Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Jan Wallentin

Het zal je maar gebeuren dat je allereerste boek zo’n doorslaand succes is, dat buitenlandse uitgevers zich verdringen om de rechten te kunnen verwerven en dat je op slag financieel in staat bent om te stoppen met je normale werk om je voortaan geheel aan het schrijven te wijden. Dat geluk viel de Zweedse auteur Jan Wallentin ten deel, na de publicatie van zijn debuutthriller Strindbergs Ster.

Jan Wallentin: 'Ik heb helemaal niets met de boeken van Mankell of de andere Scandinavische schrijvers die de maatschappelijke problemen de hoofdrol geven in hun boeken.' (Foto Tommy de Bree)

 Jan Wallentin: 'Ik heb helemaal niets met de boeken van Mankell of de andere Scandinavische schrijvers die de maatschappelijke problemen de hoofdrol geven in hun boeken.' (Foto Tommy de Bree)

Jan Wallentin is zelf nog beduusd door het succes. De lange, slanke, sportief ogende schrijver met zijn open jongensachtig gezicht straalt als hij over zijn boek praat, dat overigens totaal niet in de Scandinavische traditie van maatschappelijk betrokken realisme past. Strindbergs Ster is een avonturenroman met tal van historische elementen, voorzien van een flinke portie fantasy. Het is een kruising tussen de boeken van Ludlum, James Rollins, Alistair McLean, Jules Verne en Ian Flemings James Bond. Een achtbaan vol avontuur, achtervolgingen, complotten, foute Duitsers, verdwenen schatten vol symboliek, geheime genootschappen en een sleutel tot het eeuwige leven die te vinden is in de onderwereld op de Noordpool.  Kortom, Dan Brown meets Indiana Jones.”
 
Jongensboek
Je zou Strindbergs Ster zonder meer het boek kunnen noemen dat Wallentin graag had gelezen toen hij jong was. De kleine Jan (geb. 1970) schreef namelijk al tijdens zijn middelbare school vijf jaar lang avonturenboeken, vol ridderlijke vuistgevechten, daverende explosies, woeste achtervolgingen, broeierige mysteries en wereldomvattende complotten. Vijf boeken, stuk voor stuk op ongeschoolde wijze. Volstrekt ongeschikt voor publicatie maar getuigend van een enorm enthousiasme. Jan: “Ik vond mezelf destijds een groot schrijver, maar ik was de enige. Behoorlijk frustrerend allemaal. ”

Na de middelbare school verloor hij zijn schrijfdrift een tijdje, in beslag genomen door tal van studies waarvan hij de meeste overigens nooit afmaakte. Hij begon met de School voor Journalistiek, stapte gedurende twee jaar over naar de Filmschool, en volgde aan de Universiteit in Lund o.a. de studies religie, filosofie, psychologie en rechten. Al die studies maakten dat de eeuwige student Jan pas op dertigjarige leeftijd ging werken. Zijn studiejaren waren overigens geen weggegooide jaren, want toen hij als nieuwsreporter bij de Zweedse televisie belandde, kwam zijn grote algemene kennis hem goed van pas. “Gedurende vijftien jaar heb ik niet meer aan een boek geschreven. Ik had het langste writersblock uit de geschiedenis. Ik werkte bij de tv, trouwde, kreeg twee kinderen met een derde op komst en toen, ongeveer drie jaar geleden toen ik net 38 was geworden, sloeg de verveling plotseling toe. Ik bedacht dat ik een hobby nodig had en dat dat heel goed schrijven kon zijn.”

Foto boven: Ik was in een hele goede stemming toen ik dit boek schreef. Ik heb totaal niet nagedacht over mijn lezerspubliek. Alles wat in het boek staat, staat er omdat ik het leuk vond. (Foto Tommy de Bree)

Schaamteloos
“De boeken uit mijn tienerjaren waren nog vol angst, wanhoop en levensvragen. Ik besloot dat ik nu een boek zou gaan schrijven dat heel snel en schaamteloos was. Ik wilde me door niets laten tegenhouden. Ik had mezelf maximaal een maand gegeven om het te schrijven omdat mijn vrouw en de kinderen een maand op vakantie gingen. Dus ik ben aan de gang gegaan en schreef mijn boek van 250 pagina’s in een maand. Dat was in wezen Strindbergs Ster. Toen ik klaar was vond ik het het mooiste boek dat ooit geschreven was. Ik snapte ook niet waarom auteurs altijd klagen en een jaar of soms drie jaar over een boek doen. Naar mijn idee kon ik wel tien boeken per jaar schrijven. Maar het was net als in mijn jeugdjaren. Ik was kennelijk de enige die zo tevreden was over mijn boek, want veel uitgevers aan wie ik het manuscript stuurde namen niet eens de moeite om te antwoorden. Maar na een paar maanden werd mijn manuscript alsnog door twee uitgevers geaccepteerd. Er was alleen één voorwaarde: ik moest mijn boek volledig herschrijven, van het begin tot het einde. Ze vonden het verhaal prachtig en ze roemden mijn manier van schrijven, maar ik moest mijn boek tweemaal zo lang maken en de gebeurtenissen half zo snel laten voltrekken. Men vond het verhaal in zo’n hysterisch tempo geschreven dat het meer een filmscript dan een boek was. Dus toen ben ik het boek gaan herschrijven, vanaf het begin. En dat heeft me in het totaal bijna twee jaar gekost. Ik moest het naast mijn gewone werkzaamheden bij de tv doen. Het heeft me bijna mijn huwelijk gekost, dat kan ik je wel vertellen. Mijn kinderen waren in de leeftijd van 0 tot 5 jaar en in Zweden wordt je als man geacht een gelijk deel van het huishouden op je te nemen. Mijn sociale leven is in die tijd vrijwel verwoest. Ik had nergens meer tijd voor. Het was hectisch.”
 
Verhaal over nazisme
“Toen ik begon te schrijven, was ik puur intuïtief bezig. Ik schreef een verhaal dat mijn eigen fantasie moest prikkelen. Ik wilde alleen maar over dingen schrijven die ikzelf leuk vond en die me interesseerden. Ik had in mijn achterhoofd dat het verhaal over samenzweringen moest gaan. Dat heb ik altijd super interessant gevonden. Ik heb honderden samenzweringscomplotten gelezen op internet en het viel me op dat er bij het merendeel van die waar gebeurde samenzweringen nazi’s waren betrokken. Zij zijn de vleesgeworden symbolen van de “dark side of the moon”. Ik las een verhaal van een nazi’s die beweerde dat het zuivere Arische ras tot meer dan 20.000 jaar terug in de tijd te herleiden was, een gegeven dat ik in mijn boek verwerkt heb. Het was bizar, maar het is wel degelijk vastgelegd in een zogenaamde wetenschappelijke studie. Door dergelijke verhalen, besloot ik dat het in een boek niet uitmaakt of iets waar is of niet, als het voor de lezer maar duidelijk is waar de waarheid eindigt en de fictie begint. Verder was ik erg geïnteresseerd in de ballonexpeditie van Andrée, Fraenklin en Strindberg naar Antarctica (1897) omdat dat ook zo’n bijna sprookjesachtig verhaal is, terwijl het wel degelijk op waarheid berust. Fantastisch, drie Zweedse heren die in een luchtballon proberen over de meest ijzige vlaktes ter wereld te vliegen. Natuurlijk liep de onderneming op een ramp uit, maar avontuurlijk was het wel en daarom uitermate geschikt voor mijn boek. De basiselementen had ik dus al. Het enige wat ik nodig had was een intrige die die elementen met elkaar kon verbinden.
Dat is uiteindelijk de ankh geworden, het symbool van het eeuwige leven. Een kruis en een ster die ooit het bezit waren van Strindberg. Symbolen die de sleutel vormen tot de onderwereld, waar  magische stoffen te vinden zijn die geschikt zijn voor een unieke, maar wrede, manier van oorlogsvoering en een onderwereld waar tevens de sleutel tot het eeuwige leven te vinden is. Het kruis en de ster zijn verdwenen, maar iedereen, met name een geheim genootschap zit achter de ankh aan.”  

Strindbergs ster verscheen bij uitgeverij Luitingh.

 Strindbergs ster verscheen bij uitgeverij Luitingh.

Thrillers
“Ik ben voor mijn boek door geen enkele andere misdaadauteur beïnvloed. In tegendeel. Ikzelf lees vrijwel geen misdaadboeken. Alleen James Ellroy ook al is hij erg gewelddadig. Maar verder ben ik geen liefhebber van thrillers. Ze zijn in de loop der jaren steeds somberder en grimmiger geworden. In de spannende boeken van vroeger werd één persoon vermoord. Tegenwoordig moeten dat er twintig, of liever nog honderd, zijn. En die moorden moeten dan liefst ook nog op een akelig sadistische manier gepleegd worden. Het is allemaal erg obsceen. Dat is niet aan mij besteed.
Ik wilde in mijn boek geen verhaal dat gebaseerd was op geweld. Ik wilde ook geen verhaal met een chagrijnige oude politieman die maagproblemen heeft of die aan de drank is en die problemen heeft met zijn dochter of zoon. Ik heb helemaal niets met de boeken van Mankell of de andere Scandinavische schrijvers die de maatschappelijke problemen de hoofdrol geven in hun boeken.”
 
Thriller en fantasy tegelijk
“ Het verhaal van mijn boek is volledig gebaseerd op onvoorspelbaarheid. Ik heb me ook niet vast willen pinnen op een bepaald genre. Mijn verhaal begint als een doodnormale misdaadroman. Een duiker vindt in een ondergelopen mijn een lijk met een ankh. Vragen zijn: wie is het lijk? Wie heeft hem vermoord? Wat betekent de ankh op zijn lijk? Dus het begin is bijna saai, een doorsnee misdaadroman waardig. Maar daarna wilde ik overgaan in een adembenemend, thrillerachtig, geheel in de trant van Hitchcock. Dat is het gedeelte waarin de wetenschapper Don Titelman valselijk beschuldigd wordt van de moord op de duiker (Erik Hall) waardoor hij heel Europa door moet vluchten. Daarna wilde ik er een historische draai aan geven door de rol van de ankh, een oud artefact vergelijkbaar met de heilige graal,  uit te vergroten en de geschiedenis van Strindberg, WO I en WO II erbij te betrekken. En verder geeft de zoektocht naar het eeuwige leven en de onderwereld gesitueerd op de Noordpool een fantasytintje aan het geheel.”
 
Joodse hoofdpersoon
In Strindbergs Ster wordt de hoofdrol vervuld door de Joodse Don Titelman. Specialist in symbolen én ex-psychiater. Als hij ten onrechte beschuldigd wordt van de moord op een duiker, vlucht hij samen met zijn advocate Eva Strand dwars door heel Europa. Hij leeft in dit verhaal in zijn eigen allerergste nachtmerrie. De keuze om een Joodse hoofdpersoon te nemen die denkt en vaak praat in Jiddische termen als “S’íz nisjt dain gesjeft, Don!” lag voor Jan Wallentin voor de hand. ”Ik wist dat mijn verhaal voor een deel over echte nazi’s zou gaan, over de verschrikkingen en over hun wandaden. Ik wilde een hoofdpersoon wiens familie te lijden had gehad onder het onmenselijke regime. Dat maakte de strijd tussen mijn hoofdpersoon en zijn Duitse achtervolgers die op zoek waren naar de ankh, aangrijpender en spannender. Zijn confrontatie met het inktzwarte Duitse verleden heeft op hem een enorme impact. Verder weet ik veel van de Joodse cultuur omdat de zuster van mijn vrouw, Zweedse van origine, trouwde met een ultra orthodoxe Joodse man. Zij werd van het ene moment in het andere meegezogen in een extreem religieuze leven. Zij is nu met haar familie verhuisd naar de buitenwijken van Jeruzalem. Dat maakte het voor mij interessant om een Joodse hoofdpersoon te nemen. En wat de Jiddische woorden en zinnen betreft, ze zijn sfeer verhogend. Iedereen kan ze begrijpen omdat de vertaling ook meteen vermeld wordt. Ik heb er zorgvuldig voor gewaakt dat het gebruik van het Jiddisch het tempo van het verhaal niet in de weg staat, want tempo is voor mij heilig. Een ander aspect aan Don is zijn verslaving aan medicijnen. Ik ken nogal wat Joodse mensen die bij het minste geringste pijntje denken dat zij een vreselijke ziekte onder de leden hebben. Don draagt een schoudertas vol medicijnen bij zich en hij gebruikt bij elk angstig of emotioneel moment een ander pilletje. Hij heeft kalmerende middelen, opwekkende middelen, middelen tegen depressiviteit, slaapmiddelen, je kunt het zo gek niet bedenken. Dat waren voor mij de meest humoristische momenten die ik in het boek heb aangebracht.”
 
Eva
Don reist samen met zijn elegante advocate Eva Strand heel Europa door. Ze maken van alles mee.
Ze zitten dagenlang in een treincoupe, worden gevangen genomen, ontsnappen, slapen samen, maar toch is er nooit sprake van enige persoonlijke communicatie. Wallentin knikt bedachtzaam: “Ja, dat klopt. Er is aan het einde van het boek een originele twist waardoor je plotseling vrij veel over Eva te weten komt. Maar die twist kon ik natuurlijk niet verklappen. Daarom kon ik haar in dialogen niet erg veel over zichzelf laten vertellen. Ik heb daarmee geworsteld, maar als verteller moet je soms kiezen. Dat heb ik gedaan. Het gevolg is dat we een groot deel van het boek niet zoveel over Eva weten, maar het komt de plot ten goede. Het hangt er natuurlijk vanaf wat voor soort verhaal je wil vertellen. Ik was bezig met mijn avontuurlijke gedeelte waarvan de vlucht een groot deel uitmaakt. Lange dialogen of achtergrondinformatie, ook al zou ik Eva hebben laten liegen, zouden de vaart uit het verhaal hebben gehaald. Ik denk dat de balans die ik gevonden heb perfect is.
 
Eigen plezier
Het leuke aan het praten met Jan Wallentin is dat hij af en toe rustig durft te twijfelen aan zijn verhaaltechniek, het mengen van diverse genres binnen één boek, het niet altijd even grondig uitdiepen van personages et cetera. Zijn verweer is goud waard: “Toen ik aan het boek begon wist ik van vrij weinig zaken iets af, maar ik ben een goede onderzoeker. Verder moet ik zeggen dat ik niet bij alles even grondig heb nagedacht. Ik heb het boek voornamelijk voor mijn eigen plezier geschreven. Ik was in een hele goede stemming toen ik dit boek schreef. Ik heb totaal niet nagedacht over mijn lezerspubliek. Alles wat in het boek staat, staat er omdat ik het leuk vond. Het klinkt dom, ik weet het, maar het maakt me nog steeds niet uit wat het publiek vindt. Iedereen leest het verhaal dat hij of zij wil lezen. Zo zijn mensen. Ze pikken eruit wat hen bevalt. En als er dingen zijn die niet bevallen? Helaas, daar kan ik niets aan doen.”
 
Tarantino en clichés
Het aardige van Strindbergs Ster is dat originaliteit en clichés hand in hand gaan. Zo lijkt aartsschurk Vater in zijn elektrische rolstoel rechtstreeks afkomstig uit een James Bond-film, is de duikscène in het begin van het boek een typisch staaltje Alistair McLean, zijn de complotten en geheime genootschappen originele remakes van Ludlum en Dan Brown. Jan Wallentin is zich er ten zeerste van bewust en schaamt zich er allerminst voor. “Ik ben gefascineerd door de manier waarop Quentin Tarantino op een heel aparte en elegante manier clichés in zijn werk verwerkt. Als kijker weet je dat je dingen eerder hebt gezien, maar wat je nu ziet is beter. Ik heb dus geen enkel probleem met het gebruiken van clichés en karakters te creëren die “Groter zijn dan het leven”. Het is de manier waarop je de clichés verwerkt die maakt dat een boek goed of slecht is. Maar, je moet genieten van de rit. En dat heb ik gedaan tijdens het schrijven.”
 
Strindberg
De naam Strindberg uit de titel doet vermoeden dat hij verwijst naar de beroemde Zweedse dichter August Strindberg, maar dat is niet het geval. “In mijn boek is het Nils Strindberg die een rol speelt. Zijn vader was een neef van August Strindberg. Nils was student fysica en bovendien fotograaf. Hij maakte deel uit van de beroemde Arctic Expedition. Samen met Andrée en Knut Fraenkel probeerde hij met een luchtballon over de Noordpool te geraken. Alle drie de mannen stierven. Nils was toen 25 jaar. In 1930 hebben ze de lichamen teruggevonden en ook een aantal negatieven uit het fototoestel van Nils. Er zijn meer dan 90 foto’s bewaard gebleven. In mijn boek gaat het uiteraard niet om de foto’s  maar om de ankh die Strindberg bij zich gehad zou kunnen hebben om de onderwereld op de Noordpool te kunnen ontdekken. Dat ik een grote rol voor Strindberg heb weggelegd en niet voor de leider van de expeditie Andrée komt omdat er over Andrée veel bekend was en over Nils Strindberg weinig. Ik kon zijn karakter zelf invullen. Ook August Strindberg heb ik in mijn boek verwerkt, humoristisch en alleen voor de kenners. August heeft ooit het toneelstuk Vader geschreven waarin de moeizame positie van vaders uit de doeken wordt gedaan. Moederschap is duidelijk en eenduidig, vaderschap niet. Ik heb dit verwerkt in de moeizame relatie tussen de foute leider Vater en zijn leerlinge annex dochter Elena die vaak aan haar moeder denkt. Verder is alles fantasie       
 
Misdaadavond in Utrecht
De avond en nacht na ons gesprek is er een speciaal misdaadfestijn in Utrecht waar Jan Wallentin als vertegenwoordiger van de Scandinavische misdaadroman het woord mag voeren. Hij vindt het idee hilarisch. “Ik ben volstrekt geen goede representant van de Scandinavische thriller. De meeste Scandinavische misdaadromans gaan over maatschappelijke problemen. Een aantal schrijvers ziet het als hun kerntaak om problemen aan te kaarten die vervolgens aanleiding geeft voor andere media om brede maatschappelijke discussies op te starten. Het vreemde is echter dat er in Zweden jaarlijks maar 100 mensen worden vermoord. Sinds 1975 is dat aantal niet gestegen. Is dat niet vreemd? Er worden meer moorden in misdaadboeken gepleegd dan in de realiteit. Maar hoe dan ook, een dergelijk maatschappelijk bevlogen boek heb ik niet geschreven. De Scandinavische thriller is zelf een cliché geworden. Daar is niets mis mee. Maar als er één persoon is die geen woordvoerder is voor het genre, ben ik het. Mijn boek is puur entertainment. Ik ben dus een totale ramp als woordvoerder, hahaha. En mijn volgende boek wordt ook weer amusement. Een nieuw verhaal met nieuwe personages. Ik houd niet van series met vaste karakters. Bovendien komt er in mijn boek geen personage voor dat geschikt is voor een vervolg. Aan elk boek, aan elk verhaal, aan de mate waarop een karakter interessant blijft komt een einde. Als het af is, dan is het af.”



Over de auteur

Kees de Bree

87 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Interview Jan Wallentin

 

Gerelateerd

Over

Jan Wallentin

Jan Wallentin

Jan Wallentin (1970) is een Zweedse auteur. Voordat zijn eerste boek uitkwam verwierf hij als populaire televisiejournalist veel bekendheid. Hij werkte voor SVT (de nationale publieke omroep...