Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Ronald Giphart over robots, uitgevers en zijn nieuwe boek

door Martijn Lindeboom 2 reacties

In november was Ronald Giphart ambassadeur voor Nederland Leest. In het kader van het thema Robotica schreef hij - geholpen door schrijfrobot Asibot - een nieuw verhaal voor de bundel Ik, robot van Isaac Asimov. Hebbanredacteur Martijn Lindeboom interviewde hem daarover en ook over zijn nieuwe uitgeverij en zijn nieuwe roman.

Op 14 april kom je naar de Dag van het Fantastische Boek, in het kader van je Robotica project met Nederland Leest. Wat kunnen we daar van je verwachten?

‘Ik ga wat vertellen over Isaac Asimov zelf en zijn toekomstvisie. Wat voor beeld hij zag bij robots. Toen hij begon te schrijven waren robots een bekend idee, maar ze bestonden eigenlijk nog niet. Wetenschappers en visionairs dachten na over wat er zou kunnen gebeuren, maar voor een sciencefictionschrijver was het natuurlijk een uitdaging om een wereld te schetsen waarin die robots al wel bestaan en wat de implicaties daarvan zouden kunnen zijn. Zo zie je dat sciencefiction en fantastische boeken vooral te maken hebben met de tijd waarin de schrijver zelf leeft. Zij kunnen een wereldbeeld schetsen aan de hand van iets dat nog moet komen en wellicht er zelfs niet zal zijn, maar dat ons wel leert over de huidige tijd.’

Voor Nederland Leest werkte Giphart samen met de schrijfrobot Asibot, ontwikkeld door de Universiteit van Antwerpen en het Meertensinstituut. Hij vertelt over Asimovs boek Ik, robot en de negen verhalen die daarin opgenomen zijn. Ze spelen vanaf het einde van de vorige eeuw (in de tijd dat het boek geschreven werd nog de verre toekomst), tot halverwege de huidige. ‘Je ziet dat Asimov soms heel erg goed zit met zijn aannames van de toekomst, maar soms zit hij er ook compleet naast. Bijvoorbeeld dat bij vergaderingen in de jaren dertig van deze eeuw nog heel veel gerookt wordt.’

Robotisering is een onderwerp dat ons op vele manieren raakt, zoals in werk, verkeer, zorg, en nog veel meer.

De sociale omgang in het boek is erg duidelijk gebaseerd op de jaren dertig en veertig, die hij zelf beleefde. De tijd waarin de schrijver zelf leeft, vindt zo zijn weg naar de toekomst in een sciencefictionverhaal.

Nederland Leest is een project waar een boek wordt gekozen dat een bijdrage kan leveren aan een brede maatschappelijke discussie. ‘Robotisering is een onderwerp dat ons op vele manieren raakt, zoals in werk, verkeer, zorg, en nog veel meer. Ik, robot is in het kader van Nederland Leest verspreid met als doel de discussie aan te gaan, zoals Asimov ook al deed toen zijn verhalen oorspronkelijk verschenen, door middel van panels, opinieartikelen et cetera.’

Het oorspronkelijke idee was dat Giphart een inleiding bij het boek zou schrijven, maar de stand van de wetenschap is inmiddels al zo dat artificiële intelligentie (AI) dingen kan schrijven die lezenswaardig zijn. Eind jaren negentig en zeker begin deze eeuw begonnen er steeds betere schrijfprogramma’s te ontstaan. De afgelopen jaren is dat in een stroomversnelling gekomen, met name door vertalingen: hoe meer data er is, hoe makkelijker het vertalen wordt.

Het idee is opgevat om zoveel mogelijk Nederlandstalige boeken te scannen – tienduizend uiteindelijk, zo’n miljard woorden – om vervolgens via deep learning te komen tot het door de AI laten schrijven van leesbare teksten. Voor dit project is een kongsi aangegaan met de Universiteit van Antwerpen en het Meertensinstituut, om te bekijken of er ook literaire teksten gecreëerd konden worden. Het resultaat was Asibot en die naam is gekozen naar aanleiding van het project van Nederland Leest.

Asibot was niet direct inzetbaar, er moesten heel veel bugs uit gehaald worden. Het systeem werkt op letterniveau. Giphart legt uit: ‘Als ik als eerste letter een ‘E’ geef, wat zou dan een logische volgende letter zijn? Een ‘n’ bijvoorbeeld, of een ‘e’, terwijl een ‘g’ of een ‘z’ minder snel aan de beurt zou komen. Na een tweede ‘e’ volgt als meest logische een ‘n’ en zo gaat Asibot Nederlandse woorden en zinnen maken.’

Ik heb geprobeerd Asibot zoveel mogelijk zelf te laten schrijven, maar het moest natuurlijk wel een verhaal worden.

Een ingewikkeld procedé, dat erg veel rekenkracht kost, maar dat wel goede zinnen oplevert. Een ander probleem bleek te zijn dat – doordat er zoveel boeken opgenomen zijn in de database – dat het resultaat nogal vlak werd. Daarom werd er geëxperimenteerd met verschillende stemmen: alleen de boeken van Gerard Reve bijvoorbeeld, Kristien Hemmerechts, Ronald Giphart of Isaac Asimov. Per schrijver krijg je dan een eigen idiolect, zijn eigen taalbehandeling en die vraag je Asibot dan te imiteren. Na elk woord of elke letter geeft Asibot drie alternatieven, waaruit de schrijver die met hem werkt dan kan kiezen. Nadat Gipharts verhaal “De robot van de machine is de mens” klaar was is Asibot een maandlang online beschikbaar geweest – wat enorm veel rekenkracht en daarmee ook geld heeft gekost – en dat heeft een schat aan data opgeleverd. Door die publieksparticipatie is het systeem veel intelligenter geworden. Maar de Turingtest – kan de robot of AI een mens doen geloven dat het zelf een mens is – wordt nog niet door Asibot gehaald.

Giphart merkt op: ‘Dit zit op de grens van sciencefiction zelf, het is nauwelijks te bevatten hoe dit systeem werkt. Ik heb geprobeerd Asibot zoveel mogelijk zelf te laten schrijven, maar het moest natuurlijk wel een verhaal worden.’

Asibot heeft een attentiespanne van zo’n tweehonderd tekens, dus hij heeft een supervisor nodig die wel overzicht heeft. ‘Dat was mijn taak. En ik wilde wel dat het verhaal aansloot bij Asimov, dus dat er relevante elementen in zaten. De deadline naderde en ik heb nachten overgeslagen om het voor elkaar te krijgen. Want er was door deze manier van werken geen plot.’

Uiteindelijk lukte het door een aparte stem voor Asibot te creëren die alleen de woorden uit Ik, robot gebruikte. Dat zijn niet zo heel veel verschillende woorden, vijftienduizend ongeveer, dus als Giphart een typisch Asimov-woord zoals ‘gegalvaniseerd’ gebruikte, dan wist het systeem daar adequaat op te reageren.

Kende je Asimov al voordat u met dit project aan de gang ging?

Zeker, mijn vader was een verwoed lezer en las ook veel sciencefiction, dus dit boek hadden we in de kast staan. Ik ken mijn klassiekers, maar raakte al snel in de ban van de literatuur. Crossovers vind ik dan wel erg interessant, zoals Michael Chabon met De Jiddische politiebond, geweldig boek!

De laatste jaren wordt er steeds meer genremenging toegepast, o.a. met SF en fantasy, maar ook andere genres, die vermengd worden met wat als de literatuur wordt gezien. Dat gebeurt internationaal, maar ook in Nederland, zoals met Auke Hulst (Slaap zacht, Johnny Idaho, En ik herinner me Titus Broederland), Renate Dorrestein (Weerwater) en Hanna Bervoets (Efter, Fuzzy) bijvoorbeeld.

Ziet u dat als een logische ontwikkeling, of is dat mode?

‘Vroeger zat het aanbod wat eenduidiger in elkaar en in ons leven is alles veel ingewikkelder geworden. Dat heeft zijn reflectie op de literatuur die we lezen. Ik vind dat eigenlijk een hele goede zaak. Toen ik zelf begon met lezen, halverwege de jaren tachtig, was het de tijd van de opkomst van het postmodernisme en daarin werd gezegd dat grote verhalen niet meer bestaan en dat we naar een tijd gingen waar alles met elkaar verweven zou worden. Dat is nu in praktijk gebracht.’

We hebben nog steeds onze kinderen, de boeken die we samen hebben uitgegeven, (...), dus we hebben een omgangsregeling getroffen. Als volwassen mensen hebben we geaccepteerd dat je soms verder gaat kijken.

Je ging na je laatste roman Lieve naar eigen zeggen op zoek naar ‘een nieuwe verliefdheid op zakelijk gebied’ en stapte daarom over naar De Bezige Bij. Hoe verliefd ben je daar?

‘Ja, heel verliefd! We zitten nog in onze wittebroodsweken. Ik ben 25 jaar bij mijn uitgever geweest. In vroeger tijden was het dan zo dat je voor je leven bij die uitgever bleef. Ik ben wel erg van trouwheid en we zijn als vrienden uit elkaar gegaan. We hebben nog steeds onze kinderen, de boeken die we samen hebben uitgegeven, die ook niet meegaan naar De Bezige Bij, dus we hebben een omgangsregeling getroffen. Als volwassen mensen hebben we geaccepteerd dat je soms verder gaat kijken. Dat moment was aangebroken.’  

Heeft deze uitgever echt een andere aanpak? En is dat van belang voor jouw schrijf- en productieproces?

‘Ik ben natuurlijk al heel lang schrijver, dus ik heb mijn eigen methodiek en mijn eigen meelezers. Dat verandert allemaal niet. Maar ik ben ongelofelijk blij met de redactrice bij De Bezige Bij, Katrijn van Hauwermeiren.

'Zij begeleidt veel jonge schrijvers en ik voel me vereerd dat ze ook mij wil begeleiden. Ze is heel scherp, heel nauwgezet, ze heeft heel veel gelezen. Een redacteur is voor een schrijver erg belangrijk. Ik ben zeer blij met Katrijn, ze komt uit Vlaanderen en haar kijk is daardoor net iets anders dan de gemiddelde Nederlandse redacteur. Er is al een boek verschenen bij Thomas Rap, een imprint van De Bezige Bij: Stad van zachte idioten en in september verschijnt een kookboek: Prakken en stampen.’

En is er al iets te vertellen over een nieuwe roman?

‘Mijn nieuwe roman gaat over zes vrienden, die elkaar eind jaren tachtig ontmoeten en dertig jaar lang bevriend blijven, waarbij vele dingen in hun levens gebeuren: kinderen, relaties, crises, ziektes, ellende, mooie dingen… Ze richten een bedrijf op met zijn zessen, met alle ellende van dien, een bierbrouwerij, die blijft groeien. De vriendschap wordt dan ook op de proef gesteld door zakelijke beslommeringen. We volgen de vrienden door de jaren heen, met aldoor in het achterhoofd de vraag: wat is de kracht van vriendschap, wat houdt vriendschap bij elkaar. Het boek komt medio 2019 uit.’

Hoe zorg je er als auteur met zo’n groot oeuvre en succes voor dat je werk dynamisch blijft?

‘Onder andere door het wisselen van uitgeverij. Verder probeer ik het land in te trekken om voor te lezen, lezers te ontmoeten. Ik ga nog steeds naar scholen en studentenverenigingen om over literatuur te praten en te horen wat er leeft.’

Ik denk dat het een noodzakelijk kwaad is om je als schrijver op social media te roeren.

Hoe bevorder je dat jouw boeken worden opgepakt?

‘Dat is de opdracht die de huidige tijd ons geeft. Het lijkt weer wat beter te gaan met het boekenvak, hoewel we uit een heel diep, diep dal komen en literatuur nog steeds in de gevarenzone zit. Iedere schrijver kampt met verminderde aandacht. Ik vind dat een opgave en ik heb het daar met andere schrijvers over. Je wilt als schrijver gelezen worden, verkocht worden. Aan de andere kant, we zijn niet voor niets schrijvers geworden en geen boekverkoper of marktkoopman.

‘Ik denk dat het een noodzakelijk kwaad is om je als schrijver op social media te roeren – al doe ik dat alleen op Twitter. We hebben te maken met een eeuwig gevecht tussen het woord en het beeld. Het beeld is het op alle fronten aan het winnen.

‘We kunnen onze hakken in het zand zetten en vanuit een soort ivoren toren enkel het woord blijven propageren – en dat moeten we ook doen – maar ik denk dat het veel beter is voor het woord om het beeld ook te accepteren. Wat dat betreft ben ik wel een groot fan van Hebban, want daar gebeurt de combinatie van woord en beeld op een goede manier. Hebban is daarin een volgende stap in de sociale evolutionaire ontwikkeling van de mens als verhalenvertellend dier.’

Charles den Tex heeft eens over zijn boek Angstval – dat niet zo goed werd ontvangen – gezegd dat hij zijn bestsellers nooit had kunnen schrijven zonder eerst dit boek te hebben geschreven. Heb jij ook zo’n boek dat geschreven móest worden omdat het andere boeken in de weg zat?

‘Nee. Hoewel… Voor mijn debuutroman heb ik wel andere boeken geschreven die het niet waren. Die gingen eigenlijk over dezelfde thematiek als waar Ik ook van jou over ging. Alleen was mijn stijl nog teveel andere schrijvers imiterend. Ik ging er nog teveel vanuit dat literatuur per definitie somber moet zijn, of zwaarmoedig, of ingewikkeld. Pas toen ik een deel van het verhaal dat ik wilde vertellen in een brief aan het meisje dat model stond voor het hoofdpersonage schreef en die brief aan mijn vriend Bert Natter liet lezen, zei hij: dit vind ik een veel betere stijl dan die van de roman die je hebt geschreven – de voorloper van Ik ook van jou. Ik zag in dat hij gelijk had en dat ik veel beter die briefstijl kon hanteren en door die opmerking had ik het begin van mijn debuut te pakken. Dus, het boek dat mij dwarszat is nooit verschenen.

Ronald Giphart vertelt tijdens de Dag van het Fantastische Boek op 14 april (Tolhuistuin Amsterdam) nog veel meer over zijn ervaring met sciencefiction, Nederland Leest en het samen schrijven met Asibot. Tickets zijn nog beschikbaar.



Over de auteur

Martijn Lindeboom

386 volgers
582 boeken
21 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Ronald Giphart over robots, uitgevers en zijn nieuwe boek

 

Gerelateerd

Over

Ronald Giphart

Ronald Giphart

Ronald Giphart (1965) studeerde Nederlands en debuteerde in 1992 met zijn roman Ik ook van jou, waarvoor hij het Gouden Ezelsoor kreeg. Daarna volgden vele romans en novellen, waaronder Phileine zegt ...

Isaac Asimov

Isaac Asimov

Isaac Asimow (1920-1992) werd als Isaak Judovitsj Ozimov geboren in het Russissche Petrovitsj, maar emigreerde al op driejarige leeftijd samen met zijn ouders naar de Verenigde Staten. Hij was b...