Hebban vandaag

Interview /

Mark Janssen: 'Het prentenboek Dromer gaat eigenlijk over mezelf'

Prentenboekenmaker Mark Janssen maakte het Prentenboek bij de Kinderboekenweek 2021, 'Dromer', over een jongetje dat nog helemaal niet weet wat hij later worden wil. Hebban vroeg de illustrator naar zijn eigen dromen, zijn werkdag en het advies dat hij zijn eigen kinderen geeft. 'De geschiedenis herhaalt zich; ik heb een zeventienjarige dochter die het nog helemaal niet weet.'

Dromer

Mark Janssen

Aron is op weg van school naar huis. Hij piekert. In de klas hebben ze het gehad over wat iedereen worden wil. Maar hij weet het nog niet… Papa vertelt Aron dat er Denkers zijn, kinderen die nadenken het leukste vinden wat er bestaat. En dan zijn er Doeners, die kunnen geen moment stilzitten, die worden brandweerman, huizenbouwer, en dan heb je… Aron kijkt om zich heen, de takken, de wolken, de geluiden – alles verandert in één grote wonderlijke wereld.

En dan heb je de Dromers.

'Je passies, je hobbies; dát zegt veel over wat je later zou kunnen gaan doen en wat je met veel plezier de rest van je leven kunt blijven doen…'

Denkers, doeners en dromers... Ben je als illustrator eigenlijk niet een beetje van alles: een Denkende Dromende Doener?

Haha, je hebt wel een beetje gelijk! Niemand is alleen maar 'een Doener, een Denker of een Dromer'. Dat is heel erg hokjesdenken. In elk mens zitten kenmerken van een Doener, Denker of Dromer natuurlijk. Het gaat om de verhoudingen; een briljant wiskundige zal op 80% Denker zitten en de rest mag opgevuld worden met Dromer en Doener.

Ik wil met mijn prentenboek een lans breken voor de (kleine) Dromers; creatief, gevoelig en vaak nog niet zo goed bewapend tegen die grote overweldigende wereld die gebouwd is door volwassenen. Met een beetje geduld en vooral veel vertrouwen van hun omgeving, worden zij later, als ze groot zijn, personen die de wereld een stukje mooier maken.

Letterlijk en figuurlijk. Het zijn de schrijvers, de 'out of the box' uitvinders, de illustratoren, de muzikanten, de dansers, de schilders en de acteurs van de toekomst.

Om terug te komen op je vraag; ik ben op de eerste plaats een Dromer. Ik bedenk immers het idee voor mijn prentenboeken. Uit inspiratie, uit gevoel en misschien inderdaad wel uit een droomwereld. Dan ga ik Denken, hoe krijg ik dat in godsnaam op papier, in woord en beeld? Pas daarna komt de Doener aan bod; handen uit de mouwen; schrijven en schilderen…

Ik ben een Dromende Denkende Doener dus!

Arons vader laat hem zien dat het helemaal niet erg is dat Aron nog niet precies weet wat hij worden wil. Hoe zat dat bij jou? Wist je al vroeg dat je van tekenen jouw beroep wilde maken of kwam dat pas later?

Het prentenboek Dromer gaat eigenlijk over mezelf. Ik wist het ook allemaal nog niet op die jonge leeftijd. Net zoals Aron zat ik ook altijd te tekenen, maar het is wonderbaarlijk genoeg nooit in mij opgekomen dat ik hier mijn beroep van zou kunnen maken. Ik ging notabene naar de kunstacademie met de gedachte dat ik grafisch ontwerper zou gaan worden!

Ik was al twintig jaar oud toen ik pas zeker wist wat ik wilde worden; kinderboekillustrator! Nog eens 15 jaar later kwam daar eigenlijk nóg een oude liefde bij; verhalen schrijven. Vanaf dat moment ging ik beide combineren in het maken van eigen prentenboeken. Niets gebeurd was mijn debuut bij uitgeverij Lemniscaat.

Hebben jouw ouders geprobeerd je richting een 'veilige' beroepskeuze te duwen, of hebben zij je juist gestimuleerd om je dromen na te jagen?

Ik ben hen enorm dankbaar dat ik de ruimte heb gekregen om het niet te weten. Daardoor zijn subtiele gevoelens van 'misschien is dat wel iets voor mij, maar ik weet het niet zeker' niet aan de kant gevaagd door sturing van mijn ouders. Je komt altijd wel op je plek terecht, als je goed luistert naar wat je leuk vindt om te doen. Je passies, je hobbies; dát zegt veel over wat je later zou kunnen gaan doen en wat je met veel plezier de rest van je leven kunt blijven doen…

'De opzet is dus om elke dag te tekenen, maar er horen ook andere zaken bij mijn werk die niets met tekenen te maken hebben.'

Welk advies geef jij je eigen kinderen op dat gebied?

De geschiedenis herhaalt zich; ik heb een zeventienjarige dochter die het nog helemaal niet weet. Heel creatief en gevoelig, maar welke opleiding dan na de middelbare school? Zij mag het zelf gaan invullen, daar geef ik geen richting aan! Natuurlijk hebben wij advies, want ouders weten wel hoe hun kind in elkaar zit. Ik heb haar al over een mogelijke opleiding horen praten… de kunstacademie!

Mijn zoon daarentegen had weinig moeite mee met kiezen van richtingen en opleidingen.

Je mag hem, nu we er toch over bezig zijn, een Denker noemen. Wist al vroeg waar hij naartoe wilde en studeert nu aan de TU in Eindhoven. Hij is begonnen aan zijn laatste jaar.

Voor alle kinderen die heel graag tekenen en dat later ook graag willen doen: kun je beschrijven hoe een 'gemiddelde' werkdag voor jou eruitziet?

Ik begin rond half negen met werken. Ik neem dan een kop koffie of thee mee naar mijn atelier. Dat is een grote ruimte op de eerste verdieping van mijn huis. Daar werk ik al mijn hele leven en ik voel me er fijn en heel erg thuis. Er staat een grote tafel met potten verf en kwasten en papier en voor me heb ik een grote computer staan.

Op de computer beluister ik muziek, een podcast of ik zoek een film of documentaire op die ik graag wil zien. Eigenlijk heb ik geen tijd om echt te kijken, maar af en toe krijg ik toch wat beeld en geluid mee. Terwijl ik dat doe teken en schilder ik aan projecten met samenwerkende auteurs of ben ik aan een eigen boek bezig. Tussendoor beantwoord ik mailtjes of ga ik even op Instagram wat doen. Ik werk zo de hele dag door met een lunchpauze halverwege.

De opzet is dus om elke dag te tekenen, maar er horen ook andere zaken bij mijn werk die niets met tekenen te maken hebben. Omdat ik zelfstandige ben, ben ik ook directeur en koffiejuffrouw van mijn winkeltje! Daarnaast geef ik coaching en run ik mijn webshop.

Heel soms ga ik ’s avonds nog wat door, maar liefst doe ik dat niet. Dat betekent vaak dat ik de dag erna minder zin heb om te beginnen. Dus ik probeer niet te overdrijven.

Op het einde van een dag hoop ik een goed gevoel te hebben over een illustratie waar ik aan heb gewerkt; dat is altijd het fijnste afsluiten! En de volgende dag weer met plezier verder.

Welk beroep zou je willen uitoefenen als je niet meer kon tekenen?

Als ik mijn handen niet meer goed zou kunnen gebruiken, dan wil ik heel graag een goede coach zijn voor jonge illustratoren. Mensen die aan het begin staan van een hele leuke reis, maar soms zelf te veel twijfelen over de keuzes die ze moeten maken. Ik kan hen daar goed bij helpen; ik heb elke fout al eens gemaakt en weet daarom heel goed of het juist nodig is dat ze die fout maken en daar heel erg van leren, of dat ik ze kan vertellen 'doe dat maar helemaal niet, dat leidt nergens toe'. Het leuke is, dat ik ondertussen al twee jaar bezig ben met een succesvol coachingstraject voor illustratoren. Dat zijn de Masterclasses die ik geef voor het maken van een eigen prentenboek. Heel pittig soms voor de studenten, maar ik kan zorgen voor de doorbraak van nieuw talent. Er zijn zes prentenboeken van de masterclass-studenten uit 2020 die bij verschillende uitgevers worden uitgebracht! Wat een prestaties! Daar ben ik heel trots op.

'Misschien is mijn grootste droom wel dat ik goede inspiratie blijf houden; dat ik alleen nog maar beter word in wat ik doe en dat ideeën blijven komen.'

Je bent ontzettend succesvol als illustrator en als prentenboekenmaker en had dit jaar de eer om het Prentenboek bij de Kinderboekenweek te maken. Welke dromen jaag je nu eigenlijk nog na, je ultieme (teken)droom?

Goh, ik moet toch wel enige tijd nadenken over je vraag. Dat komt omdat ik stap voor stap mijn dromen aan het verwezenlijken ben. Stukjes van een grotere droom die uitkomen. Ik ben op een punt gekomen dat het allemaal in stroomversnelling lijkt te gaan. Het moet allemaal samen komen; allereerst moet ik goed werk maken, maar zonder de juiste mensen om me heen is het moeilijk om de boeken de wereld in te sturen. Vervolgens moet je 'gezien' worden. Door de media en door het publiek.

Dat gebeurt nu gelukkig ook veel en daar ben ik enorm dankbaar voor. Misschien is mijn grootste droom wel dat ik goede inspiratie blijf houden; dat ik alleen nog maar beter word in wat ik doe en dat ideeën blijven komen. Dat geeft het grootste geluk en wat daaruit volgt, dat laat ik aan het toeval en de mensen over. Misschien een grote internationale prentenboek-prijs winnen met Dromer. Ja, dat is nog een droom…

Welke andere illustrators bewonder jij en waarom?

Meerdere illustratoren; Thé Tjong-Khing om zijn schijnbaar nonchalante tekenstijl maar briljant doeltreffend. Lisbeth Zwerger om haar aquarelbeheersing en poëtische beeldtaal; ik heb wel al lang geen nieuw werk meer van haar vernomen. Sydney Smith in I Talk Like a River (vertaald door uitgevrij Querido als Ik praat als een rivier); een briljante beeldtaal en subliem aquarelwerk. Als laatste wil ik Beatrice Alemagna noemen. Van welke planeet komt deze vrouw? Geweldig lief, vreemd, gek en bijzonder artistiek werk wat ze maakt. Ik heb Manco per sogno (Italiaans) hier thuis staan, als laatste nieuw boek van haar. Nog niet vertaald in het Nederlands.

Welke kinder- of prentenboeken verdienen volgens jou meer aandacht? Kun je er drie noemen en vertellen waarom je deze gekozen hebt?

Sanne Rooseboom heeft 'Het Ministerie van Oplossingen' geschreven. Haar boeken gaan als warme broodjes over de toonbank, maar ze mag veel meer gezien en gewaardeerd worden door de media en recensenten. Aan haar werk ligt het niet!

Verder vind ik het illustratiewerk van Janneke Ipenburg heel bijzonder en als ik uitgever was dan had ik haar allang ingepikt; wij kunnen haar werk eindelijk zien in Alle wensen van de wereld, een poëziebundel geschreven door Rian Visser, met kunstwerkjes van Janneke.

Als laatste wil ik, het lijkt een vreemde eend in de bijt, het werk noemen van Suzanne Diederen. Ze is illustrator van peuter- en kleuterboekjes en die vallen vaak niet onder 'besprekenswaardig' en daardoor blijft zij zelf en haar werk ook wat onder de radar. Heel jammer! Ik wil Umi de zeemeermin telt tot 10 (Clavis) noemen; een allerschattigst peuterboekje met de meest lieve tekenstijl. Een aanrader!

Kinderboekenweek 2021: Worden wat je wil

Het maakt niet uit wie je bent of waar je vandaan komt, goed bent in rekenen of juist in tekenen, vier jaar oud bent of al tien jaar, ieder kind kan worden waar het van droomt. Beroepen als astronaut, dokter of kok… kinderen spelen vaak na wat ze willen worden. Of ze worden geïnspireerd door hun idolen of helden: een bekende zangeres, voetballer of YouTuber. Kinderboeken zijn een onuitputtelijke bron om over beroepen na te denken of te fantaseren. Tijdens de Kinderboekenweek 2021 kun je alles worden wat je wil en alvast dromen over later!


Auteursafbeelding: © Maikel Thijssen



Over de auteur

Lindy (Hebban Crew)

772 volgers
399 boeken
7 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Mark Janssen: 'Het prentenboek Dromer gaat eigenlijk over mezelf'

 

Gerelateerd

Over

Mark Janssen

Mark Janssen

Mark Janssen studeerde aan de Kunstacademie in Maastricht en bouwde na zijn afst...


Gesponsorde boeken