Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Pascale Bruinen: "Mijn moederhart spreekt mee."

Als een Officier van Justitie uit de gesloten wereld van het vakgebied treedt wekt dat nieuwsgierigheid op. Pascale Bruinen deed het in haar columns voor het Algemeen Dagblad; ze doet het nu in boekvorm, waarvan de columns overigens een wezenlijk onderdeel vormen. Met welke intentie? "Om een inkijk te geven wat een Officier van Justitie doet en raakt. Ik ben een tevreden auteur wanneer mensen meer begrip opbrengen voor de problemen die we tegenkomen en zich realiseren dat ook wij emotioneel geraakt kunnen worden door strafzaken.”

Ze is ervan overtuigd dat een kijk in de keuken van het Openbaar Ministerie het draagvlak voor het doen ín en vóór de samenleving vergroot. "Daarnaast wil ik tevens de stem zijn voor slachtoffers, die op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren." De titel Mijn eerste lijk is gelukkig vers lijkt gefocust op sensatie. Dat valt reuze mee. Een Officier van Justitie krijgt namelijk ook met autopsie te maken. Naast wat al niet meer waar het boek de ogen voor opent.

Is de stap om 'met het vak in de openbaarheid te treden' een grote geweest?
Pascale: "Ik heb getwijfeld over de stap om (columns) te schrijven, temeer omdat ze heel persoonlijk zijn. Vervolgens vond ik het een mooi idee om columns over mijn werk te maken. Best spannend vooral omdat nog nooit iemand in deze functie op deze wijze over het werk schreef. Ik had wel toestemming nodig van de hoogste baas van het OM, Herman Bolhaar. Een dergelijke beslissing kan ik niet zelfstandig nemen. Het was mij eigen beslissing om te kijken of er een boek kon komen over mijn werk. Toen duidelijk werd dat er een contract in zat heb ik ook hiervoor netjes toestemming verzocht en gekregen."

Wat was doorslaggevend om uiteindelijk 'de pen te pakken'?
Pascale: "Een combinatie van factoren. Allereerst is nog maar weinig bekend bij het grote publiek van wat we nog meer doen behalve een eis neerleggen in een strafzaak. We hebben vergaande bevoegdheden die ontzettend kunnen ingrijpen in het leven van verdachten en slachtoffers. Ik vond het belangrijk dat mensen daar meer over te weten komen, zodat ze ook beter kunnen begrijpen met welke dilemma’s we te maken kunnen krijgen. Daarnaast vond ik het de hoogste tijd om wat tegenwicht te bieden aan strafadvocaten. De meeste mensen horen namelijk voortdurend geluiden in de media uit die hoek, maar stukken minder van onze kant. Met mijn boek hoop ik hierin iets meer evenwicht te brengen. Tenslotte wilde ik heel graag schrijven omdat, mits je je kwetsbaar opstelt, ik door het schrijven connecties maak met anderen. Ik vind het mooi als mensen moeten lachen om wat ik geschreven heb (bijvoorbeeld zelfspot) of als mensen aangeven geraakt te zijn door wat ik schrijf.”

Hoe groot is de kans dat mensen zich in bepaalde passages kunnen herkennen?
Pascale: "In sommige van de aangehaalde passages is dit een mogelijkheid. Maar daarbij mag niet vergeten worden dat de meest in het oog springende voorbeelden onherroepelijk afgedane strafzaken betreffen die destijds voor media-aandacht hebben gegenereerd. Het waren openbare strafzittingen. Er is dus al eerder veel anderszins over geschreven. Uiteraard noem ik nergens in het boek echte namen en soms zijn bepaalde details door mij veranderd om herkenning iets te verminderen.”

Kan het hinder opleveren voor de uitoefening van het vak?
Pascale: "Dat moet ik afwachten. In mijn boek schrijf ik bijvoorbeeld over de mogelijkheid dat advocaten misschien mijn boek gelezen zouden kunnen hebben en mij vervolgens op zitting treffen. Ik ben echter van mening dat ik weliswaar op open wijze aangeef hoe ik bijvoorbeeld tegenover strafadvocaten sta, maar dat ik nergens kwetsend ben. Ik mijn ogen is de kritiek die ik uit gefundeerd, maar op een fatsoenlijke manier verwoord. Aangezien advocaten zelf ook gewend zijn om soms 'verbale tikken' uit te delen op de zitting of anderszins, ben ik ervan overtuigd dat ze die van mij ook goed zullen kunnen incasseren. Maar ik ga het zien!”

Hoe zijn de reacties?
Pascale: "Ik kreeg ze van diverse collega’s, afkomstig uit de hele organisatie van het Openbaar Ministerie en die zijn positief. De rode draad in hun commentaar is dat de menselijke kant van het werk van de Officier van Justitie mooi verwoord vinden. Ik wil echter bevestigen dat ik natuurlijk alleen mijn eigen persoonlijke beleving van het vak heb beschreven en dus niet kan spreken voor al mijn collega-officieren.”

Is het mogelijk om honderd procent ,een en ondeelbaar’ te zijn/blijven wanneer het moederhart een aantal slagen meer maakt?
Pascale: "Dat 'een en ondeelbaar' zijn ziet er in de praktijk op toe dat ik – zonder veranderde omstandigheden – geen andere lijn kan volgen dat die in dezelfde zaak al ingezet was door een collega-officier. Naar buiten toe treden we op als een eenheid. Wanneer het om een zaak gaat waarin kinderen betrokken zijn, is het voorstelbaar dat mijn moederhart 'een aantal slagen meer maakt'. Dan dien ik me in het concrete geval toch bewust te blijven van dit principe en mag ik me dus niet laten leiden door emoties die ik als moeder voel. Ik blijf natuurlijk mens, moeder en magistraat tegelijk. Daarom is het wel zo dat ik binnen de grenzen van hetgeen juridisch mogelijk is, in zo’n geval mijn moederhart op een andere manier zal laten spreken. Dit kan zich dan bijvoorbeeld uiten in de aandacht die ik in mijn requisitoir geef aan de impact die een zaak heeft gehad op de kinderen.”

(c) foto: Annemiek Mommers



Over de auteur

Dick Van der Veen

52 volgers
192 boeken
1 favoriet


Reacties op: Pascale Bruinen: "Mijn moederhart spreekt mee."

 

Gerelateerd

Over

Pascale Bruinen

Pascale Bruinen

Pascale Bruinen is officier van justitie in Maastricht. Sinds september 2012 sch...