Advertentie

Hebban vandaag

Lezen /

Lees en huiver... met René Appel

door Hebban Crew 3 reacties
Speciaal voor de eerste zomereditie van de Thriller Tiendaagse schreven Nederlandstalige misdaadauteurs een verhaal in de serie ‘Lees en huiver…’ Elke dag lees je op Hebban een nieuw kort verhaal. Vandaag is het de beurt aan René Appel, met het verhaal ‘Mens en mobiel’.

Mens en mobiel

Lyanne opent haar ogen. Meer dan normaal heeft ze moeite om wakker te worden. Het is of ze zich nauwelijks los kan maken van iets wat haar weer terug wil voeren naar wat haar moeder vroeger wel eens ‘slaapland’ noemde. Slaapland, waar koning Slaap de baas is en zijn onderdanen alleen maar zitten of liggen te doezelen, te dutten of te slapen.
 ‘Shit, shit, shit,’ mompelt ze met brakke stem. Haar mobiel heeft ze in haar linkerhand geklemd. Vannacht om een uur of één heeft ze nog liggen appen, haar Facebook en Insta gecheckt, zelf wat fotootjes erop gezet en naar wat filmpjes op YouTube gekeken. Waarschijnlijk is ze daarbij slaapland ingezogen. Het is bepaald niet voor het eerst dat ze zo wakker wordt. Verdomme, het is al kwart over acht. Dat werkcollege begint om negen uur… kwart over negen precies dus.
 Lyanne gaapt, komt overeind, zet haar voeten naast het bed, gaat staan – enigszins wankel, gisteravond te veel wijntjes gehad – en loopt naar de tafel, waarop ze haar smartphone neer wil leggen. Maar haar vingers blijven om het apparaat geklemd alsof ze een nauw verbond met dat ding hebben gesloten. Met haar rechterhand probeert ze de vingers van haar andere hand terug te buigen.
  ‘Kut!’ Ze trekt zo hard aan de krom om het toestel gebogen vingers dat het pijn doet. In een rommellaatje vindt ze een potlood, dat ze zo ver mogelijk onder haar vingers schuift. Ze begint te wrikken, maar er is geen beweging in die vingers te krijgen. Vloekend loopt ze door haar kamer.
 ‘Shit… fuck!’ Die stomme smartphone zit nog altijd in haar hand geklemd. Zo kan ze verdomme niet naar college. De docent, Hengeveld, verbiedt zelfs een mobieltje voor je op het tafeltje, laat staan dat je er een in je hand mag houden.
  Ze haalt wat lege wijnflessen uit een Albert Heijntas, doet hem daarna om haar hand en gaat onder de douche. Half en half verwacht ze dat haar probleem is opgelost als ze klaar is met douchen. Niet dus. Al stuntelend, omdat ze haar linkerhand niet kan gebruiken, trekt ze haar kleren aan.
  Misschien dat Geraldine haar kan helpen, want alleen redt ze het niet. Ze klopt op de deur aan de andere kant van de gang.
 Geraldine doet de deur open. ‘Wat ben je vroeg. Is er iets, Ly?’
  Lyanne houdt haar linkerhand voor haar gezicht. ‘Dit. Ik kan die fokking mobiel niet los krijgen?’
  ‘Wat?’
  ‘Hij zit vast. Ik kan mijn vingers niet meer buigen.’
  Vanuit de kamer klinkt een mannenstem. ‘Wat is er?’
  ‘Dat is Daan,’ zegt Geraldine tegen Lyanne. ‘Hij is vannacht blijven slapen.’
  ‘Misschien kan jij me helpen, Geral.’
  ‘Helpen?’
  ‘Ja, met dat rotding los te krijgen. Misschien kan je m’n vingers voorzichtig buigen of zo, maar wel voorzichtig, hoor.’ Lyanne hoort de snik in haar eigen stem.
  Daan verschijnt achter Geraldine. ‘Wat is er aan de hand?’
  ‘Aan de hánd, zeg dat wel.’ Geraldine glimlacht, terwijl ze wijst naar de mobiel tussen Lyannes vingers. ‘Dat ding lijkt vast te zitten.’
  ‘Vastgelijmd?’
  ‘Nee, gewoon vast. Ze kan hem niet meer los krijgen.’
  ‘Echt waar? Je zit ons toch niet te fucken?’
  ‘Nee, echt niet, ik werd vanochtend zo wakker.’ Lyanne houdt haar linkerhand weer omhoog.
  ‘Weet je hoe een mobieltje in het Duits heet?’ zegt Daan. ‘Een handy. Dit is echt een handy.’
  ‘Kom even binnen.’ Geraldine haalt een ongeordende stapel kleren van een stoel. ‘Ga hier maar zitten.’
  Lyanne legt haar hand met de mobiel op de tafel.
  Daan buigt zich over de hand. ‘Laat mij het ’s proberen.’ Stuk voor stuk probeert hij Lyannes vingers te buigen, maar er is geen beweging in te krijgen.
  ‘Au! Dat doet pijn!’
  ‘Sorry, maar het is net als bij de tandarts. Soms moet het even pijn doen. Weet je zeker dat er geen lijm of zo tussen zit?’
  ‘Nee, natuurlijk niet. Ik ben niet achterlijk. Ik ga dat kutding echt niet aan mijn hand vast lijmen.’

Het is bijna elf uur. Thuis heeft ze de mobiel al uit gezet, in de nergens op gebaseerde hoop dat dat zou kunnen helpen om zich van het toestel te bevrijden. Ze zit al ruim drie kwartier in de wachtkamer van haar huisarts. Voor vanochtend lukte het gelukkig nog een afspraak te maken.
  Lyanne kijkt op de klok boven het receptieloket. Tien over elf. Het werkcollege is nu afgelopen. Dat wordt dus een extra paper om haar afwezigheid te compenseren. Ze schrikt op als dokter Van Rijn voor haar staat. ‘Zo, mijn laatste klant van vanochtend. Ga je mee?’
  Van Rijn gaat haar voor naar de spreekkamer. ‘Zeg het eens, waar kan ik je mee helpen?’
  Lyanne steekt haar linkerhand naar voren. ‘Hij wil niet meer los. Dat is al zo sinds ik vanochtend wakker werd.’
  ‘Nee.’ Het klinkt een beetje verontwaardigd, alsof haar huisarts denkt voor de gek te worden gehouden. ‘Dat kan toch niet?’
  ‘Maar het is gewoon zo,’ zegt Lyanne met gebroken stem.
  Van Rijn gaat staan. Ze loopt om haar bureau heen en slaat een arm om Lyannes schouder. ‘Rustig maar. Dit is vast wel op te lossen.’ Ze buigt zich over Lyannes linkerhand, duwt, trekt en wringt aan de smartphone, maar weet er geen beweging in te krijgen. ‘Hmmm…. Vreemd. Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt.’
  De arts gaat weer achter haar bureau zitten. ‘Het is al zo sinds vanochtend toen je wakker werd, zei je?’
  ‘Klopt.’
  ‘Je bent dus ingeslapen met dat mobieltje in je hand.’
  ‘Ja, maar ik…’
  Van Rijn onderbreekt haar. ‘En verder ben je ook vaak op je mobiel bezig? Appen, telefoneren, enzovoorts. Hoeveel uur per dag, denk je?’
  ‘Ik weet niet. Verspreid over de dag, zo’n uur of drie, vier misschien.’
  ‘Hij staat nu uit. Hoe lang al?’
  ‘Sinds vanochtend,’ zegt Lyanne. ‘Iedereen zal het wel gek vinden dat ik niet bereikbaar ben, dat ik nergens op reageer.’
  ‘Dat doe je anders altijd wel meteen?’
  ‘Als het even kan wel, ja.’
  Van Rijn slaakt een diepe zucht. ‘Misschien zijn de spieren van je linkerhand wel verkrampt en is dit de normale stand van de vingers en de duim van je linkerhand geworden.’ Ze komt weer overeind. ‘Geef me die hand nog eens.’ Van Rijn begint de hand en de vingers zacht te kneden, ze wrijft over de vingers en de duim. ‘En, lukt het nu wel?’
  De poging om haar vingers te bewegen is weer vruchteloos. ‘Nee. Het blijft hetzelfde.’
 Van Rijn loopt naar een kast en haalt daar een soort kijker uit, die ze op Lyannes hand plaatst. Ze kijkt, draait aan een ring, kijkt weer. Dan schudt ze haar hoofd. ‘Ik zie geen overgang tussen het apparaat en de hand. Bizar. Net of het één geheel is.’
  Lyanne veegt met de rug van haar hand een paar tranen weg. ‘Wat moet ik nou doen?’
  ‘Ik denk dat ik je het beste kan doorverwijzen naar de orthopedisch specialist.’

Lyanne heeft geluk gehad. Dokter Van Rijn had haar best gedaan om een afspraak te regelen voor de volgende dag, om half drie. Lyanne is doodmoe. Die hand, die shithand met die shitmobiel. Ze heeft gisteren de overgebleven slices van een pizza gegeten en is daarna in haar bed gaan liggen. Geraldine kwam nog langs om te vragen hoe het ging. Kut natuurlijk. Geraldine heeft op haar eigen smartphone nog opgezocht wat een orthopedisch specialist doet. ‘“Een orthopedisch chirurg…” dat zal wel hetzelfde zijn als een specialist… “behandelt patiënten met klachten aan botten, pezen en spieren, ontstaan door vergroeiingen, ongevallen, overbelasting, veroudering, enzovoort.” Dat staat er. Bij jou is het misschien een soort van vergroeiing.’
  Het is tien voor vier als ze aan de beurt is. De orthopedisch chirurg is een opvallend kleine man met een Aziatisch uiterlijk. Hij stelt zich voor: ‘Van der Berg… Je kunt daar gaan zitten.’ Zelf neemt hij plaats achter zijn grote bureau, waar hij maar net bovenuit lijkt te komen. ‘Zo, vertelt u het eens. Maar stopt u eerst dat mobieltje in uw tas. Het leidt zo af.’
  ‘Dat kan ik niet.’
  ‘Wat kunt u niet, mevrouw… eh…’ Hij kijkt even naar het papier voor hem op zijn bureau, ‘mevrouw Mourits.’
  Dan legt ze uit dat dit juist het probleem is waarvoor ze bij hem komt. ‘Het lukt gewoon niet, ook mijn huisarts kon me niet helpen. Daarom heeft ze me naar u doorverwezen.’
  Van der Berg knikt. ‘Zozo… Laat ik eerst eens kijken.’ Hij komt achter zijn bureau vandaan en neemt Lyannes linkerhand in zijn handen. Dan voelt hij aan de vingers en de duim en brengt zijn gezicht dicht bij haar hand. Van zijn bureau pakt hij iets wat lijkt op een brievenopener. Daarmee probeert Van der Berg tussen het mobieltje en de hand te komen. Lyanne voelt het koude metaal. De gil van schrik zit al in haar keel, maar Van der Berg drukt niet door. ‘Volledige overgang,’ mompelt hij, ‘complete ingroeiing lijkt het… levende en dode materie… verschillen verdwijnen.’
  ‘Wat bedoelt u?’ vraagt Lyanne.
  De chirurg kijkt haar glimlachend aan. ‘Interessant… ontzettend interessant. U bent uniek, tenminste nu nog wel, een voorloper volgens mij, maar ik wil even een collega van medische automatisering bellen.’ Van der Berg gaat achter zijn bureau zitten, pakt de telefoon en toetst een nummer in. ‘André, ik hoop dat je een paar minuten de tijd hebt, want ik zit hier met een casus waar je volgens mij wel in geïnteresseerd bent, echt heel bijzonder. Het zou fantastisch zijn als je meteen even langs kon komen… Ja, natuurlijk, kamer 341B.’
  Na een minuut of vijf komt er een man binnen. Hij geeft Lyanne een hand. ‘André Duurmans, aangenaam.’
  ‘Lyanne Mourits. Ik heb…’ Ze steekt haar linkerhand naar voren.
  ‘Niet meer los te krijgen,’ zegt Van der Berg, die nog kleiner lijkt nu hij naast de lange Duurmans staat. ‘Volledig ingegroeid door permanent mutueel en reciproque contact.’
  Duurmans pakt haar linkerhand, voelt ook weer even aan de vingers en de duim, maar doet geen poging om ze te buigen of om het mobieltje los te trekken. ‘Hier konden we op wachten,’ zegt hij dan.
  ‘Op wachten?’ vraagt Lyanne, maar het is net of hij haar vraag niet hoort.
  Duurmans wendt zich tot Ven der Berg. ‘Dit is echt ontzettend spannend. We zijn de eerste volgens mij.’
  Lyanne trekt aan de mouw van Duurmans’ colbertje. ‘Welke eerste, waarvan?’
  ‘U heeft vast wel eens gehoord van robotisering,’ zegt Duurmans.
  ‘Ja, natuurlijk.’
  ‘In feite komt robotisering erop neer dat machines menselijke eigenschappen krijgen; ze gaan… voor een deel natuurlijk… functioneren als mensen zeg maar. Dat is te zien als een soort overdracht van menselijke kenmerken naar niet-levende materie. We vermoeden nu dat er bij u sprake is van het omgekeerde. U heeft hiermee…’ Hij pakt haar hand met het mobieltje. ‘U heeft hiermee als levend mens kenmerken van niet-levende materie geïntegreerd. Een apparaat is als het ware onderdeel van uw lichaam geworden. Dit is een evolutionaire noviteit van de eerste orde. Als het kan, zou ik u graag nu meenemen naar het lab zodat we verder onderzoek kunnen doen. Wat jou betreft is dat toch oké, Herman.’
  ‘Uiteraard,’ zegt Van der Berg.
  ‘En… en halen jullie dat ding dan weg, zodat ik hem eindelijk kwijt ben, want zo kan ik niet meer…’
  ‘Natuurlijk niet. Zoiets unieks. Dat mogen we niet zomaar laten lopen. Een primeur van de eerste orde.’
  Dan hoort Lyanne de ringtone van haar telefoon.
  ‘Wat moet ik nu doen?’ vraagt ze met een benauwd stemmetje.
  ‘Doen? Hoezo? We gaan zo meteen naar het lab. Van daaruit kunt u misschien het een en ander regelen. Of wij regelen het voor u.’
  De ringtone klinkt nog altijd.
  ‘Horen jullie dan niks?’ vraagt ze.
  De beide mannen kijken haar vragend aan.
  ‘Mijn telefoon,’ zegt ze. ‘Ik word gebeld.’
  De mannen zwijgen nog altijd. En dan begrijpt ze het. Natuurlijk wordt ze gebeld; ze is haar telefoon.

René Appel

René Appel (Hoogkarspel, 1945) behoort al meer dan 25 jaar bij de top van de Nederlandse thrillerauteurs. Hij won de Gouden Strop twee keer – met De derde persoon en Zinloos geweld – en werd talloze malen voor deze prijs genomineerd.

Bij Anthos | Literaire thrillers verschenen Schone handen, Weerzin, Van twee kanten, Goede vrienden en meest recentelijk Dansen in het donker. In totaal heeft René Appel bijna een kwart miljoen exemplaren van zijn boeken verkocht in Nederland.

 



Over de auteur

Hebban Crew

1927 volgers
3 boeken
3 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Lees en huiver... met René Appel

 

Gerelateerd

Over

René Appel

René Appel

Ik ben schrijver van misdaadromans, als zodanig waarschijnlijk bij veel lezers b...