Het korte bestek geeft de mogelijkheid om een gebeurtenis, uitvinding, fenomeen of personage uit te diepen, dat te klein is om een hele roman te dragen. Het idee van Stomme Ezels komt zo sterk uit de verf omdat het in één scene neergezet wordt. Was dit een langer verhaal geweest, of zelfs een roman, dan was het idee doodgevallen of zelfs onzichtbaar geworden onder de rest van het verhaal.

Op Hebban vroegen we begin dit jaar in de legendarische VrijdagVraag waar de voorkeur naar uitging: korte verhalen of dikke pillen en de reacties deed een verrassend hoog aantal liefhebbers van korte verhalen naar voren treden. Het is dan ook zeker niet zo dat er geen korte verhalen geschreven en gelezen worden in het Nederlandse taalgebied.

In de fantastische genres worden er naar verhouding zelfs erg veel schrijfwedstrijden voor korte verhalen georganiseerd. De Harland Award voor Verhalen (voorheen de King Kong Award, Millennium Prijs en Paul Harland Prijs genaamd) is de grootste en bekendste, maar er zijn er meer. In het kader van het boek Hoe schrijf je fantasy en sciencefiction? jureerden Debbie van der Zande en ik onlangs nog een microschrijfwedstrijd (maximaal 500 woorden, zkv’s dus) voor Schrijven Online. Daar viel ons een aantal dingen op aan de zeer korte inzendingen.

Een verhaal van 500 woorden is te kort om in detail een wereldomspannend probleem te tackelen, of alle nuances in een rouwproces te behandelen, of de hele geschiedenis van vreemde wezens uit te leggen. Bijna automatisch stapt de schrijver dan in de volgende valkuilen: de infodump en de ‘As you know, Bob’, wat de lezer doorgaans direct uit het verhaal gooit. En toch is het mogelijk een grote wereld, een rijke achtergrond in een kort verhaal te brengen, door suggestie te gebruiken en zonder uit te leggen een indruk te geven van de grotere context.

Ton Rozeman stelt in de inleiding van zijn boek Korte verhalen schrijven: ‘Die suggestieve kracht: in dat opzicht kun je een kort verhaal met een foto vergelijken. Ook in het korte verhaal wordt er meer gesuggereerd dan je als lezer te zien krijgt (en dan je als schrijver in woorden op papier zet). Je hebt als verhalenschrijver een zeer beperkte ruimte tot je beschikking en je moet daarmee iets oproepen dat die ruimte veruit overstijgt.’

Een ander aanzienlijk deel van de verhalen beperkte zich juist te veel. Het verhaal werd niet echt een verhaal, maar alleen een situatieschets of een opsomming van gebeurtenissen. Een goed verhaal heeft een pointe, een twist en/of een thema, dat de lezer zich het verhaal zal doen herinneren.

Om echt impact te maken en boven de massa uit te steken is het creëren van een eigen sfeer en het gebruik van creativiteit nodig. Te veilige en cliché geschreven verhalen beklijven niet. Te wilde en waanzinnige verhalen ook niet. Echt goede korte verhalen raken net die ene snaar – intellectueel, emotioneel, spiritueel – en blijven de lezen bij. Lees het winnende verhaal van de Microschrijfwedstrijd op Schrijven Online en een aantal topverhalen van Nederlandse en Vlaamse auteurs op Hebban.nl.  

Martijn Lindeboom en Debbie van der Zande vormen samen de fantasy- en sciencefictionredactie op Hebban. Ze schreven, alweer samen, het boek Hoe schrijf je fantasy en sciencefiction?. Als bestuursleden van de Stichting ter bevordering van het fantastische genre zetten zij zich onder andere in voor de Harland Awards, de Harland Workshops en het Gala van het fantastische boek. Hun doel is meer ruimte en aandacht te kweken voor sciencefiction, fantasy, horror en magisch realisme, voor zowel lezers als schrijvers.



Over de auteur

Martijn (Hebban Crew)

457 volgers
731 boeken
21 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: De fantastische kracht van kort