Advertentie

Hebban vandaag

Lezen /

Lees en huiver... met Chris Rippen

door Hebban Crew 3 reacties
Speciaal voor de eerste zomereditie van de Thriller Tiendaagse schreven Nederlandstalige misdaadauteurs een verhaal in de serie ‘Lees en huiver…’ Elke dag lees je op Hebban een nieuw kort verhaal. Vandaag is het de beurt aan Chris Rippen, met het verhaal ‘Buurtzorg’.

Buurtzorg

Het begon klein, die dag. Een onschuldig berichtje op de Veilig-in-eigen-wijk-app van de Bloemenbuurt, dat voorbij dreef op het voortkabbelende stroompje van invitaties, recepten, tuintips, zoekgeraakte huisdieren en signaleringen van verdachte Golfjes met getinte ramen en/of bestuurders.

'Dames, iemand nog een nagekomen bouwklacht? Uitvoerder G is in de wijk. Laatste kans.' Afzender: Zonnedauw 11.

De goede verstaanders reageerden. 'Ooo, uitvoerder G!? Had ik nog niet een vuile spouw?' En: 'Heeft ie z’n laarzen nog aan?' Zonder twijfel kwam dit van de andere carnivorettes en daarmee hadden de drie buren uit de Zonnedauwstraat, de vleesgeworden valsheid in geschrifte volgens app-master Henk, elkaar op deze druilerige novembermorgen alweer gevonden.

Ruwharige teckel Charlie van Helga was toen weer terecht. De recentste Charlie Alert dateerde van vlak voor Halloween, want toen de snoeptocht op z’n eind liep, hoorde je overal in het donker kinderstemmen opklinken in een geslaagde imitatie van Helga’s alarmroep. 'Charlieieieieie….!' Charlie kwam altijd terug. Helga was de enige die daaraan twijfelde.

Hadden toen Pierre en Boris elkaar al midden op straat voor rotte vis staan uitmaken? Dat moet wel, want de grondoorzaak was natuurlijk de verbouwing bij Pierre en Manon Meijer. Zeg maar uitbreiding. Verdieping op de garage, tuinkamer annex kantoor aan achter- en zijkant tot op dertig cm van de erfgrens, dus schaamteloos dichtbij. Boris’ boosheid was echt wel begrijpelijk. Alsof dat huis nog niet groot genoeg was. Bovendien dreigde er ook nog zoiets als een zwembad. Juist nu hun wijk, na jaren van bouwkranen, hei-installaties, denderende trucks, inloopmodder en stuifzand eindelijk tot rust gekomen was en met fris aangelegde tuinen een beetje begon te lijken op de foto-impressies waarmee de kopers destijds gelokt waren. En alles, die terloopse opmerking op de buurtbarbecue niet meegerekend, zónder aankondiging, zonder énige verontschuldiging voor de aanstaande overlast.

Pierre ten voeten uit. Z’n matig ontwikkelde ego had altijd luidruchtige compensatie nodig in de omgang met meer geciviliseerde buurtgenoten. Omdat hij ‘iets in de haven’ deed – zijn broer leidde een overslagbedrijf waarin hij een onduidelijke functie had – en vanwege zijn postuur schreven sommigen hem het robuuste karakter van de havenwerker toe. Op goede momenten joviaal, op slechte onbehouwen en grof, ook tegen Manon. Háár rekende niemand dan ook de inmiddels algemeen verwenste verbouwingsplannen aan. Manon was een muis. Een ondergeschikte, timide muis met een schuw lachje, best aardig maar onbeduidend, die haar eigen naam op z’n Hollands uitsprak, wat voor de carnivorettes periodiek aanleiding was voor valse grappen. Manon maakte zich doorgaans onzichtbaar, behalve als er een feest was. Dan was ze onherkenbaar. Geraffineerd opgemaakt, gekokerd in zwart met duizelingwekkend décolleté en genadeloos ad rem na een glas of wat. Op zulke avonden glom Pierre’s opgeblazen gezicht van trots. Had uitvoerder Gerards haar op zo’n feestje ontmoet?

De nieuwe bouwactiviteit zette dus kwaad bloed en niet alleen bij Boris. Het moet echter gezegd worden dat het Pierre ook niet mee zat. Toen alles om zijn huis uitgegraven was, een zandrug van twee meter hoog de halve straat versperde en de eerste serie palen in de grond zat, bereikte de nationale stikstofcrisis haar hoogtepunt en brak de PFAS-hysterie uit. Van de ene op de andere dag viel de bouw in Nederland stil. In het geniep – wat heet, de omwonenden deden geen oog dicht – liet Pierre de nacht daarop in vliegende haast de bekisting afmaken. Zodoende zou daarna in twee trekken de fundering gestort kunnen worden vóór de haan van de inspectie ernaar kon kraaien. Wie weinig van overheidsbemoeienis wilde weten, moest toegeven dat Pierre het slim had aangepakt. De rest zag hierin zijn reputatie van milieudesperado en rommelende ondernemer bevestigd.

Het was Helga die met de ontdekking van de licht bemodderde herenlaarzen achter de zandhoop van Meijer het nieuws van de terugkeer van uitvoerder Gerards claimde. Toen ze met Charlie aan de lijn het atelier van Mathilde Pruis binnenliep, liet het beeldhouwend orakel van de Bloemenbuurt haar de appjes lezen die ze het laatste uur had binnengehaald.

'Helaas lieve schat. Die aanstellerige carnivorettes werken vandaag blijkbaar thuis. Ah, je hebt je hondje weer terug, zie ik. Al eens aan een bench gedacht? Maar…. láárzen, zei je? Van die handgemaakte lichtbruine met gesp? Bij Meijer? Even deze klodder gips wegwerken, dan loop ik met je mee. En zeg tegen je hond dat ik hem vol op de voet neem als hij nog één keer zijn poot optilt tegen mijn wenende engel.'

'Je moet wel aardig zijn voor mijn hondje hoor.'

'Ben ik ook.'

Onderweg had Mathilde al een sculptuur voor ogen en een titel in gedachten. Revisiting boots, in brons, fraai gewelfd met grove ondergrond. Desnoods te gebruiken als paraplustandaard. Haar handen jeukten. Toch vreemd dat ze dáár nu opdoken, die laarzen. Moest ze zich zorgen maken om Manon? Ze vroeg het Helga.

'Waarom?'

'Dat weet je toch nog wel?'

In de laatste fase van de nieuwbouw, nu vijf jaar geleden, zag je ze hier en daar voor de deuren staan, de zanderige werkschoenen van uitvoerders die bij hun wekelijkse controle de gloednieuwe parketvloeren niet wilden beschadigen. Plompe stampers, waartussen dat ene, handgemaakte paar afstak als een flamingo tussen knobbeleenden. Ook de sokken waarin uitvoerder Gerards van bouwbedrijf Scheurleer het maagdelijke hout betrad, onderscheidden zich van de zwarte breisels van zijn collega’s. De man had gewoon smaak, zeiden zijn klanten. En profil had hij iets van Robert Redford, herinnerde Mathilde zich. Dat de laarzen op een bepaald adres af en toe tot laat in de avond bleven wachten op hun eigenaar, trok pas de aandacht toen iemand ze verplaatst had naar een ander huis. De ruzie die toen uitbrak met de laat van zijn werk thuiskomende heer des huizes maakte als running gag enige tijd deel uit van de buurthumor.

Uit het openstaande portier van de Toyota SUV naast de zandheuvel voor huize Meijer staken twee benen met lichtbruine, halfhoge laarzen. Een mannenstem met oostelijk accent ging beheerst tekeer. De vrouwen stonden stil. Geen twijfel mogelijk, dacht Mathilde. Dezelfde diepe VSOP-tint met doorleefde plooien. Messing gesp. Als de drager ervan even fraai geconserveerd was als zijn schoeisel… Met zijn telefoon nog in de hand klom de man uit de auto. Ai, dat viel tegen. Maar goed, Redford liep ook al tegen de tachtig, bedacht ze.

'Dames,' zei uitvoerder Gerards. 'Moet u hier zijn?'

Mathilde lachte hem toe. 'Nee hoor. We maken een ommetje. Kijkje nemen bij de werkzaamheden.' O toch, nu keek hij net zo langs haar heen als Redford dat kon doen als hij iets moeilijks moest uitleggen..

Of ze wel eens van PFAS hadden gehoord? Bodemvervuiling waarvoor nog geen oplossing bedacht was. Zolang de norm nog niet vaststond, lag het werk stil en moest men wegblijven van de bouwplaats. Hij had die timmermannen net ook weggestuurd. Was dat trouwens hún hond? Die moest als de sodemieter…

'Charlie!' riep Helga.

Toen Gerards weer instapte, vroeg Mathilde: 'Dat zijn dus uw laarzen, die u daar aan heeft?' Ze hoorde zelf hoe stom die vraag klonk.

'Ik zou zeggen van wel, ja. Hoezo?'

'Omdat we ze daarstraks zagen staan. Hier. Zomaar. Ik bedoel…' Kreeg ze een kleur? Weer die Redfordblik, nu met iets schampers erin.

'Ik weet wat u bedoelt. Een béétje belegen is die grap wel, vind u niet?'

Er zit sleet in, maar hij mag er nog best zijn, dacht Mathilde terwijl ze de auto nakeken. Maar wat dat gedoe met die laarzen moest betekenen… Haar ogen gingen naar het huis. Manon? Vast niet. Ze schrok op. 'Helga, roep je hond terug! Nou zit ie verdomme in die geul. Let nou toch eens op!'

Wankelend tussen de koppen van de heipalen visten ze Charlie uit de bekisting. Terwijl Mathilde zich over het zand omhoog werkte, greep ze dankbaar de hand vast die haar tussen de coniferen door toegestoken werd.

'Meijer?' vroeg een man. Donkere ogen, baard van drie dagen en de lucht van zes. En iets van Old Spice. Ze had het gevoel dat hij haar zou loslaten als ze nee zei. Charlie gromde.

'Dank u,' zei ze terwijl ze haar schoenen afstampte. 'Nee, wij niet. Meijer woont dáár.' De man keek van het huis naar een zwarte auto in de straat. 'Ik geloof niet dat er iemand thuis is,' zei ze. En ze herhaalde het toen een man met een zonnebril naar hen toe kwam. Keurige verschijning in donkere overjas, dat wel, maar toen beide mannen zonder iets te zeggen aanbelden, vervolgens naar achteren liepen en naar binnen keken, liep er iets kils over haar rug. 'Hou eens op, Charlie,' zei ze tegen zijn gegrom in.

'Zullen we teruggaan?' Helga’s stem klonk ook niet helemaal vast.

'Even.' Ze wachtte tot de mannen weer terugliepen. 'Zoekt u iets heren? Kunnen we een boodschap overbrengen?' Ze zag zichzelf weerspiegeld in de zonnebril.

'We komen terug.' Een zachte stem met een plat onderlaagje. 'Zegt u dat maar. We komen terug en dan moet het er zijn.'

'En wie…' begon ze, maar op dat moment maaide het ruige type vloekend zijn been door de lucht. De man met de bril keek alsof het hem niet aanging. Charlie liet pas los toen vingers zijn oogkassen binnendrongen. Jankend verdween hij in de tuin, gevolgd door een diep geschokte Helga. Gelukkig mankeerde hij niets. Zijn bazin had langer nodig om tot bedaren te komen. 'Straks zit ie nog onder de Tefal,' jammerde ze.

'Stil eens,' zei Mathilde toen ze terugliepen. 'Voorzichtig kijken. Het keukenraam.'

Nauwelijks zichtbaar in het duistere interieur stond iemand naar hen te kijken. Manon? Mathilde zwaaide, maar ze zag geen reactie.

Terug in het atelier namen ze een koele Sauvignon tegen de schrik. Ze waren het erover eens dat dit voor geen meter deugde, maar dat het hun zaken niet waren. En ook dat Charlie een held was.

Die avond, toen in het westen alle violette veegjes vervaagd waren en men aanschoof voor de laatste talkshow van de dag, werd de Bloemenbuurt opgeschrikt door het gedreun van een truck met betonmixer die positie gekozen bleek te hebben in het rozenbed naast de oprit van Pierre Meijer. Manons rozenbed, wezen de eerste belangstellenden elkaar. Terwijl een tweede truck stationair draaiend in de straat bleef staan, werd via een lange goot met flexibel mondstuk de voorste funderingsbekisting gevuld met taaie grijze smurrie. Het lopende vuurtje van de buurt-app zorgde binnen de kortste keren voor een grote toeloop. Geërgerd maar ook nieuwsgierig keken de buren van veilige afstand toe hoe Pierre Meijer in kniehoge laarzen samen met een stevige bouwvakker het beton brakende mondstuk in bedwang hield. Bij het licht van drie bouwlampen werd gehaast en grof gewerkt, de mortel vloog soms alle kanten op. Men vond het weer typisch iets voor Pierre. Die loonwerkers hing waarschijnlijk een stevige sanctie boven het hoofd, iemand had gehoord dat bij het bouwbedrijf intern de pleuris al was uitgebroken en dat allemaal door de eigenzinnigheid van hun buurtgenoot. Desondanks voelde een enkeling iets van bewondering voor die rare Meijer. Grote bek, door roeien en ruiten, maar hij deed het dan toch maar weer.

Mathilde, opgetrommeld door Helga met haar onafscheidelijke teckel, had zich naar voren gedrongen tot naast de drie carnivorettes. 'Ook van de partij, dames?' zei ze. 'Zeker voor de nabeschouwing?' Toen de betonmolen even stopte, deed ze een paar stappen naar voren.

'Pierre?'

Hij keek op. 'Pas op! Achteruit.'

'Vanmiddag waren hier mannen. Ze hadden een boodschap.'

Knarsend kwam de molen weer in beweging. 'Wie?' riep hij. 'Wat was er?'

'Twee mannen, voor jou. Ze komen terug en….' Ze kwam niet boven over de herrie uit en gebaarde machteloos naar Pierre. Met een paar passen was hij bij haar. 'Wat zeiden ze?' Hij zag er niet uit, rood aangelopen hoofd, wilde ogen, overal vuil.

'Dat ze terugkwamen en dat het er dan moest zijn.'

Hij trok wit weg, als versteend. Toen barstte hij los, niet tegen haar maar in het wilde weg, een stroom van verwensingen, vloeken, hij had het zó gezegd, stampvoetend stond hij voor haar. Over zijn schouder heen zag ze Manon de deur uitkomen, die had dus al die tijd in het huis gezeten. Opeens stond er iemand naast haar, ze zag de punten van zijn laarzen en dacht: o nee, niet dat ook nog.

'Waar ben je mee bezig, Meijer?' Gerards stem kwam met gemak boven het lawaai uit.

'Dat gaat jou geen flikker aan,' schreeuwde Pierre. Hij greep de stortgoot en sleurde die naar voren. 'Opzij.'

Gerards liep naar hem toe. 'Wat je doet, is verboden! Je bent zwaar in overtreding. Stoppen nu. Of anders…'

'Of anders wát?' Pierre draaide zich om. 'Die lamme inspectie zeker. Laat me niet lachen.'

Gerards haalde zijn telefoon uit zijn zak. 'De politie is hier zó.'

Dat had hij beter niet kunnen zeggen, dacht Mathilde nog toen Pierre op de uitvoerder aanvloog. Ze zag hoe Manon naar de mannen toe rende en tussen hen in sprong. Pierre duwde haar ruw weg, Gerards greep naar zijn arm en opeens was daar nog iemand, een harige schicht, die zich vastbeet in het eerste been dat hij tegenkwam. Met een kreet van pijn wankelde Pierre achteruit en stapte in het vers gestorte beton. Ze zag nog hoe hij met zijn vrije hand Charlie losrukte en door de lucht slingerde, hoe iemand anders dwars door de snoeren naar voren struikelde onder het krijsen van de naam van haar hondje en toen ging het licht uit.

In het schimmenspel dat volgde, gebeurde van alles. Verdoofd door de daverende betonmolens durfde Mathilde zich niet te bewegen. Toen de lampen weer aangingen, stonden twee in het zwart geklede mannen over Pierre gebogen. De ene, de ruige, had een revolver in zijn hand. Ze trokken Pierre overeind en zetten hem op zijn voeten. Tot aan zijn middel zat hij onder de taaie mortel. Gerards haalde zijn arm van Manons schouder en deed een stap naar voren. Toen het wapen zijn kant uit zwenkte, bleef hij staan. Wat de twee mannen tegen Pierre zeiden kon niemand verstaan, maar de revolver waarmee ze zijn kin omhoogduwden, sprak voor zichzelf. Toen haakten ze elk een arm onder zijn oksels en gooiden hem terug in het beton, waarna de ruige op hem ging staan. Terwijl ze de inrit uitliepen, zei niemand iets.

Pierre weerde helpende handen af en wist zich op eigen kracht uit het zuigende beton te werken. Als een druipende zombie wankelde hij naar de straat. De mannen in het zwart stonden gebogen over de kofferbak van de BMW die schuin achter de tweede betontruck stond. Pierre sloeg met zijn vuist tegen de deur van de truck en schreeuwde iets. De molen begon langzaam kantelend naar hem toe te draaien. Na een ruk aan de stortgoot wrikte Pierre het mondstuk schuin omlaag en richtte. Een van de mannen keek op, stootte de ander aan en sprong naar het portier. Het eerste beton plofte als een klont op de straat, toen kwam de stroom op gang en gulpte met stoten de kofferbak van de BMW binnen, daarna stroomde het over het dak en een openstaand portier de auto in. Pierre’s mond, een lachende scheur in een korrelig grijs gezicht, stootte triomfantelijke kreten uit, toen liet hij het mondstuk los en leunde achterover tegen de truck. Beide molens zwegen met een rauwe knars. Een aarzelend ingezet applaus zwol aan en gaf samen met de blauwe zwaailichten die van twee kanten naderden de indruk van een feestelijke afsluiting van een gedenkwaardige voorstelling.

Toen Pierre met knarsende stappen op Manon afliep, sneden de drie carnivorettes hem de pas af en loodsten hem met zoete woordjes naar zijn voordeur. Hun stemmen en hun gebaren riepen visioenen op van volmaakte reiniging in geurige baden en alles wat daarna zou kunnen volgen. Die hebben iets goed te maken, dacht Mathilde. Manon, de arm van uitvoerder Gerards om haar schouder, liep de tegenovergestelde richting uit, de straat op, waar de diehards onder de bewoners van de Bloemenbuurt inmiddels een kring hadden gevormd rond een drietal politieagenten en een onder beton bedolven personenauto. In de verte klonk een stem, wanhopig klagend: 'Charlieieie….'

Mathilde voelde iets tegen haar been, iets nats en harigs. Het ging op haar voet zitten. Ze keek. 'Helga!' riep ze. 'Helga! Hier!'

Chris Rippen

Chris Rippen debuteerde op zevenenveertigjarige leeftijd met de misdaadroman Sporen, een verhaal over de dood van een verzetsman. Hij publiceerde in totaal zes misdaadromans, twee verhalenbundels en een literaire roman. Drie keer verwierf hij een nominatie voor de Gouden Strop; één keer, in 1992 met Playback, won hij deze prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek.

Enkele romans werden in het Duits en het Bulgaars vertaald. Met zijn korte verhalen trok hij internationaal de aandacht. Het verhaal Tackle won in 2002 de Bulgaarse Atanas Mandadjiev Award en de verhalenbundel Nachtboot werd genomineerd voor de Diamanten Kogel 2004. Zijn literaire roman Hier gebeurt niets kreeg een plaats op de longlist van de Libris Literatuurprijs 2012.

 



Over de auteur

Hebban Crew

1940 volgers
3 boeken
3 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Lees en huiver... met Chris Rippen

 

Gerelateerd

Over

Chris Rippen

Chris Rippen

Chris Rippen (Haarlem, 1940) is een van Nederlands bekendste auteurs van misdaad...