Advertentie

Hebban vandaag

Lezen /

Lees en huiver... met Patricia Snel

door Hebban Crew 7 reacties
Speciaal voor de eerste zomereditie van de Thriller Tiendaagse schreven Nederlandstalige misdaadauteurs een verhaal in de serie ‘Lees en huiver…’ Elke dag lees je op Hebban een nieuw kort verhaal. Vandaag is het de beurt aan Patricia Snel, met het verhaal ‘En toen was het stil’.

En toen was het stil


Philip knoopt de sjaal rond Beatrice hoofd los. Hij drapeert de stof rond haar blote schouders en nek en bedekt de striem in haar hals. Haar handen liggen gevouwen in haar schoot. Beatrice kijkt omhoog. De kruinen van de dennenbomen tekenen zich af tegen de strakblauwe hemel.
     'Anders denken ze straks nog dat ik dat gedaan heb.' Met zijn handen woelt Philip door haar haren, neemt haar zonnenbril af en steekt die in haar blonde lokken. Beatrice glimlacht voorzichtig en strijkt haar jurkje glad, voordat ze uit de cabriolet stapt en Philip de twee koffers uitlaadt. Een punt van de kraag van zijn overhemd is verdwenen onder zijn linnen jasje. Met de afstandsbediening richt hij op de wagen. Twee korte piepjes lossen op in het getsjilp van vogels en het ruisen van de bomen. Grind knerpt onder hun schoenen, terwijl ze naar de entree van het landhuis lopen.
     Beatrice rommelt met haar handen in het bescheiden tasje.
     'Wat zoek je?' vraagt Philip met de twee koffers in zijn hand. Zijn grijsblauwe ogen staren haar vanachter zijn rondvormige bril aan.
     'Mijn telefoon. Ik weet zeker dat ik hem heb meegenomen.'
     'Zie je?' Hij schudt misprijzend zijn hoofd.
     'Maar toen we van huis wegreden zat hij nog in mijn tas.' Beatrice spreekt met een zachte stem.
     'Ga je mij nou de schuld geven van het feit dat jij niet weet waar je je spullen laat?'
     'Nee, maar...Ik snap er niks van.' Haar magere schouders hangen.
     'Dan is het je telefoon, vanochtend je ring. Het wordt steeds erger.'
     'Je hebt gelijk.' Ze slikt een brok in haar keel weg en zucht. Alle discussie uit de weg gaan, denkt ze.
     'Kom, niet zo treuzelen. Ik heb koffers in mijn handen.' Philip knikt naar het landhuis. 'Die hakken staan je mooi trouwens.' Hij maakt de opmerking zonder echt te kijken.
     Beatrice volgt Philip en iedere stap die ze zet kost haar kracht, helemaal over dat grind met die stiletto's. Maar ja, Philip wil geen vrouw met cowboylaarzen. Bij hem draait alles om elegantie en verfijning. Hoe Beatrice zich ook voelt, wat ze ook denkt of doet, als het maar stijlvol is.
     De gevel is rondom begroeid met klimop en in de borders bloeien lavendel en gele rozen uitbundig. Beatrice plukt een stengel lavendel en ruikt aan de blauwe bloemetjes.
     Een kort moment sluit ze haar ogen en denkt terug aan de zorgeloze vakanties met haar ouders in hun Provencaalse huis, waar haar vader achter de piano kroop en kleine Beatrice de start van haar carriere als jazz-zangeres maakte. Ze mist haar vader elke dag. Hij was zo trots op haar en het succes. Gelukkig heeft hij nooit de teloorgang meegemaakt. Die eer kwam Philip toe. Zij ontmoetten elkaar na een concert bij een receptie. Het was een van de laatste concerten die haar vader bijwoonde. In de musicoloog zag zij haar redder. Hij bood haar in eerste instantie troost en reisde over de hele wereld mee, beschermde haar en beheerde haar agenda. Pas na een half jaar kwam Philips kritiek op haar stem en kwamen de eerste matige recensies. Eerst dacht ze nog dat het door het gemis van haar vader kwam. De twijfel over haar zangcapaciteiten groeide. Had Philip toch gelijk?
     Terwijl Beatrice de geur van lavendel opsnuift, hoort ze in gedachten de pianotonen in het Provencaalse huis. Zachtjes, onhoorbaar, maar luid. Een intens verdriet overmant Beatrice en een verlangen om te zingen.
     Een zware eikenhouten deur met koperbeslag gaat open.
     'Laat me jullie helpen,' klinkt een warme stem.
     Beatrice en Philip worden welkom geheten door de eigenaar, Alexander, een stevige man met knoestige handen en een vriendelijk gezicht. Hij komt gehaast op hen af in zijn spencer en kaplaarzen. Ze schudt zijn hand en merkt hoe weinig kracht ze heeft in vergelijking met zijn stevige handdruk. Ze is ook buiten adem van het kleine stukje lopen. Even lijkt hij van zijn a propos door haar broosheid, maar hij wendt zich snel tot Philip. Enthousiast legt hij uit wat er allemaal te doen is in de omgeving, terwijl hij de koffers overneemt en hen voorgaat naar de woonkamer.
     Na een korte rondleiding overhandigt hij hen de sleutels. Een maand lang kunnen ze ongestoord samen genieten van het huis, benadrukt Alexander en als ze iets nodig hebben kunnen ze Manolo bellen, de klusjesman. Vlak voordat de eigenaar de deur achter zich dichttrekt overhandigt hij zijn visitekaartje met Manolo's nummer en de wifi code erop. Philip kan in alle rust werken aan zijn wetenschappelijke filosofische artikel over 'Muziek is de nul'. En Beatrice, zijn lieve vrouw, kan op krachten komen en mag in de boomgaard achter bij het zwembad, kersen en peren plukken zoveel zij maar wil. Kan ze lekkere jam maken en is goed voor de algehele gezondheid. Hij glimlacht naar Beatrice en vertrekt.
     De deur valt in het slot en ze horen Alexander in zijn terreinwagen over het grind wegrijden.
     'Zag je hem net kijken naar jou?' Philip observeert Beatrice.
     'Ja?'
     'Wat ben je toch naief.'
     'Hij was gewoon vriendelijk.'
     'Hij probeerde je te versieren. Ik sta er gewoon bij hoe je naar hem glimlacht! Wat denk je dat dat met mij doet?'
     Beatrice zwijgt en staart naar haar handtas zonder telefoon.
     'He?! Ik praat tegen je!'
     'Philip. Alsjeblieft. Wil je ophouden met schreeuwen?' Beatrice bedekt met haar handen haar oren.
     'O, nu ga je ook nog bepalen hoe ik tegen je moet praten. Heb ik dan niks meer te zeggen hier? Je bent onredelijk. En haal die handen van je oren. Je lijkt wel een klein kind.'
     'Ik vind het vervelend als je mij zo uitscheld, Philip.'
     'En hoe zit het dan met mijn gevoelens. Denk je niet dat het mij pijn doet als je met zo'n domme gast zit te flirten? Die vent heeft geen enkel niveau. Als je mij niet had was je nog steeds dat oppervlakkig meisje in de spotlights geweest, die niet verder was gekomen dan een beetje Nina Simone zingen.' Philip gaat op in zijn woede.
     Beatrice zou terug willen schreeuwen. Sinds wanneer schrijf jij artikelen? Is dit weer een van je waanzinnige nieuwe plannen? Hoeveel heeft ze er de afgelopen jaren niet aangehoord en hoeveel is ervan terechtgekomen? Maar in plaats daarvan zegt ze:
     'Sorry, Philip. Ik wil je helemaal geen pijn doen.' Beatrice begint te huilen.
     'Je bent psychisch gestoord en zwakzinnig. Vreselijk. Ik kan je inderdaad niet serieus nemen. Kom, gaan we even in de woonkamer zitten. Even relaxen van de rit.' Philip gebaart, alsof de voorgaande discussie niet heeft plaatsgevonden. Hij stapt de krakende vloer van de woonkamer in.
     'Ik kom zo.' Beatrice hakken tikken over de zwartwitte plavuizen in de hal en gaan over in doffe plofjes over het hemelsblauwe tapijt van de traptreden. Haar hand glijdt over de houten trapleuning naar boven.
     'Ik ben niet dom, ik ben niet slecht, ik ben niet zwak, ik ben niet gestoord en ik kan wel zingen,' denkt ze bij iedere stap, terwijl portretten van mysterieuze dames en heren in negentiende eeuwse kostuums haar aanstaren. Precies wat Beatrice bij zichzelf doet als ze eenmaal in de badkamer voor de spiegel staat. Een moment voor zichzelf. Haar ogen staan droevig. Ze is licht in haar hoofd en haar hart bonkt wanhopig.
     De sjaal glijdt van haar schouders en met haar vingers voelt ze aan haar striem van haar ring. Was ze echt zo gek als Philip haar keer op keer wijsmaakte? Dat ze echt niet meer wist waar ze haar spullen liet? Waarom sprak die Alexander net in de derde persoon, terwijl ze er gewoon bij stond? Net als bij de huisarts laatst. Mensen zien het aan haar, voelen het. Ze haat het, net als haar slechte geheugen, de sombere stemmingen en vermoeidheid.
     Beatrice opent haar mond. Ze probeert zachtjes een deuntje te neurien van van Nina Simone. Ain't got no. Tranen blinken in haar ogen. Het neurien stopt zodra ze de stem van Philip hoort.
     Beatrice haast zich naar beneden.
     'Waar kom je vandaan? Ik zocht je. Ik zit hier bijna twintig minuten in mijn eentje.' Philip hangt onderuitgezakt in een leren fauteuil, benen over elkaar geslagen.
     'Ben ik zo lang weggeweest?'
     'Wat is er met jou aan de hand de laatste tijd? Je kunt het me wel vertellen. Ja, alleen al hoe je nu kijkt. Die koude, afstandelijke blik.'
     'Ik heb alleen geplast en een slokje water genomen.'
     'Dat kan niet. Dat duurt geen twintig minuten.'
     'Ok, nou, sorry.'
     'Misschien heb je niet op de tijd gelet, maar ik wel.'
     Beatrice staart naar de neuzen van haar pumps. In plaats van te antwoorden: Laat me met rust. Hang niet de hele tijd om me heen, glimlacht ze. Philip staat op en ze voelt plots de armen van haar man om haar middel.
'Wat een heerlijk parfum heb je op. Die moet je vaker gebruiken.'
     Ze slaakt een zucht en drukt zich nog steviger tegen hem aan. Soms kan hij ook zo lief zijn, alsof alle lelijkheid smelt en ze kan schuilen in de stille wereld van de omhelzing. Philip streelt haar over haar haren en wiegt haar zachtjes heen en weer. Zijn mond zoekt de hare en zijn manlijkheid begint te groeien. Zijn vingers ritsen haar jurk vanachteren los. De stof glijdt langs de huid van haar buik, billen en benen. Kippenvel ontstaat. Hij pakt haar hand en duwt hem stevig tegen zijn kruis. Beatrice knijpt en doet alsof ze hem weegt. Philip gromt, trots als hij op zijn manlijkheid is.
     'Laten we naar boven gaan, dan kun jij je vast omkleden. Ik heb namelijk iets speciaals meegenomen.' Hij lacht als een stout jongetje, pakt de twee koffers en sjouwt ze naar boven. Beatrice volgt.
Terwijl Philip de koffers openklapt en zijn toilettas eruit vist, schuift Beatrice de vitrage een stukje opzij en opent de ramen aan weerszijden van het bed om de muffe lucht te verdrijven. Daarna steekt ze de kaars op het nachtkastje aan.
     Philip opent zijn koffer. Bovenop ligt zijn opengeritste toilettasje. Tandpasta en een scheermes liggen bovenop, net als de tube gel en ook ... Wacht. Haar hart begint te bonken. Duizelingen in haar hoofd. Ze voelt zich warm en koud worden tegelijkertijd. Haar telefoon in het bordeaurode hoesje zit in een zijvak van zijn toilettas. Heel zeker dat zij hem daar niet in heeft gestopt. Ze kijkt naar Philip die gehurkt in zijn koffer rommelt en overeind komt.
     'Hier, schatje. Speciaal voor jou.' Philip reikt haar een klein pakje aan. Beatrice opent het doosje met de blauwe strik. Het is een doorschijnende body en het kruis bestaat uit twee losse parelkettinkjes. 'Dat zal je prachtig staan.'
     Beatrice staart beduusd naar de zwartkanten stof.
     'Wat sta je daar nou? Vind je het niet mooi? '
     Niet op de beschuldiging ingaan, denkt ze.
     'Jij kunt ook geen geschenken aannemen. Wat is het toch met je?'
     'Dank je wel. Wat lief.'
     'Ja?' Hij glimlacht. 'Nou, hup trek aan. Ik heb nog iets.' Opnieuw duikt hij in zijn koffer.
     Beatrice loopt naar de badkamer. De vitrage bolt op door een briesje dat de kamer inwaait.
     Wanneer ze terugkomt heeft Philip net een selfie gemaakt van zijn torso. Hij is naakt.
     'Kom hier.' Hij strekt zijn armen uit. Hij bewondert haar nieuwe pakje. Zijn vingers strelen het kant. Over haar schouders, langs haar zij en haar borsten. Zijn manlijkheid die er slapjes bijhing groeit opnieuw. Hij trekt Beatrice op bed. Philip duikt boven op haar. Ze voelt zijn lid tegen haar schaamheuvel priemen. Hij sabbelt kort op haar tepel. Ze denkt alleen maar aan haar telefoon. Hij zit boven op haar en zijn hand verdwijnt onder haar kussen. Ineens bungelen er twee handboeien voor haar ogen. Met het koude metaal streelt hij langs haar hals.
     'Wat is dit?' fluistert ze.
     'Onze seks verburgerlijkt.' Hij pakt haar pols, maar Beatrice wurmt zich los.
     'Philip. Nee. Ik wil niet vastgebonden worden.' Het voelt alsof haar keel wordt dichtgeknepen.
     'Wat ben jij voor een saai wezen.' Hij duwt haar van zich af, alsof ze melaats is, maar hij bedenkt zich. 'Ok. Ja. Goed. Dan wil ik dat jij mij vastbindt.' De boeien rammelen tegen de spijlen van het bed. Een pols bevestigt hij aan het geroeste staal.
     'Philip...'
     'Jij doet de andere.' Philip draait zich op zijn rug en houdt zijn armen boven zijn hoofd. Haar hart bonkt nog wilder dan zoeeven. Haar ogen rusten op het toilettasje.
     'Wat kijk je?' vraagt hij.
     Ik zie wat je met me doet, wil ze schreeuwen, maar het lukt haar niet. Haar ene hand rust op zijn borstkas en ze klikt met de ander de handboei om zijn pols aan het bed vast. Dan kruipt Beatrice boven op Philip. Ze schuift de parelkettinkjes opzij, zodat hij haar kan penetreren. Hij kreunt en sluit zijn ogen.
     Geluid van de stalen handboeien op de stalen spijlen.
     Door het bewegende bed valt de kaars met een doffe plof van het nachtkastje tegen de vitrage aan en vervolgens op de grond. Binnen een seconde volgt een steekvlam. De vlam hapt in een plooi van de stof en zoeft omhoog richting het houten plafond. De bewegingen stoppen. Philip opent zijn ogen en Beatrice slaat een hand voor haar mond. Ze glijdt van hem af.
     'Dat gordijn staat in de fik! Maak me los. Snel!'
     Door het open raam grijpt het vuur snel om zich heen. Het knispert. Ze zit met haar rug naar Philip op de rand van het bed.
     Warmte. Beatrice sluit een moment haar ogen. Haar handen liggen gevouwen in haar schoot, haar nagels drukken stevig in de bleke huid van haar dijbenen.
     'Wat zit je daar nou!' Ze voelt zijn tenen stevig in haar rug duwen.
     Ze kijkt over haar schouder.
     Philip kijkt onrustig om zich heen. 'Pak die sleuteltjes. Ze liggen naast mijn schoenen, hier, aan de zijkant van het bed.' Hij wijst met zijn hoofd. 'Alsjeblieft, schatje.' Hij kronkelt als een slang en probeert wanhopig zijn polsen uit de boeien te wrikken. Het bed piept en kraakt. Beatrice staat op en loopt eromheen. De lampenkap op het nachtkastje staat inmiddels ook in brand, net als het ijsblauwe textielbehang.
     'Ja, goed zo schatje, naast mijn schoenen, liggen ze.' Hij knikt en kijkt paniekerig naar de lamp naast zich.
Beatrice vist haar telefoon uit de toilettas, voordat de vlammen zich er straks over ontfermen. Ze likken steeds gewilliger aan het plafond en de muren.
     'Wat doe je?' vraagt hij. 'Kom terug! Je kunt me hier niet zo achterlaten! Straks stik ik in de rook!'
     In haar nieuwe setje schrijdt Beatrice de kamer uit en via de overloop naar beneden de hal in. Het geschreeuw en getier van Philip negeert ze. Haar gehoor zoekt de ruimte buiten zijn stem. Ze raapt haar jurkje op dat als een hoopje op de zwartwit plavuizen ligt, net als haar hakken. Ze bedenkt zich, rukt het kanten pakje uit. Pareltjes stuiteren als maiskorrels in hete olie alle kanten op. Haar pumps smijt ze in een hoek.
     Op blote voeten, de zomerjurk fladderend om haar naakte lichaam, loopt ze kalm met de autosleutels naar buiten. Bij de auto draait Beatrice zich nog een keer om en kijkt omhoog. Vlammen en zwarte rookpluimen slaan uit het dak en het slaapkamerraam.
     Ze begint te neurien, eerst beschroomd, maar al snel uitbundiger.

Patricia Snel

Reizende schrijver, draagt altijd hoge hakken, haar dynamische kofferleven vormt een bron van inspiratie voor haar boeken. Patricia heeft zes thrillers op haar naam waaronder bestseller De expat (meer dan 50.000 ex in Nederland verkocht) De expat is ook in het Engels verschenen. Voor haar boek De jacht (juni 2014) riskeerde ze haar leven en reisde ze naar Congo om de ivoorhandel te onderzoeken, voor haar debuut Verblind dompelde ze zich onder in de wereld van de wietteelt en liep mee tijdens het oogsten en onderhandelen. Haar meest recente thriller Expat exit verscheen in 2018.

 



Over de auteur

Hebban Crew

1927 volgers
3 boeken
3 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Lees en huiver... met Patricia Snel

 

Gerelateerd

Over

Patricia Snel

Patricia Snel

Reizende schrijver, draagt altijd hoge hakken, haar dynamische kofferleven vormt...