Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Ellen den Hollander

Hoe actueel kan een boek zijn? Nauwelijks een week nadat De primeur, het nieuwste boek van journaliste en misdaadauteur Ellen den Hollander, verscheen, meldden alle kranten en tv-programma’s dat een bende Roemeense skimmers (van pinautomaten) is opgerold. Eenzelfde gang van zaken als in De primeur uitvoerig is beschreven.

Maar ook bankfraude en verfoeilijke homohaat spelen een rol in het boek. Ellen den Hollander houdt niet van vrijblijvendheid. Als financieel redacteur van het Algemeen Dagblad, gespecialiseerd in fraudezaken, schrijft zij graag over onderwerpen die haar raken, zoals fraude, corruptie en misleiding. Als decor voor haar verhaal heeft zij gekozen voor een krantenredactie, een werkplek die zij kent als haar broekzak en van waaruit op legitieme wijze onderzoek kan worden gedaan. Haar belangrijkste speurneus is Evelien Bos, journaliste, workaholic, moeder, mannenmagneet en alcoholliefhebster met een open oog voor jong mannelijk schoon.

Foto's: Tom de Bree

De primeur is het tweede boek van Ellen den Hollander (1969). Haar debuutroman, Door het vuur, verscheen in 2009 en was een geslaagde poging om iets te schrijven dat minstens honderd keer langer was dan de 750 woorden die zij gemiddeld in een krantenartikel kwijt kon. Het beviel goed. Een tweede boek was dan ook meer dan logisch, omdat schrijven volgens Ellen niet alleen haar werk, maar ook haar hobby is.

Het gesprek vindt plaats in de grote spiegelzaal van haar uitgeverij, een wonderlijke combinatie van oude koopmansglorie, ontzield door moderne accenten. Ellen den Hollander ziet er jeugdig uit. Ze heeft lang, donker haar en een vriendelijke, open glimlach. Ze straalt een mild soort zelfbewustzijn uit, dat nauwelijks strookt met haar opmerking dat ze vroeger heel verlegen was.

SUMMER OF ‘69
De jeugd van Ellen den Hollander omvatte alle omstandigheden die nodig zijn om een jong meisje in de richting van het schrijverschap te duwen. Met warmte omringd in een omgeving die niet de hare was. Ellen: ‘Ik ben geboren in Ridderkerk in 1969, als dochter van een Rotterdammer en een Haagse, in de maand dat de eerste mens voet op de maan zette. The summer of 69, Bryan Adams heeft er een mooi liedje over geschreven. Ik ben met warmte en liefde opgegroeid. Een heerlijke luxe, maar op een bepaalde manier dodelijk. Het kan ervoor zorgen dat je wereldvreemd blijft. Helermaal in combinatie met mijn verlegenheid en mijn behoefte om niets anders te doen dan te lezen. Ik las alles. Pitty naar kostschool bijvoorbeeld, alle boeken van mijn broer en de “betere” boeken die ik van mijn favoriete tante Anja voor mijn verjaardag kreeg. Die gebonden boeken van Thea Beckman en Jan Terlouw heb ik allemaal nog. Op woensdag zat ik voor de deur van de bibliotheek te wachten tot hij openging. Ik was geen buitenspeelmeisje. Ik wilde al heel vroeg schrijver worden.

RELIGIE
In haar debuutroman Door het vuur neemt Ellen den Hollander fel stelling tegen de uitwassen van religie. De kiem van haar verontwaardiging werd gelegd in haar geboortedorp.

Ellen: ‘Ridderkerk is een streng gelovig slaapdorp. Toen mijn ouders er begin jaren zestig gingen wonen, haalde men op zaterdagavond nog de sigarettenautomaten van de muren, omdat op zondag geen sigaretten verkocht mochten worden. Heel gereformeerd. Daar pasten wij niet in. Ik kom uit een rijk geslacht van heidenen, een rood nest. Ik zat op een openbare school en een paar honderd meter verder zat de school van dominee Kersten. Wij noemden die kinderen die op die school zaten de kersenpitten. Ze vloekten harder dan wij. Er was op z’n zachtst gezegd sprake van onderlinge wrevel.

Wat me bijstaat is dat ik als tiener vaak ging hardlopen. Op een zondag had ik het lef om langs de strengste kerk van het dorp te rennen, de Singelkerk. Ik werd nog net niet gestenigd. Het was ergens wel fascinerend. Vriendschappen werden door het geloof streng gescheiden. Al mijn vriendinnetjes kwamen van mijn eigen, openbare, school.

Voor mijn eigen dochter heb ik ook bewust voor een openbare school gekozen. Ik vind niet dat slechts één geloof in een school thuishoort. Ik ben in heel weinig dingen radicaal, maar geloof hoort niet in een school thuis. Leraren mogen er van alles over vertellen, maar dan wel over alle religies. En dan ook dat je er voor kunt kiezen om niet in God te geloven, maar in mensen.’

GEVECHT TEGEN VERLEGENHEID
Ellen: ‘Na mijn middelbare school ben ik Nederlands gaan studeren omdat ik van lezen en schrijven houd. Waar drukinkt en papier bij elkaar komen, raak ik gefascineerd. Niet alleen boeken, maar ook kranten en tijdschriften.

Toen ik ging studeren was ik overigens heel erg verlegen. De pauzes waren voor mij een hel. Dan moest je koffie drinken en met elkaar converseren. Verschrikkelijk. Ook toen ik afgestudeerd was, was ik nog steeds erg verlegen.

Solliciteren vond ik een ramp. Oh man. Desondanks heb ik allerlei baantjes gehad. Na twee jaar ging ik bij een huis-aan-huisblad werken. Mijn eerste reportage was niet bepaald geslaagd. Ik kwam weliswaar terug met een foto, maar wat tekst betreft had ik net genoeg voor een onderschrift bij de foto. Ik had niemand echt durven aanspreken. Om mijn zelfvertrouwen wat op te krikken ben ik daarna in mijn eentje een jaar lang op reis geweest. Naar Australië, Indonesië, Thailand, Maleisië. Was heel leuk, maar het laatste deel van de reis was ik eenzaam en daar kon ik niet goed tegen. Een mens moet dingen kunnen delen.


Toen ik in Nederland terugkwam had ik een vol hoofd en een veel zelfbewustere houding. Ik ben toen tijdelijk bij Randstad gaan werken en ben daarna, in navolging van mijn vriendin Annet de Jong, de opleiding postdoctorale journalistiek gaan volgen. Je leert daar hoe je dagbladjournalist kan worden. Een gouden greep. Ik liep stage bij de Haagse Courant en daar ben ik nooit meer weggegaan. Later is de krant gefuseerd met het AD en zo ben ik daar terecht gekomen. Ik had mijn bestemming gevonden. De reden dat ik het vak van journalist zo geweldig vindt, ligt in het feit dat ik nieuwsgierig ben. Maar de combinatie nieuwsgierig en verlegen is niet zo handig. Ik heb in dat opzicht veel moeten overwinnen. Mijn therapie was dus werken en reizen.’

BOEK
Ellen: ‘De journalistiek vind ik fantastisch, maar intussen droomde ik van het schrijven van een boek. Eigenlijk al vanaf mijn tiende. Ik ben begonnen aan mijn eerste boek toen een aantal dingen samenvielen. In de eerste plaats verscheen het boek Vuurkoraal van mijn vriendin Annet de Jong. Ik zag groen van jaloezie. Dat wilde ik ook. Bovendien had ik voor de krant een artikel geschreven over frauduleuze zaken van een religieuze organisatie. De wil was er dus en het onderwerp ook.

Ik schreef een paar hoofdstukken en stuurde die naar de uitgever, die mijn manuscript afwees. Pas na herschrijving kreeg ik te horen dat men Door het vuur wilde uitgeven. Ik fietste jubelend over de gracht in Amsterdam. Mijn boek zou er echt komen. In mijn boek wilde ik iets zeggen over vriendschap, verraad en oplichting. Nu ben ik absoluut geen docent. Ik heb geen boodschap. Maar ik vind het wel leuk om iets te vertellen waar ik iets vanaf weet. Zo had ik veel mensen gesproken die slachtoffer waren van oplichting door een religieuze organisatie. Dat was een aardige voedingsbodem voor een boek.

Maar als je het over bedrog en oplichting hebt, dan is er genoeg materiaal voorhanden. Ik geloof dat bedrog en oplichting jaarlijks goed zijn voor een bedrag van ruim één miljard euro. En er zijn zoveel vormen. Van bedrog met neploterijen en timesharingappartementen tot beursfraude en fakefacturen van foute bedrijven toe. Het kan soms heel subtiel zijn.’

INKIJKJE IN KRANTENREDACTIE
Ellen: ‘Voor het schrijven van mijn tweede boek, De primeur, wilde ik een totaal ander verhaal. Ik wilde vertellen hoe het er op een krant aan toegaat. Het was raar, omdat ik plotseling niet meer met de ogen van een insider naar de krantenredactie keek, maar ook met de ogen van een buitenstaander. En als buitenstaander dacht ik: wat vreemd eigenlijk dat we op die manier vergaderen of wat raar dat we zus en zo met elkaar omgaan en hé, wat is men soms eigenlijk seksistisch.

Maar, hoewel ik de gang van zaken op een krantenredactie beschrijf, is het niet zo dat ik ook echt bestaande redacteuren beschrijf. Zo wist ik dat ik in mijn boek een geile, oversekste adjunct hoofdredacteur zou beschrijven. Dus ben ik meteen naar mijn adjunct toegegaan om hem te zeggen dat hij het niet was die ik heb beschreven. Ik ben naar een nieuwe sterverslaggever toegegaan om hem te zeggen dat ik hem niet dood wilde hebben, zoals de jonge verslaggever in mijn boek wel was overkomen. Al met al vond ik het erg leuk om te beschrijven hoe het werkt bij een krant. Veel mensen hebben daar geen flauw idee van.’

STAPELEN VAN PROBLEMEN
In De primeur staat niet één verhaal centraal, maar zijn er meerdere verhaallijnen die in elkaar overlopen. Ellen den Hollander stapelt een aantal probleemstellingen op, zoals een kind legoblokjes op elkaar zet. Langzaam maar zeker worden de problemen uitgediept, met elkaar verbonden tot ze één onverbrekelijk geheel vormen.
Zo komen aan de orde: het skimmen van pinautomaten door Roemenen, homohaat, (zelf) moord, adverteerders die de onafhankelijkheid van kranten in gevaar brengen en beursfraude.

Ellen den Hollander heeft er een goede reden voor: ‘Als ik een boek lees vind ik het altijd teleurstellend als het maar één verhaal is. Of als er een verhaal is dat zich maar in één beperkt gebied afspeelt of met een heel beperkt aantal mensen. Ik schrijf over dingen die me raken en omdat dat meerdere dingen zijn, schrijf ik ook over meerdere zaken.’

GRENZELOZE EVELIEN
Hoewel in De Primeur tal van personages optreden die een hoofdrol voor zich opeisen, is het de Roemeense skimmer Dumitro Manesco die Ellen als haar meest favoriete personage beschouwt. Ellen: ‘Over hem krijgt de lezer de meeste achtergrondinformatie, in hem kan de lezer zich het beste inleven.’

De werkelijke hoofdpersoon, Evelien Bos, komt daar echter ook aardig bij in de buurt.
Ellen: ‘Evelien is in mijn ogen een overdreven ‘ik’. Ze is een workaholic, ze dendert maar door, dag en nacht. Ze is ook een beetje oppervlakkig en ze drinkt te veel. Er wordt haar grenzeloosheid verweten op het gebied van werk en seks. Ze komt in mijn eerste boek ook voor. Toen vond ik het leuk om over haar te schrijven. Maar nu, na het schrijven van mijn tweede boek vind ik haar karakter, toch niet zo aantrekkelijk. Ik vind haar in wezen niet zo aardig. Die Roemeense skimmer, die goed is voor zijn moeder en zijn zuster in Roemenie daarentegen, vind ik wel aardig, ondanks het feit dat hij een boef is. Voor een thriller is het overigens wel belangrijk dat Evelien dankzij haar werk de ideale persoon is om dingen te onderzoeken.’

MANNENMAGNEET
Evelien Bos ontpopt zich in De primeur niet alleen tot een obsessieve journaliste, maar ook tot een ware mannenmagneet. Wijlen haar jonge collega Timo had een verhouding met haar. Haar adjunct-hoofdredacteur Ted Damen alsmede haar oudere collega Roel hebben een oogje op haar. Een Roemeense ontvoerder wil haar verkrachten en de jeugdige Roemeense homohater Kevin wil met haar naar bed. Kortom aan aandacht geen gebrek.

Ellen: ‘Tja, ze zal wel wat hebben, haha. Nou ja, weet je, als je het zo op een rij zet, moet ik erg aan Stieg Larsson denken. Die had ook zo iemand bedacht. En als je die in de film terugzag, had het iets potsierlijks. Het was niet echt realistisch dat iemand zoveel aantrekkingskracht kon hebben. Over Stieg Larsson is dan ook gezegd: ‘Ja, hij had gewild dat hij het zelf was. En misschien is dat bij mij ook wel zo. Ik had wel gewild dat het zo was. Houd het er maar op dat Evelien gewoon wat heeft….’

PUZZELEN EN GELOOFWAARDIGHEID
Dat een schrijver in een boek een eigen universum schept waarin alles kan, spreekt voor zich. Maar zijn er grenzen aan fictie zonder dat de geloofwaardigheid van het verhaal teloor gaat?
Ellen is daar duidelijk in: ‘Je mag je verhaal en je personages natuurlijk nooit zo ongeloofwaardig maken dat mensen het niet meer accepteren. Maar ik heb nog nooit een spannend boek gelezen waar niet iets inzat waarbij ik dacht: ‘dat is wel heel toevallig’. Op zich is dat niet erg, maar het mag nooit zo zijn dat je de lezer van je vervreemdt. Er is een grens aan wat lezers accepteren.

Kijk, in De primeur vond ik het hartstikke leuk om alles wat zich afspeelt bij de krant zo realistisch mogelijk te beschrijven. Maar ook voor de andere gedeeltes ben ik tijdens het schrijven constant bezig geweest om het verhaal zo geloofwaardig mogelijk te houden. Wat ik schrijf over skimmen is 100% waar, net als de verhaallijn over de beursfraude. Het geloofwaardig maken van je verhaal betekent overigens dat je als schrijver vaak terug moet gaan in je tekst om veranderingen aan te brengen. Het is vaak een gepuzzel om alles kloppend te maken. Daarom is het schrijven ook zo leuk.’

OVER VALLENDE MUSSEN EN DAKEN
WF Hermans schreef ooit dat de voorwaarde voor een goed boek was dat er geen mus van het dak mocht vallen zonder dat het in het boek een gevolg had. Een aanbeveling die door Ellen den Hollander in een eerder interview wordt aangehaald. Dat doet vermoeden dat het een vuistregel is waar ze zich aan houdt.

Ellen: ‘Ik ben dol op een aantal Zweedse schrijvers, onder wie Henning Mankell. Wat ik zo aardig vind in zijn boeken is dat er een groot aantal dingen in zijn boeken gebeuren die helemaal niet terugkomen in de rest van zijn verhaal. Dingen waarvan je alleen maar denkt, ja, zo is het leven. Je hebt tien paadjes en negen daarvan lopen dood. En van mij mag je best die doodlopende paadjes beschrijven, ook al hebben ze verder voor het onderzoek of voor je boek geen enkele functie meer. Dat vind ik mooi. Het is gewoon mooi om zo compact te schrijven. Maar ook sfeer is belangrijk voor een verhaal en als je veel ruimte uittrekt voor het beschrijven van sfeer, komen daar ongetwijfeld elementen in voor die de gemoedsgesteldheid van de personages versterken zonder dat het direct aanwijsbaar een functie heeft voor de rest van het verhaal. Ik denk dat je een soort evenwicht moet zoeken. In dat opzicht lijkt het schrijven van een boek op het schrijven van een krantenartikel. Er moet evenwicht zijn.’

GEWEER IN DE HOEK
Elke misdaadauteur heeft zo haar/zijn eigen opvattingen over elementen die een verhaal spannend maken. Voor Ellen den Hollander is het belangrijkste element ‘misverstand’.
Ellen: ‘Je moet het poppenkastgevoel opwekken, zo van Draai je om! Er staat iemand achter je. Dat is bij alle spannende boeken en films essentieel. En in wezen is dat ook een vorm van misverstand. Als jij denkt dat je vrolijk met iemand praat of dat je rustig aan het eten bent, terwijl er achter je een kerel met een bijl staat, dan zorgt dat voor spanning, meer dan gruwelijk geweld. Psychologische spanning is beter, die gaat onder je huid zitten ook als er nog niet eens iets is gebeurd. Bij misverstand bedoel ik het onbekende, de onderhuidse dreiging. Spanning is het geweer dat je in de hoek zet. Je weet nooit op welk moment het afgaat.’

NIEUW BOEK
Over een eventueel nieuw boek wil Ellen niets kwijt. ‘Ik heb een idee, maar het brengt ongeluk om daar over te praten. Ik weet ook niet of ik doorga met Evelien. Het is natuurlijk wel handig om een journaliste als hoofdpersoon te hebben. Zij is een ideaal voertuig en ik vind het ook leuk om een krantenredactie te beschrijven. Dus, wie weet?

Ik heb geen haast met een nieuw boek. Kijk, schrijven voor de krant is werk, maar schrijven aan een boek is echt een hobby. Boeken schrijven voor de kost lijkt me minder leuk. Dan zit je alleen maar in je eentje in je kamer achter je pc. Dan word je een soort zonderling. Ik zou de sociale contacten erg missen. Dat moet je dan wel echt willen. En ik wil dat niet.’



Over de auteur

Kees de Bree

87 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Interview Ellen den Hollander

 

Gerelateerd

Over