Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

In gesprek met Tad Williams

Decennia na zijn succesvolle en afgeronde fantasieserie Heugenis, smart en het sterrenzwaard, keert Tad Williams terug naar de wereld van Osten Ard. Wat bezielt een auteur om zo lang na een afgeronde reeks opnieuw die wereld in te duiken en dezelfde personages, maar nu ouder en wijzer, te laten opdraven. Hebbanrecensent Iris Spanbroek sprak Williams tijdens zijn bezoek aan Nederland.

Over Tolkien, het breken van genres, en 30 jaar schrijverschap.

'Ik wil mijn lezers een uitdaging bieden.'

Hoe ben je ooit in het schrijverschap terecht gekomen?

Tad Williams: 'Ik heb het een hele tijd volgehouden met allerhande baantjes en creatieve uitingen. Maar op een gegeven moment woonde ik voor het eerst samen met katten. Dat was vrij verontrustend en spannend en mysterieus, want ik was gewend aan honden. Met honden is de feedbackloop heel duidelijk. Katten doen alsof ze je niet herkennen, ook al woon je al jaren in hetzelfde huis. Ik heb een tijdje gespeeld met dat idee, tot ik op een dag dacht: misschien moet ik een boek schrijven. Ik kom uit een lezersfamilie en boeken zijn altijd onderdeel geweest van wie ik ben en waar ik om geef, en dus heb ik mijn eerste boek geschreven (Tailchaser’s Song). Ik kreeg een contract aangeboden, en ik dacht: wow, misschien is dit wel iets wat ik een carrière kan veranderen. En hoe meer ik schreef, hoe meer ik me realiseerde dat dit ideaal was. Ik kon betrokken zijn op zoveel verschillende levels van het creatieproces! Het ging niet alleen om het schrijven van het verhaal, maar ook om het verzinnen van de wereld eromheen. Dat is hoe ik in het schrijven ben beland: ik moet dingen maken, ik moet dingen delen met mensen.'

Door Tolkien werd het zo populair dat veel andere schrijvers zijn stijl overnamen en Tolkienesque fantasy begonnen te schrijven. Zonder, vond ik, dat ze begrepen waarom Tolkien de dingen koos die hij koos, hoe persoonlijk dat voor hem was. In plaats daarvan absorbeerden ze de tropes alsof het een soort bijbel was.

Is dat ook de reden dat je High Fantasy schrijft, omdat je controle hebt over de wereld en de setting?

TW: 'Ik schreef oorspronkelijk ook andere dingen. Toen de uitgevers mijn eerste boek publiceerden, dat kattenboek, vroegen ze waar ik op dat moment aan werkte. Ik was bezig met een historische roman over Egypte. Mijn uitgevers reageerden met horror in de ogen en zeiden: “Nee, wij zijn een Fantasy en Sciencefiction uitgever, we zijn niet echt geïnteresseerd in iets historisch. Is er niet iets anders wat je wil doen?” En ik was al jaren zowel gefascineerd als geïrriteerd door post-Tolkienesque fantasy. Omdat er geen epic fantasy als genre bestond, tot Tolkien. Door Tolkien werd het zo populair dat veel andere schrijvers zijn stijl overnamen en Tolkienesque fantasy begonnen te schrijven. Zonder, vond ik, dat ze begrepen waarom Tolkien de dingen koos die hij koos, hoe persoonlijk dat voor hem was. In plaats daarvan absorbeerden ze de tropes alsof het een soort bijbel was. Ik wilde een dikke fantasy epic schrijven die goed en spannend was, maar die ook deze dingen aan de kaak stelde. Dat zei ik tegen mijn uitgevers. En zo tekende ik eigenlijk mijn doodvonnis, want als je één dikke epic schrijft… ik wilde ook niet bekend staan als “the cat-book-guy”, ik wilde ook niet slechts één ding gedaan hebben. Maar op een bepaalde manier heb ik mezelf wel in een hoek geverfd door een fantasyschrijver te worden. Dat is een van de redenen dat ik altijd zo aarzelend ben geweest om terug te keren naar mijn eerdere werk, omdat ik geen lezers wil die maar één ding willen. Ik wil lezers die mijn werk lezen omdat ze een goed verhaal willen.'

Dus… eigenlijk zeg je dat voordat jij kwam, er alleen maar Tolkien “rip-offs” waren?

TW: 'Nou, nee, allereerst zou ik mezelf niet als de redder van fantasy fictie neerzetten of zoiets. Maar als ik op tour ben beginnen mensen wel altijd over: “Oh, George R.R. Martin zei dat je zijn inspiratie was en zo…” Maar George schrijft al heel lang, en hij is een heel goede schrijver. Ik denk dat de inspiratie was, dat hij zag dat iemand deze vorm hergebruikte, want het genre was wat uit de mode geraakt. Of eigenlijk denk ik dat George zag dat ik deze vorm gebruikte om een groots meeslepend verhaal te schrijven, maar toch ambitieus was. Ik denk dat dat de inspiratie was. Veel fantasyboeken die ik las en lees, spreken me niet zo aan, omdat de ideeën in die boeken niet zo van elkaar verschillen. Ik houd ervan als iemand iets nieuws in een genre stopt. Een genre is een serie van beperkingen, en wat die beperkingen interessant maakt, is wanneer je ze buigt of breekt. Niet wanneer je keurig binnen de lijntjes blijft.

Een van de redenen dat Lord of the Rings zo ontroerend was, was omdat hij zijn filosofie en zijn persoonlijkheid in het verhaal verwerkte. Hij voelde daadwerkelijk dat de wereld niet zo’n goede plek meer was als dat het eens wel was, zowel religieus als voor hemzelf persoonlijk. En dat zie je in de boeken, het is pijnlijk mooi.

Ik vond dat veel mensen Tolkien imiteerden zonder hem te begrijpen. Een van de redenen dat Lord of the Rings zo ontroerend was, was omdat hij zijn filosofie en zijn persoonlijkheid in het verhaal verwerkte. Hij voelde daadwerkelijk dat de wereld niet zo’n goede plek meer was als dat het eens wel was, zowel religieus als voor hemzelf persoonlijk. En dat zie je in de boeken, het is pijnlijk mooi. Die diepe, diepe droefheid die Lord of the Rings karakteriseert… Ik denk dat het ook een reflectie is op jeugd. Dat is een ervaring die we allemaal hebben in ons leven, of we nu katholiek zijn zoals Tolkien of niet, het besef dat we opgroeien en als volwassenen terugkijken naar onze kindertijd. Dat was onze eigen gouden eeuw. Ik denk dat dat universeel is aan Tolkiens gevoel van verlies, maar hij verft het in zulke levendige, mooie kleuren, dat velen van ons absoluut met stomheid geslagen waren toen we het voor het eerst lazen, en we werden er verliefd op. Maar veel schrijvers na Tolkien die duidelijk niet Tolkiens persoonlijkheid of perspectief hadden, namen het gewoon over. Dus toen ik mijn eerste epic schreef, was dat een van de dingen die ik wilde aanstippen. Bijvoorbeeld, in The Dragonbone Chair, krijgen de personages verhalen te horen over de gouden eeuw van voor hun tijd. Maar ze komen er steeds meer achter dat dingen in het verleden, in retroperspectief, juist niet zo goed en mooi waren. Ik had meer van dat soort thema’s, buiten Tolkien om, waarbinnen ik reflecteerde op de platte, repetitieve wegen die fantasyschrijvers hadden genomen. Ik zag gewoon dat veel mensen iets overnamen van een blauwdruk, zonder dat ze zichzelf er in brachten. Dit was mijn reactie, ik wilde over dingen schrijven die belangrijk voor míj waren en die die blauwdruk bediscussiëren.'

Je hebt deze serie weer opgepakt na dertig jaar. Is er iets veranderd aan wat je zo aantrekt binnen deze verhalenreeks? Wat is er voor jou veranderd in dertig jaar?

TW: 'Heel veel zelfs. Dat was een van de redenen waarom ik überhaupt terug ben gekeerd naar deze boeken. Veel mensen hebben me gevraagd of ik ooit de draad weer zou oppakken. En een van de redenen waarom ik daarover aarzelde, is omdat het zo lang geleden is. Ik ben niet dezelfde persoon of dezelfde schrijver als toen. Ik ben een ander mens, qua leeftijd, qua ervaringen. Ik heb kinderen nu! En toen begon ik na te denken over de personages zelf, en een zelfde tijdsperiode. Dat was de eerste vonk, een waar-zijn-ze-nu-idee. Het feit dat ik twee van mijn hoofdpersonages van de eerste boeken nu nog steeds als twee centrale personages heb, betekent dat ik naar hen kijk met dezelfde mate van tijd en veranderingen in hun levens. Zij zijn gegroeid van tieners naar volwassenen van middelbare leeftijd. Het is bijna onmogelijk om een deel van het verhaal niet te laten gaan over die omslag: als jongvolwassene sta je in het middelpunt van alles en ontdek je alles voor het eerst, en dat thema van opgroeien is centraal in de eerste boeken. En nu zijn ze ouder, en zijn zíj degenen met verantwoordelijkheid. Ze zeggen het zelfs op een bepaald punt: alle mensen waar wij tegenop keken, zijn weg. Wij zijn het nu. Dat is een verlammende gedachte die volwassenen continue hebben. Het geeft onze kinderen de illusie dat we meer weten dan we eigenlijk doen. We doen allemaal maar alsof, net als onze ouders en grootouders. Het is logisch dat deze thema’s in het boek beland zijn, want dat is waar ik zelf ook ben in mijn leven.'

Zijn er, naast de persoonlijke veranderingen, ook veranderingen in onze echte wereld, cultureel of politiek, die terugkomen in de nieuwe boeken?

TW: 'Ja, natuurlijk! En een van de dingen die aan de hand zijn in deze boeken, is dat de Nornen gepersonaliseerd worden, en dat gebeurt niet in de eerste boeken. Toen waren ze een enge vijand waar je je niet mee kon identificeren. Een beetje zoals Orks maar dan minder vies en kwijlerig. Je leerde ze niet echt kennen. Op dit moment zitten we in een soort versimpelde politieke wereld: als je niet aan onze kant staat, dan moet je wel bij de vijand horen. En je bent de vijand als je een andere religie of cultuur hebt. Wat gewoon idioot is. Dat heb ik beslist meegenomen in mijn besluit om de Nornen dit keer echte personages te laten worden. Ik wil dat lezers worstelen met dat feit. Ja, ze willen mensen vermoorden. Ja, ze zijn nog steeds levensgevaarlijk. Ja, op veel manieren vinden we hun cultuur vreemd. Maar ze hebben een cultuur, families, ze geloven dat ze zichzelf verdedigen en dat ze een recht hebben om te bestaan. Dat zijn dezelfde dingen die wij hebben en doen, alleen aan de andere kant van de spiegel. Voor een deel zijn mijn beslissingen dus politiek beladen, maar ik wil ook mijn lezers een uitdaging bieden. Ik wil ze verder de wereld intrekken en ik maak de wereld realistischer en complexer. Nu kan de lezer niet meer een stapje terugdoen: je moet een connectie met de personages, je moet je in hun hoofd verplaatsen.'

Een van de dingen die ik heerlijk vind aan fantasy is dat dingen niet alleen enger en vreemder zijn dan in de echte wereld, maar dat het je ook toestaat om dingen te creëren die ontzagwekkend en mooi zijn. Ik houd van dat aspect.

Wat vond je het leukste om naar terug te keren?

TW: 'Sommige van mijn hoofdpersonages, met name Simon, omdat ik hem letterlijk heb laten opgroeien. Maar het leukste vond ik toch om naar de wereld zelf terug te gaan, want ik houd van world-building. Een van de dingen die ik heerlijk vind aan fantasy is dat dingen niet alleen enger en vreemder zijn dan in de echte wereld, maar dat het je ook toestaat om dingen te creëren die ontzagwekkend en mooi zijn. Ik houd van dat aspect. Dat was ook het ding aan Tolkien dat mij te pakken kreeg. Ik was echt enthousiast om weer terug te keren en delen van Osten Ard te ontdekken en uit te tekenen die in de eerste boeken slechts even benoemd werden. Het was alsof ik terugging naar een plek die bekend was, maar die ik nog niet volledig had ontdekt.'

Als je gedwongen werd om terug te gaan in je eigen werk en iets MOEST veranderen, wat zou je dan anders doen?

TW: 'Ik weet niet of ik daar een antwoord op kan geven, want het heeft waarschijnlijk te maken met iets wat in deze serie plaats gaat vinden. Het is moeilijk om dat te zeggen. Veel van mijn lezers kennen mijn boeken beter dan ik doe. Dus als ik zeg: ik zou teruggaan en zus en zo anders doen, dan denken zij meteen: Oh, dus DAT is een belangrijk element… Ik wil niets verklappen! Het enige wat ik zeggen kan, is dat ik heel veel komma’s zou verwijderen. Ik gebruik nu veel minder komma’s.'



Over de auteur

Iris Spanbroek

28 volgers
21 boeken
8 favoriet


Reacties op: In gesprek met Tad Williams

 

Gerelateerd

Over

Tad Williams

Tad Williams

Tad Williams (1957), pseudoniem van Robert Paul Wiliams, groeide op in Palo Alto, California, USA. Zijn moeder stimuleerde hem al op jonge leeftijd om te lezen. Williams' voorkeur ging toen ...