Hebban vandaag

Column /

Martijn Haas & Vico Olling: De kleur van Stanley Hillis

Misdaadjournalisten Martijn Haas en Vico Olling doken in het leven van één van de meest beruchte en gevreesde criminelen uit de Nederlandse misdaadgeschiedenis: Stanley Hillis. Voor Hebban schreven ze over de totstandkoming van hun spraakmakende boek.

Stanley Hillis is dit jaar zes jaar dood. 

Wij wilden om uiteenlopende redenen een biografie van deze man schrijven, maar de belangrijkste reden is toch wel omdat er zo weinig over hem bekend was. Ja, hij had opgetreden bij Sonja Barend en ja, hij opereerde samen met Mink Kok in de beginjaren negentig en hij was in het Vreemdelingenlegioen geweest, maar voor de rest… Wie was die man? We hadden het gevoel dat er journalistiek gezien nog veel te halen was.

Omdat hij al zes jaar dood is zou je wellicht verwachten dat het makkelijker is voor mensen om over hem te praten. Al snel bleek dat niets minder waar was. Boeven die we te spreken kregen spraken met een rem op hun verhalen. Nu spreken boeven natuurlijk sowieso het liefste niet; voor je het weet zeggen ze teveel en komen ze in de problemen. Maar er zat nog iets bij: we voelden dat we spraken over een grotere macht, over iemand waar iedereen ontzag voor had.

Het leek soms alsof hij nog steeds uit de dood kon herrijzen om de geïnterviewde een kopje kleiner te maken omdat ie over hem aan het praten was.

Als een hete aardappel die doorgeschoven werd verwezen bijna al deze mensen ons door naar Mink Kok voor het ‘ware verhaal’. Daar komen we zo op terug.

Er moet namelijk wel opgemerkt worden dat des te verder de geïnterviewde afstond van Hillis’ criminele handel en wandel des te makkelijker hij of zij praatte. Dat zag je bijvoorbeeld bij de familie van Hillis. Zijn directe familie, zijn zwaar gelovige halfbroers en –zussen, wilden ons niet te woord staan. Het was voor hen te pijnlijk om te praten over hun oudste gezinslid dat in de onderwereld verstrikt raakte. Zijn nicht en zijn ooms, de broers van Hillis’ moeder, spraken wel uitgebreid met ons.

Hieruit zou je dus kunnen concluderen dat ‘zachte informatie’ prima verteld kan worden door mensen met een bepaalde distantie tot het hoofdonderwerp. Voor de harde informatie over allerlei criminele zaken moesten we naar de man naar wie iedereen doorverwees: Hillis’ partner in crime Mink Kok.

Toen wij begonnen met dit boek zat Mink Kok nog gedetineerd in een van de zwaarste gevangenissen ter wereld; de Roumieh gevangenis in Beiroet, Libanon. Hij zat daar een gevangenisstraf van 4,5 jaar uit vanwege cokehandel. Volgens hem zat hij onterecht vast, maar dat terzijde. Viavia hoorden wij dat hij er wel wat voor voelde om ons te ontvangen. Dit was iets over de helft van de uiteindelijke twee jaar dat we aan dit boek konden werken. Amper een maand na zijn vrijlating stond hij ons een weekend lang te woord over zijn oude maat Stanley Hillis. 

Wat we toen merkten was opzienbarend: mensen die eerst niets van zich lieten horen als we ze een Facebook-bericht stuurden of ze wilden meewerken aan ons boek namen nu zelf met ons contact op om hun verhaal te vertellen. Mensen die eerst aarzelden om ons te woord te staan zeiden toen ze eenmaal hoorden dat Kok meedeed, dat ze per se ook in dit boek opgenomen wilden worden. Een man die we dachten nooit te kunnen spreken, de beste vriend van Stanley Hillis voor dertig jaar lang, ontving ons in Parijs voor een drie uur durend interview.

Je kunt dus wel stellen dat de medewerking van Mink Kok een doorbraak betekende voor ons boek De Kouwe Ouwe. Daarvoor moesten we het doen met de jeugd van Hillis, de jaren zeventig als bankrover en de vrienden met wie hij zich omringde en die nadrukkelijk aangaven niets te weten van zijn criminele leven. Of ze wilden ons daarover niets laten weten, dat kan natuurlijk ook.

Met de medewerking van Kok en al de mensen die na hem kwamen kregen we een uniek inzicht in het criminele leven van Stanley Hillis. Zijn roemruchte opkomst naast Mink Kok in de eerste helft van de jaren negentig en zijn roemloze ondergang gedurende de eerste tien jaar van het nieuwe millennium.

En dan kom je bij het volgende punt: zijn al die verhalen die Mink Kok en al die andere mensen ons hebben verteld wel echt waar? Als het kon hielden we de verhalen tegen anderen aan en keken we of ze bevestigd werden. Dat lukte vaak zat maar er kwamen soms ook verhalen zó rechtstreeks uit de bron dat ze niet te verifiëren waren. Dan moet je het doen met de indruk die je hebt gekregen als interviewer van de geïnterviewde. En die indruk bij een man als Mink Kok was bijzonder goed. De verhalen die we van hem hoorden en die we konden verifiëren bleken ook altijd raak, soms op een paar kleine details na die geen naam mogen hebben. Bovendien lieten we het hem dan ook vertellen in citaatvorm.

Zo ontstaat er een beeld van een man als Stanley Hillis, verteld door zo’n dertig stemmen. Soms spreken ze elkaar tegen, soms versterken ze elkaar. Maar ook de elkaar tegensprekende stemmen kunnen versterkend werken. Want welk persoon is nu allen maar aardig of alleen maar vervelend? Wie is alleen maar slecht of alleen maar goed? Wat dat betreft is de grootste les die wij hebben getrokken uit het maken van dit boek dat een mens complex is en bestaat uit meerdere tinten die samen een kleur vormen. Criminelen zijn net mensen.



Over de auteur

Hebban Crew

2369 volgers
0 boeken
0 favorieten
Hebban Crew


Reacties op: Martijn Haas & Vico Olling: De kleur van Stanley Hillis

 

Gerelateerd

Over

Martijn Haas

Martijn Haas

Journalist Martijn Haas (1971) is de auteur van Bibikov for President, over ras-...

Vico Olling

Vico Olling

Vico Olling (1971) is journalist en werkt sinds 2004 als Chef Redactie voor Pano...


Gesponsorde boeken