Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Simon Beckett

Voordat Simon Beckett journalist en nog later auteur van misdaadromans werd, proefde hij het leven in al haar facetten. En daarbij hoort een ongeregeld leven met veel afwisseling en vele beroepen. Hij was een blauwe maandag restaurateur, hij was drummer in diverse obscure bands en hij belandde in Spanje waar hij Engelse les gaf.
So far so good. Door toeval belandde hij in de journalistiek, waar hij dankzij een vlotte pen bleef hangen. Hij schrijft nog steeds voor The Times, The daily Telegraph en The Observer. Niet zo bar veel want sinds zijn debuutthriller De geur van sterfelijkheid (2006) probeert hij een even mooi als macaber thrilleroeuvre op te bouwen. In 2007 verscheen Het laatste zwijgen en in 2009 zijn nieuwste boek Het Sanatorium.



De Engelse auteur Simon Beckett (1968) lijkt op niets op zijn strijdvaardige hoofdpersoon, de Britse arts David Hunter, die onvervaard achter moordenaars aanjaagt en die zich niet laat afschrikken door ontbindende lijken in lugubere situaties. Beckett, ook wel de nieuwe Thomas Harris (Silence of the Lambs) genoemd, is een verlegen man. Hij spreekt behoedzaam elk woord en elke zin uit, waarbij de toonhoogte met regelmaat dusdanig zakt, dat hij nauwelijks te verstaan is. Een zachtmoedige man die in zijn boeken de wrede en boze buitenwereld beschrijft. In zijn nieuwste boek Het Sanatorium beschrijft hij de Amerikaanse Body Farm, het wetenschappelijk instituut waar overal lijken ongeprepareerd in de grond zijn begraven om het natuurlijke ontbindingsproces te kunnen bestuderen en op die manier het exacte tijdstip van overlijden te kunnen vaststellen.

Lijklucht
En dat beschrijven doet Beckett niet zachtzinnig. Gedetailleerd beschrijft hij de meest gruwelijke zaken. Maar informatief is het wel. Zo schrijft Beckett in Het Sanatorium dat je de geur van de dood nog jaren kunt ruiken. Een muis kan dood zijn en zijn skelet kan verwijderd zijn, maar de lucht kan nog jaren blijven hangen. “Datzelfde geldt voor mensen,” beaamt Beckett. “Honden kunnen jaren later nog ruiken waar een lijk heeft gelegen. Ja, Cocker Spaniels worden door de politie voor dat soort werk gebruikt. Ze hebben een ongelooflijk reukvermogen. Ze kunnen de lucht van lijken jaren later nog ruiken. Op de Body Farm is Amerika is iemand die momenteel probeert om het DNA uit geur te detecteren. Dat zou een doorbraak zijn voor de politie. Het zou hun opsporingsmethodiek aanzienlijk kunnen uitbreiden. De chemische compositie van een geur is volgens de onderzoekers zeker vast te stellen. Ik beschrijf dat ook min of meer in Het Sanatorium. Alles wat ik schrijf over onderzoeken die op de Body Farm gepleegd worden, gebeuren ook in de werkelijkheid.”

Dagdromer
Simon Beckett is nu schrijver, een beroep dat hij tot in de lengte van dagen wil blijven beoefenen. “Ik ben geen mens dat dol is op constant communiceren. Werken in mijn eentje is wat bij mij past. Dus met schrijven heb ik een bijna ideaal beroep gevonden.” Maar voordat hij tot schrijven kwam was de man uit Sheffield (Engeland) een rusteloos zwerver. Deels voortgekomen uit een brave jeugd. “Mijn vader werkte in de staalindustrie en mijn moeder was receptioniste bij een dokter. Dus ze waren druk en hebben beiden niet al te veel tijd aan hun kinderen besteed. En dat betekende dat ik veel op straat speelde. Voetbal natuurlijk. We haalden kattenkwaad uit en probeerden niet gepakt te worden. Maar verder was ik ook een dagdromer. Dat zeiden de onderwijzers altijd tegen me als ze me weer een bij de les probeerden te krijgen. Ik had dus twee gezichten: ik was een straatjochie en een dromer die korte verhaaltjes schreef. Niet dat ik op min verlanglijstje had om schrijver te worden hoor. Allerminst. Ik was wel een lezer, dat ben ik nog steeds. Twee boeken per week haal ik wel, maar de kinderafdeling van de lokale bibliotheek boeide me al gauw niet meer. Mijn interesse begon weer te komen toen mijn ouders me op 9-jarige leeftijd meenamen naar de boekenafdeling voor volwassenen. Ik was dol op science fiction en horror toen ik jong was. Misdaadromans ben ik pas gaan lezen toen ik ergens in de twintig was. Spanning en angst daar zocht ik naar.”

Whisky en palmen
“Na mij studie heb ik een aantal baantjes gehad, ook vuil werk. Ik besloot toen om naar Spanje te gaan en daar te gaan schrijven. Ik had mijn schrijfmachine meegenomen. Ik had toen een romantisch beeld van het schrijverschap. Met een schrijfmachine onder een palmboom, een goed glas whisky binnen handbereik. Ik voelde me echt Ernest Hemingway. Maar ik ben nooit een groot drinker en vechter geweest zoals hij. Dus voor mij werkte het niet. Maar het idee was beter dan de uitwerking. Mijn eerste boek was een fiasco en niemand wilde het hebben. Het was een donkere psychologische studie, geschreven vanuit het perspectief van een moordenaar. Een gegeven dat door duizend anderen duizend keer beter is uitgewerkt. Toen ik terugkwam in Engeland merkte ik dat niemand het wilde uitgeven. Maar omdat ik mijn brood wilde verdienen met schrijven en ik een vriend had die journalist was, begon ik ideeën naar kranten te sturen, terwijl ik geen flauw idee had wat ze wilden hebben en ik volstrekt niet getraind of gekwalificeerd was om als journalist aan de slag te gaan. Ik had ook geen geld voor een journalistieke studie. Ik was volkomen blut. Door mijn briefjes aan de bladen kreeg ik een telefoontje van iemand die het tijdschrift My art in the Country wilde opzetten en die schrijvers nodig had. Ik kon voor hem interviews gaan afnemen met niet al te belangrijke mensen. Maar het gaf mij wel het gereedschap in handen om naar andere meidia te gaan en te zeggen dat ik ervaring had. Al vrij snel daarna kreeg ik freelance opdrachten. En zo werd Simon dus journalist.”

Forensische boeken
“Overigens heb ik in de jaren negentig al vier boeken gepubliceerd. Donkere boeken, niemand raakte er erg opgewonden van. Ze deden vrijwel niets. Dus het waren eigenlijk psychologische thrillers. Mijn eerste boek dat echt goed ontvangen werd was De geur van sterfelijkheid. Het had een heel andere aanpak. Een ander ritme, een andere manier van plotten en van dialogen. Ik deed bijna een jaar over de eerste versie en toen moest ik nog heel wat herschrijven. Ik had uit alle dingen waar een mens uit kan kiezen, dit keer gekozen voor een forensische thriller. Totaal niet gepland. Ik had voor die tijd geen enkele interesse in forensische wetenschappen, maar in 2002 kreeg ik een opdracht om een artikel te schrijven over de Body Farm in Tennessee. Dat is een onderzoekcentrum waar de lijken overal om de boerderij liggen, zodat wetenschappers het ontbindingsproces nauwkeurig kunnen gadeslaan. Dat opende mijn ogen. Ik wist in eerste instantie niet wat ik daar moest verwachten. Ik was dan ook doodnerveus. Maar na de eerste schok, die overigens vrij heftig was, merk je dat het gauw went. En al snel zie je het als de meest logische werkomgeving. Ik vond het werk dat de mensen daar deden fascinerend. Het is ongelooflijk hoeveel informatie men kan ontdekken over de manier van sterven, aan de hand van een lijk of de manier van ontbinding. Ze kunnen tegenwoordig heel nauwkeurig aangeven hoe lang iemand dood is. Ik had al snel door dat er niet alleen een artikel, maar ook een boek inzat. Ik had nog geen idee hoe dan verder, maar dat het er zou komen wist ik zeker. Toen begon het idee te rijpen om een misdaadroman over een seriemoordenaar te schrijven. De meeste mensen hebben Silence of the lambs gezien en dat was een fantastisch boek, net als de verfilming. Een jaar na mijn bezoek aan de Body Farm had ik een goed plot bedacht en zat ik achter mijn schrijfmachine. Het was het begin van Een geur van sterfelijkheid.”

Body Farm
“Ik had geen nachtmerries na mijn bezoek aan de Body Farm. Ik moet wel zeggen dat je je er niet op kunt voorbereiden. Ik kwam er ’s ochtends om een uur of zeven aan. De grote hekken werden geopend en de glooiende heuvels met grote schaduwpartijen lagen voor me. Maar het eerste wat ik zag was een lange rij maden die door het gras liepen en die van en naar een lijk gingen. Dat was even een klap in het gezicht zo ’s ochtends. Maar je raakt er echt snel aan gewend. Er waren Franse onderzoekers die namen altijd hun broodtrommeltje mee en die zaten rustig tussen de lijken hun boterhammen op te peuzelen. Het was een bijzonder professionele omgeving. Pas toen ik in het vliegtuig zat op de terugweg naar Engeland kreeg ik een terugslag. Toen pas besefte ik in wat voor omgeving ik was geweest, met al die lijken die zomaar half boven en half onder de grond liggen. Dat was even slikken. Maar goed, ik moest me focussen voor mijn artikel. En daarna begon ik het boek te schrijven. Nu vraagt iedereen me over de details, over de lugubere dingen die ik beschrijf. Nu is dat inderdaad niet altijd even gemakkelijk zeker niet als het al te gedetailleerd wordt, maar als ik schrijf gaat het me om de karakters en om het verhaal en zijn de details voor mij bijzaak. Ik denk alleen: hoe breng ik mijn hoofdpersoon in een bepaalde situatie, hoe handelt hij en wat gebeurt er daarna. Terwijl veel lezers zitten te griezelen bij de details. En als je griezelt, worden bijzaken plotseling hoofdzaken die in je herinnering blijven hangen en die je beeld vertroebelen van dat wat er werkelijk op papier staat.”

Vrouw als eerste lezer
“Mijn vrouw is mijn eerste lezer. Ze kent me door en door dus ze staat niet meer versteld van allerlei gruwelijkheden die ik opschrijf. Je moet weten dat mijn vrouw nogal bang is voor bloed en allerlei onsmakelijke dingen, dus ze is niet per definitie de meest geslaagde inspectrice van mijn werk. Maar het criterium is: als zij mijn boek kan lezen en niet al te zeer overstuur raakt, dan is het goed. Ik heb niet de bedoeling om mijn lezers te schokken. Sommige lezers hebben me ook geschreven dat ze de ophef over eventuele gruwelijkheden niet snappen, want dat ze mijn beschrijvingen van lijken en de ontbindingsprocessen juist bijzonder informatief vinden. En dat is inderdaad ook mijn bedoeling. Ik beschrijf de doden klinisch, objectief en realistisch. Ik ben geen sensatiezoeker.”

Hoofdpersoon: arts David Hunter
“Mijn hoofdpersoon David Hunter, die in alle boeken voorkomt, is iemand die doet wat hij denkt dat hij moet doen. Hij is gedreven. Hij doet alles uit overtuiging. Hij heeft een sterk gevoel voor moraliteit. Verder is hij een eenling. Iemand die niet graag iets van zichzelf weggeeft.”
In de eerste twee boeken is Hunter een soort vluchteling, iemand die van de ene kleine gemeenschap naar de andere reist. In Sanatorium gaat hij naar Amerika, naar de Body Farm. Dat doet de vraag rijzen of hij zijn gezichtsveld gaat verbreden. “Ja, soms, ik heb van een politieman eens gehoord dat een moordenaar in de meeste gevallen zijn slachtoffer meeneemt naar een afgelegen plek om hem/haar te vermoorden en te begraven. Bossen, moerassen, bergen, ravijnen, een plaats waar je lang naar moet zoeken. Daarom is het realistisch dat Hunter steeds naar afgelegen gebieden moet om de slachtoffers te zien en de moordenaar te zoeken. Maar, ik heb voor mezelf niet de behoefte om in elk boek een nieuwe afgelegen plek in Engeland te vinden voor Hunter. Maar goed, in Het Sanatorium gaat hij naar de Smokey Mountains, ook niet bepaald het dichtst bevolkte gebied ter wereld.”

Beperkt aantal personages
Wie de boeken van Beckett leest, merkt al snel dat het aantal personages dat hij ten tonele voert, uiterst beperkt is. Simon Beckett geeft toe dat hij dat bewust doet. “Hoe meer personages je opvoert, des te groter wordt de lijst met verdachten, maar het wordt daardoor ook verwarrender. Ik concentreer me liever op een paar sleutelfiguren. Eén van hen is maar de moordenaar. De lezer kan dus goed meedenken. Bovendien kan ik de karakters veel meer uitdiepen.”

Seriemoordenaars
In het begin van Het Sanatorium schrijft Beckett dar seriemoordenaars veelal narcisten zijn. Dat zij de wereld willen laten weten wat ze gedaan hebben. Beckett gelooft daar ook heilig in. Minder overtuigd is hij van het feit dat moordenaars niet gemaakt, maar geboren worden. Hij suggereert het overigens wel, want de moordenaar in Het Sanatorium voelt zich als jochie al anders. Zo speelt hij met een dode kat, waardoor hij een speciaal gevoel krijgt, dat hij op dat moment nog niet kan duiden. Hij krijgt hetzelfde gevoel na zijn eerste moord. “Het lijkt er inderdaad op of ik zeg dat moordenaars als moordenaars geboren worden, zegt Beckett, maar ik ben geen expert. Het gedrag van mijn hoofdpersoon is niet het resultaat van jarenlange psychologische studie van mijn kant. Maar ik geloof wel degelijk dat sommige mensen geboren worden met een hersenafwijking of een enorme gevoelsarmoede, of dat ze een sadistische aanleg hebben, waardoor moord veel dichterbij komt dan bij andere mensen. Maar ik besef ook dat sommige mensen door bepaalde traumatische belevenissen in hun leven tot moordenaar gemaakt worden. Niet alle moordenaars zijn hetzelfde. Moordenaars zijn individuen. Ze voldoen totaal niet aan het klassieke profiel dat FBI-agenten in films van hen maken. Je hebt doktoren die moorden en verschoppelingen die moorden.”

Peter O'Donnell
In diverse interviews uit Simon Beckett zijn bewondering voor de Amerikaanse hard boiled school, onder andere Raymond Chandler. Maar hij geeft toe dat hij de meeste bewondering heeft voor de Engelse schrijver Peter O’Donnell. “Hij was de schrijver van een aantal Modesty Blaise boeken, die later tot strip werden bewerkt. Avontuurlijke boeken waarin het weesmeisje Modesty uitgroeit tot een keiharde actievrouw, een knokker die het kwaad bevecht met aan haar zijde haar platonische vriend Willie Garvin. Grootse verhalen, grootse karakters. En je hebt het gevoel dat één van tweeën elk moment het loodje zal gaan leggen. Ze raken ook zwaar gewond. Maar die dreiging van hun eventuele naderende dood heeft zo’n enorme impact. Gigantisch gewoon. Die spanning van O’Donnell probeer ik ook op te wekken. Daarom heb ik de knoop maar doorgehakt en één van mijn personages wel laten sterven. Weg met de geëffende paden. Het is ook knap dat O’Donnell zijn helden Modesty en Willie nooit een relatie liet krijgen. Zo hield hij de spanning voor de lezers hoog. Het was de grootste fout uit een overigens prachtig boek, The long goodbye, van Chandler, dat hij zijn held Philip Marlowe liet trouwen. Echte helden trouwen niet. Marlowe was het prototype van de absolute loner. Het was een mooi experiment dat wel, maar zoiets moet je niet doen. Je haalt het wezen van de aantrekkingskracht van een personage weg. Marlowe is een eenling, hij heeft geen geld, een leeg glas whisky, hij moet lijden. Een gelukkige Marlowe is een slecht romanpersonage.”

Dood
Beckett schrijft veel over de dood. Dat betekent dat hij er veel aan denkt. Is hij bang voor de dood? “Nou, ik kijk er niet bepaald naar uit, nee. Kijk, mijn boeken zijn verzonnen verhalen, ze zijn entertainment en de dood is maar een onderdeel van elk verhaal. Het zijn geen morbide verhalen, dus ik heb alles in de hand, ook mijn gedachten. En schrijven over de dood leidt bij mij in ieder geval niet tot lang nadenken over mijn dood. Ik ben geen somber of depressief mens. Maar ach, ik draai er omheen, ik zou liegen als ik zei dat het beschrijven van lijken in ontbinding me niet over mijn eigen sterfelijkheid zouden doen nadenken. Maar het is beheersbaar, dat wel. Er zijn politiemensen die elke dag met lijken geconfronteerd worden en zij kunnen er ook mee omgaan. Het wordt gewoon een onderdeel van je leven. Maar door het schrijven over de dood, ben ik wel anders over het leven gaan denken. Ik geniet nu meer van de dag, van het moment. We leven op het platteland en het is een cliché, maar ik kan intens genieten van een mooie zondagmorgen, of een zonsopgang. Daar had ik vroeger minder oog voor.”

Stilte
“Geheel in overeenstemming met het indrukwekkende landschap waar ik in vertoef, houd ik van stilte. Ik schrijf ook het liefst in stilte. Ik zet nooit muziek op. Merkwaardig genoeg kan ik heel goed tegen lawaai. Er kunnen gerust werklieden met drilboren een muur slopen in de kamer naast mijn werkkamer. Of zet me met een stoeltje naast een spoorweg, en ik schrijf moeiteloos door. Ik heb er geen last van. Maar zodra ik muziek opzet word ik afgeleid. Dan wil ik luisteren en als ik luister, schrijf ik niet meer. Heel af en toe zet ik wel eens klassieke muziek aan. Maar het is zeldzaam. Vroeger was ik een liefhebber van jazz, grote orkesten, Stan Kenton, Count Basie, Duke Ellington, boogiewoogie, soundtracks van films enzo, maar dat was in mijn jonge jaren. Nu ben ik toe aan de kalmte van klassieke muziek. Als je tijdens het lezen van mijn boeken luistert, hoor je stilte.”



Over de auteur

Kees de Bree

86 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Interview Simon Beckett

 

Gerelateerd

Over

Simon Beckett

Simon Beckett

Simon Beckett (1960) werkte als restaurateur, gaf Engelse les in Spanje en was drummer in diverse bands voordat hij freelance journalist en schrijver werd. Hij schrijft voor Engelse kranten zoals The ...