Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Wilfried de Jong: ‘Met een zin kun je een hele wereld scheppen’

Wilfried de Jong is de man die alles kan. In ieder geval op het gebied van journalistiek, theater- en televisieprogramma’s maken, presenteren en schrijven. Afgelopen donderdag 21 april kwam zijn nieuwste boek uit, 'Zweefduik'. Een verhalenbundel bomvol ontmoetingen met vreemden en bekenden, prachtige zinnen en open eindes.


Wereldberoemd in eigen land werd hij o.a. als De Jong in Waardenberg & de Jong, presentator van VPRO’s Zomergasten en 24 uur met…, waarin hij zich 24 uur met een gast in een ruimte liet opsluiten, waardoor er prachtige gesprekken ontstonden. NRC/Next-lezers kennen De Jong van zijn maandagse column en Radio 1-luisteraars kennen hem (of in ieder geval zijn stem met licht Rotterdamse tongval) van Met het Oog op Morgen. En last but, zeker op Hebban, not least kennen fervente lezeraars hem als auteur van o.a Solo (2014), Kop in de wind (2012) en De man en zijn fiets (2009). Inmiddels is zijn zesde boek verschenen, Zweefduik.

In Zweefduik heeft een man van alle leeftijden ontmoetingen met vreemden en bekenden. Hij trekt met ze op – kijkt, luistert, proeft, ruikt – en laat ze weer gaan. Verliefd zit hij in een auto onder water met zijn meisje, in nachtelijk Rome kijkt hij toe hoe een prostituee zich wast in een bassin, hij helpt een schoolvriend bij een sprong van een spoorbrug en in een natuurmuseum wordt hij aangevallen door een woedende freule.

Zweefduik?

‘Die titel ontstond vrij vroeg. Het zijn allemaal losse verhalen. Iemand die boven de scènes en verhalen hangt en in vogelperspectief bekijkt wat er aan de hand is. Je zweeft er als het ware boven en ziet hoe de mensen zich voortbewegen. Dan weer neem je een duik in de verhalen en bekijk je de scènes van heel dichtbij. Het is net zoals in een film. Je ziet een totaalbeeld van een man die door een straat loopt. Het geeft je een overzicht van het leven van die man op dat moment. De scène erna heeft de camera ingezoomd op zijn lippen en beleef je het verhaal in de close-up. Dat geeft een plezierig gevoel, je komt nu echt in de wereld van die man terecht. Dat maakt een verhaal spannend.’

Je kadert het als het ware in.

‘Ik heb al heel lang een grote liefde voor fotografie. Als fotograaf ben je altijd bezig een kader aan te geven. Zo’n kader is een beperking, iets benauwends, maar het maakt wel dat je binnen dat kader iets moet maken. Het is net als met een autovoorruit. Je zit in de auto en kijkt door die ruit. Dat is je kader waarin je de wereld ziet. Leuk is om ook buiten het kader te treden met verhalen. Ik vind dat leuk om mee te spelen. Van groot naar klein naar groot naar klein.’

Filosofische gedachte, net zoals je verhalen. Ben jij filosofisch ingesteld? 

‘Hmm… misschien wel. Ik geloof wel heel erg in het feit dat mensen een voor- en een achterkant hebben. Er zit vaak een hele wereld achter, maar het heeft geen zin om dat allemaal op te schrijven. Dat voel je wel als je de verhalen leest.’

Je laat in je verhalen telkens een man van alle leeftijden ontmoetingen hebben met vreemden en bekenden. Je switcht in ieder verhaal van personage en leeftijd.

‘Dat hoort wel bij mijn karakter. Het is mijn manier van kijken. Ik heb in mijn leven heel veel verschillende dingen gedaan en daarmee het hele spectrum bestreken. Ik heb twaalf jaar theater gedaan, daarna radio, tv, journalistiek, sport. Uit iedere levensfase put ik af en toe inspiratie. Ik vind het ook wel plezierig om vanuit verschillende leeftijden te kunnen schrijven; een puber, een kind, dertigers, een oppas van zeventig. Maar het gaat me in de verhalen vooral om de ontmoetingen, om de mensen die hij tegenkomt.’

Je schrijft graag korte verhalen. Heeft dat met jouw eigen telkens switchende leven te maken, denk je?

‘Ja, dat zou best wel eens synchroon met mijn leven kunnen lopen. Ik vind het heel bevrijdend om op andere sporen te kunnen overspringen. Zo leef ik al van jongs af aan. Maar als ik ergens in stap doe ik dat wel vol overtuiging. Ik kan me ergens totaal in storten omdat ik het zo goed mogelijk wil doen. Ik heb twaalf jaar in het theater gewerkt. Maar voordat zoiets langzaam als een kaars dooft, stap ik eruit en ga ik iets anders doen.’

Een roman lokt dus niet?

‘Nee, niet zo heel erg.’

Wat opvalt aan jouw verhalen is dat je als lezer vanaf het eerste woord in het verhaal wordt gezogen, maar dat het even duurt voordat je weet wat er aan de hand is. Een typisch De Jong-begin.

‘Ik vind het heel belangrijk dat je bij een kort verhaal niet nodeloos moet wachten tot er iets begint. Je moet gelijk in de scène zijn en wat mij betreft mag je als lezer zelfs een beetje achter liggen. Je moet als lezer snel op weg zijn. Ik vind dat zelf heel spannend. Zoals je als lezer pas later in het verhaal 'Kanaal' erachter komt wat er eigenlijk aan de hand is.’

Wat ook opvalt is dat ieder verhaal wel een of twee prachtige zinnen kent. Zoals in 'Dolk': "In zijn opengesperde mond zag ik een harp aan van spuugdraadjes."  Of in 'Kanaal': "Ik kende de omvang van haar taille; mijn arm had eromheen gezeten, als een riem die haar rokje omhoog moest houden."

‘Ik vind dat belangrijk en mooi. In ieder verhaal staat wel zo’n zin. Soms kun je in één zo’n zin een hele wereld scheppen. Dat maakt het fijn, vind ik. Maar ik ga er niet te lang op zitten puzzelen.’  

Je laat in je verhalen veel in het midden en er zijn verhalen die abrupt eindigen. Het is aan de lezer om de gaten in te vullen. Waarom doe je dat je lezer aan?

‘Dan kun je als lezer door fantaseren over het verhaal. Je krijgt als lezer een periode mee van iemands leven. Maar dat is niet af. Door abrupt te stoppen met een verhaal dwing je de lezer verder na te denken.’

Poeh… verg je niet te veel van je lezers?

‘Ehm… misschien. Als dat zo is mogen ze me bellen.’

In het eerste verhaal, 'Rit', doen de twee hoofdpersonen een spelletje in de auto. Als ze bij een kruising zijn roepen ze tegelijkertijd links of rechts. Op het moment dat ze beiden hetzelfde roepen, gaan ze daadwerkelijk die richting op. Op weg naar het onbekende. Heb je dat spelletje zelf wel eens gedaan?

‘Ik heb er wel eens over gefantaseerd waar je zou uitkomen als je dat spel zou doen. Maar ik heb het nog nooit gedaan. Ik zou het wel willen doen. Het is een ode aan associatief leven. Durf te leven.’

Durf jij te leven? Ben jij associatief?

‘Misschien wel. Op werkgebied ben ik vrij associatief. Ik kan heel snel switchen. Vorig weekend presenteerde ik op vrijdagavond Met het Oog op Morgen, op zaterdagmiddag ging ik naar een theatervoorstelling, ‘s avonds trad ik samen met muzikanten op en zondag schreef ik mijn sportcolumn voor NRC/Next. Ik voel me daar heel prettig bij. Ik durf heel goed van het een in het ander te duiken.’

Wat voor een schrijver ben jij? Heel geordend met tijdslijnen en overal post-its of juist het tegenovergestelde?

‘Ook in mijn schrijven ben ik vrij associatief. Als ik ga zitten, ontvouwt het verhaal al schrijvende in mij. Ik ben iemand die gewoon kan beginnen met schrijven. Ik heb weinig nodig om te kunnen starten. Als ik een beeld voor me zie dan kan ik eigenlijk al beginnen met schrijven. En meestal weet ik niet hoe lang het verhaal wordt. Ik kan weken in de weer zijn met een verhaal. Ik schrijf het, laat het liggen, lees het en schrap. Een kort verhaal moet to the point zijn zonder overbodige ballast. Dat schrap ik er allemaal uit. Soms laat ik verhalen maanden liggen. Dat is niet erg. Het is juist goed, want dan zie je wat het waard is.’

Het zijn verschillende verhalen met verschillende onderwerpen en hoofdpersonages. Waar haal jij al die inspiratie vandaan?

‘Dat kan van alles zijn. Iets uit mijn eigen wereld, een foto, een opmerking, muziek, een woord. Zo heb ik een foto van een spoorbrug in Rotterdam in mijn werkkamer hangen. Ooit is daar een man vanaf gesprongen. Het is een bekend verhaal in Rotterdam. De man trok zijn nette pak aan, ging naar de brug en sprong eraf. Hij is uiteindelijk uit het water gered. Dat is zo’n mooi iconisch beeld. Heel bijzonder. Ik wist dat ik een verhaal wilde schrijven over iemand die de sprong waagt. Het is het verhaal van de twee schooljongens geworden. Ik draag graag hoeden. In iedere grote stad koop ik wel een hoed. Die liggen in mijn werkkamer. Ik ben gek op hoeden en ik heb altijd al iets met de liefde voor hoeden willen doen. Dat is het verhaal geworden van de hoedenverkoper op Malaga.’

Muziek speelt vaak een rol in je verhalen. Zou je zonder kunnen?

‘Nee. Het staat in mijn top 3 van levensbehoeftes. Muziek staat voor mij gelijk aan eten en drinken en misschien nog wel hoger. Als ik zou moeten kiezen, zou ik denk ik het eten maar even laten zitten. Muziek is vrij verslavend. Iedere dag luister ik drie tot vier uur naar muziek. Ik kan heel geconcentreerd naar een plaat luisteren. Dan probeer ik heel veel dingen in de muziek te ontdekken, het raadsel te ontrafelen; hoe het gaat, waarom het zo gaat, etc. Ook tijdens het schrijven heb ik vaak muziek opstaan. Een plaat bijvoorbeeld, maar ja die hebben maar één kant en dan wil ik niet opstaan als ik midden in een zin bezig ben. Het kan dan zijn dat ik heel lang naar de groef van de plaat aan het luisteren ben, omdat ik per se door wil schrijven.’

Alweer met een nieuw boek bezig?

‘Nee, niet in de letterlijke zin dat ik al aan het tikken ben. Maar ik heb door dit boek wel heel erg zin om door te schrijven. Maar ik zou nu nog niet weten waarover. Het lijkt me ook wel eens leuk om een non-fictief boek te schrijven dat over een bepaald onderwerp gaat. Maar daar ben ik nog niet over uit.’

© Foto: Stephan Vanfleteren

Giveaway

Benieuwd naar Zweefduik ? Speciaal voor Hebban signeerde Wilfried de Jong een aantal exemplaren! Doe mee met de giveaway en maak kans op deze verhalenbundel!



Over de auteur

Victoria Farkas

148 volgers
8 boeken
3 favoriet
Auteur


Reacties op: Wilfried de Jong: ‘Met een zin kun je een hele wereld scheppen’

 

Gerelateerd

Over

Wilfried de Jong

Wilfried de Jong

Wilfried de Jong is schrijver, televisie- en theatermaker. In 2000 debuteerde hi...