Hebban vandaag

Dossier /

Simone Atangana Bekono gaat de confrontatie aan

door Hebban Crew 1 reactie
De eindjury van de Hebban Debuutprijs 2021 kiest met 'Confrontaties' voor een stem die een gemarginaliseerd meisje in het centrum zet. Voor een stem die de lezer raakt en aan het denken zet over de manier waarop onze maatschappij mensen vormt en beïnvloedt. Zo vinden de confrontaties niet alleen binnen de roman plaats, maar ook daarbuiten. In dit artikel wordt een blik op Simone Atangana Bekono en haar debuutroman geworpen.

Leren over woede

Simone Atangana Bekono (1991) groeide op in Brabant als het kind van een Zeeuwse moeder en een Kameroense vader, maar daar houden de vergelijkingen met haar hoofdpersonage Salomé wel op. Eigenlijk lag iets autobiografisch voor de hand toen Atangana Bekono na haar afstuderen aan Confrontaties begon. 'Maar gaandeweg bleek het niet goed uit te pakken er zoveel van mezelf in te stoppen,' vertelt ze in een interview met De Gelderlander. Het enige autobiografische dat is gebleven is de beklemming die zowel auteur als personage ervoeren, opgroeiend in een klein Brabants dorp.

'Op school en in het dorp was je altijd de ander. In de tijd dat ik aan het puberen was, werd identiteit echt een onderwerp. Er kwam een asielzoekerscentrum in het dorp, er was de moord op Pim Fortuyn en de aanslag op de Twin Towers. Ik wilde met dat gevoel van beklemming altijd al iets doen en nu ligt het resultaat er.'

In een interview met Mondo wijdt Atangana Bekono er verder over uit. 'Ik heb me nooit helemaal thuis gevoeld in dat dorp, altijd geweten dat ik anders was dan de rest.' Dat heeft niet alleen met de kleur van haar huid te maken. De auteur komt uit een intellectueel gezin – er werd thuis veel gelezen, ze gingen naar musea en hadden interesses buiten het dorp, iets dat door hun buren niet per se werd gewaardeerd. 'Het is alsof je niet helemaal op dezelfde golflengte met je omgeving zit. Wat dat wél doet is, dat het je leert om dingen te zien die anderen helemaal niet opmerken. Je krijgt de rol van observator; je leert begrijpen wat wel en niet geaccepteerd wordt en hoe je daar soms mee moet spelen om te kunnen doen wat je wilt doen.'

Natuurlijk heeft huidskleur er wél mee te maken. Nadat er een asielzoekerscentrum in haar dorp werd gevestigd, werd Atangana Bekono zich er pas echt van bewust dat ze het enige zwarte kind op haar basisschool was. Kinderen begonnen xenofobe teksten te uiten, vermoedelijk overgenomen van hun ouders. In Trouw laat ze weten: 'Als migrantenkind identificeerde ik me met de azc-bewoners, al besefte ik al snel dat mijn gevoel van verbondenheid voortkwam uit iets oppervlakkigs, namelijk onze huidskleur. Vanaf toen realiseerde ik me: mijn klasgenoten en ik zijn dus niet hetzelfde. Daarna voelde het voor mij soms echt onveilig in de klas.'

Dat Confrontaties over discriminatie zou gaan was dan ook meteen duidelijk voor Atangana Bekono. 'Als ik een boek schrijf over een zwart zestienjarig meisje in een Brabants dorp, gaat racisme sowieso een onderdeel van het verhaal zijn,' vertelt ze aan Trouw. 'Dat is een realiteit die ik niet wil ontlopen.' Toch wil ze het in interviews liever niet over haar eigen ervaringen hebben. 'Ik stop die pijn in een boek, samen met een heleboel andere dingen waarover ik enthousiast ben, mijn creativiteit, mijn taal. Over mijn kunstwerk wil ik het graag hebben.'

'Maar als zwarte schrijver word je soms alleen maar uitgenodigd om over die pijn te praten. Dat is vermoeiend en lastig, dat ervaar ik ook als een inperking van mijn ruimte. Dan krijg je een vraag als: "Kun je vertellen over je jeugdtrauma's?" Dat voelt als een reductie van mij als kunstenaar, omdat mijn werk er dan bijna niet meer toedoet buiten het kader van het thema racisme.'

'Ik ben niet iemand met antwoorden, als schrijver stel ik vragen.' – Simone Atangana Bekono in Trouw

Schrijven over woede

Atangana Bekono begon haar schrijverscarrière met korte verhalen. 'Daar voelde ik me aanvankelijk het beste bij,' vertelt ze aan De Gelderlander. 'Maar toen het een trucje bleek dat werkte, vond ik het niet interessant meer. Dus ben ik gedichten gaan schrijven.' Haar afstudeerwerk was Hoe de eerste vonken zichtbaar waren. Het leverde haar de Poëziedebuutprijs aan Zee en het Charlotte Köhler Stipendium op.

'Met die bundel heb ik van groot tot klein op elk podium gestaan. In Nederland blijken bizar veel podia te zijn die iets met poëzieavonden doen, maar ik kwam er ook mee in Istanboel, Madrid en Portugal. Daardoor stond ik al op de radar en is Confrontaties snel opgepikt.'

Veel vragen die Atangana Bekono stelt in haar werk, zijn naar haar jeugd te herleiden. 'Wat me ook altijd heel erg heeft geïnteresseerd is hoe de realiteit van de ene persoon zo haaks kan staan op die van de ander, terwijl ze wel dezelfde dingen mee maken,' laat ze Mondo weten. 'Hoe kan dat? Dat heeft me altijd gefascineerd, hoe je je eigen werkelijkheid construeert.' De auteur wil zich vrij voelen om te schrijven vanuit haar positie, geïnformeerd over de wereld vanuit haar eigen lichaam en ervaringen, 'omdat literatuur bij uitstek een plek is waar je iedereen een stem kan geven.'

Naar die stem moest ze wel even zoeken. Op de middelbare school en de opleiding aan Creative Writing ArtEZ kreeg ze een witte leeslijst. 'Ik genoot van de stijl van Reve, de ironie van Hermans, ik las Tolstoj met plezier. Maar ik voelde wel: dit gaat niet over mij, niet over mijn wereld.' zegt ze tegen Trouw. 'Ik worstelde met wat een schrijver eigenlijk is. Daar kon ik lange tijd geen woorden aan geven. Ik dacht gewoon oprecht: je hebt Toni Morrison en verder zijn het allemaal witte mannen. Uiteindelijk kwam ik terecht bij de Afro-Amerikaanse literatuur. O, dacht ik toen, die auteurs schrijven wél over de onderwerpen die ik herken!'

Atangana Bekono voelt zich dan ook thuis bij schrijvers 'die "zwart-zijn", uit een Afrikaans land komen, migrant-zijn, uit de onderklasse komen maar ook vrouw-zijn en niet-hetero-zijn thematiseren. Die werken leren me over mezelf, leren me over de wereld, erkennen die wereld en voegen daar, afhankelijk van de kracht van hun pen, iets moois, iets wijs, iets krachtigs aan toe, iets diepgaands en waarachtigs. En daar probeer ik van te leren en zelf iets aan toe te voegen, in mijn werk.'

Een terugkerend thema in haar eigen werk is woede. In Confrontaties, maar ook in haar dichtbundel Hoe de eerste vonken zichtbaar waren, al is het daar persoonlijker. 'Ik was vooral toen ik jonger was een erg boos persoon en dat heeft me veel kracht gegeven om tegen de stroom in te zwemmen wanneer ik dat nodig vond, vertelt ze aan Rosa. 'Dat heeft me veel geleerd, maar ik ben de laatste jaren ook gaan nadenken over de destructieve kant van die emotie.'

'[...] maar wat komt daarna? Woede loslaten betekent naar mijn mening dat je de mogelijkheid krijgt de onderliggende emoties te onderkennen, een plek te geven: verdriet, schaamte, etc. Eerst moet alles kapot en dan wordt het, in de kunst tenminste, pas echt spannend. Dat was ook een vraag voor mij tijdens het schrijven: als we beginnen met woede als thema, een woedend personage, waar gaan we vervolgens dan naartoe?'

'In de eerste plek denk je dat het volledig aan jou ligt dat mensen niet diezelfde frustraties ervaren.' – Simone Atangana Bekono in Mondo

Oplossen van woede

Salomé is een personage dat veel woede in zich draagt. Het heeft ervoor gezorgd dat ze in een jeugddetentiecentrum terecht is gekomen. 'Als iemand niet de tools heeft om te begrijpen waarom diegene anders behandeld wordt, roept dat veel woede, frustratie en verdriet op,' vertelt Atangana Bekono aan Mondo. 'Salomé is door geweld in de jeugdgevangenis terechtgekomen, geweld dat voortkwam uit pesterijen om haar huidskleur. Ze komt erachter dat er wel degelijk processen zijn die mensen naar de marge duwen.'

In het ontwerpen van haar personages was het belangrijk voor de auteur om grenzen te vervagen en niemand heel duidelijk antagonistisch of protagonistisch te maken. '[Salomé] kan wat zij heeft gedaan op een bepaalde manier rechtvaardigen omdat ze slachtoffer is geweest van racistische pesterijen en geweld, maar tegelijkertijd heeft zij iets verschrikkelijks gedaan. Iets waar ze bovendien geen spijt van heeft.' Daar tegenover staat psycholoog Frits, die in de ogen van Salomé duidelijk slecht is. Atangana Bekono geeft toe dat hij dat aan het begin van het schrijfproces voor haarzelf ook was.

'Maar ik dacht: het is te makkelijk om hem zo neer te zetten. Uiteindelijk is hem nooit gevraagd om te reflecteren op zijn positie in de wereld.'

Voor de auteur is beklemming het gevolg van racisme, een gevoelsmatig gebrek aan ruimte. Dat laat ze Salomé letterlijk beleven, door haar vast te klemmen tussen vier muren die ze niet kan verlaten. 'Dat was een fijne schrijfoefening: er zijn geen prikkels van buitenaf, ze móét dus wel gaan uitpluizen waarom ze zo boos is.' vertelt Atangana Bekono aan Trouw. 'Zij moet ook op de een of andere manier accepteren dat het feit dat iemand anders slechte kanten heeft van haar niet per se een beter persoon maakt. Zij moet met haar eigen kwaadaardigheid worstelen.'

'Haar herinneringen zijn een opeenstapeling van micro-agressies, trauma's, vervreemding, momenten van shock of verwarring. Je voelt dat Salomé langzaam maar zeker de puzzelstukjes in elkaar legt. Dat ze inzicht krijgt in de wereld waarin ze leeft, maar ook over haar eigen plek daarin.'

Zelfs de titel van haar debuutroman blijkt een confrontatie te zijn. Atangana Bekono is het gewoon nuances op te zoeken, waardoor de directheid van de titel direct opvalt. De auteur laat lachend weten dat haar uitgever die heeft bedacht. 'Hij zei: "Jij gaat je anders verschuilen achter een of andere vage, omfloerste titel." Ik hou inderdaad niet van dingen labelen, maar nu ben ik er heel blij mee. Het woord past bij het boek.'

Lees een fragment uit Confrontaties Lees het juryrapport



Over de auteur

Hebban Crew

2165 volgers
0 boeken
0 favorieten
Hebban Crew


Reacties op: Simone Atangana Bekono gaat de confrontatie aan

Gesponsorde boeken