Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Felix Thijssen

Felix Thijssen (1933) is een unicum. Een selfmade man die zich vanaf zijn tienerjaren via een doolhof aan journalistieke werkzaamheden het schrijven eigen maakte. Hij schreef alles wat los en vast zat en had er succes mee. Hij maakte in Nederland de sf-roman populair en stortte zich stoutmoedig op het on-Nederlandse genre van de western. Daarnaast schreef hij tal van filmscenario’s waaronder het komische Help de dokter verzuipt en het spannende Moord in extase (Baantjer-film). Van zijn tv-scenario’s zijn met name Nederlanders Overzee, Iris, Bureau Kruislaan en Unit 13 bij een groot publiek bekend. De liefhebber van thrillers kent hem van zijn Charlie Mann-thrillers uit de jaren tachtig en van zijn reeks Max Winter-mysteries die hij in 1998 startte. Voor het eerste deel in deze serie Cleopatra ontving Thijssen de Gouden Strop. Met zijn losstaande thriller Het diepe water verwierf hij in 2006 De diamanten kogel. Pas verschenen zijn nieuwste Max Winter-thriller Esperanza.



Voor de presentatie van Esperanza is Felix Thijssen, die momenteel met zijn vrouw Mylene in een oude tempeliervesting in de Franse Cevennen woont, even in Nederland. Een hartelijke man met warrig haar, fonkelende pretogen en een voor zijn postuur onverwacht ver dragende stem. Perfect articulerend. Kalm ook. Dit is een man die de wereld heeft gezien en in vele vormen heeft bemind. Een man die zich niet meer gek laat maken. Hij weet wat hij kan en, minstens zo belangrijk, hij weet wat hij wil. Op dat laatste, dat wat hij wil, heeft hij zijn leven ingesteld. Deels boer, deels gastheer van een pension en deels schrijver. Dat is wat hem plezier verschaft. Dat is wat hij is en wat hij doet.

Boerenleven
De leefomstandigheden van Felix Thijssen zijn die waar menigeen van droomt. Uitgebalanceerd en in een idyllische omgeving. “Ik woon heel mooi en landelijk, in een grote tempeliervesting in Frankrijk. Dat brengt veel werk met zich mee. Ik houd er schapen, ik timmer omheiningen, ik kap hout, ik heb er veel fruitbomen en ik maak jam. Ik heb er ook drie vakantieverblijven waar mijn vrouw en ik ’s zomers Nederlandse gasten ontvangen. Veel werk dus, maar dat is ’s morgens. Dan ben ik echt boer. Daar voel ik me wel bij. Da’s ook heel gezond he! Om 12 uur ga ik douchen en kleed ik me om. Ik lunch nooit. Dan drink ik koffie en lees ik een half uurtje, soms een uurtje als een boek erg mooi is. En daarna ga ik achter de computer zitten schrijven tot vijf uur, half zes. Dan ga ik koken. Ik heb een lieve vrouw, maar ze kan niet koken. Dat hindert niet, want ik kook graag. Ik kan het ook heel snel. Binnen tien minuten maak ik een heerlijk maal: een voorafje, een biefstuk, een wijntje met een kaarsje erbij. Het is voor mij een soort recreatie. Maar dat geldt voor alles wat ik doe.”


Lezen
“Zoals gezegd, ik lees elke dag. Alles wat ik onder handen krijg, eerlijk waar. Kookboeken koop ik via Amazon in Frankrijk maar ook veel 2e hands boeken. Op wonderbaarlijke wijze koop je voor drie euro een Michael Connelly. Keurig verpakt, uit Amerika, mail erbij. Ik lees van alles, maar wel in het Engels. Ik heb veel favorieten: Lee Child bijvoorbeeld en
Dennis Lehane. Ik heb een Ierse dochter en ik vraag haar altijd hoe je dat nu uitspreekt, met de klemtoon op Le of op hane. Het is het laatste. Ik moet telkens nadenken. Harlan Coben vind ik erg mooi. T. Jefferson Parker heeft ook een paar mooie boeken geschreven. Dat is voor mij echt literatuur. Ik heb pas een onzinnige discussie bijgewoond over de vraag of een thriller al dan niet literatuur is. De Amerikanen hebben dat probleem helemaal niet. In Amerika breken ze zich niet het hoofd of iets literatuur is of een thriller of een literaire thriller.
En hebben gelijk. Ik vind ook dat een boek goed is of niet goed. Met veel van de zogenaamde literaire thrillers die in Nederland verschijnen heb ik weinig op. Net als met chicklit. In veel van die boeken worden de zogenaamde “Tante Betjes” aan elkaar geregen. Het gaat nergens over. Pagina’s lang niet.”

Broeierig
Dat Thijssen zich niet kan herkennen in veel van de literaire thrillers waarin vrouwelijke emoties hoog oplaaien en waarin veel ruimte wordt uitgetrokken voor het beschrijven van voortkabbelende thee- en wijnsessies ligt voor de hand. Zijn voorliefde gaat uit naar verhalen met een ander levensgevoel. Wie Esperanza leest, maakt kennis met een drietal kinderen uit een gebroken gezin waarin de vader gewelddadig was en twee van de kinderen in zichzelf gekeerde, communicatief gestoorde wezens zijn geworden, die ook op latere leeftijd moeite hebben om zich in de werkelijke wereld staande te houden. De broeierige sfeer, het onbegrip, het onderhuidse geweld, kent ook veel overeenkomsten met het Vlaamse boerenboek De Metsiers van Hugo Claus. “De Metsiers is natuurlijk een soort referentie. Ook Suiker, dat prachtige toneelstuk van Claus. Echte Belgische verhalen. Ik refereer in Esperanza ook met een knipoog aan De Metsiers, in de scène waarin de suggestie wordt geopperd dat de overleden vader wellicht incest heeft gepleegd met zijn dochter. Maar ik schrijf het met een soort glimlach, zoals die ook verwerkt is in de zin Mama, kijk zonder handen. Ik houd overigens niet alleen van Belgische literatuur, ik houd ook van België. Het zijn de hartelijkste mensen die er zijn. Ze zijn af en toe wel secundair reagerend. Dat heb ik zelf ook. Ik denk dat dat eigen is aan schrijvers. Als je mij zo plotseling, ter plekke, om een reactie over boeken vraagt, dan is het verstandiger dat ik daar niet meteen antwoord op geef. Ik kan beter achter de schrijfmachine gaan zitten om mijn antwoord te formuleren. Ik geef liever schriftelijke antwoorden op een interview dan zo face to face. Meestal weet ik bij God niet wat ik moet zeggen.”

Chaotisch gezin
Felix Thijssen heeft een woelig leven gehad, waarin hij vele beroepen heeft gehad, talloze malen is verhuisd, in diverse landen heeft gewoond en enkele huwelijken zag mislukken. Helemaal van een vreemde heeft hij zijn onrust niet. Zijn ouderlijk gezin was niet bepaald het toonbeeld van rust en standvastigheid. “Ik kom uit een totaal chaotisch gezin. Ik ben van 1933 en was dus al 17 toen de oorlog begon. Mijn vader was journalist en die verdween op een gegeven moment. Niet dat hij en mijn moeder destijds officieel zijn gescheiden hoor. Dat ging vroeger niet zo. Mijn moeder was toen ze jong was een avonturierster uit Amsterdam. Zij trok op haar 16e te voet naar Italië. Daar leerde ze mijn vader kennen die correspondent was voor de katholieke Maasbode. Toen ze elkaar ontmoetten werd het een romance. Maar zoals gezegd mijn moeder was een heiden, niet katholiek. Hoe dan ook, toen mijn vader later verdween, zat mijn moeder in de oorlog opgescheept met 7 kinderen. En hoewel mijn vader schreef, heb ik de echte drang om te schrijven van mijn moeder. In de jaren vijftig ben ik naar Frankrijk gegaan waar mijn vader toen woonde. Ach ja, de tijd na de jaren vijftig, zo mooi omschreven als “De zonderlinge stiltetijd tussen de nazi´s en de marihuana”. Iedereen dacht alles kan, maar in feite kon helemaal niets. Het was een hele conservatieve tijd. Maar het kwam erop neer dat ik in die tijd voor mezelf moest zorgen. Ik heb 2 jaar Mulo gedaan, het instituut voor de autohandel en daarna op een limonadefabriek gewerkt, ik heb van alles gedaan. In 1952 ging ik naar mijn vader in Frankrijk. Ik heb nog een even op een Frans college gezeten en mijn vader leerde me Duits en Latijn en ik gaf Engelse les op een Jezuïetencollege.”

Journalistentijd
“In 1955 ben ik teruggegaan naar Nederland, waar ik in Bilthoven medewerker werd van Albert Kuilen. In die tijd ben ik mijn eerste kinderhoorspelen voor de KRO en boeken gaan schrijven. Ik ben zo’n vijftien jaar lang journalist geweest, onder andere bij Het Binnenhof, De Nieuwe Pers, Het Centrum en de Amersfoortse Courant. Dus ik heb een heel afwisselend leven gehad, waar journalistiek een grote rol in speelde. Het voordeel van zo’n achtergrond in de journalistiek is dat je, als je een fabriek binnenloopt, je weet wat er gebeurt en hoe het gebeurt. Je krijgt zo’n veelzijdige kennis. Daar heb ik voor mijn boeken veel plezier aan beleefd. Het goede is dat ik vrijwel alles heb geleerd door te leven en te doen. Geen betere leermeester dan de praktijk. De drang tot schrijven was er al heel vroeg. Toen ik 18 was schreef ik op een kleine schrijfmachine op karbon papier. Mijn eerste verhaal was De man met de bolhoed. En in Frankrijk heb ik “Een zomermorgen” geschreven. Ik was toen heel verliefd op een meisje. Achteraf gezien lusten de honden daar geen brood van, maar het werd gepubliceerd door Het Volk in België. Van het honorarium kon ik een schrijfmachine kopen.”


Marga Klompé
Als je het achteraf bekijkt was het allemaal kinderspel. Ik heb het schrijven op de harde manier moeten leren. Als je naar de eerste vijf manuscripten kijkt kan je je afvragen waarom de uitgever ze wilde uitgeven. Ik heb ontzettend geluk gehad dat alles wat ik schreef werd uitgegeven. Dat geldt ook voor mijn journalistieke bijdragen. Mijn eerste dag als leerling voor Het Binnenhof, in Den Haag, stuurde Jos Panhuizen mij naar de film De zondares van het eiland. Daar moest ik een recensie over schrijven. Ik maakte een artikel dat ongeveer een halve pagina besloeg terwijl ik maar een paar regels hoefde aan te leveren. In Amersfoort was het nog veel erger want daar kreeg ik de opdracht om Marga Klompé te interviewen. Ik had een hele pagina tot mijn beschikking, maar wat wist ik in godsnaam van politiek? Ik had ook nog nooit van Hans Andriessen gehoord die toen minister van volkshuisvesting was. Dus ik heb in die tijd zulke waanzin geschreven. En dat wist ik ook. Ik had er niet voor geleerd. Achteraf heb ik beseft dat dat ook niet hoeft. Dit vak kan je alleen maar in het vak leren. In mijn tijd geloofde niemand dat je theorie kon hebben over het vak journalistiek. (hahaha). Maar ja, dat is al weer lang geleden. De tijd gaat snel.”


Veelzijdigheid
Na zijn journalistentijd heeft Felix hijssen alles geschreven wat er maar te schrijven viel. Scenario’s voor films als Help de dokter verzuipt, Moord in extase, Wildschut en tal van tv-series voor de diverse omroepen, zoals Unit 13, Nederlanders Overzee, Iris en Bureau Kruislaan. “Momenteel vind ik boeken het prettigste om te schrijven. Ik heb natuurlijk enorm veel geleerd van het schrijven van filmscenario’s, met name over de structuur. Mijn boeken zijn beslist veranderd onder invloed van die filmkennis. Het probleem met film is dat je met veel te veel mensen te maken hebt. Met name met Unit 13. Daar moesten flink wat afleveringen van geschreven worden. Maar toen werd plotseling in aflevering twee van alles omgegooid. Het was alsof je een pilaar onder een gebouw vandaan trok. Niets klopte meer in de vervolgafleveringen. Dat heb ik iets te vaak meegemaakt.”

Taalarmoede in media
“Ik heb ook te veel dramaturgen meegemaakt. Die zijn ook zo goed in veranderingen aanbrengen. Ze krijgen nu eenmaal salaris om dat te doen. En die afschuwelijke neiging tot versimpeling. Ik heb wel eens aan Nouchka van Brakel geschreven dat ik graag eens voor een medium wilde werken waarin ik zonder problemen het woord “metafoor” kon gebruiken zonder dat het geschrapt werd. En ook die afschuwelijke simpelheid van dialogen. Als je een romantische dialoog schrijft waarbij twee jonge mensen bij elkaar aan tafel zitten, wordt de tekst omgevormd tot: "Zo, daar zitten we dan" met als antwoord “Ja, daar zitten we dan.” Dat is van een ontstellende armoede. Ze zeggen altijd: je moet schrijven voor een 14-jarige, wat in mijn ogen een belediging voor de 14-jarigen is. Als een volk steeds meer gedebieliseerd wordt, versimpeld wordt, zijn wij daar met zijn allen verantwoordelijk voor. Het is niet uit snobisme dat ik dat zeg. Maar het is de armoede van de taal die je overal ziet. “Altaid loike aanbiedinegn bei die bootsjappe" zeggen ze blij op de televisie. Alle klanken zijn verhaspeld. Domme, blonde types die vanuit Peking een programma presenteren voor de tv die geen woord correct kunnen uitspreken en waarbij alle klanken verminkt worden. Of kijk eens naar een soap als GTST, ze staan toch op een domme manier te acteren. En er is geen taal en geen idee. Het is helemaal niets.”


Esperanza
In Thijssens nieuwste boek Esperanza is speurder Max Winter op zoek naar ene Esperanza die een groot deel van de erfenis zal krijgen. Een onbekende vrouw maar met een warmbloedig Spaanse naam. Thijssen had volgens eigen zeggen geen voorbeeld voor ogen. “Maar als er een actrice model zou moeten staan voor de mooie donkere Esperanza bij een eventuele verfilming dan zou dat een jonge Penelope Cruz moeten zijn. Die mooie donkerheid van haar, ja. Ze heeft ook iets mysterieus. Latijns, iets Mediterraans. Prachtig."

Prikkelende beginscène
“Mijn uitgangspunt voor Esperanza was als bij elk boek dat ik schrijf. Ik wil een invalshoek die anders is dan bij alle vorige boeken die ik heb geschreven. Als ik die niet kan vinden, houd ik ermee op. Ik ga daar ver in, laat zelfs een hoofdpersoon sneuvelen. Als bij een vrouwelijke hoofdpersoon alle leuke grapjes zijn gemaakt, alle goede seks is geweest, alle slimmigheden zijn beschreven, dan ga je jezelf herhalen. En dan zit er niets anders op dan “kill your darlings”. Dat is een harde ingreep, maar noodzakelijk. Verder wil ik altijd een prikkelende beginscène. Bij Esperanza kwam het idee bij me op om iets met een testament te doen. Het begin moet onverwacht en pakkend zijn. In Tiffany vindt mijn hoofdpersoon Max Winter het hoertje Tiffany bloedend bij hem op de stoep. In Esperanza begin ik met de begrafenis van Jozef Weerman, een vader die tijdens zijn leven door iedereen gehaat werd, maar die wel een fortuin nalaat. Ik ben al bij voorbaat blij met de case die dat geeft in de familie. Want je weet dat een erfenis altijd onenigheid oproept. Mijn beginidee is meestal vrij summier. Al schrijvende krijgt het verhaal vorm. Zeker in Esperanza waar het draait om een testament. Daar kan je alle kanten mee uit. Het is een broeierige sfeer. De vader had een moeilijk huwelijk, de kinderen zien elkaar nauwelijks meer, mogen elkaar ook niet echt. En dan heb je nog die vreemde vrouw Esperanza, die niemand kent, maar die wel meer geld erft dan zij. Dat vraagt om moeilijkheden. Dat is ook de bedoeling.”

Taal & humor
Wie zich zo druk maakt om de taalverloedering op de televisie, moet in zijn eigen boeken wel extra veel zorg besteden aan taal. Dat is ook het geval. Felix Thijssen schrijft zowel sober als poetisch. Veel zinnen zijn een lust om te herlezen. “Taal is voor mij verschrikkelijk belangrijk. Mijn taalgebruik wordt ook steeds soberder. Ik gebruik nauwelijks nog adjectieven. Ik schrijf ook zelden meer “zei hij”. Ik schrijf de dialoogzinnen, zonder die overbodige toevoeging. Hoe melodieuzer hoe beter. Het respect voor de taal van de Tachtigers, he? Ik houd niet van zinnen in de geest van “Peinzend keek hij uit het raam” en “Huiverend pakte hij…" etc. De houding van de personages, hun gemoedsgesteldheid moet blijken uit de rest van het verhaal. Je moet niet alles willen beschrijven. Waarschijnlijk heb ik dat vroeger ook wel gedaan, maar dat kan ik niet meer. Dat soort lessen leer je van Elmore Leonard. Als die beschrijft hoe een vrouw binnenkomt, dan zie je die vrouw voor je, zonder dat hij haar gemoedsgesteldheid uitgebreid beschrijft. Ik ben ook een groot bewonderaar van Reve, qua taal. Niet zozeer van het boek De Avonden, maar meer van Op weg naar het einde en Nader tot U. Fantastisch gewoon. Dat is de prachtigste taal die je kunt bedenken.”
Waar ik ook erg van houd is zo nu en dan een beetje humor. Zo vind ik de scène waarin Thomas en zijn jeugdvriendin in de boerderij zijn waar ze samen seks willen hebben heel vermakelijk. Het gaat ongemakkelijk en stiekem en ze worden nog gestoord ook. Dat blote blanke vlees van zijn vriendin, het deed me denken aan een schilderij van Lautrec. En ook rond de broer van Thomas, Miel, heb ik grappige scenes geschreven. Ik houd van gein.”


Robert Mitchum
Op de vraag wat zijn hoofdpersoon Max Winter voor een man is moet Felix Thijssen onverwacht lang nadenken. En als hij begint te spreken is dat nog aarzelend. “Max Winter lijkt natuurlijk op de schrijver met zijn wat rommelige gedachten. Verder is het een soort ideaal. Ik ben niet zo dapper als hij en ik zou helemaal niet de dingen willen doen die hij doet. Maar hij is toch een ideaalbeeld. Hij is bedachtzaam, maar hij kan ook snel reageren. Dat is natuurlijk ook zijn training. Hij brengt zijn eigen bagage mee. Zijn eerste vrouw is verongelukt en hij heeft de nodige krassen opgelopen, net als ik. Als ik een acteur zou moeten noemen die op Max Winter lijkt dan is het Robert Mitchum. Weet je trouwens dat jij ook op Robert Mitchum lijkt?”
Zelden heeft iemand met zoveel mensenkennis en levenservaring zo’n doorzichtige truc gebruikt om een vraag af te kappen. Maar het is Felix Thijssen vergeven. Iemand die zulke mooie boeken schrijft heeft het recht verdiend om alleen te doen wat hij leuk vindt en alleen die vragen te beantwoorden die hij leuk vindt. Met de complimenten van Robert Mitchum.



Over de auteur

Kees de Bree

86 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Interview Felix Thijssen

 

Gerelateerd

Over

Felix Thijssen

Felix Thijssen

Felix Thijssen (1933) is een van Nederlands bekendste thrillerauteurs. Hij werd geboren uit een geslacht van journalisten, avonturiers, notarissen, kunstenaars en globetrotters. Zijn eigen jeugde...