Advertentie

Hebban vandaag

Lezen /

Een kort verhaal van Simon de Waal

door Simon 4 reacties
Simon de Waal is rechercheur, scenarioschrijver en af en toe regisseur, maar bovenal een van de meest productieve thrillerschrijvers in Nederland. In juni is hij het gezicht van de eerste editie van de Spannende Boeken Weken - de opvolger van de Maand van het Spannende Boek. Speciaal voor de bezoekers van Hebban schreef hij het korte verhaal 'Held'.

Held

Het was donker op straat, de kou sneed door de lucht, en toen begon het ook nog te sneeuwen. De mensen die warm binnen zaten, bleven dan ook lekker binnen. Behalve Wim, die door zijn vrouw naar buiten was gestuurd. Nou ja, hij wilde zelf ook wel, want het was een gezellige avond. Maar er miste iets. Ze hadden een fles wijn opengetrokken, en de kachel lekker warm opgestookt.

‘Ik heb trek in iets,’ zei Fanny.

‘Shoarma?’

‘Pizza?’

‘Worst?’

‘Zoet? Chocola?’

‘Stokbrood met lekkere dingen? Zoet of hartig. Kan je kiezen.’

Fanny keek hem aan. ‘Klinkt goed. Haal jij?’

Het was een gewoon gesprek, zoals ze zo vaak hadden ’s avonds laat als ze hard gewerkt hadden.

‘Ga jij?’ vroeg ze. En ze glimlachte.

Wim zuchtte. Tegen die glimlach kon hij nooit op.

Hij trok zijn jas aan en liep, zachtjes vloekend naar de sneeuw die op hem neerdaalde, naar de hoek van de De Clercqstraat, waar de avondwinkel warm licht uitstraalde.

Normaal gesproken waren er op elk moment van de avond wel mensen in de winkel, nu liep hij naar binnen en was het vreemd stil. Hij herhaalde in zijn hoofd even het lijstje met lekkere dingen die hij moest halen – niet zo duf zijn om dan het stokbrood te vergeten – maar het lijstje vervloog en maakte plaats voor een vreemd onbestemd gevoel. Hij had al iets moeten horen, er had al iemand naar hem toe moeten komen. Waarom was dat niet het geval? Hij leek de enige in de winkel, en dus klopte er iets niet. Klonk daar toch een stem? Een stem die anders klonk dan normaal? Voorzichtig en zonder geluid te maken, gewaarschuwd door onbegrijpelijke intuïtie, liep Wim de winkel door in de richting van het geluid dat hij hoorde. De avondwinkel was groot, en bood genoeg ruimte en dekking in de vorm van uitstallingen om ongezien naar voren te komen.

‘Schiet op!’ hoorde hij. De stem klonk dwingend en agressief. Onwillekeurig kromp Wim iets in elkaar. Zijn stappen werden langzamer en kleiner.

‘Geef op. Alles.’

Heel voorzichtig deed hij een paar laatste stappen, totdat hij aan het eind van een stelling stond. Als hij nu een stap naar voren zou doen, zou hij alles kunnen zien. Dan zou hij weten wat er aan de hand was, al had hij nu al wel een behoorlijk vermoeden. De winkel werd overvallen.

Het geluid van een kassa die openging. Muntgeld dat gepakt werd.

‘Alleen die papiergeld, mafkees,’ klonk het, bijna verwijtend dat degene achter de kassa dat zelf niet snapte.

Wim zakte door zijn knieën. Voorzichtig keek hij om de stelling heen.

Ja hoor, precies wat hij verwachtte. Een nerveuze jonge man voor de kassa, gekleed in donkere kleding, met in zijn rechterhand iets wat een pistool zou kunnen zijn.

Achter de kassa de medewerker van de avondwinkel. Nog veel nerveuzer dan de overvaller. Hij graaide in de kassa en strekte zijn hand met het papiergeld onbeholpen in de richting van de overvaller.

‘Doe het in een zakje man, jezus...’ De overvaller wapperde met zijn wapen.

Wat moet ik...vroeg Wim zich af. Hij weet niet dat ik er ben. Hij wil zo snel mogelijk weg. Hoeveel afstand zit er tussen mij en hem?

Wim keek nog eens. Een meter of drie. Misschien genoeg, misschien ook niet.

Wim zuchtte even onhoorbaar. Ik kan iets doen. Misschien kan ik iets doen.

Maar wat?

Hij weet niet dat ik er ben, herhaalde hij bij zichzelf. Ben ik snel genoeg bij hem om hem te vloeren? Een schop in zijn knieholtes, zodat hij achterover valt? Dan sla ik hem daarna neer.

Hij dacht aan het wapen in de hand van de overvaller. Dan moet ik hem wel in één keer bewusteloos slaan, anders wordt het een heel gevecht.

Zou die man achter de kassa me helpen?

Ik kan ook niets doen. Gewoon wachten tot hij weggaat. Niemand die me dat kwalijk zal nemen.

Iedereen zal je dat kwalijk nemen, al zullen ze het nooit zeggen. En jijzelf nog wel het meest.

Hij keek weer even. De man achter de kassa had een plastic tasje gepakt en propte het papiergeld er in. Was nog behoorlijk wat.

De overvaller was helemaal gefocust op de man achter de kassa.

‘Ga je nou nog wat doen?’ klonk de stem in zijn hoofd.

Wim wist het niet. Hij wilde die overvaller zo graag pakken, maar hoe? En wat kon er misgaan?

Hij keek om zich heen. Flessen azijn, olijfolie, balsamico olie achter zijn rug. Zijn vingers kromden zich om een fles. Een regel uit een liedje van Acda en de Munnik schoot ineens onverklaarbaar door zijn hoofd. ‘Niet iedereen kan een held zijn, er moeten ook mensen gered.’

Ik kan een held zijn, maar ook niet. Het hoeft niet...maar dan ben je een van de mensen die gered moeten worden.

De overvaller kreeg de plastic tas en keek snel even naar de uitgang van de avondwinkel, of zijn vluchtweg nog vrij was. Dat leek zo te zijn.

‘Op je knieën. Niet kijken!’ riep hij naar de man achter de kassa, die prompt deed wat hem bevolen werd. De overvaller zwaaide met zijn wapen, tot de man ineengekrompen was.

De overvaller rende naar de deur. Hij had nog steeds geen idee dat er iemand anders in de winkel was. Toen de overvaller bij de deur was en snel naar buiten liep, kwam Wim meteen omhoog. Zijn arm zakte langs zijn lichaam. Het gevaar was geweken, en hij had niets gedaan. Niets. Wim hoorde buiten een doffe klap, gevolgd door kort zacht gekreun. Toen niets meer. Hij liep snel naar de nog openstaande deur. Daar lag de overvaller, uitgegleden in de verse sneeuw, met zijn hoofd op de stoep geknald. Bewusteloos.

Met zijn linkerhand pakte Wim snel het wapen uit de hand van de overvaller. Licht plastic. Zwart geverfd.

‘Domme lul...’ mompelde Wim.

‘Een held! U bent een held!’ De man van achter de kassa kwam de deur uit rennen. ‘Kijk nou toch wat goed... U heeft hem neergeslagen!’

Hij wees op de fles wijn, die Wim in zijn vuist bij de hals vasthad.

‘Ehh nou...’ hakkelde Wim.

Maar de man luisterde in zijn enthousiasme al niet meer. ‘Ik ga de politie bellen. U bent een held.’ Hij rende weer naar binnen.

Daar stond Wim, de bewusteloze overvaller aan zijn voeten. De sneeuw had al een klein laagje op zijn gezicht gevormd.

‘Heeft u nog stokbrood?’ riep Wim toen maar naar binnen. 

 ***

Lees ook de Sneak Preview van Vector, het geschenk voor de Spannende Boeken Weken in juni 2016.



Over de auteur

Simon

63 volgers
0 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Een kort verhaal van Simon de Waal

 

Gerelateerd