Meer dan 4,0 miljoen beoordelingen en recensies Organiseer de boeken die je wilt lezen of gelezen hebt Het laatste boekennieuws Word gratis lid

Hebban vandaag

Interview /

Hebban interviewt Hebban Debuutprijs 2022-winnaar Koen Caris

door Hadassa Lok 22 reacties
Wat begon als leuke schrijfoefening onder vrienden, resulteerde in een ijzersterke roman. Met ‘Stenen eten’ won Koen Caris de Hebban Debuutprijs. Hoe kwam hij op het idee voor het zinderende verhaal over de 17-jarige Ben en wat kunnen we van deze 'toevallige' romanschrijver nog meer verwachten? We vragen het hem in een ontspannen gesprek over schrijven, kwetsbaarheid en op een net iets andere manier naar de wereld kijken.

Stenen eten

Koen Caris

Het dorp van de 17-jarige Ben en zijn moeder wordt opgeschrikt door een reeks zelfmoorden onder jongeren. Drie jaar eerder maakte Kim, Bens oudere zus, een einde aan haar leven. De zelfmoorden blazen het smeulende verdriet van Ben en zijn moeder opnieuw aan en zetten hen in het middelpunt van een mysterie waarmee ze niets te maken willen hebben. Tijdens een hittegolf die iedereen in het dorp van binnenuit droogkookt, wordt Ben gedwongen om zijn gevoelens van schuld en schaamte omtrent Kims dood onder ogen te zien. Stenen eten is een broeierige en beklemmende roman over hoe verdriet en verveling een groep jongeren kunnen laten ontsporen. En over waarom mensen met dezelfde pijn elkaar toch niet altijd goed kunnen helpen.

Van huis uit ben je theaterschrijver. Hoe kwam deze roman tot stand?

Met twee andere toneelschrijvers begon ik een paar jaar geleden een korte verhalen-clubje, om meer ervaring op te doen met proza schrijven. Elke twee weken stuurde een van ons een foto en dan schreven we alledrie aan de hand van dat beeld een kort verhaal. Gewoon om onszelf te oefenen. Ik merkte dat mijn verhalen qua sfeer en omgeving steeds meer op elkaar begonnen te lijken: ze speelden zich af in dezelfde wereld. Dit maakte me benieuwd wat het zou kunnen worden. Tegelijk vroeg ik me af: slaat dit ergens op, moet ik hiermee doorgaan? Om daar antwoord op te krijgen klopte ik aan bij uitgeverij Atlas Contact.

Het is niet zo dat je al wist 'dit wordt een boek'?

Nee, het kon voor mijn gevoel nog alle kanten op gaan. Dat het even door mijn hoofd geschoten is toen ik dat grachtenpand van de uitgever binnenliep, dat kan ik niet uitsluiten … Maar pas nadat de uitgever er potentie in zag, ben ik er als een boek naar gaan kijken.

Toen kwam het echte schrijfwerk nog. Hoe ging dat proces?

Als toneelschrijver lever je altijd een 'half product': de precieze zeggingskracht en betekenis volgen in de enscenering en uitvoering. In proza moest ik veel scherper per scène kunnen zeggen 'dit is waar het voor mij om gaat'. Ik was opeens zelf de regisseur.

LEES OOK: Stenen eten van Koen Caris wint de Hebban Debuutprijs

Daarnaast zijn schrijfprocessen van debutanten denk ik veelal een kwestie van elimineren en terugbrengen. Zelf heb ik in dat proces heel veel gehad aan de begeleiding van Sander Blom, mijn redacteur. Hij kon zeggen 'je moet je nu hier en hierop focussen, de rest komt later', zo weerhield hij me ervan in details te verzanden. Een goede redacteur is echt een godsgeschenk. Wat je nodig hebt van een redacteur is dat die enthousiaster is over het verhaal dan jij en er tegelijkertijd ook veel kritischer op is.

Waren er verrassingen tijdens het schrijven?

In eerste instantie dacht ik: hoe krijg je in godsnaam een boek gevuld? Ik ben dus vooral heel veel gaan schrijven. Wat bleek? Materiaal genereren ging me gemakkelijk af. Dat verraste me nog het meest. Een grotere uitdaging was om de kern te vinden, to the point komen. Mijn redacteur zei: 'Je draait de hele tijd in net iets kleinere cirkeltjes om de kern heen en daar doe je te lang over.' Ik heb uiteindelijk echt nog een derde van het verhaal geschrapt, maar ik zie wel in dat dat zin heeft gehad.

'Dat mensen het lezen en dan zeggen: dit heeft een plek, dit raakt me. Dat is heel bijzonder.'

Dat wordt onderstreept door de goede ontvangst. Hoe heb je die periode beleefd?

Ik ben heel blij met hoe het ontvangen is. Je hoopt van tevoren dat je een van de uitzonderingen bent en opgepikt wordt, maar je weet ook dat het overgrote deel van de debuten redelijk geruisloos voorbij gaat. Dat dat jou ook kan overkomen, terwijl je drie jaar heel hard ergens aan gewerkt hebt, daar houd je rekening mee. Wat zo'n boek doet buiten mijn zicht dat voelt nog wel ongrijpbaar. Het is heel anders dan een theaterstuk dat zich een bepaalde periode op een bepaalde plaats afspeelt. Dat ik ruim een jaar na verschijnen bijvoorbeeld zo’n prijs win, dat doet me echt goed.

Er zijn momenten dat je je afvraagt 'mijn verhaal, dit verhaal, heeft dat een plek'? Dat mensen het lezen en dan zeggen: dit heeft een plek, dit raakt me. Dat is heel bijzonder.

Je omschrijft je roman als 'een queer liefdesverhaal, vermomd als een oververhitte thriller over groepsdruk'. Wat maakt dat je het liefdesverhaal als eerste noemt?

Zo klopt het voor mij. Het is verleidelijk om het thema zelfdoding als eerste te noemen en de groep jongeren die door verdriet en verveling ontspoort, die neiging heb ik zelf ook, maar voor mij vormen die elementen de arena waarin het verhaal zich afspeelt. Het verhaal gaat over Ben die langzaamaan weer in beweging leert te komen. Schaamte heeft ervoor gezorgd dat hij tot stilstand is gekomen; de ontluikende liefde speelt een cruciale rol om hem uit die impasse te helpen.

Het verhaal bestaat uit verschillende elementen, maar wat maakt het totaal meer dan de som der delen? Dat wist ik heel lang niet. Pas toen ik zag: dat kleine, intermenselijke liefdesverhaal is de kern en wat er in het dorp gebeurt is een katalysator, toen viel alles op zijn plek.

Hoe kroop je in het hoofd van een 17-jarige?

Ik heb veel boeken gelezen die vanuit een puberperspectief verteld worden, voor een volwassen publiek. De meisjes van Emma Cline vond ik heel sterk. Dit wordt voor het overgrote deel vanuit het perspectief van een 14-jarig meisje verteld. Op een manier die getuigt van sensibiliteit en analytisch inzicht, weet de auteur er veel betekenis in te leggen.

LEES OOK: Uitreiking Hebban Debuutprijs 2022 (inclusief foto's)

Om eerlijk te zijn merkte ik dat het me niet heel moeilijk afging, weer dat jongenshoofd in. Bens schaamte komt voor een groot deel voort uit het feit dat hij weet dat hij anders is. Hij ziet dat er voor zijn klasgenoten wanneer ze 16, 17 zijn een wereld opengaat qua relaties en seksualiteit, die voor hem niet opengaat. Hij denkt ook dat die wereld voor hem, zo lang hij in het dorp is, niet kán opengaan. Ik ben zelf homo en dat gevoel van anders-zijn in die vormende jaren, is daarna niet opeens weg. Dat gevoel was niet weg toen ik uit de kast kwam of toen ik ging studeren. Die gedachte 'iets heel diep in mij is niet oké', daar kan ik nog goed bijkomen.

Dat klinkt kwetsbaar. Ervaar je dat ook zo?

De passages waarin de eenzaamheid die Ben voelt naar voren komt zijn in zekere zin persoonlijk, maar tijdens het schrijven voelt dit volledig als fictie. De vrijheid die fictie biedt zorgt voor plezier en een soort bescherming. Ook als ik dingen uit mijn eigen leven gebruik, heb ik er geen moeite mee om die totaal te veranderen als het verhaal erom vraagt. In de ontvangst zie ik die kwetsbaarheid meer terug, ook omdat ik wel degelijk elementen uit mijn eigen jeugd heb gebruikt. Gelukkig herkennen de mensen om mij heen het ook echt als fictie.

Iets heel anders: hoe is het om een seksscène te schrijven?

Dat is heel moeilijk! Die scènes hebben me veel tijd gekost. De neiging om alles te laten zien wat je in huis hebt moest ik daar sterk onderdrukken: zodra je bloemrijk, poëtisch of wollig gaat schrijven, krijg je als snel Bouquetreeks-achtige taferelen. Wat mij hielp was dingen zo concreet mogelijk op te schrijven.

Ik besefte op een gegeven moment 'volgens mij kun je alleen een seksscène schrijven als het eigenlijk over iets anders gaat'. Die gedachte heeft erg geholpen. Het verschil tussen tekst en de subtekst is nog belangrijker dan bij andere scènes. Ik kon niet sec een seksscène schrijven, maar ik kwam verder door een toenaderingspoging te schrijven of een troostmoment met fysiek contact als middel. Er is ook een groot contrast tussen hoe Ben en zijn vriend Tom zich opstellen, in hoe zij zichzelf zien en zichzelf durven laten zien.

'Als ik een boek heb gelezen dat ik heel goed vind en ik ga naar buiten, dan kijk ik op een net iets andere manier naar de wereld.'

Ondanks de zware thematiek - zelfdoding, een gebroken gezin - blijft het boek subtiel, licht en zelfs grappig. Hoe vond je dat evenwicht?

De sfeer van het boek had ik duidelijk voor ogen, dat hielp. Daarnaast wist ik ook: als je zoveel ellende in een verhaal propt en een breed publiek wilt verleiden het te lezen, dan moet daar iets tegenover staan. Daarvoor gebruik ik de vertelstem. Toch blijft het een kwestie van uitproberen, wegleggen, lezen, voelen wat de juiste balans is … Sentimentaliteit heb ik bewust gemeden. Ik hoop dat je als lezer voelt wat er onder de oppervlakte speelt.

De vraag is je eerder gesteld wat de lezer zou kunnen opsteken van het boek. Is het nodig om er iets van op te steken?

Misschien zou ik eerder het woord 'ervaren' of 'beleven' gebruiken. Als ik een verhaal mooi heb opgeschreven en het neemt jou een aantal uren mee in die wereld en daar heb je van genoten, is dat al heel wat waard. Als ik een boek heb gelezen dat ik heel goed vind en ik ga naar buiten, dan kijk ik op een net iets andere manier naar de wereld. Dan is mijn perceptie net iets verhevigd. Dat duurt misschien maar even, maar dat is voor mij het effect van lezen: de verfijnde blik waarmee een auteur naar de wereld kan kijken me heel even eigen maken. Wat mij betreft is dat genoeg.

Bij theater moet je van tevoren al een hele grote groep mensen aan boord hebben. Het beoogde nut van het kunstwerk koppel je dan los van hoe goed het gedaan is. Bij een boek is die drie jaar die ik erin stop alleen mijn tijd en dat geeft je meer vrijheid om het werk voor zichzelf te laten spreken. Anders-zijn is een thema dat mij interesseert en natuurlijk kies ik er met een reden voor om een verhevigde versie van de realiteit neer te zetten: dat is het soort kunstwerk wat ik het spannendst vind.

Is er een ideaalplaatje waarin je alleen literatuur schrijft of alleen toneel?

Ik wil het beide doen en merk dat het elkaar wederzijds op een positieve manier beïnvloedt. Het proza schrijven heeft me een meer ontspannen toneelschrijver gemaakt. Ik was best wel een controlfreak. Binnen het proza ben ik de baas en mag ik alles beslissen. De keerzijde is dat het best wel eenzaam kan zijn. Bij het theater kan ik me nu flexibeler opstellen en de lol van het samen maken omarmen.

LEES OOK: Challenge Top 10 | Een Nederlandstalige debuutroman

Het verbaast me wel, dat er iets is wat ik niet in toneelschrijven kan leggen wat ik wel in een boek kwijt kan. Ik dacht dat ik mijn ei volledig kwijt kon in het schrijven voor personages. Waar dat hem precies in zit, daar moet ik de vinger nog op leggen. Het kriebelt sowieso om weer aan een boek beginnen. Wat meespeelt is dat ik tijdens het schrijven veel geleerd heb; je ontwikkelt kunde en ambacht. Dat wil ik graag vanaf het begin in kunnen zetten. Onderzoeken hoe goed ik als schrijver kan worden.

Dat belooft wat. Kun je vast een tipje van de sluier lichten wat betreft een tweede roman?

Vanaf oktober hoop ik daar helemaal in te kunnen duiken. Ik heb een schrijfbeurs van het Letterenfonds, dus er ligt zoveel als ik nodig had om een goede aanvraag te kunnen indienen. Daarvoor moest ik eerst tekst creëren en zien: waar zit leven in, wat heeft een hartslag? Wat sowieso een centrale rol gaat spelen is de vraag wat je met een kinderwens moet in de huidige wereld. Dat is ook een persoonlijke worsteling. Welke vorm dit gaat aannemen qua verhaal en genre is nog een verrassing.



Over de auteur

Hadassa Lok

0 volgers
60 boeken
0 favorieten


Reacties op: Hebban interviewt Hebban Debuutprijs 2022-winnaar Koen Caris

 

Gerelateerd

Over

Koen Caris

Koen Caris

Koen Caris (1988) is theater- en hoorspelschrijver. Hij schreef voor onder ande...