Advertentie

Hebban vandaag

Column /

Jelmer Jepsen: Opzij, opzij, opzij!

Nu zijn tweede roman, 'De Circusvrouw', af is en bijna in de winkels ligt, kan Jelmer Jepsen niet wachten tot hij (weer) slapeloze nachten krijgt. Waarom? Lees het in zijn een-na-laatste Hebban-column!

Opzij, opzij, opzij!

Een vriend zei ooit tegen mij: ‘Een boek schrijven, dat is toch niet zo moeilijk? Je opent word, gaat zitten, schrijft, schrijft en schrijft, en na een week of drie heb je dan toch een boek?’ Complete nonsens natuurlijk, want iedereen die ooit wel eens geprobeerd heeft iets dat op een roman lijkt te fabriceren, weet dat die ‘week of drie’ op zijn minst ‘een jaar of drie’ moet zijn. Sterker nog: de eerste bladzijden van De circusvrouw, mijn nieuwe roman die op 28 april a.s. eindelijk verschijnt (insert smiley), schreef ik bijna vijf jaar geleden, compleet ongepland overigens. Ik weet het nog precies. Ik was op vakantie in Spanje en het ging in die periode niet echt heel erg goed met me. Ik werd al weken gekweld door een vreselijke vorm van insomnia (lees: gewoon niet slapen, dagen achter elkaar niet), waar na een paar weken lollige bijverschijnselen bij kwamen als depressieve klachten en paniekaanvallen.
Maar de vakantie in Spanje was al geboekt, dus hup, daar gingen we. Lekker genieten van de zon, maar niet heus, want ook in Spanje ging het niet-slapen gewoon door, en liep ik als een zombie over de boulevard. Bijna was ik weer op het vliegtuig naar huis gesprongen, terug naar mijn eigen veilige bed, mijn muziek en mijn andere vertrouwde spullen, toen het gebeurde, middenin een nieuwe slapeloze Spaanse augustusnacht. Uit de psychedelische brij in mijn op hol geslagen hoofd (niet slapen genereert op den duur dezelfde ervaringen als lsd) verscheen opeens een vrouw. Ze had een schort om, een dikke knot op haar hoofd, en ze roerde in een bak beslag. Hoe surreëel ook; ik wist meteen dat deze vrouw me kwam redden. Niet figuurlijk, of zweverig of zo, maar echt. Ik wist dat zij het antwoord was op mijn nachtelijk gepieker. Op de vraag waarom deze insomnia mij nou toch moest overkomen. Op iets wat achteraf het beste te omschrijven is als een zeer vroege midlifecrisis (geen echt doel in mijn leven, geen echt vak geleerd, etc.).
Ja, ik wist daar in dat Spaanse bed dat deze vrouw (haar naam wist ik ook meteen, vraag me niet waarom: Margriet) mijn toekomst zou bepalen, en meteen de volgende dag ben ik dan ook naar een krantenwinkel gegaan, waar ik een notitieboekje en een stel bic-pennen kocht.

Het verhaal dat ik daarna in, pakweg, een maand in de steigers zette lijkt in de verste verte niet meer op het verhaal dat eind deze maand in de winkels ligt. In de vijf jaar die er zitten tussen het kliederen in mijn notitieboekje, en de gedrukte definitieve versie heeft De circusvrouw vele gedaantes gehad. Het verhaal heeft in alle vertelperspectieven gestaan, en verschillende plots en subplots gekend, de meeste ervan haalden de eindversie niet. Het eiland Elba, waar zich nu ongeveer de helft van het verhaal afspeelt, bijvoorbeeld, kwam er zelfs pas anderhalf jaar geleden bij. Want… hoe beter het met mij en mijn slaapproblemen ging; hoe slechter ging het met Margriet. We leken wel communicerende vaten. Gaandeweg werd het verhaal donkerder en raarder, terwijl ik vrolijker en normaler werd. Toen er een eerste definitieve versie lag, bleek dan ook al snel dat dit verhaal door uitgevers niet gesnapt werd. Ik had een aimabele hoofdpersoon gecreëerd, meldde zij mij, maar wel een die de meest duistere gedachten had, en een en al ellende kende in haar leven.
Hier moest dus een tegenhanger voor komen, en zo kwam het eiland Elba in beeld. Wat nou als deze vrouw vanaf dat eiland terugblikt op haar donkere tijd in Nederland? En waarom zat ze daar eigenlijk, zo ver van huis? En had ze het op Elba dan wèl leuk, en waarom dan? Je neemt toch altijd jezelf mee? Ja, de Elba-ingeving gaf het hele verhaal een boost van jewelste. Er kwam een ontrafelingslaag bij (‘watskeburt met Margriet en haar leven in Nederland?’) en het mediterraanse eiland gaf een goed tegenwicht aan de treurige scènes in Nederland.
En dus ging de hele boel weer in de re-write. En nog een keer. En nog een keer. En toen hapten de uitgevers wel! Maar toch waren we er nog niet. Er volgden, na het tekenen van het contract met de leukste, meer herschrijfrondes, nieuwe hoofdstukken en nieuwe personages.

Maar nu is het dus af, en kan iedereen het boek bijna lezen, maar voor mij is het allemaal nog verre van af, en dus kom ik nu eíndelijk toe aan de titelverklaring van deze column (pff). Een boek schrijven doe je namelijk niet in een week of drie, maar het verkopen en promoten ervan ook niet. Al weken bevind ik mij in een continue draf (‘Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats’), en moet ik nadenken en beslissingen nemen over allerlei zaken die óók bij het publiceren van een roman horen. Wat wordt de flaptekst? Welke foto kiezen we voor de omslag? Waar moet de boekpresentatie plaatsvinden? Wie moeten daar allemaal komen? Wat zetten we in het persbericht? Kun je dan en dan daar en daar signeren? Lijkt een blogtour je leuk? Heeft De circusvrouw al een Facebookpagina? Is dat nodig? Wat moet daar dan op? Een boektrailer, misschien? Ja, leuk, maar hebben we die? Wie kan dat dan maken? Wat moet daar dan in te zien zijn?

Nee, mensen, een boek schrijven doe je niet in drie weken, maar een boek verkopen ook niet. En voordat ik die indruk wek: ik vind deze bijkomende verplichtingen heel erg leuk! Ik doe alles graag en met toewijding, maar ondertussen begint iets in mij wel tegen te sputteren, en kom ik steeds vaker moeilijk in slaap. Maar tegelijkertijd is er ondertussen gelukkig ook weer iemand aan mij verschenen, en dus heb ik weinig angst. Het is een meisje van een jaar of negen dit keer, en ze woont ergens in Amerika, in the Deep South denk ik, of in Californië. Ze is een soort Pipi Langkous 2.0, maar dan rauwer, ellendiger, maar ook lief en grappig. Wat er met haar vader en moeder aan de hand is weet ik nog niet. Wat ze gaat meemaken ook niet, maar dat komt wel.
Ja, boekpromotie is leuk, maar als je niet oppast en jezelf er teveel in verliest krijg je nog eens slapeloze nachten. En ik kan eerlijk gezegd niet wachten tot dat weer zo ver is. Het notitieblok ligt al op het nachtkastje.
Maar eerst nog maar eens wat extra stressvolle afspraken plannen.

Jelmer Jepsen



Over de auteur

Jelmer Jepsen

42 volgers
6 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Jelmer Jepsen: Opzij, opzij, opzij!

 

Gerelateerd

Over

Jelmer Jepsen

Jelmer Jepsen

Jelmer Jepsen (1976) bracht in 2013 bij Prometheus zijn debuutroman ‘Vallen al...