Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

George van Hal: 'Ik vond E.T. fantastisch'

'Robots, aliens en popcorn', de titel van dit boek laat je direct op het randje van je stoel zitten: kom maar op met die films! En George van Hal levert: heel veel filmreferenties en nog veel meer wetenschap. Want daar gaat dit boek over: de ware wetenschap achter dingen als tijdreizen, ruimtevluchten naar verre kosmische bestemmingen en de technologieën van superhelden.

Wie is George van Hal? Wat is je wetenschappelijke achtergrond? En wat is je connectie met film?
George: "Ik ben opgeleid als sterrenkundige en tegenwoordig werkzaam als schrijvend en coördinerend redacteur bij de Nederlandstalige editie van het populairwetenschappelijke tijdschrift New Scientist, dat schrijft over de meest aansprekende ideeën uit de wereld van wetenschap en technologie.

Ik ben al van jongs af aan een enorme sciencefictionliefhebber en daar kwam later een voorliefde voor film in de meest brede zin van het woord bij – van obscure arthouse tot gigantische kaskrakers met veel explosies, ik vind vrijwel alle filmgenres leuk. Voor het Leiden International Film Festival organiseer ik elk jaar het ‘Science & Cinema’-programma waarbij wetenschappers en wetenschapsjournalisten de bezoeker meenemen in de wetenschappelijke ideeën die achter de film schuilen die ze daarna gaan zien. Tot slot blog ik op mijn eigen blog scinetific.nl over datzelfde onderwerp – wetenschap en film. En nu is er natuurlijk mijn eerste boek, Robots, aliens en popcorn."

Waar gaat Robots, aliens en popcorn over?
George: "Robots, aliens en popcorn is een optimistisch boek over de ideeën die sciencefictionfilms ons voorschotelen. Het vertelt over de ware wetenschap achter dingen als tijdreizen, ruimtevluchten naar verre kosmische bestemmingen en de technologieën van superhelden. Maar ook over zaken die iets dichter bij de mens staan, zoals de sociale robots die we ontwikkelen om onze ouderen te verzorgen of het antwoord op de vraag waar wij eigenlijk vandaan komen (en of dat op andere planeten nog eens kan gebeuren).

Het is in elk geval geen zuur ‘dit kan dus niet’-boek dat stilstaat bij elke wetenschappelijke fout die je in films kunt vinden. Want natuurlijk klopt heel veel van wat je in sciencefictionfilms ziet wetenschappelijk niet, sciencefictionfilms zijn immers geen documentaires. Ik vind het daarom veel interessanter om te bekijken welke inspirerende ideeën en concepten uit dergelijke films wél ooit werkelijkheid zouden kunnen worden. Daarvoor duik ik in Robots, aliens en popcorn de achterliggende wetenschappelijke kennis in. Ik probeer dat op zo’n manier te doen dat het leuk en begrijpelijk is voor de nieuwsgierige filmliefhebber die wil weten wat er nu schuilgaat achter The Terminator of Star Wars, maar dat het ook spannend blijft voor iedereen die wetenschap sowieso al interessant vindt en vooral benieuwd is naar nieuwe inzichten en ideeën.

Als lezer maak je op die manier kennis met de levendige kruisbestuiving die bestaat tussen wetenschap en film. Het blijkt namelijk dat sciencefictionfilms wetenschappers regelmatig hebben geïnspireerd om echt onderzoek te doen of echte toepassingen te ontwikkelen – dat blijkt uit alles van de iPad van Apple waarvan een voorloper al in 1968 te zien was in 2001: A Space Odyssey, tot bloedserieuze vakartikelen over de vraag of je de warpmotor uit Star Trek in het echt kunt nabouwen.

Bovendien snijdt het mes dus aan twee kanten: filmmakers blijken ook vaak bij wetenschappers aan te kloppen voor ideeën en advies. Zo sluit komeetinslagfilm Deep Impact bijvoorbeeld af met een actiescène op een komeet die tijdens een brainstormsessie met de filmmakers vrijwel geheel door wetenschappers en astronauten werd bedacht. Ook over die invloed van wetenschappers op films vertel ik uitgebreid in het boek."

Wat was je inspiratie om dit boek te schrijven?
George: "Het boek is geïnspireerd door de grote ideeën, de tot de verbeelding sprekende concepten die wetenschap en sciencefictionfilms delen en die ik heel spannend vind. Bij New Scientist hanteren we de ondertitel ‘ideeën die de wereld veranderen’ – daar schrijven we elke dag over. Bij sciencefiction is het meer ‘ideeën die de wereld veranderd hebben’ en de impact die die ideeën hebben. Daar bestaan enorm veel raakvlakken tussen.

Tussen beide werelden bleek zoals ik net al zei bovendien een levendige kruisbestuiving te bestaan. Wetenschappers die zich bij hun onderzoek laten inspireren door sciencefictionfilms, en regisseurs die in een poging hun films zo wetenschappelijk verantwoord mogelijk te maken, onderzoekers om hulp vragen. Daar zijn zoveel leuke voorbeelden van dat er in elk hoofdstuk van mijn boek – die elk over een thema zoals ‘robots’ of ‘ruimtereizen’ gaat – meerdere voorkomen."

Wat voert de boventoon in dit boek? De wetenschap of de films?
George: "Ik schat dat het boek tachtig procent wetenschap bevat en twintig procent film; het is wat dat betreft vooral een populairwetenschappelijk boek. Maar film is wel de aanleiding om over die wetenschap te praten. Beiden zitten dus stevig verankerd in het DNA van het boek.

De titel vermeldt twee onderwerpen die uitgebreid aan bod komen in het boek; robots en aliens. Maar er zit veel meer in."

Wat is jouw favoriete sciencefiction onderwerp?
George: "Lastig – ik vind alle onderwerpen in dit boek razend leuk, anders had ik er niet over geschreven. Maar ik denk dat het onderwerp dat het meest tot mijn verbeelding spreekt misschien wel tijdreizen is. Wie zou nou niet naar het verleden willen gaan om een bakkie koffie met, pak ‘m beet, Einstein te drinken? Of naar de toekomst om te zien of mensen tegen die tijd eindelijk een Star Trek-achtig galactisch imperium hebben gesticht? Of om, op kleinere schaal, te kijken wat de stand van de wetenschap tegen die tijd is: staan onze huidige ideeën nog overeind? Heeft er een gigantische paradigmaverschuiving plaatsgevonden? Welke landen zijn politiek machtig? Bestaan er überhaupt nog landen? Hoe zit het met ons klimaat? En heeft elk huishouden al een robot thuis?

In een boek kun je gemakkelijk even naar het einde bladeren om te zien hoe het afloopt, maar in het echt kan dat niet. Een tijdmachine geeft je dan alsnog die kans. Dat is razend interessant. En wat blijkt – dat schrijf ik ook in m’n boek – reizen naar de toekomst is natuurkundig gewoon hartstikke eenvoudig! Alleen technologisch is het nog een uitdaging. Het enige nadeel is wel dat je niet zo gemakkelijk meer terug naar het verleden komt, al zijn daar ook wel wat – hoogst speculatieve – uitwegen voor te verzinnen."

Een heel hoofdstuk wijd je aan manieren om door de ruimte te reizen. Denk je persoonlijk dat de mensheid ooit naar andere sterren zal reizen?
George: "Dat is heel moeilijk te voorspellen. De ruimte is zo waanzinnig groot, dat kunnen onze menselijke hersenen bijna niet bevatten. De dichtstbijzijnde andere ster staat op ruim 4 lichtjaar afstand – dat is een afstand waar zelfs het licht ruim vier jaar over doet, en licht reist met de maximale snelheid die de natuurkunde ons toestaat. En dat is dan nog onze kosmische buurman, andere sterren staan nog veel verder weg.

Kortom: als je zulke bizarre afstanden wil overbruggen, moet je wel trucjes bedenken. Bijvoorbeeld: de afstand heel veel korter maken door de ruimte af te snijden met een wormgat. Dat doet men in de film Interstellar. Of door te vliegen in een ruimteschip met een motor die die ruimte kromtrekt; dat gebeurt in Star Trek. En als dat allemaal niet lukt kun je de reistijd misschien ook nog dragelijker maken door jezelf in te vriezen, zoals in Alien en Avatar.

Hoe dan ook: de sterren liggen voorlopig nog niet binnen handbereik voor mensen; onbemande sondes zijn voorlopig kansrijker. Al denk ik wel dat we – als de mensheid zichzelf niet voor die tijd uitroeit – uiteindelijk wel die stap zullen zetten. Er zullen altijd weer ontdekkingsreizigers opstaan, mensen die verleid worden door de kosmische diepten net zoals de oude ontdekkingsreizigers die in houten boten de oceanen trotseerden. Zij willen strange new worlds and civilizations ontdekken, zoals Star Trek dat zo mooi zegt: 'To boldy go where no one has gone before.'

Maar voorlopig moeten we genoegen nemen met bemande reizen naar andere planeten – Mars, bijvoorbeeld. Ietsje minder ver misschien, maar toch minstens net zo spannend. En dát gaan we misschien nog wel meemaken met z’n allen, dat een mens voet zet op een andere planeet. Dat lijkt mij persoonlijk fantastisch."

In het kader van de opsporing en verbeelding van aliens in wetenschap en film voer je de ‘casus Aarde’ op. Wat concludeer je daaruit?
George: "De ‘casus Aarde’ is het enige voorbeeld dat we hebben van een planeet waarop leven is ontstaan. Daaruit kun je een aantal principes afleiden die hier van toepassing waren. Bijvoorbeeld: het leven op aarde is gebaseerd op koolstof. Dat blijkt bovendien redelijk logisch omdat op basis van chemische argumenten koolstof bijzonder handig is om complexere structuren mee te maken. Daaruit kun je afleiden dat leven ook elders in het universum – als dat leven bestaat – vermoedelijk van koolstof gemaakt is.

Dat wil niet zeggen dat er geen ander soort leven zou kúnnen bestaan, maar wel dat we van andere soorten leven geen idee hebben hoe dat er dan uit zou moeten zien, of welke natuur- of scheikunde daaraan ten grondslag ligt. Met andere woorden: als je gaat zoeken, of speculeren, is het dus wel zo handig om van koolstofleven uit te gaan, zodat je het herkent als je het vindt.

Met net zo’n soort redenatie kom je tot drie voorwaarden voor buitenaards leven op verre planeten dat we kunnen herkennen en vinden: de aanwezigheid van vloeibaar water, de aanwezigheid van complexe koolstofmoleculen en (maar daar is op afstand lastiger naar te zoeken) dat die koolstofmoleculen zichzelf kunnen kopiëren op een manier die wel wat wegheeft van hoe DNA dat bij ons doet."

Wat zijn je favoriete aliens uit films en waarom?
George: "Oei, moeilijk om er eentje te kiezen. Als klein mannetje vond ik E.T. fantastisch; zo’n ontzettend tof, sympathiek wezentje. Ik had er ook wel eentje willen vinden en helpen! Toen ik iets ouder was, vond ik de aliens uit Star Trek heerlijk. De strijdlustige klingons, de logische vulkans – geweldig hoe de schrijvers een menselijke eigenschap pakten en uitvergroten totdat daar een complete cultuur uit ontstond.

Wat alle buitenaardse wezens in films overigens gemeen hebben, is dat ze stuk voor stuk niet echt wetenschappelijke hypotheses zijn voor hoe échte aliens eruit kunnen zien. De aliens in films zeggen vaak meer over onszelf – ze vormen een soort lachspiegel waarin we onszelf, enigszins vervormd, kunnen herkennen."

Wat kunnen lezers met je boek?
George: "Het allerbelangrijkste is dat het boek lezers moet vermaken; je leest het immers voor je lol. Maar daarnaast bevat het ook heel veel recente wetenschappelijke inzichten over robots, aliens, ruimtereizen, tijdreizen en parallelle universa. Het voert je mee langs delen van de kosmologie, exobiologie, materiaalkunde en bijvoorbeeld de algemene relativiteitstheorie van Einstein. Je maakt kennis met het werk van de wetenschappers die op filmsets rondlopen en filmmakers van advies voorzien. Tot slot ruim ik ook nog een flink aantal pagina’s in voor een wetenschappelijke kijklijst met daarin van elke film een korte recensie en een overzichtje van op welke wetenschappelijke dingen je kunt letten wanneer je ‘m (her)kijkt."

Hoe ging de presentatie van het boek?
George: "Ik heb het boek eigenlijk twee keer gepresenteerd. Eén keer in een evenement voor de lezers van New Scientist. Daar overhandigde ik het eerste exemplaar van het boek aan Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft, een ontzettend mooie ervaring. De week erop – op de dag van verschijning – volgde de ‘officiële’ presentatie in mijn eigen stad, Leiden, in een bomvolle bioscoopzaal.

Op beide evenementen had ik ontzettend leuke sprekers die over de wetenschap achter sciencefiction kwamen vertellen. In Leiden vertelde sterrenkundige Vincent Icke een razend interessant verhaal over de gevolgen van de relativiteitstheorie voor aspirant-ruimtereizigers. Diezelfde avond vertelde theoretisch fysicus Carlo Beenakker over de quantummechanische benadering van parallelle universa. Op het New Scientist-evenement vertelde Jan Pieter van der Schaar over hetzelfde fenomeen, maar vanuit een compleet andere invalshoek (de oerknal en het vroege universum). En op beide evenementen waren fantastische robotonderzoekers – bij New Scientist was dat David Abbink en in Leiden was dat Roy de Kleijn; vermoedelijk de twee beste robotsprekers die Nederland rijk is. Kortom: beide presentaties waren ontzettend leuk."



Over de auteur

Martijn Lindeboom

401 volgers
624 boeken
21 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: George van Hal: 'Ik vond E.T. fantastisch'

 

Gerelateerd

Over

George van Hal

George van Hal

George van Hal (1980) is sterrenkundige en redacteur bij de Nederlandstalige editie van het toonaangevende populairwetenschappelijk tijdschrift  New Scientist. Op zijn blog scinetific.nl schrijft...