Advertentie

Hebban vandaag

Lezen /

Lees en huiver... met Isa Maron

door Hebban Crew 8 reacties
Speciaal voor de eerste zomereditie van de Thriller Tiendaagse schreven Nederlandstalige misdaadauteurs een verhaal in de serie ‘Lees en huiver…’ Elke dag lees je op Hebban een nieuw kort verhaal. Vandaag is het de beurt aan Isa Maron, met het verhaal ‘60:00’.

60:00

Uuhmww
Mijn schouder doet pijn. Ik lig op iets hards. Hoe komt dat in mijn bed?
Mijn hoofd bonkt, mijn hartslag lijkt wel driehonderd per minuut. De pijn in mijn hersenpan is niet te harden.
Hhmmmm
Ik rol van mijn zij op mijn rug. Mijn hele lijf doet pijn.
Ademen. Niet bewegen.
Ik open mijn ogen, maar het is donker, ik zie niets. Waar ben ik? Ben ik wel thuis eigenlijk? Ik schiet omhoog, maar stoot meteen mijn kop.
Auwww
Godver. Ik val terug en blijf liggen, mijn ogen wijd open, mijn adem ingehouden, mijn vingers gespreid, alsof ik in afwachting ben van iets wat ik moet doen, iets belangrijks…
Bij mijn voeten begint een groen licht te gloeien en ik richt mijn hoofd voorzichtig op. Een klok of zoiets. Getallen.

60:00, 59:59, 59:58.

Wat?
Een timer. Ik staar ernaar terwijl hij terugloopt. Nul – wat gebeurt er bij nul?
O, jezus
Ik tast om me heen. Hout, overal hout, vlak boven me, onder me, aan mijn voeteneind, overal. Ik kan me amper bewegen. Ik krijg geen lucht. Hoe kom ik hier terecht?
Ik begin te duwen en te schoppen en te schreeuwen. Ik wil hieruit. Nu meteen. Ik duw tegen het plafond. Dicht. Ik zet mijn handen tegen het hout boven mijn hoofd en mijn voeten tegen het voeteind en ik duw zo hard ik kan.
Harder, harder, harder!
Er gebeurt niks, ik hoor niets kraken, voel niets bewegen.
Ik trap tegen het plafond, tegen de wanden. Met mijn vuisten ram ik op het hout. Ik moet eruit. Eruit! Er raast een duizelingwekkende tornado in mijn hoofd. Ik gil, ik raas, ik tier. Het wordt zwart voor mijn ogen. Wie heeft me hierin gestopt? In deze… – o god, mijn god – kist?
‘Heee!’ roep ik hijgend, in de ijdele hoop dat er iemand is die me kan helpen. ‘Halloooo?!’
Geen antwoord.
‘Iemand? Hallo? Alsjeblieft!’
Ik hoor mijn stem wegsterven. Het geluid slaat stuk op de wanden van mijn doodskist. Ik til opnieuw mijn hoofd op en staar hijgend naar de getallen bij mijn voeten.

57:11, 57:10.

Pas dan valt me op dat er in de plank boven mijn hoofd een sleuf zit. Ongeveer twee centimeter breed, en voor zover ik kan zien loopt ’ie van mijn enkels tot boven mijn neus. Meteen wurm ik mijn vingers ertussen en ik begin panisch te duwen en te trekken. Mijn armen trillen van de inspanning en mijn handen branden. Ik kreun en kerm, probeer het nog een keer, ik grom, maar er is geen beweging in te krijgen.
What the fuck. What the godverdommese fuck ís dit?

55:14, 55:13, 55:12.

Trillend van angst en inspanning staar ik naar de klok totdat de laatste twee getallen op nul springen.

55:00, 54:59.

Die timer trekt zich van mijn angst niets aan.
Wat gebeurt er bij nul?
Ineens zie ik dat er iets gebeurt bij mijn voeten. Ik hoor ook iets krassen, iets schuiven. Het is die sleuf, hij is bij mijn voeteneind aan het dichtgaan.
Nee, nee, nee.
Ik heb genoeg horrorfilms gezien en thrillers gelezen om te weten dat dit niet goed is. Helemaal niet goed.
Ik schreeuw en gil. Het gaat vanzelf. Niet dat het iets uitmaakt.
Rustig!
Ik moet nadenken. Bedenken wat ik kan doen, wat ik kan breken, of… ik weet het niet. Met bibberende handen begin ik alles af te tasten. De plank boven mijn hoofd, de rubberen rand van de sleuf, de wanden. Ik draai me om en probeer mijn knieën op te trekken en dan met mijn rug en benen te duwen tegen de zijkanten. Het gaat niet, ik ben te groot, de kist is te smal, ik kan geen kracht zetten.
Waarom gebeurt dit? Waarom?
Hijgend kijk ik naar de schuif. Iets verder dicht. Ik kijk op de timer.

50:08, 50:07.

Wat moet ik doen?
Met mijn vingers ga ik opnieuw alles af, ik sla geen millimeter over en dan doe ik het nog een keer, en nog een keer. Ik probeer het rubber los te trekken van de sleuf, maar het zit muurvast.
‘Verdomme!’
Misschien is er een verborgen knop. Een luikje. Weer voel ik om me heen, ik wurm me op mijn zij en begin als bezeten op de groen verlichte wanden te drukken. Ik hijg als een gek. Mijn ademhaling klinkt oorverdovend in de kleine ruimte.
Ik vind niks. Geen enkele oneffenheid.
Van de inspanning ben ik gaan zweten en het katoen van mijn T-shirt plakt aan mijn rug. Het is benauwd aan het worden. Ineens voel ik me verlamd. Eindelijk laat ik de gedachte toe: als die schuif straks helemaal gesloten is komt er geen verse lucht meer in de kist. Als de timer op nul staat is het een kwestie van minuten tot ik alle zuurstof heb verbruikt.
Ik zal stikken.
‘Hé!’ gil ik. ‘Heeeee! Haal me hieruit!’
Mijn stem verdwijnt in een raar soort snik.

45:23, 45:22, 45:21.

Die klok telt van zestig minuten naar nul. Per seconde tikt mijn leven weg.
Ik geloof dat ik moet kotsen. Wie bedenkt zoiets? Wie speelt dit belachelijke spel met mij? Ik ga opnieuw op mijn rug liggen. Ik staar voor me uit, naar het groene plafond recht voor mijn neus en ik probeer te bedenken hoe ik hieruit moet komen.
Ik weet het niet. Het kan niet.
Ik denk aan de horror die ik zo graag met Tim keek. Saw. Gadverdamme, walgelijk.
Walgelijk!
Hoe heb ik dat ooit leuk kunnen vinden? Maar in die films konden de hoofdrolspelers nog ontsnappen. Er was een uitweg. Waarom is hier geen uitweg?
Ik huil. Ik snotter en ik klink als een zeehond, ik loei als een kalf dat om zijn moeder schreeuwt. Het duurt een hele tijd voordat ik kalmeer.

36:16.

Zesendertig minuten. Zestien seconden. Bij nul is de schuif dicht. Dan is er nog voor eventjes zuurstof. Mijn leven duurt nog een minuut of veertig. En ik sta machteloos tegenover dat naderende einde. Lig. Ik lig machteloos.
Ineens begin ik te lachen. Zit ik me druk te maken om een woord, terwijl ik straks doodga.
Sukkel die je bent.
Ik herinner me een nieuwsbericht over een jongen die werd opgesloten in een container. Zijn vrienden gingen er vandoor. Na een tijd besloot het kind om een vuurtje te maken in de hoop dat de rook gezien zou worden en zijn gevangenbewaarders hem dan wel vrij zouden laten. Hij stikte.
Kleding.
Ik heb mijn eigen kleding aan. Mijn grijze T-shirt met het Chinees teken op de rug. Mijn spijkerbroek. Ik kijk naar beneden. Ja, echt, zelfs mijn Nikes zitten gewoon aan mijn voeten. Als een malle begin ik mijn zakken te controleren. Het zal toch niet zo simpel zijn? Ik zal toch niet gewoon mijn telefoon hier hebben?
Nee. Tuurlijk niet.
Geen telefoon, maar wel mijn portemonnee. Dat knalrode ding van hergebruikt plastic wat ik laatst van Tim heb gekregen. Meestal houd ik niet van dingen met een tweedehandsluchtje, maar eerlijk, deze was wel leuk en bovendien handig. Plat, met allerlei vakjes. In een van die vakjes had hij een cadeaukaartkaart gestopt.
Tim.
Alweer begin ik te huilen. Waarom komt niemand me redden? Moet ik echt doodgaan? Op deze manier? Die schuif is al halverwege.
Ik haal de cadeaukaart uit de portemonnee en kus hem. Tim. Liefje. Hij weet niet waar ik ben. Niemand weet waar ik ben. Een briefje van vijftig. Ik heb nooit veel geld gehad dus een briefje van vijftig roept bij mij nog altijd een gevoel van luxe, van veiligheid op. Zoveel geld. Vijftig euro. Wat heb ik daar op dit moment aan? Helemaal niks.
Ik haal een bonnetje uit een vakje. Van de supermarkt. Chips. Wijn. God, wijn – daar zou ik nu een moord voor doen. Ik zou zo een hele fles opzuipen zodat ik niet in de gaten heb wat er staat te gebeuren.
Dan haal ik een harde plastic kaart die me niet bekend voorkomt uit mijn portemonnee. Het is een soort creditcard, en het heeft richels die er uitzien als vouwlijnen. Zenuwachtig buig ik iets om. Het is een, hoe moet ik het noemen? Een Zwitsers zakmes. Een multitool creditcard. Mijn hartslag schiet omhoog. Ja, als ik het op deze manier vouw en dit metalen stuk je omklap dan is het een mesje. Hier een flesopener. En als ik dit deel wegvouw en dat deel…. OMG OMG! Dit stuk is een zaagje! Iemand heeft de oplossing in mijn portemonnee gestopt. Een zieke gek, die een spel speelt, maar verdomme… nu kan ik iets doen.

25:48, 25:47, 25:46.

Voorzichtig steek ik het dunne zaagje in uitsparing boven mijn hoofd en ik haal het behoedzaam langs het hout. Rustig. Ik hoor mijn vader zeggen dat ik de zaag het werk moet laten doen.
Niks forceren.
Mijn hart bonkt in mijn keel. Hoe lang heb ik nodig om een stuk uit het deksel te zagen? Een keer zagen naar de zijkant is vast niet genoeg. Ik moet twee keer zagen, dan het hout wegduwen. En ook aan de andere kant, anders pas ik er niet door. Zal het überhaupt lukken? Of heeft iemand mij hoop gegeven die ijdel zal blijken?
Doet er niet toe. Ik heb geen andere opties.

22:01, 22:00, 21:59.

Straks bij nul, komt iemand me gewoon halen. Kan ook. Doen ze het deksel open en staan ze me keihard uit te lachen. Nee.
Mocht je willen.
Ik zaag als een gek. Mijn vingers verkrampen ervan.
Niet zeuren.
Hoe ben ik hier gekomen? Wat is er gisteren gebeurd? Jelle was jarig. Ik was daar om een uur of zeven. Eten, samen met Cees en Stijn. Fay was er. Simone ook. Na het eten liep het huis langzaam vol.

16:56, 16:55.

Het eerste stuk is doorgezaagd, aan één kant. Ik duw er kreunend en steunend tegen, met al mijn kracht, maar er gebeurt nog niks. De andere kant moet ook. Mijn vingers doen ongelooflijk pijn en ik probeer een andere manier te vinden om de minizaag vast te houden.
‘Kom op!’ schreeuw ik tegen mezelf. Doorgaan. Het moet sneller. Ik stel me voor hoe ik een stuk uit het hout duw.
Concentreer je. Werk door.

13:21, 13:20, 13:19.

Ik begin te huilen als ik ook met de tweede snede de zijkant bereik. Nu moet het lukken, het hout is aan drie kanten los. Als het niet lukt dan… Waarom denk ik zo? Niet doen. Ik haal diep adem en duw uit alle macht tegen het losgezaagde stuk hout. Ik voel het bewegen. Ik voel het meegeven, maar het breekt niet.
Nog een keer. Harder. Ik schreeuw en kreun en in een vlaag van razende woestenij duw ik het hout los. Het kraakt, mijn arm schiet vooruit en ik haal mijn huid open, er druppelt bloed op mijn gezicht, maar het boeit me niet. Ik slaak een of andere overwinningskreet, maar ik zie ook meteen wat ik al wist: dit gat is nog te klein, ik pas er niet door. Ik steek mijn hoofd omhoog en kijk. Een inktzwarte ruimte. Koel. Stil.
Ik laat me terugvallen in de kist. Doorgaan. Snel. Nog een keer dit doen, precies dit, dan past ik erdoor. Ineens hoor ik een klik en een lichte zoem. Het komt ergens bij mijn voeten vandaan. Panisch kijk ik om me heen, maar ik zie zo snel niks.
Laat je niet afleiden. Werk door!
Ik begin weer hard te zagen.

11:03, 11:02.

Ik weet niet of ik het red want het zaagje begint bot te worden. Nog steeds is er die zoem. Wat is het?
Niet aan denken. Doorgaan. Snel.
We hebben flink gedronken bij Jelle. Tegen half een gingen we de stad in. Een club. Een tafel. Nog meer drank. Een lijntje op de plee. Een pilletje? En dan… niks. Ik weet het niet meer. Wie ben ik tegen gekomen? Iemand moet me meegenomen hebben. Wie? Waarom?

07:20.

Ik ben pas halverwege de eerste snede aan de andere kant. Ik red het niet. Ik voel iets drukken tegen mijn kuit en kijk naar beneden. Uit de bodem van de kist steekt ineens een stang door een smal rond gat. Ik schuif mijn been opzij en kijk naar mijn nieuwe vijand. Een scherpe punt, dik metaal, precies in het midden, ik kan er op geen enkele manier aan ontkomen en hij schuift langzaam mijn kant op. Dus dat was die klik, die zoem.
Shit!
Ik zaag verder, met alleen het puntje van de zaag, het minst botte stukje. Ineens gaat het weer wat sneller. Ik klem mijn kaken op elkaar en grom erbij.
Schiet op!
Fien was ook in de club. De beelden van de avond schieten door mijn hoofd. Haperend, onscherp. Gezichten lopen in elkaar over, flarden zijn overbelicht. Ik hoor gesmoorde stemmen. Stampende muziek.
Wat heb ik gedaan? Waar verdien ik dit aan?
Ik ben soms hard, mijn vrienden vinden me soms egocentrisch, ik drijf mijn zin weleens door – verdien je dan dit? Wie bepaalt dat? Wie?

03:01

De staaf drukt al tegen de binnenkant van mijn dij. Ik schuif zo ver mogelijk weg, maar ik voel het meedogenloze ijzer prikken. De ene zaagsnede is klaar en ik duw als een gek tegen het hout, maar het breekt nog niet af.
Kut.
Ik hijg en probeer de volgende snede nog sneller te maken, maar het instrument is echt bot geworden. Het mesje dan!

01:56, 01:55

Ik haal het mesje langs het hout. Er gebeurt wel iets, maar te weinig. Ik schreeuw het uit.
Schiet op!
Het zaagje dan weer. Alleen het stukje onderaan. Een klein beetje. Nog een klein beetje.

00:58

Ik tel mee. Hardop.

00:57, 00:56.

Kutzooi!
De schuif is bijna dicht, de priem heeft mijn kruis bereikt, het scherpe ijzer snijdt mijn lies. Het ding zal me doorboren. Ik denk aan pijn. Aan geperforeerde darmen, een doorboorde lever. Kapotte longen. Ik vloek opnieuw en duw met alle kracht tegen het doorgezaagde stuk hout.
Ik schreeuw en gil en duw uit alle macht.
Harder! Harder!
Het breekt krakend af.
Meteen maak ik me zo klein mogelijk en ik steek mijn hoofd door het gat. Ik ga rechtop zitten en zet mijn handen op de zijkanten. Ik duw me omhoog en spring uit de kist. Ik val en krabbel meteen weer op. Hijgend sta ik naast een tafel waarop een houten doodskist ligt.

00:04, 00:03, 00:02, 00:01

Met een harde knal schiet de staaf vooruit, in een keer tot aan het hoofdeinde.
Je was dood geweest. Morsdood.
Nog steeds hijgend kijk ik om me heen.
Ik sta in een donkere, kleine ruimte. Ik draai om mijn as, op zoek naar een deur, maar ik zie niks. Of toch? Ik loop naar de wand en kijk door een rond raampje naar buiten. Ook daar is het donker.
Dan begint er achter me iets groens te gloeien.
Met open mond staar ik naar de timer.

04:00:00, 03:59:59, 03:59:58, 03:59:57.

Van vier uur naar nul.

Nee.

Isa Maron

Isa Maron debuteerde in 2008 met Passiespel, dat werd verkozen tot Beste Nederlandse Vrouwenthriller. Later verschenen Verboden verleden, Schaduwkant, Vrij zwemmen en Spiegeling. In 2014-2016 verscheen het vierluik De Noordzeemoorden. De serie, die ook in Duitsland werd uitgegeven, bereikte meer dan 100.000 lezers en werd door 7.500 mensen beoordeeld met meer dan 4 sterren. Isa schrijft ook luisterseries voor Storytel, en easyread thrillers voor Loft (Ambo|Anthos).

 



Over de auteur

Hebban Crew

1940 volgers
3 boeken
3 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Lees en huiver... met Isa Maron

 

Gerelateerd

Over

Isa Maron

Isa Maron

Ik woon in Amsterdam Noord met mijn man en vier zonen (en 2 kippen en 1 hond). O...