Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Pieter Koolwijk #2: 'De magie van verbeelding, die is echt geweldig.'

door Wilke Martens 4 reacties
Pieter Koolwijk en Linde Faas zijn een gouden duo; hij schrijft en zij illustreert en samen creëren ze de mooiste boeken waarbij alles elkaar versterkt. Op 1 februari verscheen 'Gozert', over een denkbeeldige vriend die meer problemen oplevert dan dat hij Ties helpt. Hebban interviewde Pieter Koolwijk over zijn nieuwste boek. Vandaag lees je het tweede deel van dit interview.

Kinderboekenschrijver Pieter Koolwijk bestormt met zijn zesde kinderboek Gozert de boekhandels en scholen. Hebbans Wilke Martens reisde af naar de Rotterdamse uitgeverij om Pieter te interviewen over zijn knotsgekke creatie. De avonturen die ze daar beleefde bleken nog gekker. Koolwijk: 'Waarom iedereen dit boek zou moeten lezen? Misschien leer je wel een beetje je fantasie gebruiken.'

Deel 1 van het interview

3.

     ‘Binnen!’, riep Pieter, toen er op de deur werd geklopt. Gozert verstopte zich snel in een keukenkastje.
     De dikke slijmerige slakkenvrouw kwam binnen. ‘Hoe krijgt ze toch steeds die deuren open?’, dacht ik. Zouden haar armen ook in dat corset gepropt zijn?
     ‘Ik kom de versnaperingen halen,’ sprak ze plechtig. ‘Die staan nog allemaal hier.’
     Met haar slijmerige slakkenlijf gleed ze zo de eetkamer in. Bij de koelkast schrokte ze alle hapjes naar binnen, zo leek het toch, op eentje na. Pieter kreeg de laatste. Met een glimmend slakkenspoor verliet ze de kamer weer. Opgelucht haalde ik adem. Ik zou zo’n slijmerig hapje nooit durven eten.
     ‘Kijk, ik werk natuurlijk met karikaturen,’ zei Pieter met zijn mond vol. ‘Het is niet voor niks een kinderboek. Ik wil contrasten laten zien, uitvergroten hoe strak dat corset kan zitten.’
     Ik dacht al dat ik de enige was die zag hoe strak dat corset om het lijf van de slijmerige slakkenvrouw zat.
     ‘Er wordt van je verwacht dat je vijf dagen in de week werkt, dat je om half negen op je werk bent, tot vijf uur, dat je dit doet en dat doet,’ ging Pieter verder. ‘Maar wie heeft dat verzonnen? Dan hoor je thuis iemand zeggen "maar het hoort nu eenmaal zo", en dan denk je, "maar waarom?" Daar ben ik zo lang tegen aan het knokken geweest, tegen dat corset.’
     Zachtjes duwde Gozert het keukendeurtje open, met een schaar in zijn hand. ‘Gewoon losknippen!’, gierde hij.

'Mijn hoofddoel is om een leuk verhaal voor de kinderen te vertellen, maar als een slimmerik er iets meer uit haalt, dan word ik daar wel heel blij van.'

     
     ‘Maar het verhaal gaat ook over wat waar is en wie dat bepaalt,’ zegt Pieter. ‘Stel nou dat al die mensen die in een inrichting zitten de waarheid spreken, en niet de artsen of de mensen daarbuiten?’
     ‘Heb je daar onderzoek naar gedaan?’
     Zo langzamerhand vroeg ik me af wie hier nou nog eigenlijk de waarheid sprak.
     ’Ik heb niet tot het bot uitgezocht hoe het er in een inrichting aan toe gaat,’ zei Pieter. ‘Maar het toevallige was - voor zover toeval bestaat - dat ik op de dag dat ik besloot dit verhaal te schrijven in de trein zat.’
     ‘Heel toevallig!’, lachte Gozert.
     ‘Ik zat naast een vrouw die zoveel zat te arceren in haar boek dat de hele pagina geel werd,’ ging Pieter verder. ‘Dus ik zei: “Dat wordt niks, zo valt niets meer op.” Ze moest lachen en we raakten aan de praat. Toen bleek dat ze onderzoek deed naar kinderen met wanen. Ik vertelde dat ik een kinderboek wilde schrijven over een jongen met een onzichtbare vriend, dat is ook een soort waan. Dus legde ze me een en ander uit over hoe dat psychisch werkt, welke behandelingen er zijn. Maar tijdens het schrijven heb ik dat wel losgelaten, want anders zit je te veel vast in kaders.’
     ‘Gewoon losknippen!’ Gozert rent door de kamer, met de schaar recht voor zich uit.
     ‘Kinderen hebben gelukkig niet zoveel last van die kaders,’ constateerde Pieter.
     Zeg dat wel. Heeft die jongen nooit geleerd dat je niet mag rennen met een schaar in je handen?
     ‘Dat merk ik vooral op scholen.’ Pieter praatte gewoon verder, terwijl Gozert met de schaar vlak langs zijn oor raasde. ‘Regelmatig geef ik gastlessen op scholen. Het gaat er vooral om te laten zien dat taal leuk is, door op een creatieve manier met taal te spelen. Soms doe ik klassikaal een invuloefening met ze. Dan vraag ik bijvoorbeeld: “De ouders van Ties hebben geen auto, welk vervoer hebben ze dan wel?” Zo’n kind roept dan: “Een oliebol!” Of ik vraag waar je kan wonen als je geen huis hebt? “In een koe!” Ik vraag dan wat de ingang is en de uitgang, daar moeten de kinderen dan weer om lachen. Dat associëren zonder kaders maakt de les wel heel erg grappig.’
     Gozert kwam met een stuk zwart karton tevoorschijn. Hij knipte er een frame uit, hield het voor zijn gezicht en trok allerlei gekke bekken. Blijkbaar was er één iemand die wel behoefte had aan een kader.
     ‘Dat is ook het belangrijkste van mijn boeken: in eerste instantie moeten kinderen gewoon een leuk verhaal lezen,’ vertelde Pieter. ‘Als iemand er nog iets anders uithaalt, dan is dat mooi meegenomen. Zo was ik eens in een klas aan het vertellen over Prutje, mijn vorige boek. Indirect gaat dat over vluchtelingen. Een jongetje in de klas vertelde dat hij ook gevlucht was. De hele klas hing aan zijn lippen. Mijn hoofddoel is om een leuk verhaal voor de kinderen te vertellen, maar als een slimmerik er iets meer uit haalt, dan word ik daar wel heel blij van.’

'Als slakkenvrouwen zonder armen de deur open kunnen doen, dan kan een zeemeerman zonder benen achtendertig verdiepingen de trap op.'

4.

     ‘Kom maar binnen hoor!’
     Weer werd er op de deur geklopt. Alsof Gozert nog niet genoeg afleiding bezorgde. Hoe moest ik ooit een verhaal maken van dit gesprek?
     ’Sorry dat ik stoor,’ zong een van de zeemeermannen, ‘maar ik heb dat krijtbord nodig dat bovenop de kast ligt.’
     Terwijl hij naar de kast wees, regende het glitters uit zijn borsthaar. Als slakkenvrouwen zonder armen de deur open kunnen doen, dan kan een zeemeerman zonder benen achtendertig verdiepingen de trap op.
     ‘Ik help je wel even,’ zei Pieter en hij stond op om het bord te pakken. Het bord leek net zo groot als de tafel waar we aan zaten. Gozert kwam er meteen aan om te helpen, maar Pieter had het bord al in het midden vast. Hij liep naar de deur, met de plank horizontaal voor zich. Steeds bonkte hij het bord tegen het koperen kozijn.
     ‘Omdraaien, sukkel!’ Gozert gierde het uit.
     ‘Oh nee, voorzichtig,’ zong de zeemeerman. Pieter bonkte nog een paar keer met het bord tegen het kozijn. Zo hard dat de boel in elkaar donderde.
     ‘Oeps, sorry!’, riep Pieter. ‘Nou ligt alles uit elkaar.’
     Pieter ging weer zitten, met een grijns. Deed hij dat nou expres?
     ‘Lijk je meer op Gozert of meer op Ties?’, vroeg ik maar, toen de zeemeerman teleurgesteld afdroop.
     ‘Volgens Linde, de illustratrice, lijk ik heel erg op Gozert. Ik ben wel een flapuit. Ik houd heel erg van lachen. Ties ook wel hoor, die heeft ook nul verantwoording in zijn lijf. Alleen is Gozert de aanjager. Ik ben ook wel vaak de aanjager. Als er ergens niet zoveel gebeurt, dan zorg ik wel dat er dingen gebeuren.’
     Net als deze dag. Alleen was Gozert ermee begonnen. En blijkbaar was hij niet van plan ermee op te houden. Gozert pakte een deel van het kapotte bord en legde het op de rand van de half openstaande deur. Als er nu nog iemand binnen zou komen, donderde het hele zooitje naar beneden.
     ‘Tja, die fratsen horen er wel een beetje bij,’ zei Pieter.
     ‘Echt?’, vroeg ik. Het leek mij nogal onverantwoord om Gozert maar zijn gang te laten gaan.
     ‘Ja, bij de fantasiewereld die om Gozert heen hangt,’ zei Pieter. ‘Ik hou heel erg van fantaseren, het zit in al mijn boeken. Ik vind het alleen zo jammer dat fantasie zoveel sneller weggaat bij kinderen. Een keer liep ik met mijn dochter door het bos en ik vroeg of ze wist waar de roosters in het pad voor bedoeld waren. Ze wist het niet. Dus ik legde haar uit dat ze daarmee kabouters in het park hielden. Die zouden er tussendoor vallen als ze probeerden weg te lopen.’
     ‘En dat geloofde ze?’
     ‘Nee,’ zei Pieter. ‘Maar ja, dan geloof je het niet. Ik heb er wel eens een zien zitten. Als je niet kijkt zie je ze ook nooit zitten. Nou, toen keek ze hoor. De magie van verbeelding, die is echt geweldig.’

'Zo hard ik kon rende ik het smalle, lange pad af. Met al mijn macht probeerde ik de paddenstoelen te ontwijken.'


     Ondertussen balanceerde Gozert bovenop de plank, gevaarlijk wiebelend op de rand van de deur. Gelukkig had hij zichzelf vastgemaakt met een elastiek om zijn middel.
     ‘Vroeger hield ik van bungeejumpen, parachutespringen,’ vertelde Pieter.
     Zie je wel dat je hem ook ziet!
     ‘Dat hoorde wel echt bij mijn ADHD. Maar nu, nu haal ik die adrenalinekicks uit mijn boeken. Al die mensen, de uitgevers, de aandacht voor je boek, iedereen die er wat van moet vinden als het verschijnt. Dat is superspannend. Dus straks, als het nieuwe boek lang en breed in de winkels ligt, dan ga ik thuis lekker met een muziekje aan op de bank liggen.’
     Achter me hoorde ik ineens een gekletter van jewelste. ‘Mijn elastiek knapte, sorry!’, riep Gozert, die langzaam opkrabbelde. Blijkbaar had hij de plank gebruikt als een soort bungee-luchtsurfplank. Het kabaal donderde nog na in mijn hoofd, maar Gozert stond alweer om de tafel heen te stuiteren.
     ‘Gaan we weer dansen? Gaan we dansen?’, riep hij.
     ‘Nee, een muziekje luisteren op de bank, dat klinkt als een beter plan,’ zei ik, terwijl ik opstond en mijn spullen pakte. ‘Bedankt voor je tijd, Pieter, en succes met het boek.’
     Vliegensvlug rende ik de trappen van de achtendertig verdiepingen weer af. Pieter en Gozert kwamen achter me aan. Beneden was het feest in volle gang. De slijmerige slakkenvrouw gleed smooth over de dansvloer, de zeemeerman zong uit volle glitterborst en een enorme knuffelbeer stond achter de draaitafel.
     Poeh, zo’n bont interview had ik nog nooit meegemaakt! Het werd me te veel. Ik stormde op de deur af, maar botste tegen een lange, grijze man.
     ‘Mijn naam is Jean Christophe Boele van Hensbroek, aangenaam,’ zei de man. Zo’n lange naam had ik niet eens in een paspoort ooit gezien. Het moest de wijsgeer wel zijn.
     ‘Wie bent u?’, vroeg hij.
     Shit, die zwerverige kleding ook… Deze wijsgeer wist natuurlijk al dat ik hier niet thuis hoor.
     ‘Wilke heet ik, van Hebban ben ik, aangenaam,’ stamelde ik. ‘Maar uhm, ik moet er snel vandoor.’
     Ik stormde door de deur naar buiten.
     ‘Maar er is druivensap!’, riep de wijsgeer me na.
     Zo hard ik kon rende ik het smalle, lange pad af. Met al mijn macht probeerde ik de paddenstoelen te ontwijken.
     ‘Missie afbreken! Missie afbreken!’, hoorde ik Gozert roepen in de verte.
     De ploppende paddenstoelen voor me verdwenen. Bij het hek stond ik even stil om uit te hijgen. De zwerfkinderboekenkast bleek een brievenbus. ‘Uitgeverij Lemniscaat’ stond er met sierlijke letters op…

Komt Gozert op jouw Wil ik lezen-boekenplank? Laat het ons weten in de reacties!

De magie van verbeelding, die is echt geweldig



Over de auteur

Wilke Martens

91 volgers
47 boeken
4 favoriet


Reacties op: Pieter Koolwijk #2: 'De magie van verbeelding, die is echt geweldig.'

 

Gerelateerd

Over

Pieter Koolwijk

Pieter Koolwijk

Pieter Koolwijk (1974) is een fantasyfanaat. Zijn korte verhalen zijn in versch...