Advertentie

Hebban vandaag

Nieuws /

Een tipje van 'Getelde dagen'

Op dag 3 van de Siska Mulder Week krijgt u vandaag een interview voorgeschoteld dat Kees de Bree met de schrijfster van 'Getelde dagen' had. Verder een Q&A met een Hebban-lezer die het boek al gelezen heeft. Hieronder een voorpublicatie uit de thriller.

Dag 0

HIJ


Hij weet niet wat hij ziet. Op het platte dak van de villa staat een vrouw in een witte badjas. Het tegenlicht is fel, waardoor hij haar niet goed kan zien. Hij staat aan de rand van het bos. De tuin is enorm, de grasmat strekt zich voor hem uit. Verderop glinstert het water van het zwembad.
Omhoog turend, met een hand boven zijn ogen tegen de zon, ziet hij dat de vrouw haar lippen dramatisch rood heeft gestift en hoge, felblauwe hakken draagt. Het wit van het huis, het wit van de badjas, de donkere haren, de rode mond, de blauwe pumps: het beeld lijkt ingekleurd met stift. Even moet hij denken aan een abstracte performance. Komt zij voort uit zijn verbeelding? Is het een hallucinatie?
Ze verroert zich niet. De wind speelt met haar haren. Ze waaien voor haar gezicht maar ze lijkt het niet te merken. Zolang ze in deze houding blijft staan en niet verder naar de dakrand loopt, kan er weinig gebeuren. Beneden haar ligt het zwembad in alle kalmte. Fris, uitnodigend blauw. Het omliggende tegelvlak is kaal en leeg.
Hij durft niet te bewegen, bang dat hij haar laat schrikken. Met zijn blik probeert hij haar te fixeren. Pas op. Wees voorzichtig.
Hij begrijpt niet hoe de vrouw op het dak heeft weten te klimmen. Er is geen brandtrap.
De informatie komt gefaseerd binnen. Hij voelt zich verdoofd, alsof hij door een anesthesist is lamgelegd. Ze is lang, registreert hij traag. Opvallend lang. Hij herkent de badjas. Hij herkent de schoenen. Hij weet maar al te goed welke vrouw zulke bloedrode lippenstift prefereert. O god. Hij wil haar naam schreeuwen, maar de lettergrepen stokken in zijn keel.
Ze loopt naar de rand. Met gesloten benen blijft ze staan en ze strekt haar armen boven haar hoofd alsof ze van de hoge duikplank gaat springen.
Hij schreeuwt. Een angstkreet.
'Niet doen!' hoort hij zichzelf roepen. 'Alsjeblieft niet doen!'
Meer woorden heeft hij niet tot zijn beschikking. Ze kijkt geen moment zijn kant op. Ze hoort hem niet of wíl hem niet horen.
De zon verblindt hem, waardoor hij haar gezichtsuitdrukking niet kan zien. Ze staat op het dak in een straal van licht, als een engel.
'Lieverd, ik hou van je!' roept hij.
Ze staat heel stil, met de armen nog altijd boven haar hoofd.
‘Het spijt me!’ schreeuwt hij uit volle borst. ‘Het spijt me zo ontzettend!’
Nu pas kan hij het tegen haar zeggen, lul die hij is. Hij wil naar het huis rennen en omhoogklimmen, al heeft hij geen idee hoe – er is geen ladder hoog genoeg – maar durft haar niet uit het oog te verliezen. Bovendien is hij bang dat ze zal schrikken en in haar wanhoop...
Hij fixeert haar opnieuw met zijn blik: blijf staan. Hij zet een paar voorzichtige stappen, maar ze wankelt en hij houdt onmiddellijk halt. Ze hervindt haar evenwicht. Hij staat stokstijf, neemt geen risico meer. Het enige wat hij kan doen, is toekijken.
Het is uit de hand gelopen. Volkomen uit de hand. Hij heeft haar hiertoe gedreven. De hel. Ze zijn in de hel beland.
Nogmaals roept hij: ‘Ik hou van je! Het spijt me!’
Ze wankelt opnieuw. Hij brengt haar uit evenwicht met zijn geschreeuw.
Zachter roept hij: ‘Het wordt beter, lieverd! Echt!’
Haar stiletto’s zijn angstaanjagend dun. Stokjes waarop ze balanceert.
Zijn overhemd plakt aan zijn rug, langs zijn slapen lekken zweetdruppels. Hij pakt met beide handen zijn gezicht beet en probeert niet te huilen. Elk geluid kan fataal zijn. Tranen vermengen zich met zweet. Zelf bang zijn voor de dood blijkt niet de ergste kwelling. Doodsangst jegens een ander is erger, weet hij nu. Doodsangst jegens degene van wie hij houdt. Want dat beseft hij eindelijk: hij houdt nog altijd van haar, ondanks alles. Hij zou zijn leven voor haar willen geven. Kon dat maar. Zijn waardeloze lichaam van het dak flikkeren om haar te redden.
Geen levende persoon in de buurt om de zwarte betovering te verbreken. Alleen zij en hij, alsof ze de laatst overgeblevenen op aarde zijn. Hij huilt niet meer en houdt zijn adem in tot hij duizelig wordt. Ze staat op het dak, laat haar armen zakken.
Voorzichtig durft hij weer adem te halen. Met een snel gebaar veegt hij zweetdruppels en tranen van zijn wangen, gaat met de mouw van zijn overhemd over zijn natte voorhoofd. Niet te veel bewegen, ze kan opnieuw schrikken, alsnog in een opwelling... De wind zorgt voor weerbarstig weer. De zon verdwijnt achter een wolk, waardoor het ineens een stuk kouder aanvoelt. Ze doet een paar stappen terug, weg van de rand.
Nu huilt hij opnieuw, maar deze keer van dankbaarheid. Nog een paar stappen. Goed zo, lieverd, je kunt het. Kom maar naar beneden, naar mij. Ik zal je helpen. Samen redden we het wel. Ze vindt hem ongetwijfeld een sentimentele knakker, maar zodra ze zich in veiligheid heeft gebracht gaat hij deze zinnen uitspreken. Er is te veel niet gezegd. En van de dingen die hij wél heeft uitgekraamd, heeft hij spijt. Gruwelijke spijt.
Ze doet weer een paar stappen achteruit, alsof ze seint: ik geef je een kans. Een herkansing. Dank je wel, schat. We maken er een mooi leven van, afgesproken?De gedachte dat ze hem zal plagen met zijn dramatische formulering brengt een klein glimlachje op zijn gezicht, maar hij is meteen weer alert. Ze is nog altijd in de gevarenzone. Hij moet een manier bedenken om haar naar beneden te krijgen. Ze is op het dak gekomen, dus ze kan er ook weer vanaf. Alleen zij weet hoe.
Dan komt ze opnieuw in beweging. Ze loopt verder achteruit. Bijna te ver. Nog even en ze valt aan de andere kant van het dak naar be - neden. Straks struikelt ze. Hij wil haar waarschuwen, maar ze staat net op tijd stil, alsof ze de passen heeft uitgemeten. Ademloos kijkt hij toe. Hij glimlacht en playbackt: goed zo.
Als ze beneden is, zal hij een heet bad voor haar maken. Hij zal haar helpen met uitkleden en haar hand vasthouden als ze in het water stapt. Bij haar blijven. Haar nooit meer alleen laten.
Ze begint te lopen. Voorwaarts. Op een drafje rent ze naar de rand, trefzeker op haar hoge hakken.
‘Nee!’ schreeuwt hij.
Haar lange benen. De schoenen, bestemd voor een feest. De witte onschuld van haar badjas.
Onmogelijk.
Hij ziet het gebeuren.
Ze aarzelt niet en springt.
Ze nam een aanloop. Die verpletterende waarheid dringt tot hem door als hij haar ziet vallen – niet in slow motion, zoals in films wordt gesuggereerd, maar onnavolgbaar snel.
Haar lichaam smakt op de tegelvloer.
Een halve meter verder en ze was in het water beland.
Ze blijft liggen op haar buik, met gespreide armen en benen, de badjas half open. Haar gezicht is van hem afgedraaid, alsof ze hem niet wil zien. Rond haar hoofd vormt zich een vlek. De tint van haar lippenstift. Langzaam kleuren de zwembadtegels donkerrood.




Over de auteur

Siska Mulder

87 volgers
0 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Een tipje van 'Getelde dagen'

 

Gerelateerd

Over

Siska Mulder

Siska Mulder

Wees gewaarschuwd. Ik schrijf psychologische thrillers die je nachtrust er niet beter op maken. Geen suffe politiethrillers, maar boeken vol onderhuidse spanning waar je over na blijft denken. In 20...