Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Nadav Vissel: ‘Mijn verhalen moeten eruit, op wat voor manier dan ook’

door Wilke Martens 2 reacties
In zijn semi-autobiografische debuut 'Het Grote Niets' beschrijft Nadav Vissel de ‘tragikomische lotgevallen van een jongen die opgroeit in een familie die de oorlog heeft overleefd.’ Voordat hij begon met schrijven, probeerde Vissel allerlei andere beroepen, maar het verhaal moest en zou een uitweg vinden. Hebban.nl sprak hem over zijn bijzondere loopbaan, opgroeien in een joods gezin en zijn ambitie als stand-upper.

Een studie sociaalwetenschappelijke informatica, documentairemaker en gidsend schipper: de bio van Nadav Vissel is kort, maar divers. ‘Een vriend en ik hadden onszelf leren programmeren, naast onze studie,’ vertelt Vissel als hem tijdens een videogesprek wordt gevraagd hoe dat komt. ‘Daardoor kreeg ik bij de uitgeverij waar ik werkte een loopbaantraject aangeboden. Door dat traject dacht ik dat ik coach wilde worden, maar achteraf gezien wilde ik eigenlijk vooral van mezelf te weten komen wat ik wilde doen.’

Op zijn zevende wordt Naff verteld dat hij niet zomaar een losstaand iemand is, maar tot een volk behoort. Een volk met een eindeloos verleden, dat recent een oorlog heeft overleefd. Dat ‘Ding’, die oorlog, krijgt iets mythisch voor Naff en hij gaat aan de haal met de verhalen die hij erover hoort. Hij hoopt dat zijn familie en zijn volk, wanneer hij maar het juiste verhaal vertelt, de oorlog voorgoed achter zich kunnen laten. Maar dat wordt niet altijd goed ontvangen. Integendeel. Wanneer Naff op zijn zeventiende voor een cursus ‘Schrijven over de Shoah’ naar Tel Aviv gaat, leert hij wat die geschiedenis voor hem betekent.

Van coach naar schrijver

Die zoektocht bleek een confronterend proces, maar toch kwam Vissel eruit. ‘Je moet veel van je negatieve gedachten en gevoelens erkennen,’ legt hij uit. ‘Dat kan best lastig zijn. Ik kwam erachter dat ik iets met humor wilde doen, want dat kon ik niet echt kwijt in programmeerwerk. Na afloop wist ik dat ik wilde filmen en schrijven.’

Het duurde echter nog even voordat Vissel daar echt aan toe kwam. ‘Van een collega kreeg ik een boekje over hoe je je wensen moet verwezenlijken,’ vertelt hij. ‘Ik vond mensen die van die zelfhulpboeken gebruikten een beetje gestoord, maar ik besloot het als experiment op mezelf toe te passen. Ik hield me aan de adviezen in het boekje en besloot dat proces te filmen. Ik volgde ondertussen namelijk een opleiding voor documentairemaker bij Frans Bromet. Met die film won ik een publieksprijs.’

Een opsteker, maar toch vond Vissel documentaires maken niet genoeg. ‘Door die prijs dacht ik dat ik iets goeds had gedaan,’ zegt hij, ‘maar ik kwam erachter dat jezelf filmen eigenlijk niet echt goed mogelijk is. Daarom ging ik maar schrijven over de wereld achter de schermen, over de filmacademie. Dat verhaal wordt waarschijnlijk mijn tweede boek, maar het was niet het verhaal waar ik mee wilde debuteren.’

'Ik vond mensen die van die zelfhulpboeken gebruikten een beetje gestoord, maar ik besloot het als experiment op mezelf toe te passen.'

Het Grote Niets

Het verhaal waarmee hij wel wilde debuteren, was dat van de 7-jarige Naff. De jongen groeit op in een Joodse familie die de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd. Er wordt niet over de oorlog gesproken, waardoor Naff wil onderzoeken wat toch ‘dat ding’ is waar zijn familie zoveel last van heeft. ‘Ik bleef maar zoeken naar die kinderstem,’ vertelt Vissel over het schrijfproces. ‘De stem was heel anders dan ik wilde, anders dan ik hem zelf hoorde in mijn hoofd. Ik was heel erg bezig met het schrijfproces beheersen, maar toen ik dat losliet kwam de stem vanzelf. Toen heb ik eigenlijk het hele boek geschreven. Tijdens verschillende schrijfcursussen heb ik het herschreven.’

Het perspectief van de 7-jarige was belangrijk voor Vissel. ‘Ik wilde de lezer laten meebeleven hoe het is als je er langzamerhand achter komt dat het "volk waarvan je ouders vinden dat je ertoe behoort" zo’n beladen geschiedenis heeft,’ legt hij uit. ‘Je kan er zelf helemaal niks aan doen, maar je krijgt wel al de verhalen erover mee. En zelfs als ouders geen verhalen vertellen, of zo min mogelijk, zoals in het boek, dan geven ze die beladenheid non-verbaal door. Dat creëert eigenlijk een absurd-komische situatie. En dat heb ik zo goed mogelijk proberen weer te geven.’

Bij gebrek aan verhalen die hem antwoorden geven, begint Naff maar zijn eigen verhalen te vertellen. ‘Naff is nogal een verhalenverteller,’ legt Vissel uit. ‘Dat vertellen heb ik echt van hem, van het personage. Ik vertel het verhaal van Naff. Hij zit in het grote niets en hij wil naar buiten. Zelf heeft hij geen lichaam, dus gebruikt hij mij als een soort buikspreekpop. Heel lang probeerde ik dat te beheersen, maar dat ging gewoon niet. "The idea is driving the car", zeggen ze wel eens. Toen ik dat inzag en merkte dat ik inderdaad totaal geen invloed had, heb ik dat beheersen losgelaten.’

'Dat vertellen heb ik echt van hem, van het personage.'

Komisch en tragisch

Een van de manieren waarop hoofdpersoon Naff de beladen verhalen tóch vertelt, is met een flinke dosis humor. ‘Het is een heel komisch boek, maar met een tragisch onderwerp,’ vertelt Vissel. ‘De boodschap is dat ondanks de tragiek, er altijd humor is. Die hoef je niet te onderdrukken. Sterker nog, die maakt de beladen geschiedenis juist een beetje draaglijker.’

Bij Vissel thuis hoefden ze vroeger humor niet te onderdrukken. ‘Het verhaal van de oorlog was voor mijn opa en mijn vader meer een soort heldensage,’ zegt hij. ‘Ze hebben de oorlog overleefd door onder te duiken in Friesland. De verhalen gingen vooral daarover, niet zozeer over hoe ze zelf hebben geleden. Daardoor kreeg ik de boodschap mee dat je ver kan komen als je proactief handelt. Mogelijk heb ik daardoor een obsessie met controle gekregen, maar dat werkt niet goed als je wil schrijven. Dan moet je juist ontvankelijk zijn voor wat er gebeurt. Als ik ’s nachts inspiratie krijg, ga ik snel naakt achter mijn computer zitten om te schrijven. Gelukkig heb ik tegenwoordig een laptop, dus kan ik gewoon in bed blijven liggen.’

'Als ik ’s nachts inspiratie krijg, ga ik snel naakt achter mijn computer zitten om te schrijven.'

Schrijverschap

Vissels vader schreef een boekje over zijn ervaringen in de oorlog. Vissels opa was schrijver. Schrijven lijkt hem dan ook met de paplepel ingegoten. ‘Ik heb een bijzondere herinnering van toen ik een jaar of zeven was,’ vertelt hij. ‘Ik zat op bed en ik viel achterover in het lichaam van een schrijver. Alsof ik in het lichaam van mijn opa viel. Ik was echter lange tijd heel nuchter, waardoor ik niets met die herinnering heb gedaan. Maar als ik er nu op terugkijk, dan was het de sterkste emotie die ik ooit gevoeld heb.’

Nu hij gedebuteerd is, en zich ‘officieel’ auteur mag noemen, voelt Vissel zich nog meer schrijver. ‘Laatst schreef iemand over Het Grote Niets dat ze het een pareltje vond,’ vertelt Vissel. ‘Het was niet iemand die ik ken, maar een buitenstaander. Toen voelde ik me wel echt een schrijver. Voorheen had mijn omgeving denk ik meer het gevoel dat ik maar wat aanrommelde. Sinds ik schrijfcursussen ben gaan doen, en dus huiswerk kreeg, kon ik legitiem de tijd nemen om te schrijven. Ik heb zelfs vakanties afgezegd om te schrijven, al werd dat me niet in dank afgenomen. Pas sinds het boek daadwerkelijk verschenen is, neemt ook mijn omgeving mijn schrijverschap serieus.’

'Pas sinds het boek daadwerkelijk verschenen is, neemt ook mijn omgeving mijn schrijverschap serieus.'

Het Ding

In Het Grote Niets wordt niet gesproken over ‘het Ding’, de oorlog. ‘In veel Joodse gezinnen wordt er niet over gesproken,’ vertelt Vissel. ‘Bij ons thuis wel, maar alleen in korte zinnetjes. Dus nooit op een manier dat je als kind echt de lading kan meekrijgen. Als je bijvoorbeeld met een meisje thuiskwam dat niet Joods was, dan vroegen mijn ouders wat haar ouders in de oorlog hadden gedaan. Of als het mooi weer is, zeiden ze dat het "razziaweer" is, want op een regenachtige dag bleven de Duitsers liever binnen.’

De verhalen en de aparte humor vallen niet bij iedereen in het gezin in goede aarde. Naff heeft daardoor niet de gemakkelijkste relatie met zijn moeder. Van alle verhalen die hij continu wil vertellen, wordt zijn moeder hoorndol. ‘Naff kan de verhalen gewoon niet loslaten,’ legt Vissel uit. ‘Het zit in hem. Je kan je eigen natuur wel ontkennen, maar als je dat volhoudt word je gek.’ Daardoor krijgt Naffs moeder het zwaar te verduren. ‘Tijdens het schrijven heb ik een keer aan mijn moeder verteld dat ze er niet goed af kwam,’ zegt Vissel. ‘Ze zei: “Werk die moeder eruit.” Eigenlijk is dat wat ze zelf heeft gedaan: de moeder die ze was heeft ze eruitgewerkt. Ze is de laatste jaren sterk veranderd.’

'Of als het mooi weer is, zeiden ze dat het "razziaweer" is, want op een regenachtige dag bleven de Duitsers liever binnen.'

Humor

Ondanks dat hij de oorlog niet begrijpt, is Naff op zoek naar manieren om het verleden los te laten. ‘Hij wil het niet ontkennen, maar hij wil ook niet dat mensen er zoveel last van hebben,’ vertelt Vissel. ‘Daarom heb ik er zoveel humor proberen in te stoppen, humor zal je bevrijding geven.’

Het is de humor waar Vissel zelfs verder in wil. ‘Binnenkort wil ik een crowdfundingsactie opstarten om een stand-upshow te kunnen doen in De Kleine Komedie,’ zegt hij. ‘Ik vind het leuk dat je direct feedback krijgt. Tijdens mijn werk als gidsend schipper, over de Amsterdamse grachten, stond ik ook altijd grapjes te maken. De bezoekers zeiden altijd dat ik stand-up moest gaan doen, dus laat ik dat maar eens proberen. Mijn verhalen moeten eruit, op wat voor manier dan ook.’

Wil je op de hoogte blijven van Nadav Vissels stand-upavontuur? Stuur hem dan een email.

Auteursfoto © Mariel Kolmschot



Over de auteur

Wilke Martens

60 volgers
70 boeken
4 favoriet


Reacties op: Nadav Vissel: ‘Mijn verhalen moeten eruit, op wat voor manier dan ook’

 

Gerelateerd

Over

Nadav Vissel

Nadav Vissel

Nadav Vissel groeide op in een Joods gezin in het overwegend gereformeerde/prote...