Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Koen Peeters: 'Zelfs al zou ik niet schrijven, dan nog zou ik verhalen opsporen.'

door Soraya Vink 2 reacties
Met zijn roman 'De mensengenezer' won de Vlaamse schrijver Koen Peeters zowel de ECI Literatuurprijs van de vakjury als de publieksprijs. Nu is hij terug met zijn nieuwe roman 'Kamer in Oostende' waarin hij de lezer meeneemt op een bijzondere zoektocht. Hebban sprak met Peeters over zijn nieuwe boek en ambities als schrijver.

'Niets mooiers dan de stroom bezoekers en toeristen die op hoogdagen in Oostende het station verlaat en de stad in trekt. Ook pakkend: pianomuziek die je op stap in de stad overvalt uit een open venster. Licht in de lucht, zwevend, genereus. In een hotel hoor ik een pianist de kleffe Clayderman naspelen, direct daarna gevolgd door een deuntje van Satie. Ik ben belachelijk ontroerd.'
- uit: Kamer in Oostende


In uw nieuwe roman neemt u vooral de rol van observator aan; mensen die op straat voorbij wandelen, voorwerpen in een winkel of gebouwen in bepaalde staat (nieuwbouw of afgebroken). Herkent u zichzelf in deze rol?
 

‘Ik ben van opleiding antropoloog, vanuit die wetenschap leer je om te kijken en deel te nemen in het dagelijks leven bij andere culturen. Hierbij gaat het om praten en juist niet om discussiëren. Ik ga zelf nooit in discussie met iemand maar wil iets empathisch beluisteren. Daarom beschrijf ik die bezoeken aan de tweedehands winkels ook in mijn boek. Het fascineert mij dat deze voorwerpen in huizen hebben gestaan waardoor ze een verhaal hebben gekregen. Het kan een verwijzing naar de stamboom van complete gezinnen zijn, dat springt daar dan uit. Het roept de werkelijkheid op.  

Mijn nieuwe boek gaat in op de menselijke geschiedenis, de kleine en grote levensverhalen van de personen die ik ben tegengekomen in Oostende. Ik ging drie jaar lang elke maand twee dagen naar deze kustplaats met mijn goede vriend Koen Broucke. Juist om door de ogen van Oostende te kunnen kijken. Het is zoals in het perspectivisme (een filosofische visie, red.) van Nietzsche dat we de werkelijkheid nooit echt kunnen duiden maar slechts een bepaald beeld voorgeschoteld krijgen. Dat vind ik juist interessant, die persoonlijke vertekening. Daardoor kwam bij mij de vraag of we werkelijk kunnen weten wat er aan een leven vooraf gaat.’  

U bent geboren in Turnhout en woont tegenwoordig in Heverlee (nabij Leuven). Uw vrouw komt uit Oostende, waardoor u met uw gezin vaak aan zee bent. Wat prikkelt u in de regio van Oostende die u op meerdere manieren een lofzang geeft in uw nieuwe boek?  

‘Ik was vroeger gek van Brussel, eigenlijk onze enige échte grote stad in België. Oostende heeft daar veel van weg; het is een soort klein Brussel. Wat begon als een gewoon vissersdorpje is uitgegroeid tot een mondaine badstad. Het toerisme is daar losgebarsten en daarmee een belangrijke industrie geworden. Alle tijds- en bevolkingslagen lopen door elkaar heen, iets wat je ook goed kunt zien in de gebouwen die er staan. Er is gentrificatie bezig; zo zie je een mooi pand uit de Belle Epoque naast een lelijk appartement uit de jaren ’70. Bovendien is het onze enige stad aan zee, wat een fantastisch aanzicht geeft. Als je over de dijk loopt, geeft het licht van de oude gaslantaarns een bijzondere gloed. Het is dus een stad waar je het schone van het lelijke en het lelijke van het schone kan zien.’  

In een interview met De Morgen in november 2017, laat u zien dat u een collectie boeken heeft gekoppeld aan een stad. U schreef met Kamer in Oostende een roman die is gekoppeld aan een plek. Heeft u nog wensen om een andere plek te doorgronden voor een volgend verhaal? 

‘Het Latijnse begrip genius loci, met andere woorden “de geest van een plaats” is iets wat mij fascineert. De manier waarop je rond kan lopen op een plek en zo verhalen tot leven kan wekken. Voor mij was het met deze roman wat gemakkelijker. Oostende is dichterbij dan mijn vorige thema’s als Rwanda en Congo; zo’n 150 kilometer verderop. Ik droom ervan om ooit nog een bundel met kortverhalen over de plekken die ik bezocht te schrijven. Zo ben ik pas ook naar Marrakesh en Venetië geweest, waar ik mijn verblijf heb gespiegeld aan de boeken van auteurs die deze plek ook bezochten. Brodsky en Canetti natuurlijk, bij wijze van stadsgids, heerlijk om zo op pad te gaan. Als een boek samenvalt met een stad, wordt het verhaal ook werkelijk.’  

De vriendschap tussen een schrijver en een schilder staat centraal. Beide roepingen hebben te maken met het scheppen van kunst. Zou u zichzelf ook als schilder kunnen zien of blijft het voor u bij woorden? 

‘Ik begon met schrijven op mijn negentiende en toen ik 26 jaar oud was durfde ik het aan om mijn eerste boek naar vier uitgeverijen te sturen. Ik tekende toen ook wel, nogal driftig zelfs, en zei zelfs dat als het mij niet lukte als schrijver, ik schilder zou worden. In die tijd schilderde ik koloniale taferelen zoals we die nog in de oude propagandaboeken terugvinden. In mijn kelder liggen nu nog tweehonderd van die schilderijtjes. Het waren ironische replica’s van beelden uit het Congo van de jaren ’50.’  

In een interview, vlak na de winst van de ECI Literatuurprijs voor De mensengenezer, noemt u zichzelf een ‘zondagsschrijver’. Sinds begin 2018 bent u fulltime schrijver. Waarom had u die verschillen van twee werelden nodig?  

‘Momenteel help ik mijn kinderen met hun verbouwing, waardoor ik een prettige onderbreking heb van de wereld waarin ik nu verkeer. Perfecte afwisseling van de tijd die ik achter mijn laptop doorbreng. De ECI-prijs, vroeger AKO en nu alweer Bookspot, heeft me nieuwe kansen gegeven.  

In eerste instantie zei ik altijd, met mijn grote mond, dat ik vijftien boeken zou schrijven en dan zou stoppen. Met Kamer in Oostende heb ik mijn veertiende boek uit. Wellicht worden het er nu enkele meer. Maar ik moet eerst langdurig met veel mensen praten, om daarna verhalen te schrijven die er toe doen. Zo gebeurde het ook met mijn nieuwe roman Kamer in Oostende. Het verhaal is niet altijd juist, waarmee ik bedoel dat het niet rechttoe rechtaan de werkelijkheid is. Soms is er wat overdrijving. Maar het moest wel echt uit Oostende komen, dat is de antropoloog in mij. Ik heb geen fantasie op dat front. Misschien doe ik daarom ook wel aan slow writing; ik wil weten hoe mensen echt zijn. Zo ging ik voor De mensengenezer naar de Westhoek om te zien hoe de mensen uit deze regio zijn, hoe ze spreken en verzwijgen. Achteraf kreeg ik veel complimenten van mensen uit deze streek vanwege de wijze waarop dat West-Vlaamse karakter is weergegeven. Na die gesprekken en ontmoetingen ga ik kneden en smeden, zo maak ik er literatuur van. Ik bedoel maar, ik heb veel tijd nodig en er zijn zeker schrijvers die efficiënter werken.’  

Voor dit boek werkte u zelfs samen met een beeldend kunstenaar: Koen Broucke, tevens personage in het boek. Wat spreekt u aan in zijn werk?  

‘Allereerst is hij gewoon een sympathieke gast! Ik houd van zijn kunst, de manier waarop hij aan het werk gaat. Hij maakt eerst foto’s, vervolgens schetsen en begint daarna pas aan zijn schilderdoek. Hij is erg geïntrigeerd om de geest van een plek te vangen, iets wat ik ook heb. Dat herken ik in het figuratieve van Broucke, die in zijn zee-schilderijen de geest van Oostende weet te pakken. Oostende is finis terrae, het moment waarop je denkt het einde van de aarde te hebben bereikt, het punt waar je jezelf tegenkomt. En als we in Oostende waren geweest, schilderde hij thuis een marine. Een deel van die schilderijen staan ook in het boek.’  

Hoe vindt u het label roman bij Kamer in Oostende? Zeker omdat bepaalde passages zich dus in een schemergebied tussen fictie en non-fictie bevinden.  

‘De roman is een fantastische kunstvorm. De schrijver mag iedere keer het formaat opnieuw uitvinden. Voor mij is dat magie. Het doet mij denken aan een ritueel in Afrika. Je neemt een aantal voorwerpen en voltrekt een ritueel. Staat er beschreven dat je een kip moet gebruiken, maar heb je die niet? Dan gebruik je alsnog een ei omdat dit het dichtstbij komt. Dat is met een roman ook zo; de schrijver zoekt de vorm bij wat hij wil zeggen. Dat is wat hij moet oproepen bij de lezer, maar ook om de vertelling te creëren. Het boek is op zijn best een spiegel waarin mensen zichzelf herkennen. Dat is het hybride van schrijver; de realiteit die verteld wordt binnen een context. Het is geen documentaire vol met feitjes, maar toch een verhaal. Mijn collega’s Stefan Hertmans en Jeroen Olyslaegers doen dit ook. We verzinnen het niet, maar toch is ons schrijven fictie.’  

Wat wilt u graag nog bereiken als schrijver?  

‘Relevante boeken schrijven. Het klinkt pretentieus, en dat is natuurlijk ook zo. Ik schrijf niet direct voor lezers, maar toch, met De mensengenezer won ik ook de publieksprijs. Een roman met een spannend verhaal (denk ik toch), die ook ging over filosofie en ethiek, en tegelijk een gevoelige snaar bij de lezers raakt. Het boek waar ik nu aan werk is een soort vervolg op De mensengenezer. Hoe ga je om met dingen die je niet begrijpt: leven en dood, goed en kwaad. De rol die sommige mensen daarin opnemen, interesseert mij. Ik spreek nu veel met mensen die daarmee te maken, dus ik zit nog volop in de onderzoeksfase. De schrijver W.G. Sebald is een groot voorbeeld voor mij. Zijn vader zat in het Duitse leger, maar sprak nooit over zijn oorlogsdaden. Juist daarom ging zijn zoon de schrijver op zoek, en hij creëerde een heel universum. Zelfs al zou ik niet schrijven, dan nog zou ik verhalen opsporen. Ik heb voeding en voeling nodig om mijn eigen plek te bepalen. Het is de nieuwsgierigheid die mij als schrijver voedt en waarmee ik iets moois wil vervaardigen, wat nog nooit iemand eerder heeft gemaakt.’

Kamer in Oostende is verschenen bij uitgeverij De Bezige Bij.

Direct bestellen Lees een fragment



Over de auteur

Soraya Vink

358 volgers
800 boeken
13 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Koen Peeters: 'Zelfs al zou ik niet schrijven, dan nog zou ik verhalen opsporen.'

 

Gerelateerd

Over

Koen Peeters

Koen Peeters

Koen Peeters (1959) is de auteur van een rijk en veelbekroond oeuvre. Met De postbode won hij de NRC-prijs, Grote Europese Roman stond op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs en werd in verschi...