Advertentie

Hebban vandaag

Lezen /

#ikleesthuis met Teske de Schepper

door Hebban Crew 1 reactie
Vijftien toonaangevende Nederlandstalige auteurs schreven speciaal voor #ikleesthuis een kort verhaal om iedereen die thuis zit een hart onder de riem te steken, lezers te inspireren en te laten zien wat een verhaal kan betekenen. Vandaag een verhaal van Teske de Schepper, die tot de ontdekking komt dat ze – net als haar tuin – in bloei staat.

In bloei


De tuin zit vol met hommels. De pluizige beestjes zoemen langs mijn oren en bouwen hun nestjes onder de planken van ons terras. Ze verdwijnen in kiertjes waar ze maar net tussendoor passen. Soms lijken ze hun evenwicht te verliezen en giechel ik om hun klunzigheid. Een hommel kan volgens de wetten van de aerodynamica eigenlijk niet vliegen. Zijn vleugels zijn te klein voor zijn bolle lichaam. Toch heeft hij een manier gevonden om zich voort te bewegen. De techniek is zelfs zo bijzonder dat de vliegtuigindustrie er inspiratie uit haalt. Het is een feitje dat ik het liefst aan zoveel mogelijk mensen vertel. Het maakt de hommel wat minder eng, wat aandoenlijker. Een kampioen in verwachtingen te boven gaan. Er zijn veel momenten in mijn leven geweest waarop ik wenste dat ik een hommel was. Stuntelig, maar succesvol. Vastberaden inspirerend.
 Mijn blik valt op de hortensia’s. Ze zijn in onze tuin gezet door de vorige bewoners van het huis. Ik had er zelf niet voor gekozen, maar eigenlijk zijn ze best fijn. Dit najaar verwelkten de bloemen en vielen de blaadjes naar beneden. Dat lijkt nog maar een week geleden. Nu ontvouwen de verse bladeren zich met een enorme snelheid, alsof ze haast hebben. Ongeduldig smachtend onderweg naar hun eindbestemming: het vormen van de bloem. Planten hebben een duidelijk doel in hun leven. Groeien en reproduceren. Daar zit geen midlifecrisis of burn-out tussen. Een beetje zon, aarde en water en ze klagen verder nergens over. Een simpel bestaan. Aan het einde van de rij staat een hortensia waarvan de takken wat langer zijn gegroeid. Zo lang, dat de steentjes in de aarde eronder amper te zien zijn. Het zijn stenen in de vorm van een hartje. Zorgvuldig neergelegd op een engel.
 Ik maakte dit voorjaar voor het eerst kennis met rouw. Hoewel ik ziekelijk gefascineerd kan zijn door de dood had ik hem nog nooit van dichtbij meegemaakt. Als klein kind verloor ik mijn opa’s en oma’s, maar met hen had ik geen innige band. Ik was er te jong voor. Ondanks dat hun begrafenissen indruk op me maakten, heb ik niet om ze gehuild. De jaren erna overleden er meer mensen in mijn omgeving, maar nooit dichtbij genoeg voor de intense pijn die ik nu wel voelde. Nog maar acht maanden ervoor kwam een kleine schurk mijn leven binnenwandelen. Mijn vriend en ik adopteerden twee kittens. Het waren broertjes van de straat. Rood en zwart. Rood was altijd net iets brutaler, gekker en nieuwsgieriger. Zwart was terughoudend en verlegen, maar stiekem een enorme knuffelbeer. Ik ben een dierenliefhebber, dus als je pluizig en zacht bent, verover je al snel een plekje in mijn hart. Maar deze twee kregen een extra grote plek. Wij waren de eerste mensen waar ze kennis mee maakten, dus het duurde even voor we hun vertrouwen hadden gewonnen. Ik lag urenlang voor hun mandje terwijl ik liedjes van het Songfestival voor ze zong. Of eigenlijk alleen het refrein van ‘Arcade’, het winnende nummer van Duncan. Meer ken ik niet.
 Onze rode kitten overleed begin dit jaar nadat hij was aangevallen door een hond. Het was een stom ongeluk waar ik jammer genoeg toeschouwer van moest zijn. Het verscheurde me. Ik had niet verwacht ooit zo te rouwen om een huisdier, zeker niet eentje die nog maar zo kort in mijn leven was. Verdriet wisselde zich af met woede, en die maakte weer plaats voor schuldgevoel. De nachten vlak na het ongeluk bracht ik klaarwakker door, peinzend over wat ik anders had kunnen doen. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat ik hem daar niet mee terug kon halen. Mijn pijnlijke verlangen om die dag opnieuw te beleven, alle ramen en deuren dicht te houden en hem stevig tegen me aan te drukken, zou niets opleveren. Het was te laat. Ik had het niet anders kunnen doen. Onderweg naar de dierenarts was hij al stervende. Nu groeien er over een paar weken bloemen op zijn graf. Een nieuw leven. Elke komende lente zal ik herinnerd worden aan hem, door al het moois dat boven hem groeit. Volgend jaar wil ik er vergeet-me-nietjes bij zaaien.
 Deze tuin is op dit moment mijn heiligdom. Er raast een virus door ons land, waardoor we zoveel mogelijk thuisblijven. Als mijn leven anders was gelopen, zat ik nu misschien nog in mijn Amsterdamse appartement zonder balkon. Ik kan je vertellen dat mijn mentale staat dan heel anders was geweest. Nu stap ik onze woonkamer uit en land ik met mijn blote voeten in het gras. Bij elke maaltijd gooi ik de schuifdeur open en snuif ik alle frisse lucht naar binnen. Ik zet mijn bordje op de tuintafel, die we zo verschoven hebben dat hij precies in de ochtendzon staat. Aan mijn zijde onze andere kitten en een grote bak koffie. Soms is het bloedheet, op andere dagen is het fris. Toch zit ik er. Buiten zijn geeft me de mogelijkheid om alle gedachtestromen die voorbijflitsen in mijn hersenpan even op pauze te zetten. Met zo weinig afleiding staat de deur naar mijn onzekerheden op een kier, waardoor er makkelijk eentje uitglipt. Of er een paar bij komen. Buiten zijn die angsten tijdelijk stil. Ze veranderen er vaak zelfs in mogelijkheden. Het is mijn veilige plek.
 Een wesp heeft haar zinnen gezet op een koperen theekan die ter decoratie op tafel staat. De hals is smal, maar ze perst haar vleugels samen en kruipt er moeiteloos doorheen. Ik zie haar driftig heen en weer flitsen, dus ik heb het idee dat ze binnenin haar nest aan het bouwen is. Een wespennest in je tuin is waarschijnlijk niet de meest ideale situatie, maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om haar weg te jagen. Ze werkt zo hard en net als ieder ander wezen op aarde probeert ze ook maar te voldoen aan haar plicht. Ik spreek mezelf nog wel als ik deze zomer buiten zit te ontbijten en ik mijn jampot moet verdedigen. De theekan kochten we in Turkije. Het was een beetje als een vakantieliefde. Toen we hem tegenkwamen in een tweedehandswinkeltje waren we er helemaal weg van, maar eenmaal thuis drong het tot ons door dat we er veel te veel voor betaald hadden. Bovendien belandde hij na die vakantie in een hoekje van onze berging. Een impulsieve aankoop, die na jarenlang verstoffen uiteindelijk werd omgedoopt tot tuindecoratie en inmiddels is veranderd in een woonplaats voor wespenbaby’s. Een luxe onderkomen voor onze minst favoriete beestjes. De natuur doet wat ze wil.
 Misschien dat ik me juist daarom zo nederig voel hier. Als professioneel controlfreak kan ik er slecht tegen wanneer dingen niet lopen zoals ik wil. Ik knutsel verwachtingen van mezelf tot een prachtig kunstwerk, maar word keer op keer teleurgesteld wanneer ik erachter kom dat ik eindig met een kindertekening. Ik wil graag dat alles bij de eerste poging lukt, terwijl ik dondersgoed weet dat ik bij mijn eerste doek geen Van Gogh zal schilderen. Als ik faal voelt dat alsof ik de touwtjes niet meer in handen heb. Dat maakt me gek. Maar controle uitoefenen op de buitenwereld lukt niet, hoe graag ik dat ook zou willen. De muntplantjes, waarvan ik dacht dat ze verdwenen waren, komen nu doodleuk op zeven verschillende plekken op. De mieren schuiven het zand tussen de klinkers van ons terras weg. Als ik ze verdrijf, vind ik ze over een tijdje in mijn composthoop. Ik kan veel leren van de ijverige drang van de levende organismes in onze tuin. Als het niet op de makkelijke manier lukt, dan nemen ze maar de moeilijke weg. Een mier gaat niet bij de pakken neerzitten. Een mier geeft niet op.
 Het is bijna twee maanden geleden dat ik mijn ouders voor het laatst zag. Ik spreek ze nog via het scherm van mijn telefoon, maar dat geeft toch niet hetzelfde gevoel als wanneer je iemand kan aanraken. Toen het virus ons land binnendrong, sprak ik met mezelf af zoveel mogelijk thuis te blijven. Natuurlijk moet ik voor boodschappen de deur uit, maar meer dan dat wekelijkse supermarktbezoekje zit er niet in de laatste tijd. In ons huis merk ik niets van de gekke situatie waarin we zitten. Als ik eenmaal achter mijn winkelwagentje loop zie ik bange ogen, haastige lichamen, maar ook troostende blikken. Flauwe glimlachjes. We doen het er maar mee. Ik manoeuvreer me door de winkel en voer een contactloze dans uit met de andere bezoekers. Daarna zit ik weer vooral in m’n eentje thuis. Overdag met het gezelschap van onze zwarte kat, ’s avonds met mijn vriend. Ik mis mijn vader en moeder. Omdat we zo ver uit elkaar wonen, rij ik niet even langs voor een luchtkusje en een zwaaisessie voor het keukenraam. In het begin leek dat nog een makkelijke situatie. De gezelligheid kwam over een tijdje wel weer. Inmiddels weet ik niet meer wanneer dat dan is. Wanneer komt de dag waarop ik besluit dat het veilig is om langs te gaan? Is het misschien nu al veilig, aangezien ik al zo lang in isolatie zit? Hoe langer het duurt, des te meer ik me afvraag of ik overdrijf. Ik voel me goed. Zij voelen zich goed. Toch knaagt die kleine kans aan mij. Is het niet veel fijner om achteraf te zien dat je overdreven gehandeld hebt, dan dat er daadwerkelijk iemand ziek is geworden? Mijn ouders zijn niet bang. Zelfs mijn vader, die regelmatig in het ziekenhuis moet zijn, lijkt een zorgeloos mens. Ze hebben wel voor hetere vuren gestaan. Het onkruid, dat tussen ons uitgedroogde gras woekert, ook. Ik kan het agressief uit de grond rukken, erop stampen, ernaar spugen. Ik zou het waarschijnlijk zelfs met een vlammenwerper kunnen aanvallen, maar hoe dan ook roei ik het nooit volledig uit. Dat hoeft eigenlijk ook niet van mij. Het onkruid is de underdog van je tuin. Door weinigen geliefd, maar ijzersterk. Onkruid vergaat niet. De afgelopen jaren vroeg ik me soms af of ik het onkruid van mijn vakgebied was geworden. Hoe sterker ik mijn persoonlijkheid door liet schemeren, hoe minder geliefd ik me voelde. Ik kon me niet meer voordoen als de mooiste bloem van het boeket. Deze lente merk ik dat die positie me begint te passen. Ik heb hem aangetrokken als een tweedehands jas die steeds meer eigen gaat voelen. Hij begint naar mijn parfum te ruiken. De mouwen versmelten met mijn huid. Hij zorgt ervoor dat ik begin te leren hoe ik iets los kan laten. Iets wat mijn hele leven lang al onderdeel van mij is. Ik heb het talloze keren geroepen, maar ik lijk het nu pas echt te geloven. Het is oké om niet iedereen tevreden te kunnen stellen. Niet elk mens ter wereld zal mij leuk vinden. Dat maakt mij niet direct een hinderlijk onkruid. Maar ik ben ook niet de plant in de vitrine van het tuincentrum. Niet het pronkstuk van de zaak. Ik heb geen indrukwekkende kleuren en een makkelijke gebruiksaanwijzing. Ik ben het stekje in de hoek van de winkel. Degene die de afgelopen jaren weigerde om water te drinken. Die geen voedingsstoffen op wilde nemen uit wat de buitenwereld haar gaf. De bladeren gescheurd, de steeltjes fragiel. De plant die nu pas lijkt door te hebben dat ze kan groeien. Dat ze mag groeien.
 Het is de vreemdste lente van mijn leven. Tegelijkertijd krijg ik door alle afleiding die wegvalt meer mogelijkheden om te leren. Bovendien zie ik mezelf dit voorjaar voor het eerst sinds een lange tijd van een andere kant. Ik zag mijn diepe dal toen onze kitten stierf in mijn armen. Ik voel dat ik me minder vastklamp aan het verleden. Dat ik mijn angst tegenwoordig in bedwang heb. Ik merk hoeveel ik van mijn familie hou nu ik ze zo lang niet heb gezien. De afgelopen dagen bevatten zelfs wat liefde voor mezelf.
 Zo sta ik, samen met mijn tuin, in bloei.

Teske de Schepper

Teske de Schepper behoort tot de eerste generatie succesvolle Nederlandse YouTubers. Gedurende haar carrière van inmiddels tien jaar heeft ze honderdduizenden kijkers en volgers aan zich weten te binden. Ze is daarmee een van de bekendste vloggers van de Benelux. In 2018 verscheen haar muzikale debuut Porselein, waarvoor ze onder meer samenwerkte met de band Chef’SpecialTeske is eerlijk, speels, licht én donker en altijd op zoek naar de ander in zichzelf. Nachtvlinder is haar eerste boek. 

Auteursfoto © Mike Jurrien

 



Over de auteur

Hebban Crew

1940 volgers
3 boeken
3 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: #ikleesthuis met Teske de Schepper

 

Gerelateerd

Over