Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Noah Charney

Hij heeft zijn liefde voor kunst van zijn ouders die ook hun passie voor Europa en de Europese cultuur op hem wisten over te brengen. Ondanks zijn 28 jaren doceert hij aan tal van universiteiten ter wereld kunstgeschiedenis en is hij de oprichter van de Association for Research into Crimes Against Art (ARCA), een denktank die de immense hoeveelheid internationale kunstdiefstallen probeert in te tomen. Over kunst, de handel in kunst en kunstdiefstal gaat zijn debuutthriller De Caravaggio kunstgreep, die ten doop werd gehouden in het Amsterdamse Rijksmuseum. Noah Charney is een beminnelijk mens die met zijn lange haren en sandalen zo weggelopen lijkt uit de musical Jezus Christ Superstar. Een whizkid met een zachte stem, en een ontzagwekkende kennis over kunst en iconografie. Net als in zijn boek doceert hij ongemerkt. Zijn hobby is zijn leven, zijn leven is zijn hobby. Een gelukkig man die wisselend in Amerika, Italië en Slovenië woont. Pendelend tussen zijn Sloveense verloofde en zijn wettige echtgenote, de Kunst.


Kunstroof
Hoewel Noah een man is die van schone kunsten houdt en zich dag in dag uit bezig houdt met kunst, begint ons gesprek over de digitale snelweg, taperecorders die geen taperecorders meer zijn omdat het digitale tijdperk zijn intrede heeft gedaan en boeken die je kunt lezen op je telefoon. Het is de volstrekt atechnische conversatie van mensen die nog steeds vinden dat letters gedrukt moeten zijn om ze als een boek te beschouwen en dat een schilderij op het scherm van je gsm niet hetzelfde is als in een museum. Noah Cahrney is niet voor het eerst in Amsterdam. De jonge wetenschapper is er al een aantal keren beroepsmatig geweest om met mensen te praten die net als hij bezig zijn met de bestrijding van kunstdiefstal. Want Noah Charney houdt van kunst, maar haat kunstdiefstal. De cijfers liegen er ook niet om. Hij somt de feiten moeiteloos op. “Kunstdiefstal staat in grootte van alle denkbare criminele activiteiten op de 3e plaats. In Italië zijn er sinds 1969 liefst 845.838 kunstdiefstallen gerapporteerd. En dat terwijl lang niet alle diefstallen bij de politie worden aangemeld. Zeker niet wanneer dieven van elkaar stelen of wanneer dieven kunst stelen van eigenaren die illegaal verkregen kunstwerken in hun bezit hebben. Jaarlijks worden er bij de Italiaanse politie tussen de 20.000 en 30.000 kunstdiefstallen aangegeven. In het jaar 2001 werden 142.258 kunstvoorwerpen gestolen in Italië. Overigens staat Italië boven aan de lijst. Rusland komt op de tweede plaats met 2.000 tot 3.000 diefstallen per jaar. De meeste andere landen tellen tussen de 200 en 600 kunstdiefstallen per jaar. In Nederland is het aantal tussen de 600 en 800. Aan de hoge kant voor zo’n klein land. Maar vergis je niet, jaarlijks gaat er zo’n twee tot zes miljard dollar in die kunstdiefstal om.”


Dieven als volkshelden
“Het ergste vind ik dat kunstdiefstal een fenomeen is dat aanvaard wordt door het grote publiek. Men denkt aan een arme dief die steelt van het rijke museum dat de schilderijen of andere kunstvoorwerpen toch wel vergoed krijgt van de verzekering. Het is een algemeen verbreid misverstand dat kunstdiefstal niemand pijn doet en niemand echt schade berokkent. Dat komt omdat het grote publiek nog steeds denkt dat kunst uitsluitend bestemd is voor een kleine elite. Het komt ook doordat de mensen niet beseffen dat kunstdiefstal momenteel een onderdeel is geworden van georganiseerde misdaad. Je hebt het niet over een kleine kruimeldief die zelf graag een mooi schilderij thuis wil hebben dat hij niet kan betalen. Je hebt het niet over een rijke verzamelaar die een dief opdracht geeft om dat mooie meesterwerk voor hem te stelen. Dat is alleen in films en boeken. Nee, kunstdiefstal vindt op grote schaal plaats en wel door georganiseerde bendes. Kunst wordt gestolen om grof geld mee te verdienen en dat geld wordt gebruikt om terroristische organisaties en activiteiten mee te financieren. Ik beschouw het als mijn taak om de mensen daarover in te lichten, ook de politie die meestal de ernst van de kunstdiefstallen nog niet inziet. Het is onbegrijpelijk dat kunstdieven nog steeds als een soort volkshelden worden gezien door het grote publiek. Men ziet hun daden als schelmerijen waarmee weliswaar de verzekeringsmaatschappijen een poot wordt uitgedraaid, maar waar je verder niemand echt mee schaadt. En dan heb je, met name in Amerika ook nog het fenomeen dat er een of andere minder geslaagde artiest is, die een museum binnenwandelt en enkele schilderijen fors beschadigt met een mes of met een of ander zuur. De man wordt gepakt en gaat voor enkele jaren de gevangenis in, maar zodra hij eruit komt, is hij een soort rockstar die geïnterviewd wordt en een boek mag schrijven en op die manier veel geld verdient. Ik vind het voer voor psychologen. Waarom zijn dergelijke mensen interessant?”

Europa boven alles
Zijn liefde voor Europa, voor kunst en cultuur werd Noah Charney met de paplepel ingegoten.
Zijn vader en moeder adoreren Europa. “Er is in Amerika een bepaalde groep mensen, hoger opgeleide middenklasse, die in of in de buurt van steden wonen en die Europa idealiseren. Ik denk zo’n 5% van de Amerikaanse bevolking. Dus niet de backpackers, maar oprecht gepassioneerde mensen met een brede belangstelling. Ze vinden Europa een veel betere plaats om te wonen dan Amerika en ze proberen de elementen die ze in Europa zo bewonderen naar Amerika over te brengen. De muziek, de musea, de geschiedenis, voedsel, de familiemarkten, allerlei dingen waar Europa wel en Amerika geen traditie in heeft. Ze introduceren dus op kleine schaal de Europese levensstijl in Amerika. En die groep mensen, onder wie mijn ouders, reizen elk denkbaar moment dat ze kunnen naar Europa. Veel van hen hebben ook een Europese taal gestudeerd en ook velen van hen, tenminste diegenen die het zich kunnen permitteren, hebben in Europa een vakantiehuis gekocht. Mijn ouders zijn hele fanatieke Europa adepten. Mijn moeder geeft les in Franse literatuur, zij is professor op Yale en mijn vader is een psychiater en toen ik opgroeide, zo van mijn 8e tot mijn 14e, brachten we de zomers altijd in Frankrijk door terwijl mijn moeder buitenlandse studenten les gaf. Dus op jonge leeftijd heb ik al kennis gemaakt met de Europese cultuur. Ik zat in die periode op een internationale (kost) school, in een speciaal programma. Dat was tot mijn 16e zo. En het mooie was dat ik dus niet alleen veel over kunst hoorde, maar dat ik ook in staat was het met eigen ogen te zien. En ik besloot toen dat ik voorgoed in Europa wilde gaan wonen. Ik prefereer de levenstijl en de mensen hier en de normen en waarden die men hier nog koestert.
De laatste zeven jaar, nadat ik afgestudeerd ben, heb ik permanent in Europa gewoond. In verschillende steden. Ik voel me daar wel bij, want ik voel me hier veel meer thuis dan in Amerika.”


Italië
“Ik voel me het allermeeste thuis in Italië, met name in Rome. Zodra ik het land binnenkom voel ik me op mijn gemak. Ik heb een tijdje kunstgeschiedenis gestudeerd in Venetië, Florence en Rome. Als je dan niet verliefd wordt op het land? Mijn ouders hebben een boerderij vlak onder Rome, waar ik enkele maanden per jaar woon. Ik moet overigens altijd erg lachen om de mentaliteit van de Italianen. Straks betekent morgen en morgen betekent volgende week. Mijn ouders hebben voor de verbouwing van hun huis een Italiaanse architect in de hand genomen die alles regelt, anders zou het over tien jaar nog niet klaar zijn, denk ik. Werken met Italianen is een oefening in het onderdrukken van frustratie. Eigenlijk moet je gewoon hun mentaliteit aannemen, dan is er niets aan de hand.
Het grappige is dat ik me Europeaan voel. In Europa erger ik mij aan Amerikaanse toeristen terwijl ik er zelf een ben. Als je intelligent bent en hard werkt, kan je zowel in Europa als in Amerika veel geld verdienen, maar Amerika is veel solistischer, anoniemer, zonder enig karakter. De kwaliteit van leven is er miniem. Mensen in Europa geven meer om elkaar, werken meer samen.

Kunstdetective
“Vanaf mijn zestiende ben ik geïnteresseerd in kunst. Dat is de reden dat ik kunstgeschiedenis ben gaan studeren. Ik had enorm geluk dat ik in een klas zat met maar 2 medestudenten. En voor ons drieën waren er twee professoren, dus hadden we bijna één op één college. We spendeerden veel tijd met onze professoren, ook buiten collegetijd om. We konden ook verzoeken indienen over de onderwerpen waarin we college wilden krijgen. Ik heb gevraagd om extra iconografie, dat is de richting waar je symbolen in de kunst bestudeerd. Uitermate boeiend, omdat ik dol ben op raadsels en puzzels. De mensen die iconen maakten legden als het ware een geheime boodschap in hun iconen en het is de taak van de kunstliefhebber om die geheime betekenis te ontraadselen. Je kunt mij in dat opzicht een soort kunstdetective noemen. Ik heb ook colleges gelopen in Londen en in Cambridge. Op een gegeven moment had ik zoveel interessante dingen geleerd dat ik een boek wilde schrijven dat over kunst ging. Maar tijdens de research kwam ik in contact met mensen die zich bezig hielden met het voorkomen van kunstroof en het opsporen van kunstdieven. Dat paste perfect in mijn boek”


Puzzeldetective
Het c.v. van Noah Charney is indrukwekkend. Tijdens het gesprek komen veel terzijdes boven water van dingen die hij ook nog heeft gedaan, steden waar hij ook nog heeft gestudeerd of les gegeven, artikelen die hij tussen neus en lippen door heeft geschreven. “Ik schreef toneelstukken in de tijd dat ik in Londen studeerde. Ik had daar een literair agent die me vroeg een boek te gaan schrijven. Hij zei dat er een grote behoefte aan jonge romanschrijvers was. Ik had dat nog nooit gedaan, maar voor de grap probeerde ik een lang verhaal te schrijven. En ik kwam op het idee om er een kunstroof van te maken omdat ik achter de schermen veel werk voor veilinghuis Christies had gedaan en veel te maken had met de kunstwereld. Dus besloot ik een boek te schrijven dat zich achter de schermen afspeelde. En omdat ik in diezelfde tijd te maken kreeg met mensen die zich bezig hielde met kunstdiefstal, leek dat element me helemaal erg geschikt voor een boek.
De Caravaggio kunstgreep speelt zich af in de stad waar ik een tijdje woonde en waar ik de weg kende. En omdat ik zelf dol ben op puzzelen, besloot ik er wel een traditionele puzzeldetective van te maken.”

Overdaad aan personages
“Ik heb grote vellen papier op tafel gelegd en daarop de verbanden tussen alle personages getekend, want de plot is zeer gecompliceerd. Ik denk dat het boek voor de lezer moeilijk te begrijpen is, in die zin dat men bij eerste lezing niet direct door zal hebben hoe alle onderdelen met elkaar in verbinding staan. Eigenlijk zou de lezer het een tweede keer moeten lezen. Maar ja, dan heb je het over de ideale lezer. Maar die ideale lezer zal zien dat alle stukjes perfect in elkaar passen. Er is geen Deus ex machina. Er komen geen oplossingen zomaar uit de lucht vallen. Ik was eerst zelfs bang dat de plot te gecompliceerd zou zijn. Daarom zijn mijn editor en ik na elke 100 pagina’s bij elkaar gaan zitten om alles door te nemen en daar waar onduidelijkheid dreigde, het verhaal aan te passen. Maar het was een interessant proces, omdat ik in het begin te veel personages liet opdraven. Ik heb met terugwerkende kracht 1 karakter helemaal uit het verhaal geschreven. Als ik het boek nu lees, zou ik het liefst nog een karakter uit het boek willen schrijven. Nu zijn het zeven personages met wie de lezer mee kan kijken en al die personages krijgen ongeveer evenveel aandacht. Dat is voor een eerste roman wel een beetje veel. Natuurlijk is er een karakter dat de zaken bindt en dat is Gabriel Coffin. Hij ziet het verband tussen de drie spectaculaire kunstroven die ik beschrijf. De Caravaggio uit een kerk in Rome, een Malevitsj uit de National Gallery in Londen en het werk van een Russische schilder in Parijs.
Maar goed, in mijn volgende boek maak ik gebruik van drie karakters. Ik ga mezelf flink beperken. Ik denk dat dat voor de lezers beter is.”


Tekst en beeld
Tijdens een van de vele terzijdes wordt ook duidelijk dat Noah Charney naast een studie schilderkunst ook een deel van zijn schijnbaar onuitputtelijke tijd heeft besteed aan een studie Engelse taal en Letterkunde. “Daardoor ben ik erg geïnteresseerd geraakt in de raakvlakken tussen taal en beeld. Mijn eerste proefschrift heette dan ook ‘Tekst en beeld in de Romeinse Kunst'. Ik raak het meest geïnspireerd als ik door een museum loop en de schilderijen tot me komen als een soort puzzels die erom vragen opgelost te worden. De kijker moet wel de tijd nemen om te stoppen en het schilderij tot zich door te laten dringen. Maar de geduldige kijker wacht een beloning want schilderijen hebben zoveel te zeggen. Dat gegeven komt ook terug in mijn boek. Mijn hoofdpersoon Coffin gaat voor een schilderij staan en leest het van boven naar beneden, bijna net als een boek. Het is mijn specialiteit, iconografie, het ontrafelen van betekenis die er wel is, maar verborgen is voor de oppervlakkige kijker. Wat mij intrigeert is dat de moderne mens op de een of andere manier de taal van de symboliek totaal niet meer kent. Het is een verdwenen taal en slechts een paar mensen hebben nog een woordenboek waarin die taal omschreven staat. Van de Verlichting tot WO I was symboliek deel van de opleiding die mensen kregen, maar vandaag aan de dag begrijpt niemand nog de symbolen. Ja, in de film gebruikt men nog wel de meest simpele symbolen. Als het buiten regent wil men aanduiden dat een van de personages droevig is. Als je de symbolen kent kan je alle West Europese schilderijen verklaren en er daardoor ook van genieten.”

Toneeltrucs
In zijn gedrevenheid om een boeiend verhaal te schrijven waarin de vele misstanden rond kunsthandel en diefstallen worden aangegeven, heeft Noah Charney weinig tijd gehad om zijn karakters echt uit te diepen. “Nee, ik beschrijf de karakters wel, maar ze ontwikkelen zich niet significant. Mijn boek is meer toegespitst op de plot dan dat het verhaal zich ontrolt doordat de karakters hun emoties en drijfveren volgen. Ik probeer wel de personen diepte te geven door middel van de dialogen. Dat is voor mijn een soort automatisme omdat ik toneelstukken heb geschreven en toneelstukken bestaan voor het grootste deel uit dialogen. Ik ben niet dol op een alwetende verteller die als een soort voice over, een commentator de handelingen begeleid door te zeggen: “Nu doet de persoon dit, nu doet hij dat… etc." Een andere truc die ik van het toneel heb overgehouden is dat ik af en toe tussen de dialogen zoveel ruimte laat dat het belangrijker is wat er niet gezegd wordt dan dat wat er wel gezegd wordt. Maar dat vereist wel extra opmerkzaamheid bij de lezer. Niet iedereen zal die nuances eruit halen.”

ARCA
Charney raast niet alleen Europa door om overal zijn liefde voor kunst aan studenten over te brengen. Hij is ook de oprichter van ARCA, een organisatie die probeert om kunstdiefstallen tegen te gaan. “Als kunstliefhebber vind ik het onverdraaglijk dat gewetenloze groeperingen kunst zien als handel om terroristische activiteiten mee te financieren. Ik vind het ook vreselijk dat minstens 25% van alle kunstcollecties vervalst is. Daarom heb ik de ARCA opgericht, een non profit organisatie, die probeert wat aan die misstanden te doen. Soms is het gemakkelijk, gewoon door de veiligheidsmaatregelen in musea aan te scherpen. Maar helaas is het in de meeste gevallen wat ingewikkelder. Maar hoe dan ook, er is nu een groep specialisten die erover nadenkt en dat is een hele verbetering met de situatie van een aantal jaren geleden. Naast mijn werk voor ARCA ga ik uiteraard door met schrijven. Ik heb nu de volgende 5 a 6 boeken qua inhoud al gepland. Ik ga wel fictie en non fictie afwisselen. Ik heb net deze week het manuscript aan mijn agent gegeven van een non fictie boek waarin ik de meest gestolen kunstwerken ooit beschrijf. Dat is een werk van Jan van Eyck dat honderden keren is gestolen. Voorlopig heb ik nog stof genoeg.”



Over de auteur

Kees de Bree

86 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Interview Noah Charney

 

Gerelateerd

Over

Noah Charney

Noah Charney

Noah Charney (1979), geboren in New Haven, Connecticut, is een Amerikaanse kunsthistoricus en schrijver. Hij is professor kunstgeschiedenis aan de Amerikaanse universiteit van Rome. Hij is oprich...