Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Die Tänzerin von Auschwitz

Vorige week, de dag voor de zeventigste herdenking van de bevrijding van Auschwitz, nam de Nederlandse auteur Paul Glaser in Berlijn het eerste exemplaar van Die Tänzerin von Auschwitz in ontvangst, de langverwachte Duitse vertaling van Tante Roosje.

Zeventig jaar geleden werd concentratiekamp Auschwitz in Polen door de Russen bevrijd. Een van de overlevenden was Roosje Glaser, een Nederlandse danseres uit Den Bosch. Om zichzelf te redden gaf ze dansles aan SS’ers, organiseerden dansavondjes en werd tot twee keer toe de minnares van een SS’er. Haar neef Paul Glaser schreef het boek Tante Roosje over haar bijzondere leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vorige week was het dan eindelijk zover en kon Glaser de Duitse vertaling toeveoegen aan de indrukwekkende lijst van vertalingen. Eerder verscheen Tante Roosje in het Engels, Portugees ( Brazilie), Chinees, Italiaans, Tsjechisch, Slowaaks, Pools en Russisch.

Tante Roosje is de Nederlandse titel van het boek dat in 2010 is uitgegeven. In het Duits heet het boek Die Tänzerin von Auschwitz.
'Tante Roosje was aanvankelijk een werktitel voor het manuscript, en dat is in Nederland zo gebleven. Een aantal Europese uitgevers zoals in Rusland, Italië en Duitsland hebben de naam Auschwitz in hun titel opgenomen, terwijl de Amerikaanse uitgevers meer de nadruk legden op het dansen met verraders. In bijvoorbeeld de USA is de titel: ’Dancing with the Enemy’ ‘Die Tänzerin von Auschwitz‘ vind ik een mooie titel omdat het het absurde benadrukt. Enerzijds de verschikkingen van een concentratiekamp en anderzijds het dansen.'

U bent met het katholieke geloof in het zuiden van Nederland opgegroeid, en kwam er pas op late leeftijd achter dat u van Joodse afkomst bent. Op welke manier bent u daarachter gekomen?
'Toen ik 35 jaar oud was, werkte ik bij een internationale instelling. Met een Oosterijker die daar ook werkte, raakte ik bevriend. Op een avond spraken we over familienamen. Mijn naam Glaser hoor je niet zo vaak in Nederland. Mijn vriend zei dat je die naam veel in Wenen hoorde, vóór de oorlog, een typisch joodse naam. Wat hij toen zei, bleef in mijn hoofd rondzingen. Maar hoe kom je achter de waarheid? Om mijn vader te vragen of hij iets joods in de familie had, leek mij geen goed idee, want als hij iets wilde verbergen zou hij het toch niet vertellen en als hij het niet had dan is dat na 35 jaar een stomme vraag. Ik ging naar de moeder van mijn moeder. Zij was niet alleen mij oma maar ook mijn peettante en ik had een goede band met haar. Op een winteravond zaten we bij de kachel, dronken cognac en toen blufte ik dat ik wel wist van de joodse achtergrond van mijn vader. Zij sprak daarover verder en heeft zo zonder het te beseffen de joodse achtergrond onthult.'

Waarom, denkt u, is u dat nooit verteld?
'Mijn ouders wilde de naoorlogse generatie (ik ben daarvan de oudste) niet belasten met de last van de holocaust. Tevens deden ze dat uit veiligheidsoverwegingen voor hun kinderen.'

Uw vader en uw tante waren de enige familieleden die Auschwitz overleefden? Over de manier waarop uw tante dat heeft gedaan, heeft u een boek geschreven. Wat was uw drijfveer om dit boek te schrijven?
'Mijn vader en zijn zus Roosje waren de enige die hadden overleefd. Daarnaast nog een enkele neef of nicht. De rest van de familie is vermoord. Ik heb het boek geschreven om te laten zien hoe het werkelijk was, gezien door de ogen van een jonge vrouw. Dus een werkelijkheid zonder helden in de etalage, alleen gewone mensen. De aanleiding was een dramatische gebeurtenis namelijk: In Auschwitz zag ik een grote stapel koffers met in het midden een grote bruine koffer, afkomstig uit Nederland, met mijn familienaam erop. Dat was voor mij een shock en de tricker om het familiegeheim te onthullen.'

U bent lange tijd bezig geweest met uw onderzoek. Vijfentwintig jaar. Heeft u welk eens momenten gehad dat u er mee wilde stoppen?
'Het heeft in totaal 25 jaar geduurd om het familiegeheim van a tot z boven water te halen. De eerste tien jaren heb ik niet gezocht. Na mijn ontdekking van de joodse wortels via mijn oma wilde ik die wortels buiten mijn leven houden. Daarom heb ik toen niet verder gezocht. Ik wilde stoppen. Maar in de daarop volgend jaren waren er enkele gebeurtenissen waardoor het voor mij niet goed mogelijk was om het geheel buiten mijn leven te houden. Pas daarna ben ik actief op zoek gegaan.'

Kende u uw tante wel voordat u achter het familiegeheim kwam? Dat ze in Auschwitz had gezeten en de manier waarop ze heeft overleefd?
'Ik kende mijn tante wel uit de tijd dat ik nog een kind was. Zij kwam toen af en toe naar Nederland en o.a. bij ons op bezoek. Een verre tante uit Zweden. Als kind interesseerde me dat niet zo. School, vriendjes en voetballen waren voor mij belangrijker. Ik wist toen niets van het familiegeheim en dat ze in Auschwitz had gezeten. Dat heb ik veel later ontdekt.'

U heeft uw tante in Zweden opgezocht. Wat is u het meest bijgebleven van uw tante?
'Ik heb mijn tante maar één keer in Stockholm opgezocht. Ze was toen al 75 jaar oud. Ze zag er niet uit als een broze oude vrouw maar zag er goed en flink uit, met heldere ogen. Ze was opgewekt en we hebben veel gelachen. Wat mij het meest is bijgebleven is dat ze open over haar belevenissen sprak en op alle vragen gewoon antwoord gaf. Bij haar heb ik voor het eerst een foto gezien van mijn opa en oma (haar ouders, zijn vergast). Toen ik afscheid nam en in de metro stapte bleven we naar elkaar zwaaien tot we elkaar niet meer zagen. Dat was mijn laatste beeld van Roosje.'

Het verhaal van uw tante is een bijzonder verhaal waar je snel een mening over klaar kunt hebben: SS’ers als minnaars, dansen voor de bewakers in het kamp, danslessen en avondjes organiseren voor de vijand. Heeft u tijdens uw zoektocht geworsteld met uw gevoel hierover?
'Nee, ik heb daar niet mee geworsteld. Waar ik mee geworsteld heb is de hoge mate van collaboratie en verraad door Nederlandse medeburgers en de houding van de Nederlandse regering kort na de oorlog. Die was zonder meer harteloos en inhalig. De meeste medewerkers in de Nederlandse kampen bleken Nederlanders, tot in de hoogste rangen toe. Roosje heeft het overleefd onder meer door initiatieven te nemen, door liederen te schrijven, te zingen, cabaret te organiseren en een man te organiseren. Zo kon ze in alle ellende mens blijven. Alleen de moralist die dergelijke ellende niet aan den lijve heeft meegemaakt en filosoferend met een kopje thee snel zijn/haar oordeel klaar heeft, kan er anders over denken'.

Bent u ergens ook trots op uw tante?
'Ja, zij was een mooie, levenslustig en geëmancipeerde vrouw. Liet nooit haar hoofd hangen. Zocht steeds weer nieuwe mogelijkheden om het leven aardiger te maken, ook onder moeilijke omstandigheden. Ze bleef trouw aan zichzelf en beoordeelde mensen op hun karakter, niet op hun geloof, nationaliteit of status. Ze was een moderne vrouw avant la lettre.' 

Wilt u meer weten? Kijk dan op www.tante-roosje.com



Over de auteur

Victoria Farkas

138 volgers
8 boeken
3 favoriet
Auteur


Reacties op: Die Tänzerin von Auschwitz

 

Gerelateerd